31992R2453

Verordening (EEG) nr. 2453/92 van de Commissie van 31 juli 1992 houdende nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 717/91 van de Raad betreffende het enig document

Publicatieblad Nr. L 249 van 28/08/1992 blz. 0001 - 0080


VERORDENING (EEG) Nr. 2453/92 VAN DE COMMISSIE van 31 juli 1992 houdende nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 717/91 van de Raad betreffende het enig document

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 717/91 van de Raad van 21 maart 1991 betreffende het enig document (1), inzonderheid op artikel 8,

Overwegende dat het voor het vaststellen van de toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 717/91 dienstig is de samenstelling van de formulieren van het enig document en de technische eisen waaraan deze moeten voldoen vast te stellen, zulks met inachtneming van de internationale verplichtingen van de Gemeenschap;

Overwegende dat het noodzakelijk is een toelichting op te stellen voor het gebruik van het enig document met het oog op een uniform gebruik ervan;

Overwegende dat bepaalde gegevens op de formulieren van het enig document in de vorm van codes moeten worden vermeld; dat het noodzakelijk is voor alle Lid-Staten gemeenschappelijke codes vast te stellen;

Overwegende dat dient te worden voorzien in bijzondere maatregelen ter vereenvoudiging van de formaliteiten voor belanghebbenden die aan bepaalde eisen voldoen, met name wanneer zij ingevolge hun economische activiteiten veelvuldig aangiften moeten opstellen; dat het wenselijk is eveneens rekening te houden met de technische ontwikkelingen waardoor de eigenhandige ondertekening kan worden vervangen door andere identificatietechnieken die dezelfde waarborgen bieden en meer bepaald die welke op de automatische gegevensverwerking zijn gebaseerd;

Overwegende dat deze verordening in de plaats komt van de Verordeningen van de Commissie (EEG) nr. 2855/85 (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1159/89 (3), en (EEG) nr. 2793/86 (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2215/90 (5); dat die verordeningen moeten worden ingetrokken;

Overwegende dat de bepalingen van deze verordening in overeenstemming zijn met het advies van het Comité "enig document",

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I ALGEMEEN

Artikel 1

In deze verordening worden nadere bepalingen vastgesteld voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 717/91, hierna "basisverordening" genoemd.

TITEL II BEPALINGEN BETREFFENDE DE FORMULIEREN Kenmerken

Artikel 2

1. a) Onverminderd de artikelen 15 en 16 en de bepalingen inzake het communautaire douanevervoer, wordt het enig document waarop de in artikel 1 van de basisverordening bedoelde aangiften worden gesteld, aangeboden in sets die bestaan uit de exemplaren welke nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten voor één fase van een goederenbeweging (uitvoer, douanevervoer of invoer), waaraan eventueel de exemplaren zijn toegevoegd die bij het vervullen van de formaliteiten voor een volgende fase van die beweging nodig zijn.

b) Deze sets worden samengesteld uit

- hetzij een reeks van acht exemplaren, overeenkomstig het model in bijlage I,

- hetzij, met name in geval van vervaardiging door een geautomatiseerd systeem voor de verwerking van aangiften, uit twee opeenvolgende reeksen van vier exemplaren, overeenkomstig het model in bijlage II.

2. a) Onverminderd de artikelen 15 en 16 en de bepalingen inzake het communautaire douanevervoer, kunnen bij de aangifteformulieren eventueel nog een of meer aanvullende formulieren worden gevoegd in sets die de exemplaren bevatten welke nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten voor één fase van een goederenbeweging (uitvoer, douanevervoer of invoer) waaraan eventueel de exemplaren zijn toegevoegd die nodig zijn bij het vervullen van de formaliteiten voor een volgende fase van die beweging.

b) Deze sets worden samengesteld uit

- hetzij een reeks van acht exemplaren, overeenkomstig het model in bijlage III,

- hetzij uit twee reeksen van vier exemplaren, volgens het model in bijlage IV.

3. In afwijking van lid 2 hoeven de Lid-Staten het gebruik van aanvullende formulieren niet toe te staan bij gebruik van een geautomatiseerd systeem voor de verwerking van aangiften dat zorgt voor de vervaardiging van deze aangiften.

Artikel 3

De aangifte wordt gesteld in een van de officiële talen van de Gemeenschap die wordt aanvaard door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waar de formaliteiten worden vervuld.

Indien nodig kan de douane van de Lid-Staat van bestemming de aangever of diens vertegenwoordiger in deze Lid-Staat verzoeken om een vertaling van de aangifte in de officiële taal of een van de officiële talen van deze Lid-Staat. Deze vertaling komt in de plaats van de overeenkomstige gegevens op de aangifte.

In afwijking van de eerste alinea wordt de aangifte gesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de Lid-Staat van bestemming wanneer de goederen in deze Lid-Staat door middel van andere exemplaren worden aangegeven dan die welke oorspronkelijk bij de douane van de Lid-Staat van vertrek werden ingediend.

Artikel 4

1. De in artikel 1 van de basisverordening bedoelde formulieren worden gedrukt op zelfkopiërend papier dat zodanig is gelijmd dat het goed beschrijfbaar is en dat ten minste 40 g per m² weegt. Het papier moet zo ondoorzichtig zijn dat de gegevens die op de ene zijde voorkomen de leesbaarheid van de gegevens op de andere zijde niet verminderen en het moet zo stevig zijn dat het bij normaal gebruik niet scheurt of kreukt.

Alle exemplaren van het formulier zijn wit. Op de exemplaren voor het communautaire douanevervoer (1, 4, 5 en 7), hebben de vakken 1 (eerste en derde deelvak), 2, 3, 4, 5, 6, 8, 15, 17, 18, 19, 21, 25, 27, 31, 32, 33 (eerste deelvak links), 35, 38, 40, 44, 50, 51, 52, 53, 55 en 56 echter een groene onderdruk.

De formulieren worden in het groen bedrukt.

2. De afmetingen van de vakken zijn horizontaal op ¹/10 duim (inch) en verticaal op ¹/6 duim (inch) gebaseerd. De afmetingen van de onderverdelingen van de vakken zijn horizontaal op ¹/10 duim (inch) gebaseerd.

3. De verschillende exemplaren van de formulieren worden op de volgende wijze met kleuren gemerkt:

a) op de formulieren overeenkomstig de modellen in de bijlagen I en III

- hebben de exemplaren 1, 2, 3 en 5 aan de rechterzijde een doorlopende kantlijn waarvan de kleur respectievelijk rood, groen, geel en blauw is,

- hebben de exemplaren 4, 6, 7 en 8 aan de rechterzijde een niet-doorlopende kantlijn waarvan de kleur respectievelijk blauw, rood, groen en geel is;

b) op de formulieren overeenkomstig de modellen in de bijlagen II en IV hebben de exemplaren 1/6, 2/7, 3/8 en 4/5 aan de rechterzijde een doorlopende kantlijn en rechts daarvan een niet-doorlopende kantlijn, waarvan de kleur respectievelijk rood, groen, geel en blauw is.

Deze kantlijnen zijn ongeveer 3 mm breed. De niet-doorlopende kantlijn bestaat uit een rij vierkantjes met een zijde van 3 mm die door tussenruimten van 3 mm van elkaar zijn gescheiden.

4. Bijlage V bevat een opgave van de exemplaren van de formulieren waarvan het model in de bijlagen I en III is opgenomen en waarop de te vermelden gegevens door middel van een zelfkopiërend procédé moeten worden doorgeschreven.

Bijlage VI bevat een opgave van de exemplaren van de formulieren waarvan het model in de bijlagen II en IV is opgenomen en waarop de te vermelden gegevens door middel van een zelfkopiërend procédé moeten worden doorgeschreven.

5. De afmetingen van de formulieren zijn 210 × 297 mm, waarbij in de lengte een afwijking van ten hoogste 5 mm minder of 8 mm meer is toegestaan.

6. De Lid-Staten kunnen eisen dat de naam en het adres van de drukker op de formulieren zijn vermeld of dat deze van een teken zijn voorzien aan de hand waarvan de drukker geïdentificeerd kan worden. Zij kunnen het drukken van de formulieren bovendien van een voorafgaande technische goedkeuring afhankelijk stellen.

Toelichting

Artikel 5

1. De in artikel 1 van de basisverordening bedoelde formulieren worden ingevuld overeenkomstig de aanwijzingen van de toelichting in bijlage VII en, in voorkomend geval, de aanwijzingen vervat in andere communautaire bepalingen.

2. De Lid-Staten zien erop toe dat de gebruikers zich zonder moeite in het bezit van de toelichting kunnen stellen.

3. Elke Lid-Staat vult de toelichting zo nodig aan.

Codes

Artikel 6

In bijlage VIII is de lijst opgenomen van de codes die te gebruiken zijn bij het invullen van de in artikel 1 van de basisverordening bedoelde formulieren.

