Verordening (EEG) nr. 3534/92 van de Raad van 7 december 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1432/92 houdende een verbod op de handel tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republieken Servië en Montenegro
Publicatieblad Nr. L 358 van 08/12/1992 blz. 0016 - 0017
VERORDENING (EEG) Nr. 3534/92 VAN DE RAAD van 7 december 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1432/92 houdende een verbod op de handel tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republieken Servië en Montenegro DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Overwegende dat ingevolge Verordening (EEG) nr. 1432/92 (1) de handel tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republieken Servië en Montenegro verboden is; Overwegende dat het van het grootste belang is het embargo ten aanzien van de Republieken Servië en Montenegro strenger toe te passen; Overwegende dat met het oog hierop de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, handelende ingevolge hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, Resolutie 787 (1992) heeft aangenomen waarbij onder andere de doorvoer van bepaalde produkten door de Republieken Servië en Montenegro wordt verboden tenzij bepaalde voorwaarden zijn vervuld, en waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder vaartuigen dienen te worden beschouwd als vaartuigen van de Republieken Servië of Montenegro; Overwegende dat de Ministers, in de Raad bijeen in het kader van de Politieke Samenwerking, met bezorgdheid kennis hebben genomen van de toenemende schendingen en het inefficiënte karakter van de huidige procedures; dat zij het eens waren over de noodzaak de sancties, in het bijzonder in de sector aardolieprodukten en meer in het algemeen met betrekking tot doorvoer, strenger toe te passen; Overwegende dat onder deze omstandigheden Verordening (EEG) nr. 1432/92 dienovereenkomstig dient te worden gewijzigd, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113, Gelet op het voorstel van de Commissie, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 1432/92 wordt als volgt gewijzigd: 1. de laatste zin van artikel 1 wordt als volgt gelezen: "De wijze waarop dit verbod op het luchtvervoer wordt toegepast, is omschreven in bijlage I. De voorwaarden waaronder, in bepaalde omstandigheden, vaartuigen dienen te worden beschouwd als vaartuigen van de Republieken Servië of Montenegro zijn omschreven in bijlage II."; 2. het volgende artikel 2 bis wordt ingevoegd: "Artikel 2 bis Niettegenstaande artikel 2, onder d), is de doorvoer van ruwe olie, aardolieprodukten, met energie verband houdende uitrusting, metalen, chemicaliën, rubber, banden, voertuigen, vliegtuigen en motoren van elk type verboden, tenzij voor deze doorvoer, per geval, speciale toestemming is verleend door het ingevolge Resolutie 724 (1991) opgerichte Comité, uit hoofde van zijn procedure van geen bezwaar."; 3. de bijlage wordt vervangen door de volgende teksten: "Bijlage I Toestemming tot opstijgen van, landen op of overvliegen van het grondgebied van de Gemeenschap wordt geweigerd aan alle vliegtuigen die van plan zijn op het grondgebied van de Republieken Servië of Montenegro te landen of die aldaar zijn opgestegen, tenzij voor de betrokken vlucht, om humanitaire of andere met de relevante resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties overeenkomende redenen, toestemming is verleend door het ingevolge Resolutie 724 (1991) van de Veiligheidsraad opgerichte Comité. Bijlage II Elk vaartuig waarvan het meerderheidsbelang berust bij, of waarop een controlerecht kan worden uitgeoefend door een persoon of onderneming in, of opererend vanuit de Republieken Servië of Montenegro wordt voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EEG) nr. 1432/92 en de daarmee samenhangende wetgeving beschouwd als een vaartuig van de Republieken Servië of Montenegro, ongeacht de vlag waaronder het vaart.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 17 november 1992. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 7 december 1992. Voor de Raad De Voorzitter D. HURD (1) PB nr. L 151 van 3. 6. 1992, blz. 4. Verordening gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2015/92 (PB nr. L 205 van 22. 7. 1992, blz. 2).