31992R3713

Verordening (EEG) nr. 3713/92 van de Commissie van 22 december 1992 houdende verlenging van de termijn na afloop waarvan artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen, moet worden toegepast op de invoer uit bepaalde derde landen

Publicatieblad Nr. L 378 van 23/12/1992 blz. 0021 - 0022
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 12 blz. 0013
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 12 blz. 0013


VERORDENING (EEG) Nr. 3713/92 VAN DE COMMISSIE van 22 december 1992 houdende verlenging van de termijn na afloop waarvan artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen, moet worden toegepast op de invoer uit bepaalde derde landen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 16, lid 3, tweede alinea,

Overwegende dat bepaalde derde landen bij de Commissie een verzoek hebben ingediend om te worden opgenomen in de in artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 bedoelde lijst en daartoe de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 94/92 van de Commissie (2) bedoelde informatie hebben verstrekt;

Overwegende dat blijkens een eerste onderzoek van de informatie in sommige van deze landen produktie- en controlevoorschriften worden toegepast die ruim voldoen aan de in artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 gestelde gelijkwaardigheidseis; dat dit onderzoek, doordat bepaalde punten nog aanvulling behoeven en nader bekeken moeten worden, momenteel niet ver genoeg is gevorderd om vóór 1 januari 1993, de datum waarop deze bepaling ten uitvoer moet worden gelegd, te kunnen beslissen of deze derde landen al dan niet moeten worden opgenomen in de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst;

Overwegende dat daarom van de in artikel 16, lid 3, tweede alinea, bedoelde mogelijkheid om de termijn na afloop waarvan artikel 11, lid 1, moet worden toegepast, te verlengen, gebruik moet worden gemaakt voor een zo kort mogelijke periode die evenwel voldoende lang moet zijn opdat de betrokken derde landen de ontbrekende informatie kunnen verstrekken en de Commissie het onderzoek van de verstrekte informatie kan voltooien;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 bedoelde Comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De toepassing van het bepaalde in artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt voor produkten die worden ingevoerd uit de onderstaande derde landen uitgesteld met zes maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening:

- Argentinië, voor produkten waarvoor door het "Instituto Argentino para la Certificación y la Promoción de los Productos Biológicos" of de "Fundación de Alimentos Ecológicos Argentinos" is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen;

- Oostenrijk, voor produkten waarvoor door de diensten voor de keuring van levensmiddelen in elke deelstaat is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen;

- Australië, voor produkten waarvoor door de "Australian Quarantine and Inspection Service" (AQUIS) is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen;

- Israël, voor produkten waarvoor door het "Ministry of Agriculture, Department of Plant Protection and Inspection" (DPPI), of door het "Ministry of Industry and Trade, Food and Vegetable Products for Export Inspection Service", is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen;

- Zwitserland, voor produkten waarvoor door de "Vereinigung Schweizerischer Biologischer Landbau-Organisationen" (VSBLO) is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1993. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 22 december 1992. Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 198 van 22. 7. 1991, blz. 1. (2) PB nr. L 11 van 17. 1. 1992, blz. 14.