TITEL III BEPALINGEN BETREFFENDE DE PROCEDURE Algemeen

Artikel 7

In de basisverordening en onderhavige verordening wordt mede onder douanekantoor verstaan elke andere plaats die als zodanig door de douane, met name in het kader van regelingen tussen de douane en de belanghebbende, is aangewezen of erkend.

Uitvoer

Artikel 8

1. Onverminderd de artikelen 15 en 16 kunnen goederen slechts worden uitgevoerd nadat de volgens de regels ingevulde exemplaren die voor de uitvoer nodig zijn, bij een bevoegd douanekantoor zijn ingediend. Deze exemplaren kunnen vergezeld gaan van de exemplaren welke in voorkomend geval nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten in verband met het communautaire douanevervoer.

2. De aangifte die voor het vervullen van de uitvoerformaliteiten wordt gebruikt, is ondertekend door de aangever of diens vertegenwoordiger, overeenkomstig de bepalingen ter zake van de Lid-Staat van uitvoer.

Communautair douanevervoer

Artikel 9

1. Onverminderd de vereenvoudigingen voor bepaalde wijzen van vervoer, bestaat de aangifte voor communautair douanevervoer uit de volgens de regels ingevulde exemplaren die zijn ondertekend door de aangever als omschreven in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2726/90 van de Raad van 17 september 1990 betreffende het communautaire doaunevervoer (6). De aangever verbindt zich slechts ten aanzien van de gegevens die volgens genoemde verordening zijn vereist.

2. Wanneer in een bijzonder geval het communautair karakter van goederen die niet met toepassing van de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd, door middel van een douanedocument moet worden aangetoond, kan hiervoor gebruik worden gemaakt van het door de douane van de Lid-Staat van verzending geviseerde exemplaar 4 van het enig document.

Invoer

Artikel 10

1. Onverminderd de artikelen 15 en 16 kunnen goederen in de Lid-Staat van invoer slechts onder een douaneregeling worden geplaatst door de exemplaren die nodig zijn om de goederen onder die regeling te plaatsen bij het bevoegde douanekantoor in te dienen.

2. Deze exemplaren moeten

- de gevraagde douaneregeling vermelden;

- volgens de regels zijn ingevuld en met name alle gegevens bevatten die nodig zijn om de goederen onder de betrokken regeling te plaatsen;

- door de aangever of diens vertegenwoordiger zijn ondertekend overeenkomstig de bepalingen ter zake van de Lid-Staat van invoer.

Andere bepalingen betreffende de procedure

Artikel 11

1. Wanneer de set waaruit het enig document bestaat achtereenvolgens wordt gebruikt voor het vervullen van de formaliteiten met betrekking tot verschillende fasen van een bepaalde goederenbeweging (uitvoer, douanevervoer of invoer), verbindt elke belanghebbende zich slechts voor de gegevens die verband houden met de regeling die hij als aangever, als aangever inzake communautair douanevervoer of als vertegenwoordiger van een van hen heeft gevraagd.

2. Voor de toepassing van lid 1 moet de belanghebbende, die gebruik maakt van een enig document dat tijdens een vorige fase van de betrokken goederenbeweging is opgesteld, vóór het indienen van zijn aangifte, ten aanzien van de hem betreffende vakken nagaan of de bestaande gegevens juist zijn en of zij toepasbaar zijn op de betrokken goederen en de gevraagde regeling; hij moet deze gegevens voor zover nodig aanvullen.

In het in de eerste alinea bedoelde geval wordt elk verschil dat de belanghebbende vaststelt tussen de betrokken goederen en de bestaande gegevens, onmiddellijk door hem aan de douane medegedeeld. In dat geval doet de betrokkene aangifte op nieuwe exemplaren.

Artikel 12

Wanneer het enig document wordt gebruikt voor verschillende fasen van een goederenbeweging, zien de bevoegde autoriteiten erop toe dat de gegevens die in de loop van de verschillende fasen van de betrokken goederenbeweging op de exemplaren zijn aangebracht, met elkaar overeenstemmen.

Artikel 13

Wanneer is voorgeschreven dat bijkomende kopieën van het in artikel 1 van de basisverordening bedoelde formulier moeten worden opgesteld, mogen te dien einde bijkomende exemplaren of fotokopieën van genoemd formulier worden gebruikt.

Deze bijkomende exemplaren of deze fotokopieën worden door de belanghebbende ondertekend, aan de bevoegde douaneautoriteiten overgelegd en door dezen onder dezelfde voorwaarden geviseerd als het enig document zelf. Zij worden door de bevoegde autoriteiten op dezelfde wijze als de originele documenten aanvaard mits de kwaliteit en leesbaarheid ervan door genoemde autoriteiten bevredigend worden geacht.

TITEL IV WEDERZIJDSE BIJSTAND EN ERKENNING

Artikel 14

Voor zover nodig stellen de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten elkaar in kennis van de vaststellingen, documenten, verslagen, processen-verbaal en inlichtingen betreffende de goederenbewegingen wanneer blijkt dat zulks ertoe kan bijdragen onregelmatigheden aan het licht te brengen die bij het vervullen van formaliteiten bij de in te lichten autoriteiten zijn gepleegd.

TITEL V BIJZONDERE VEREENVOUDIGINGSMAATREGELEN EN DE AUTOMATISCHE VERWERKING VAN GEGEVENS

Artikel 15

Op grond van specifieke voorschriften inzake in- en uitvoer kan worden toegestaan dat van vereenvoudigde procedures gebruik wordt gemaakt waardoor het met name mogelijk is dat goederen of de daarop betrekking hebbende aangifte niet bij een douanekantoor behoeven te worden aangeboden, of dat geen volledige aangifte behoeft te worden opgesteld. Behalve bij plaatsing van goederen onder het stelsel van douane-entrepots, wordt in zulke gevallen achteraf een aangifte ingediend binnen de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde termijn, welke aangifte, met goedvinden van deze autoriteiten een algemene periodieke aangifte mag zijn.

In de in de eerste alinea genoemde gevallen kan de douane toestaan dat handelsdocumenten in plaats van het in artikel 1 van de basisverordening bedoelde formulier worden gebruikt.

Wanneer het enig document wordt gebruikt, kunnen de bevoegde autoriteiten toestaan dat voor het vervullen van de in- of uitvoerformaliteiten bij dit document lijsten van commerciële aard worden gevoegd waarin de goederen zijn omschreven.

Artikel 16

Overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening belet onderhavige verordening niet dat

- de Lid-Staten ontheffing kunnen verlenen van het gebruik van het in artikel 1 van de basisverordening bedoelde formulier in geval van toepassing van de bijzondere bepalingen die zijn vastgesteld voor zending per briefpost en postpakketten;

- in bepaalde gevallen bij de in- of uitvoer ontheffing kan worden verleend van de verplichting schriftelijk aangifte te doen;

- in bijzondere gevallen speciale formulieren worden gebruikt om de aangifte te vereenvoudigen;

- de Lid-Staten ontheffing kunnen verlenen van het gebruik van het in artikel 1 van de basisverordening bedoelde formulier in geval van tussen twee of meer Lid-Staten gesloten of te sluiten overeenkomsten of regelingen die een verdere vereenvoudiging van de formaliteiten in het gehele of een gedeelte van het handelsverkeer tussen deze Lid-Staten ten doel hebben;

- bij het vervullen van formaliteiten voor het communautaire douanevervoer voor zendingen die uit verschillende soorten goederen bestaan, van ladingslijsten gebruik kan worden gemaakt;

- aangiften ten invoer, ten uitvoer of voor het communautaire douanevervoer alsmede documenten waarmede het communautaire karakter wordt aangetoond van goederen die niet met toepassing van de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd, met behulp van particuliere of openbare systemen voor de automatische verwerking van gegevens worden vervaardigd, in voorkomend geval op blanco papier, zulks onder de door de Lid-Staten vastgestelde voorwaarden;

- de Lid-Staten kunnen eisen dat de gegevens die voor het vervullen van bepaalde formaliteiten noodzakelijk zijn, in hun geautomatiseerde systeem voor de verwerking van de aangiften worden ingevoerd, in voorkomend geval zonder dat door de betrokken Lid-Staat een schriftelijke aangifte wordt geëist;

- de Lid-Staten kunnen bepalen, indien aangiften door middel van een geautomatiseerd systeem voor gegevensverwerking worden behandeld, dat de aangifte in de zin van artikel 1 van de basisverordening bestaat uit het door dit systeem vervaardigde enig document, dan wel, indien dit document niet wordt vervaardigd, uit het in de computer invoeren van de gegevens.

Artikel 17

Onverminderd de artikelen 15 en 16 kunnen de Lid-Staten in het algemeen bepalen dat bepaalde exemplaren van het enig document die voor de autoriteiten van de betrokken Lid-Staat bestemd zijn, bij het vervullen van in- of uitvoerformaliteiten niet behoeven te worden overgelegd, voor zover de desbetreffende gegevens al op andere wijze beschikbaar zijn.

Ondertekening

Artikel 18

Wanneer de formaliteiten worden vervuld met behulp van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking, staan de bevoegde autoriteiten de belanghebbenden op hun verzoek toe de eigenhandige ondertekening te vervangen door een ander identificatiemiddel, eventueel met gebruikmaking van codes, dat dezelfde rechtsgevolgen heeft als de eigenhandige ondertekening.

Deze faciliteit wordt slechts toegestaan indien aan de technische en administratieve voorwaarden is voldaan die de bevoegde autoriteiten hebben gesteld.

Waarmerking

Artikel 19

Wanneer de formaliteiten worden vervuld met behulp van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking die tevens de aangiften vervaardigen, kunnen de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten bepalen dat de aldus vervaardigde aangiften rechtstreeks door deze systemen worden gewaarmerkt, in plaats van het met de hand of mechanisch aanbrengen van het stempel van het douanekantoor en van de handtekening van de bevoegde functionaris.

TITEL VI BIJZONDERE BEPALINGEN IN VERBAND MET TOETREDINGEN

Artikel 20

1. De bepalingen van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing tijdens de overgangsperiode waarin in de Toetredingsakte is voorzien voor het verkeer tussen de Gemeenschap in haar samenstelling op 31 december 1985 en Spanje of Portugal, alsmede voor het verkeer tussen beide laatstgenoemde Lid-Staten, van goederen die onderworpen blijven aan andere in de Toetredingsakte opgenomen maatregelen.

2. Voor de toepassing van lid 1 wordt vernietigd exemplaar 2 of, naar gelang van het geval, exemplaar 7 van de formulieren die worden gebruikt in het handelsverkeer met Spanje en Portugal of in het handelsverkeer tussen deze twee Lid-Staten.

3. De bepalingen betreffende de indiening, de intrekking en de rectificatie van aangiften door de aangever, betreffende de aanvaarding en de nietigverklaring van aangiften door de douane en betreffende de vrijgave van goederen die zijn vervat in de voorschriften inzake douaneregelingen voor in- en uitvoer en voor douanevervoer zijn van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 bedoelde formaliteiten.

TITEL VII ANDERE BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 21

Voor de toepassing van artikel 1, lid 3, van de basisverordening, zijn de bepalingen betreffende de indiening, de intrekking en de rectificatie van aangiften door de aangever, betreffende de aanvaarding en de nietigverklaring van aangiften door de douane en betreffende de vrijgave van goederen, die zijn vervat in de voorschriften inzake douaneregelingen voor in- en uitvoer en voor douanevervoer van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22

Uiterlijk op 30 september 1992 deelt elke Lid-Staat de Commissie mee welke vakken van het enig document ingevuld moeten worden bij het vervullen van de formaliteiten bij uitvoer (verzending), douanevervoer en invoer.

Indien de Lid-Staten wijzigingen aanbrengen in deze eisen, wordt dit eveneens aan de Commissie medegedeeld.

De Commissie maakt deze gegevens bekend in de C-reeks van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

TITEL VIII SLOTBEPALINGEN

Artikel 23

De Verordeningen (EEG) nr. 2855/85 en (EEG) nr. 2793/86 vervallen.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 24

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van de datum van toepassing van de basisverordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 1992.

Voor de Commissie

Christiane SCRIVENER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 78 van 26. 3. 1991, blz. 1.(2) PB nr. L 274 van 15. 10. 1985, blz. 1.(3) PB nr. L 119 van 29. 4. 1989, blz. 100.(4) PB nr. L 263 van 15. 9. 1986, blz. 74.(5) PB nr. L 202 van 31. 7. 1990, blz. 16.(6) PB nr. L 262 van 26. 9. 1990, blz. 1.

BIJLAGE I

MODEL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, ONDER b), EERSTE STREEPJE

BIJLAGE II

MODEL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, ONDER b), TWEEDE STREEPJE

BIJLAGE III

MODEL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 2, ONDER b), EERSTE STREEPJE

BIJLAGE IV

MODEL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 2, ONDER b), TWEEDE STREEPJE

BIJLAGE V

OPGAVE VAN DE EXEMPLAREN VAN DE IN DE BIJLAGEN I EN III OPGENOMEN FORMULIEREN. GEGEVENS DIE OP EEN EXEMPLAAR WORDEN AANGEBRACHT, VERSCHIJNEN DOOR MIDDEL VAN EEN ZELFKOPIËREND PROCÉDÉ OOK OP DE ANDERE EXEMPLAREN (uitgaande van exemplaar 1)

Nummer

van het vak

Nummer van de exemplaren

Nummer

van het vak

Nummer van de exemplaren

I. VAKKEN VOOR DE BELANGHEBBENDE

1

1 t/m 8

behalve deelvak midden:

1 t/m 3

2

1 t/m 5 (¹)

3

1 t/m 8

4

1 t/m 8

5

1 t/m 8

6

1 t/m 8

7

1 t/m 3

8

1 t/m 5 (¹)

9

1 t/m 3

10

1 t/m 3

11

1 t/m 3

12

-

13

1 t/m 3

14

1 t/m 4

15

1 t/m 8

15a

1 t/m 3

15b

1 t/m 3

16

1, 2, 3, 6, 7 en 8

17

1 t/m 8

17a

1 t/m 3

17b

1 t/m 3

18

1 t/m 5 (¹)

19

1 t/m 5 (¹)

20

1 t/m 3

21

1 t/m 5 (¹)

22

1 t/m 3

23

1 t/m 3

24

1 t/m 3

25

1 t/m 5 (¹)

26

1 t/m 3

27

1 t/m 5 (¹)

28

1 t/m 3

29

1 t/m 3

30

1 t/m 3

31

1 t/m 8

32

1 t/m 8

33

eerste deelvak links: 1 t/m 8

andere deelvakken: 1 t/m 3

34a

1 t/m 3

34b

1 t/m 3

35

1 t/m 8

36

-

37

1 t/m 3

38

1 t/m 8

39

1 t/m 3

40

1 t/m 5 (¹)

41

1 t/m 3

42

-

43

-

44

1 t/m 5 (¹)

45

-

46

1 t/m 3

47

1 t/m 3

48

1 t/m 3

49

1 t/m 3

50

1 t/m 8

51

1 t/m 8

52

1 t/m 8

53

1 t/m 8

54

1 t/m 4

55

-

56

-

II. VAKKEN VOOR DE ADMINISTRATIE

A

1 t/m 4 (²)

C

1 t/m 8 (²)

B

1 t/m 3

D

1 t/m 4

(¹) In geen geval kan van de gebruikers worden geëist dat deze vakken bij het communautaire douanevervoer op de exemplaren 5 en 7 worden ingevuld.

(²) Binnen deze beperking kan de Lid-Staat van uitvoer vrij kiezen.

BIJLAGE VI

OPGAVE VAN DE EXEMPLAREN VAN DE IN DE BIJLAGEN II EN IV OPGENOMEN FORMULIEREN. GEGEVENS DIE OP EEN EXEMPLAAR WORDEN AANGEBRACHT, VERSCHIJNEN DOOR MIDDEL VAN EEN ZELFKOPIËREND PROCÉDÉ OOK OP DE ANDERE EXEMPLAREN (uitgaande van exemplaar 1/6)

Nummer

van het vak

Nummer van de exemplaren

Nummer

van het vak

Nummer van de exemplaren

I. VAKKEN VOOR DE BELANGHEBBENDE

1

1 t/m 4

behalve deelvak midden:

1 t/m 3

2

1 t/m 4

3

1 t/m 4

4

1 t/m 4

5

1 t/m 4

6

1 t/m 4

7

1 t/m 3

8

1 t/m 4

9

1 t/m 3

10

1 t/m 3

11

1 t/m 3

12

1 t/m 3

13

1 t/m 3

14

1 t/m 4

15

1 t/m 4

15a

1 t/m 3

15b

1 t/m 3

16

1 t/m 3

17

1 t/m 4

17a

1 t/m 3

17b

1 t/m 3

18

1 t/m 4

19

1 t/m 4

20

1 t/m 3

21

1 t/m 4

22

1 t/m 3

23

1 t/m 3

24

1 t/m 3

25

1 t/m 4

26

1 t/m 3

27

1 t/m 4

28

1 t/m 3

29

1 t/m 3

30

1 t/m 3

31

1 t/m 4

32

1 t/m 4

33

eerste deelvak links: 1 t/m 4

andere deelvakken: 1 t/m 3

34a

1 t/m 3

34b

1 t/m 3

35

1 t/m 4

36

1 t/m 3

37

1 t/m 3

38

1 t/m 4

39

1 t/m 3

40

1 t/m 4

41

1 t/m 3

42

1 t/m 3

43

1 t/m 3

44

1 t/m 4

45

1 t/m 3

46

1 t/m 3

47

1 t/m 3

48

1 t/m 3

49

1 t/m 3

50

1 t/m 4

51

1 t/m 4

52

1 t/m 4

53

1 t/m 4

54

1 t/m 4

55

-

56

-

II. VAKKEN VOOR DE ADMINISTRATIE

A

1 t/m 4 (¹)

C

1 t/m 4

B

1 t/m 3

D/J

1 t/m 4

(¹) Binnen deze beperking kan de Lid-Staat van uitvoer vrij kiezen.

BIJLAGE VII

TOELICHTING BIJ HET GEBRUIK VAN DE FORMULIEREN

TITEL I Algemeen A. Algemeen

De formulieren en de aanvullende formulieren worden gebruikt:

a) wanneer volgens communautaire bepalingen een aangifte ten uitvoer tot verzending, ten invoer van binnenkomst of tot plaatsing onder een andere douaneregeling, met inbegrip van de regeling communautair douanevervoer, moet worden opgesteld;

b) gedurende de in de Toetredingsakte bepaalde overgangsperiode, in het goederenverkeer tussen de Gemeenschap in haar samenstelling per 31 december 1985 en Spanje of Portugal en tussen deze twee Lid-Staten, waarvoor alle douanerechten en heffingen van gelijke werking nog niet geheel zijn opgeheven of waarvoor nog andere in de Toetredingsakte vastgestelde maatregelen gelden;

c) wanneer dit in communautaire bepalingen uitdrukkelijk is voorgeschreven.

De formulieren en aanvullende formulieren die te dien einde worden gebruikt bestaan uit de exemplaren die nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten ten aanzien van één fase van een goederenbeweging (invoer, uitvoer of douanevervoer) en worden uit een set van acht exemplaren gekozen:

- exemplaar 1 - dat voor de autoriteiten van de Lid-Staat, waar de formaliteiten inzake uitvoer (eventueel verzending) of communautair douanevervoer worden vervuld, zal worden bewaard;

- exemplaar 2 - dat voor de statistiek van de Lid-Staat van uitvoer zal worden gebruikt;

- exemplaar 3 - dat bestemd is voor de exporteur, na visering door de douane;

- exemplaar 4 - dat door het kantoor van bestemming bij communautair douanevervoer zal worden bewaard of voor gebruik als document T2L om het communautaire karakter van de goederen aan te tonen;

- exemplaar 5 - dat het terugzendingsexemplaar is bij toepassing van de regeling communautair douanevervoer;

- exemplaar 6 - dat door de autoriteiten van de Lid-Staat waar de formaliteiten ter bestemming worden vervuld, zal worden bewaard;

- exemplaar 7 - dat voor de statistiek van de Lid-Staat van bestemming zal worden bewaard (formaliteiten bij communautair douanevervoer en ter bestemming);

- exemplaar 8 - dat is bestemd voor de geadresseerde, na visering door de douane.

Verschillende combinaties van exemplaren zijn mogelijk, zoals bij voorbeeld:

- uitvoer: exemplaren 1, 2 en 3;

- communautair douanevervoer: exemplaren 1, 4, 5 en 7;

- bestemming: exemplaren 6, 7 en 8.

Bovendien kan het van belang zijn het communautaire karakter van goederen ter bestemming aan te tonen. In een dergelijk geval kan exemplaar 4 als document T2L worden gebruikt.

De belanghebbenden kunnen sets laten drukken die overeenkomen met de door hen gemaakte keuze voor zover het gebruikte formulier conform is met het officiële model.

Iedere set is zo samengesteld dat wanneer voor beide betrokken Lid-Staten een zelfde gegeven moet worden ingevuld dat door de exporteur of de aangever rechtstreeks op exemplaar 1 wordt vermeld, dit gegeven ingevolge de chemische behandeling die het papier heeft ondergaan, op alle exemplaren wordt doorgeschreven. Wanneer daarentegen om de een of andere reden (met name wanneer andere gegevens moeten worden ingevuld naar gelang van de fase van de goederenbeweging) een gegeven niet van de ene Lid-Staat naar de andere dient te worden doorgegeven, dient ervoor te worden gezorgd dat dit gegeven uitsluitend op de betrokken exemplaren wordt doorgeschreven.

Bij gebruikmaking van een systeem voor de geautomatiseerde verwerking van aangiften, bestaat de mogelijkheid sets te gebruiken waarvan elk exemplaar een dubbele bestemming heeft: 1/6, 2/7, 3/8 en 4/5.

In dit geval worden op elke set die wordt gebruikt de nummers van de overeenkomstige exemplaren aangebracht, terwijl de nummers die niet van toepassing zijn worden doorgehaald.

Deze sets zijn zo samengesteld dat de gegevens die op de verschillende exemplaren moeten worden vermeld als kopie op de nodige exemplaren worden doorgeschreven dank zij chemische behandeling die het papier heeft ondergaan.

Wanneer overeenkomstig artikel 16 aangiften ten uitvoer (of verzending), voor douanevervoer of ten invoer (of ter bestemming) of documenten waarmee het communautaire karakter van goederen wordt aangetoond die niet met toepassing van de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd, met behulp van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking op blanco papier worden opgesteld, moet aan alle vormvereisten die in de basisverordening of onderhavige verordening zijn opgenomen worden voldaan, ook ten aanzien van de achterzijde van het formulier (wat de exemplaren betreft die in het kader van het communautaire douanevervoer worden gebruikt), metuitzondering van:

- de kleur van de drukinkt;

- het gebruik van cursief gedrukte letters;

- de onderdruk van de vakken voor communautair douanevervoer.

B. In te vullen rubrieken

Slechts een deel van de vakken dient te worden ingevuld, al naar gelang van de fase van de goederenbeweging.

Onverminderd de toepassing van vereenvoudigde procedures worden voor een bepaalde goederenbeweging ten hoogste de volgende vakken ingevuld:

- formaliteiten bij uitvoer:

vakken 1 (eerste en tweede deelvak), 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 15a, 15b, 16, 17, 17a, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34a, 34b, 35, 37, 38, 39, 40, 41, 44, 46, 47, 48, 49 en 54;

- formaliteiten bij het communautaire douanevervoer:

vakken 1 (derde deelvak), 2, 3, 4, 5, 6, 8, 15, 17, 18, 19, 21, 25, 27, 31, 32, 33 (eerste deelvak), 35, 38, 40, 44, 50, 51, 52, 53, 55 en 56; (Vakken met een groene ondergrond)

- formaliteiten bij invoer:

vakken 1 (eerste en tweede deelvak), 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 15a, 16, 17, 17a, 17b, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34a, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49 en 54;

- bewijs van het communautaire karakter van goederen (T2L):

vakken 1 (derde deelvak), 2, 3, 4, 5, 14, 31, 32, 33, 35, 38, 40, 44 en 54.

C. Aanwijzingen bij het gebruik van het formulier

Wanneer de gebruikte set ten minste één exemplaar bevat dat in een andere Lid-Staat wordt gebruikt, dienen de formulieren met de schrijfmachine of door middel van een mechanografisch of soortgelijk procédé te worden ingevuld. Ter vergemakkelijking van het invullen met de schrijfmachine, moet het formulier zo worden ingevoerd dat de eerste letter van het gegeven dat in vak 2 wordt ingevuld, in het daarvoor bedoelde positievakje in de linkerbovenhoek komt te staan.

Wanneer alle exemplaren van de gebruikte set zijn bestemd om in dezelfde Lid-Staat te worden gebruikt, mogen zij, voor zover deze Lid-Staat zulks toestaat, eveneens op duidelijk leesbare wijze met de hand, met inkt en in blokletters, worden ingevuld. Dit geldt eveneens voor gegevens op de exemplaren die bij de toepassing van de regeling communautair douanevervoer worden gebruikt.

In de formulieren mogen geen raderingen of overschrijvingen voorkomen. Wijzigingen worden aangebracht door de onjuiste gegevens door te halen en, in voorkomend geval, de gewenste gegevens toe te voegen. Elke aldus aangebrachte wijziging dient te worden goedgekeurd door degene die deze heeft aangebracht en moet uitdrukkelijk door de bevoegde autoriteiten worden geviseerd. Deze mogen eisen dat een nieuwe aangifte wordt ingediend.

Voorts is het toegestaan dat de formulieren met behulp van een reproduktietechniek worden ingevuld. Zij mogen eveneens met behulp van een reproduktietechniek worden vervaardigd en ingevuld, mits aan de vereisten inzake het model en de afmetingen, de te gebruiken taal, de leesbaarheid en het aanbrengen van wijzigingen wordt voldaan en het verbod inzake raderingen en overschrijvingen in acht wordt genomen.

Slechts de genummerde vakken worden, indien van toepassing, door de belanghebbenden ingevuld. De vakken die met een hoofdletter zijn aangeduid, zijn uitsluitend voor het interne gebruik van de administraties bestemd.

Op de exemplaren die in het kantoor van uitvoer (of eventueel van verzending) of van vertrek blijven, moet de originele handtekening van de belanghebbende voorkomen, onverminderd het bepaalde in artikel 18 van deze verordening.

De aangever of, in voorkomend geval, zijn gemachtigde vertegenwoordiger geeft door de indiening van een door hem ondertekende aangifte de wens te kennen de goederen voor de gevraagde regeling aan te geven en, onverminderd de eventuele toepassing van strafbepalingen, verbindt hij zich hierdoor, overeenkomstig de bepalingen ter zake van de Lid-Staten, ten aanzien van:

- de juistheid van de in de aangifte voorkomende gegevens;

- de echtheid van de bijgevoegde documenten;

- de naleving van alle verplichtingen in verband met de plaatsing van de betrokken goederen onder de gevraagde regeling.

Bij het communautaire douanevervoer bindt de handtekening van de aangever of, in voorkomend geval, zijn gemachtigde vertegenwoordiger, hem ter zake van alle elementen in verband met het communautaire douanevervoer zoals bepaald in Verordening (EEG) nr. 2726/90 en hiervoor in punt B.

Bij het vervullen van de formaliteiten voor het communautaire douanevervoer en ter bestemming heeft de betrokkene er belang bij de inhoud van zijn aangifte te controleren alvorens deze te ondertekenen en bij het douanekantoor in te dienen. Met name moet hij, wanneer de reeds op het formulier voorkomende gegevens niet met de aan te geven goederen overeenstemmen, dit onmiddellijk aan de douane mededelen. In dit geval wordt de aangifte op nieuwe formulieren opgesteld.

Behoudens het bepaalde in titel III van deze bijlage mag in een vak dat niet behoeft te worden ingevuld, geen enkele vermelding of afkorting voorkomen.

TITEL II Aanwijzingen bij het invullen van de verschillende vakken A. Formaliteiten bij de uitvoer (of eventueel bij verzending) en/of communautair douanevervoer

1. Aangifte

In het eerste deelvak wordt "EX" of "EU" (of eventueel "COM") vermeld, behalve indien het formulier uitsluitend voor het communautaire douanevervoer wordt gebruikt of wanneer het formulier gebruikt wordt om het communautaire karakter van de goederen aan te tonen die niet met de toepassing van de regeling communautair douanevervoer worden vervoerd.

In het tweede deelvak wordt de soort aangifte vermeld in de daartoe vastgestelde communautaire code. (De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit deelvak niet behoeft te worden ingevuld.)

In het derde deelvak wordt "T1", "T2", "T2ES" of "T2PT" vermeld bij toepassing van de regeling communautair douanevervoer of "T2L", "T2L ES" of "T2L PT" wanneer deze regeling niet wordt toegepast en het communautaire karakter van de goederen moet worden aangetoond.

2. Afzender/exporteur

Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de betrokkene.

De toelichting kan door de Lid-Staten worden aangevuld met de eis dat het identificatienummer wordt vermeld dat de betrokkene om redenen van fiscale, statistische of andere aard is toegekend. Bij groepagezendingen kunnen de Lid-Staten bepalen dat in dit vak "diverse" wordt vermeld en dat de lijst van exporteurs bij de aangifte wordt gevoegd.

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak bij communautair douanevervoer niet behoeft te worden ingevuld.

3. Formulieren

Vermelding van het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets (formulieren en aanvullende formulieren samen). Bij voorbeeld: wanneer één EX-formulier en twee EX/c-formulieren worden ingediend, wordt op het EX-formulier 1/3, op het eerste EX/c-formulier 2/3 en op het tweede EX/c-formulier 3/3 vermeld.

Wanneer de aangifte slechts op één artikel betrekking heeft, dat wil zeggen wanneer één enkel vak "omschrijving van de goederen . . ." moet worden ingevuld, wordt in dit vak 3 niets vermeld. In vak 5 wordt dan slechts het cijfer 1 vermeld.

Wanneer voor de aangifte twee sets van vier exemplaren in plaats van één set van acht exemplaren worden gebruikt, worden deze geacht slechts één set te vormen wat het aantal formulieren betreft.

4. Ladingslijsten

Vermelding in cijfers van het aantal eventueel bijgevoegde ladingslijsten of van het aantal door de bevoegde autoriteiten toegelaten lijsten van commerciële aard waarin de goederen worden omschreven.

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak voor zover het de formaliteiten bij uitvoer betreft, niet behoeft te worden ingevuld.

5. Artikelen

Vermelding van het totale aantal artikelen dat door de belanghebbende met alle gebruikte formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of lijsten van commerciële aard) wordt aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken "omschrijving van de goederen . . ." dat moet worden ingevuld.

6. Totaal colli

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van het totale aantal colli waaruit de zending bestaat.

7. Referentienummer

Nummer dat de belanghebbende voor handelsdoeleinden aan de betrokken zending heeft gegeven. Naar keuze in te vullen door de gebruiker.

8. Geadresseerde

Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de persoon of personen bij wie de goederen worden afgeleverd. In geval van groepagevervoer kunnen de Lid-Staten bepalen dat in dit vak "diverse" wordt vermeld en de lijst van geadresseerden bij de aangifte wordt gevoegd.

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak bij uitvoer niet behoeft te worden ingevuld. Bij communautair douanevervoer moet dit vak echter wel worden ingevuld. De Lid-Staten mogen echter toestaan dat dit vak niet wordt ingevuld indien de geadresseerde buiten de Gemeenschap of buiten een land van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) is gevestigd.

Het is in dit stadium niet verplicht het identificatienummer te vermelden.

9. Financieel verantwoordelijke

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld (persoon die verantwoordelijk is voor het binnenbrengen van de deviezen in verband met de betrokken transactie).

10. Land van de eerste bestemming

Naar gelang van hun behoeften kunnen de Lid-Staten bepalen of dit vak moet worden ingevuld.

11. Handels/produktieland

Naar gelang van hun behoeften kunnen de Lid-Staten bepalen of dit vak moet worden ingevuld.

13. Gemeenschappelijke landbouwpolitiek

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld (gegevens betreffende de toepassing van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek).

14. Aangever of vertegenwoordiger van de exporteur (of eventueel van de afzender)

Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de betrokkene. Indien de aangever tevens de exporteur (eventueel de afzender) is, wordt "exporteur" (of eventueel "afzender") vermeld.

De toelichting kan door de Lid-Staten worden aangevuld met de eis dat het identificatienummer wordt vermeld dat door de bevoegde autoriteiten om redenen van fiscale, statistische of andere aard aan de betrokkene is toegekend.

15. Land van verzending/uitvoer

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak bij uitvoer niet behoeft te worden ingevuld. Bij de toepassing van de regeling communautair douanevervoer moet dit vak echter wel worden ingevuld. Vermelding van de Lid-Staat vanwaar de goederen worden uitgevoerd (of eventueel verzonden).

In vak 15a (de Lid-Staten kunnen evenwel bepalen dat dit niet behoeft te worden ingevuld) wordt de code van de Lid-Staat vermeld waar de exporteur is gevestigd overeenkomstig de daartoe vastgestelde communautaire code.

In vak 15b (ten aanzien waarvan de Lid-Staten ook kunnen bepalen dat dit niet behoeft te worden ingevuld) wordt de regio vermeld waaruit de goederen worden uitgevoerd.

16. Land van oorsprong.

De Lid-Staten kunnen voorzien dat dit gegeven wordt vermeld, zonder dat dit echter verplicht kan worden gesteld. Indien de aangifte betrekking heeft op artikelen van verschillende oorsprong, wordt "diverse" ingevuld.

17. Land van bestemming

Vermelding van het betrokken land.

In vak 17a wordt de code van het betrokken land vermeld overeenkomstig de daartoe vastgestelde communautaire code.

Vak 17b behoeft in dit stadium niet te worden ingevuld.

18. Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij vertrek

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak bij uitvoer niet behoeft te worden ingevuld. Het moet echter wel worden ingevuld bij toepassing van de regeling communautair douanevervoer.

Bij uitvoer en communautair douanevervoer worden de identiteit, bij voorbeeld het (de) registratienummer(s) of de naam van het (de) vervoermiddel(en) (vrachtwagen, vaartuig, wagon, vliegtuig) waarop of waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen, alsmede de nationaliteit van dit vervoermiddel (of van het vervoermiddel waarmee het geheel wordt voortbewogen indien er meerdere vervoermiddelen zijn) vermeld overeenkomstig de daartoe vastgestelde communautaire code. Bij voorbeeld, wanneer een trekker en een aanhangwagen verschillende registratienummers hebben, worden zowel het registratienummer van de trekker als van de aanhangwagen vermeld, alsmede de nationaliteit van de trekker.

Bij postzendingen of bij vervoer door middel van vaste transportinrichtingen wordt geen registratienummer of nationaliteit vermeld.

Bij vervoer per spoor wordt geen nationaliteit vermeld.

In andere gevallen kunnen de Lid-Staten bepalen of de nationaliteit moet worden ingevuld.

19. Containers (Ctr)

Vermelding, overeenkomstig de daartoe vastgestelde communautaire code, van de vermoedelijke situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Gemeenschap, zoals bekend op het moment dat de formaliteiten inzake uitvoer of communautair douanevervoer worden vervuld.

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak bij toepassing van de regeling communautair douanevervoer niet behoeft te worden ingevuld.

20. Leveringsvoorwaarden

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van bepaalde clausules van het handelscontract overeenkomstig de daartoe vastgestelde communautaire code en indeling.

21. Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel

De Lid-Staten kunnen bepalen dat de identiteit niet behoeft te worden aangegeven, maar de nationaliteit van het vervoermiddel moet wel worden vermeld. Bij postzending of bij vervoer per spoor of door middel van vaste transportinrichtingen wordt geen registratienummer of nationaliteit vermeld.

Vermelding van de aard (vrachtwagen, vaartuig, wagon, vliegtuig), gevolgd door de identiteit (bij voorbeeld door middel van het registratienummer) en de nationaliteit van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Gemeenschap wordt overschreden, zoals bekend bij het vervullen van de uitvoer- of douanevervoerformaliteiten, overeenkomstig de daartoe vastgestelde communautaire code.

Bij gecombineerd vervoer of wanneer het vervoer met meer dan één vervoermiddel geschiedt, is het voertuig dat het geheel voortbeweegt het actieve vervoermiddel; bij trekker en aanhangwagen is het de trekker.

22. Valuta en totaal gefactureerd bedrag

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Achtereenvolgens vermelding van de muntsoort waarin het handelscontract luidt overeenkomstig de daartoe vastgestelde communautaire code, en van het gefactureerde bedrag alle aangegeven goederen.)

23. Wisselkoers

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Koers waartegen de muntsoort van de factuur in de muntsoort van de betrokken Lid-Staat wordt omgezet.)

24. Aard van de transactie

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van bepaalde clausules van het handelscontract volgens de daartoe vastgestelde communautaire code en indeling.

25. Vervoerwijze aan de grens

Vermelding in de daartoe vastgestelde communautaire code van de vervoerwijze die overeenstemt met het actieve vervoermiddel waarop of waarin de goederen het douanegebied van de Gemeenschap vermoedelijk zullen verlaten.

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

26. Binnenlandse vervoerwijze

Tot en met 31 december 1994 kunnen de Lid-Staten bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding, in de daartoe vastgestelde communautaire code, van de vervoerwijze.

27. Plaats van lading

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding, eventueel in de vorm van codes wanneer in deze mogelijkheid is voorzien, van de plaats, zoals bekend bij het vervullen van de formaliteiten inzake uitvoer of communautair douanevervoer, waar de goederen op of in het actieve vervoermiddel worden geladen waarmee zij de grens van de Gemeenschap zullen overschrijden.

28. Financiële en bankgegevens

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Overdracht van deviezen in verband met de betrokken transactie. Gegevens inzake de financiële afwikkeling en bankreferenties.)

29. Kantoor van uitgang

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van het douanekantoor via hetwelk de goederen het grondgebied van de Gemeenschap vermoedelijk zullen verlaten.

30. Plaats van de goederen

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

De juiste plaats vermelden waar de goederen kunnen worden onderzocht.

31. Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers - container(s) nr.(s) - aantal en soort

Vermelding van merken, nummers, aantal en soort van de colli; bij onverpakte goederen, het aantal voorwerpen of "los gestort" vermelden, al naar gelang van het geval; de gebruikelijke handelsbenaming van de goederen moet steeds worden vermeld; bij uitvoer (eventueel verzending) moet deze beschrijving voldoende gedetailleerd zijn om de goederen te kunnen identificeren en, met het oog op het invullen van vak 33 "goederencode", voldoende nauwkeurig om de goederen te kunnen indelen. In dit vak worden eveneens de gegevens vermeld die eventueel op grond van specifieke voorschriften zijn vereist (accijns, enz.).

Indien containers worden gebruikt, worden in dit vak tevens de merktekens daarvan vermeld.

Wanneer in vak 16 (land van oorsprong) "diverse" is vermeld, kunnen de Lid-Staten voorzien dat hier de naam van het land van oorsprong van de betrokken goederen wordt vermeld, zonder dat dit echter verplicht kan worden gesteld.

32. Artikelnummer

Vermelding van het volgnummer van het betrokken artikel ten opzichte van het totale aantal artikelen, dat is aangegeven in de formulieren en aanvullende formulieren die als omschreven in vak 5 worden gebruikt.

Wanneer de aangifte slechts op één enkel artikel betrekking heeft, kunnen de Lid-Staten bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld, aangezien het cijfer 1 reeds in vak 5 is vermeld.

33. Goederencode

Vermelding van het codenummer van het betrokken artikel.

Bij toepassing van de regeling communautair douanevervoer wordt het eerste deelvak slechts ingevuld wanneer dit volgens de communautaire wetgeving verplicht is, terwijl de andere deelvakken niet behoeven te worden ingevuld.

34. Code land van oorsprong

De Lid-Staten kunnen bepalen dat vak 34a wordt ingevuld zonder de belanghebbende daartoe evenwel te kunnen verplichten (vermelding van het in vak 16 genoemde land in de daartoe vastgestelde communautaire code. Wanneer in vak 16 "diverse" is ingevuld, vermelding van het land van oorsprong van het betrokken artikel in code); de Lid-Staten kunnen bepalen dat vak 34b niet behoeft te worden ingevuld (vermelding van de regio waar de goederen zijn geproduceerd).

35. Brutomassa

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak bij uitvoer niet wordt ingvuld. Het moet echter wel worden ingevuld bij toepassing van de regeling communautair douanevervoer.

Vermelding in kilogram van de brutomassa van de goederen die in het overeenkomstige vak 31 zijn omschreven. De brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met name van de containers.

In het geval van communautair douanevervoer, wanneer een aangifte betrekking heeft op verschillende soorten goederen, is het voldoende dat de totale brutomassa in het eerste vak 35 wordt vermeld; de overige vakken 35 worden niet ingevuld.

37. Regeling

Vermelding van de regeling waarvoor de goederen bij uitvoer worden aangegeven in de daartoe vastgestelde communautaire code.

38. Nettomassa

Vermelding in kilogram van de nettomassa van de goederen die in het overeenkomstige vak 31 zijn omschreven. De nettomassa is de eigen massa van de van al hun verpakkingen ontdane goederen.

Bij communautair douanevervoer dient de nettomassa slechts te worden vermeld wanneer dit volgens de communautaire bepalingen verplicht is.

39. Contingent

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld (toepassing van voorschriften inzake contingenten).

40. Summiere aangifte/voorafgaand document

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld (verwijzing naar de documenten die betrekking hebben op de administratieve regeling die aan de uitvoer naar een derde land of eventueel aan de verzending naar een Lid-Staat voorafgaat).

41. Aanvullende eenheden

Voor zover nodig in te vullen volgens de aanwijzingen van de goederennomenclatuur.

Voor elk artikel vermelding van de hoeveelheid in de eenheid die in de goederennomenclatuur is aangegeven.

44. Bijzondere vermeldingen; voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen

Vermelding van enerzijds de gegevens die eventueel op grond van specifieke regelingen zijn vereist en anderzijds van de referentienummers van de bij de aangifte gevoegde documenten, in voorkomend geval met inbegrip van de controle-exemplaren T5.

Het deelvak "code bijzondere vermeldingen (BV)" behoeft niet te worden ingevuld.

46. Statistische waarde

Vermelding, overeenkomstig de communautaire voorschriften ter zake, van de statistische waarde in de muntsoort van de Lid-Staat waar de formaliteiten bij uitvoer worden vervuld.

47. Berekening van de belastingen

De Lid-Staten kunnen eisen dat het type belasting en de maatstaf van de heffing, de heffingsvoet en de gekozen wijze van betaling worden vermeld, alsmede, bij wijze van indicatie, het verschuldigde bedrag van de betrokken belasting en het totaal van de belastingen van het betrokken artikel zoals door de betrokkene berekend.

In voorkomend geval wordt op elke regel het volgende vermeld, zo nodig in de daartoe vastgestelde communautaire code:

- het type belasting (accijns enz.),

- de maatstaf van de heffing,

- de heffingsvoet,

- het verschuldigde bedrag,

- de gekozen wijze van betaling (WB).

48. Uitstel van betaling

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Verwijzing naar de betrokken vergunning, waarbij onder uitstel van betaling zowel uitstel van betaling van belastingen als belastingkrediet wordt verstaan.)

49. Identificatie van het entrepot

Indien van toepassing, vermelding van het identificatienummer van het entrepot, gevolgd door de letters waarmee de Lid-Staat van afgifte wordt aangeduid en die aan het nummer van de vergunning voorafgaan.

50. Aangever communautair douanevervoer en gemachtigd vertegenwoordiger; plaats, datum en handtekening

Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de aangever, alsmede, in voorkomend geval, van het identificatienummer dat hem door de bevoegde instanties is toegekend. In voorkomend geval vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam van de gemachtigde vertegenwoordiger die voor de aangever ondertekent.

Onder voorbehoud van nog vast te stellen bijzondere bepalingen met betrekking tot het gebruik van informatica, moet op het door het kantoor van vertrek te bewaren exemplaar de originele handtekening van de betrokkene voorkomen. Wanneer deze een rechtspersoon is, dient de handtekening gevolgd te worden door de naam, voornaam en functie van degene die heeft ondertekend.

51. Voorziene kantoren (en landen) van doorgang

Vermelding van het voorziene kantoor van binnenkomst in elk EVA-land over het grondgebied waarvan de goederen zullen worden vervoerd evenals het kantoor van binnenkomst waar de goederen het douanegebied van de Gemeenschap opnieuw binnenkomen na over het grondgebied van een EVA-land te zijn vervoerd of, indien het vervoer over een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap en van een EVA-land zal plaatsvinden, het kantoor van uitgang waar de zending de Gemeenschap verlaat en het kantoor van binnenkomst waar deze de Gemeenschap weer binnenkomt. De kantoren van doorgang zijn vermeld in de "lijst van douanekantoren die bevoegd zijn voor communautair/gemeenschappelijk douanevervoer".

Vervolgens vermelding van het betrokken land in de daartoe vastgestelde communautaire code.

52. Zekerheid

Vermelding in de daartoe vastgestelde communautaire code van de soort zekerheid die voor het betrokken douanevervoer wordt gesteld en vervolgens, voor zover nodig, van het nummer van het certificaat van borgtocht of van de overeenkomstige zekerheid en van het kantoor van zekerheidstelling.

Indien de doorlopende zekerheid of de zekerheid per aangifte niet voor alle EVA-landen geldig is of indien de aangever inzake communautair douanevervoer bepaalde EVA-landen van de doorlopende zekerheid wenst uit te sluiten, wordt in het gedeelte "niet geldig voor . . ." het betrokken land of de betrokken landen vermeld in de daartoe vastgestelde communautaire code.

53. Kantoor (en land) van bestemming

Vermelding van het kantoor waar de goederen moeten worden aangebracht om het communautaire douanevervoer te beëindigen. De kantoren van bestemming zijn vermeld in de "lijst van douanekantoren die bevoegd zijn voor communautair/gemeenschappelijk douanevervoer."

Vervolgens vermelding van de betrokken Lid-Staat of het betrokken land in de daartoe vastgestelde communautaire code.

54. Plaats en datum, handtekening en naam van de aangever of zijn vertegenwoordiger

Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen met betrekking tot het gebruik van informatica, bevat het exemplaar dat voor het kantoor van uitvoer (eventueel van verzending) is bestemd de originele handtekening van de betrokkene, gevolgd door zijn naam en voornaam. Wanneer het een rechtspersoon betreft, dient de handtekening te worden gevolgd door de naam, voornaam en functie van degene die heeft ondertekend.

B. Formaliteiten tijdens het vervoer

Het is mogelijk dat tussen het tijdstip waarop de goederen het kantoor van uitvoer en/of vertrek verlaten en dat waarop zij bij het kantoor van bestemming aankomen bepaalde gegevens dienen te worden vermeld op de exemplaren die de goederen vergezellen. Deze gegevens betreffende het vervoer dienen op het document, bij bepaalde gebeurtenissen tijdens het vervoer, te worden ingevuld door de vervoerder die verantwoordelijk is voor het vervoermiddel waarop of waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen. Wanneer deze gegevens met de hand worden aangebracht, moet dit op duidelijk leesbare wijze, met inkt en in blokletters gebeuren.

Deze gegevens worden slechts op de exemplaren 4 en 5 vermeld en hebben betrekking op de hierna volgende gevallen:

1. Overladingen: vak 55 invullen

Vak 55 - Overladingen

De eerste drie regels van dit vak worden door de vervoerder ingevuld wanneer de betrokken goederen tijdens het vervoer op of in een ander vervoermiddel of in een andere container worden overgeladen.

Er wordt aan herinnerd dat de vervoerder de bevoegde autoriteiten ervan in kennis moet stellen wanneer de goederen worden overgeladen, met name wanneer een nieuwe verzegeling moet worden aangebracht, en dat hij dit op het document voor communautair douanevervoer moet laten aantekenen.

Wanneer de douane overlading zonder douanetoezicht heeft toegestaan, brengt de vervoerder de desbetreffende aantekening zelf op het document voor communautair douanevervoer aan en stelt de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waar de goederen zijn overgeladen hiervan op de hoogte met het oog op de visering van het document.

2. Andere gebeurtenissen: vak 56 invullen

Vak 56 - Andere gebeurtenissen tijdens het vervoer

In te vullen overeenkomstig de voorschriften inzake communautair douanevervoer.

Wanneer daarenboven tijdens het vervoer van goederen die in of op een oplegger zijn geladen een verandering van trekkend voertuig plaatsvindt (en de goederen daarbij niet worden behandeld of overgeladen), wordt in dit vak het registratienummer van de nieuwe trekker vermeld. In dit geval is visering door de bevoegde autoriteiten niet vereist.

C. Formaliteiten bij de invoer

1. Aangifte

In het eerste deelvak wordt "IM" of "EU" (of eventueel "COM") vermeld.

In het tweede deelvak wordt de soort aangifte vermeld in de daartoe vastgestelde communautaire code. (De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit deelvak niet behoeft te worden ingevuld.)

Het derde deelvak behoeft niet te worden ingevuld.

2. Afzender/Exporteur

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de afzender of van de verkoper van de goederen).

3. Formulieren

Vermelding van het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets (formulieren en aanvullende formulieren samen). Bij voorbeeld wanneer één IM-formulier en twee IM/c-formulieren worden ingediend, wordt op het IM-formulier 1/3, op het eerste IM/c-formulier 2/3 en op het tweede IM/c-formulier 3/3 vermeld.

Wanneer de aangifte slechts op één artikel betrekking heeft (dat wil zeggen wanneer één enkel vak "omschrijving van de goederen . . ." moet worden ingevuld, wordt in dit vak 3 niets vermeld. In vak 5 wordt dan slechts het cijfer 1 vermeld.

4. Ladingslijsten

Vermelding in cijfers van het aantal eventueel bijgevoegde ladingslijsten of van het aantal door de bevoegde autoriteiten toegelaten lijsten van commerciële aard waarin de goederen worden omschreven.

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

5. Artikelen

Vermelding van het totale aantal artikelen dat door de belanghebbende met alle gebruikte formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of lijsten waarin de goederen worden omschreven) wordt aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken "omschrijving van de goederen . . ." dat moet worden ingevuld.

6. Totaal colli

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van het totale aantal colli waaruit de zending bestaat.

7. Referentienummer

Nummer dat de belanghebbende om commerciële redenen aan de betrokken zending heeft gegeven. Naar keuze in te vullen door de gebruikers.

8. Geadresseerde

Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de persoon of personen bij wie de goederen worden afgeleverd. In geval van groepagevervoer kunnen de Lid-Staten bepalen dat in dit vak "diverse" wordt vermeld en dat de lijst van geadresseerden bij de aangifte wordt gevoegd.

De toelichting kan door de Lid-Staten worden aangevuld met de eis dat het identificatienummer wordt vermeld dat door de bevoegde autoriteiten om redenen van fiscale, statistische of andere aard aan de betrokkene is toegekend.

9. Financieel verantwoordelijke

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Persoon die verantwoordelijk is voor het overmaken van de deviezen in verband met de betrokken transactie.)

10. Land van laatste herkomst

Naar gelang van hun behoeften kunnen de Lid-Staten bepalen of dit vak moet worden ingevuld.

11. Handels/produktieland

Naar gelang van hun behoeften kunnen de Lid-Staten bepalen of dit vak moet worden ingevuld.

12. Gegevens inzake waarde

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Gegevens die nodig zijn voor de berekening van de douanewaarde, de fiscale of de statistische waarde.)

13. Gemeenschappelijke landbouwpolitiek

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Gegevens betreffende de toepassing van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek.)

14. Aangever of vertegenwoordiger van de geadresseerde

Voor zover nodig vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de betrokkene overeenkomstig de bepalingen ter zake. Indien de aangever tevens de geadresseerde is, wordt "geadresseerde" vermeld.

De toelichting kan door de Lid-Staten worden aangevuld met de eis dat het identificatienummer wordt vermeld dat door de bevoegde autoriteiten om redenen van fiscale, statistische of andere aard aan de betrokkene is toegekend.

15. Land van verzending/uitvoer

Vermelding van het land van waaruit de goederen zijn uitgevoerd.

In vak 15a vermelding van de code van het betrokken land in de daartoe vastgestelde communautaire code.

Vak 15b behoeft niet te worden ingevuld.

16. Land van oorsprong

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld (Dit gegeven kan slechts verplicht worden gesteld indien het communautaire recht dit toelaat).

Indien de aangifte betrekking heeft op artikelen van verschillende oorsprong, wordt "diverse" ingevuld.

17. Land van bestemming

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van de betrokken Lid-Staat.

In vak 17a wordt de code van de betrokken Lid-Staat vermeld in de daartoe vastgestelde communautaire code.

In vak 17b wordt de regio van bestemming van de goederen vermeld.

18. Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij aankomst

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van de identiteit, bij voorbeeld het (de) registratienummer(s) of de naam van het (de) vervoermiddel(en) (vrachtwagen, vaartuig, wagon, vliegtuig), waarop of waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen wanneer zij bij het douanekantoor worden aangebracht waar de formaliteiten ter bestemming worden vervuld, alsmede de nationaliteit van dit vervoermiddel (of van het vervoermiddel waarmee het geheel wordt voortbewogen indien er meerdere vervoermiddelen zijn) in de daartoe vastgestelde communautaire code. Bij voorbeeld, wanneer een trekker en een aanhangwagen verschillende registratienummers hebben, worden zowel het registratienummer van de trekker als van de aanhangwagen vermeld, alsmede de nationaliteit van de trekker.

Bij postzendingen of bij vervoer door middel van vaste transportinrichtingen wordt geen registratienummer of nationaliteit vermeld.

Bij vervoer per spoor wordt geen nationaliteit vermeld.

19. Container(s) (Ctr)

Vermelding van de situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Gemeenschap in de daartoe vastgestelde communautaire code.

20. Leveringsvoorwaarden

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van bepaalde clausules van het handelscontract overeenkomstig de daartoe vastgestelde communautaire code en indeling.

21. Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel

De Lid-Staten kunnen bepalen dat de identiteit niet behoeft te worden aangegeven, maar de nationaliteit van het vervoermiddel moet wel worden vermeld. Bij postzendingen per spoor of door middel van vaste transportinrichtingen wordt geen registratienummer of nationaliteit vermeld.

Vermelding van de aard (vrachtwagen, vaartuig, wagon, vliegtuig), gevolgd door de identiteit (bij voorbeeld door middel van het registratienummer) en de nationaliteit van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Gemeenschap wordt overschreden in de daartoe vastgestelde communautaire code.

Bij gecombineerd vervoer of wanneer het vervoer met meer dan één vervoermiddel geschiedt, is het voertuig dat het geheel voortbeweegt het actieve vervoermiddel. Bij voorbeeld, ingeval van een vrachtwagen op een schip is het schip het actieve vervoermiddel; bij trekker en aanhangwagen is het de trekker.

22. Valuta en totaal gefactureerd bedrag

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Achtereenvolgens vermelding van de muntsoort waarin het handelscontract luidt overeenkomstig daartoe vastgestelde communautaire code, en van het gefactureerde bedrag voor alle aangegeven goederen.)

23. Wisselkoers

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Koers waartegen de muntsoort van de factuur in de muntsoort van de betrokken Lid-Staat wordt omgezet.)

24. Aard van de transactie

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van bepaalde clausules van het handelscontract volgens de daartoe vastgestelde communautaire code en indeling.

25. Vervoerwijze aan de grens

Vermelding in de daartoe vastgestelde communautaire code van de vervoerwijze die overeenstemt met het actieve vervoermiddel waarop of waarin de goederen het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengekomen.

26. Binnenlandse vervoerwijze

Tot 31 december 1994 kunnen de Lid-Staten bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van de vervoerwijze in de daartoe vastgestelde communautaire code.

27. Plaats van lossing

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding, eventueel in de vorm van codes wanneer in deze mogelijkheid is voorzien, van de plaats waar de goederen uit het actieve vervoermiddel worden gelost waarmee zij de grens van de Gemeenschap hebben overschreden.

28. Financiële en bankgegevens

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Overmaking van deviezen in verband met de betrokken transactie. Gegevens inzake de financiële afwikkeling en bankreferenties.)

29. Kantoor van binnenkomst

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

Vermelding van het douanekantoor via hetwelk de goederen het grondgebied van de Gemeenschap zijn binnengekomen.

30. Plaats van de goederen

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld.

De juiste plaats vermelden waar de goederen kunnen worden onderzocht.

31. Colli en omschrijving van de goederen; merken en nummers - container(s) nr.(s) - aantal en soort

Vermelding van merken, nummers, aantal en soort van de colli; bij onverpakte goederen, het aantal voorwerpen of "los gestort" vermelden, al naar gelang van het geval, alsmede de gegevens die nodig zijn om de goederen te kunnen identificeren. Onder de omschrijving van de goederen wordt de gebruikelijke handelsbenaming verstaan in bewoordingen die nauwkeurig genoeg zijn om de goederen onmiddellijk en met zekerheid te kunnen identificeren en indelen. In dit vak worden eveneens de gegevens vermeld die eventueel op grond van specifieke voorschriften zijn vereist (belasting op de toegevoegde waarde, accijns, enz.). Indien containers worden gebruikt, worden in dit vak tevens de merktekens daarvan vermeld.

Wanneer in vak 16 (land van oorsprong) "diverse" is vermeld, kunnen de Lid-Staten voorzien binnen de grenzen van het communautaire recht, dat hier het land van oorsprong van de goederen wordt vermeld.

32. Artikelnummer

Vermelding van het volgnummer van het betrokken artikel in het totale aantal artikelen dat is aangegeven in de formulieren en aanvullende formulieren die als omschreven in vak 5 worden gebruikt.

Wanneer de aangifte slechts op één enkel artikel betrekking heeft, kunnen de Lid-Staten bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld, aangezien het cijfer 1 reeds in vak 5 is vermeld.

33. Goederencode

Vermelding van het codenumer van het betrokken artikel.

De Lid-Staten kunnen bepalen dat in het rechter deelvak een specifieke accijnscode wordt vermeld.

34. Code land van oorsprong

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Vermelding in vak 34a van de code van het land van oorsprong in de daartoe vastgestelde communautaire code. Wanneer in vak 16 "diverse" is ingevuld, vermelding in code van het land van oorsprong van het betrokken artikel. Vak 34b behoeft niet te worden ingevuld.)

35. Brutomassa

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Vermelding in kilogram van de brutomassa van de goederen die in het overeenkomstige vak 31 zijn omschreven. De brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met name van de containers.)

36. Preferentie

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Vermelding van een eventueel toe te passen preferentieel recht.)

37. Regeling

Vermelding van de regeling waarvoor de goederen ter bestemming worden aangegeven in de daartoe vastgestelde communautaire code.

38. Nettomassa

Vermelding in kilogram van de nettomassa van de goederen die in het overeenkomstige vak 31 zijn omschreven. De nettomassa is de eigen massa van de van al hun verpakkingen ontdane goederen.

39. Contingent

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld (zo nodig in te vullen ten behoeve van de toepassing van voorschriften inzake contingenten).

40. Summiere aangifte/voorafgaand document

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Referentienummers van de eventueel in het land van invoer gebruikte summiere aangifte of van de documenten die op een eventuele voorafgaande administratieve regeling betrekking hebben.)

41. Aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf)

Voor zover nodig in te vullen volgens de aanwijzingen van de goederennomenclatuur. Voor elk artikel vermelding van de hoeveelheid in de eenheid die in de goederennomenclatuur is aangegeven.

42. Prijs van de goederen

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Vermelding van het deel van de in vak 22 genoemde prijs dat op dit goed betrekking heeft.)

43. Code M.W. (Methode waardevaststelling)

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Gegevens noodzakelijk voor het vaststellen van de douanewaarde, de fiscale of de statistische waarde.)

44. Bijzondere vermeldingen; voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen

Vermelding van enerzijds de gegevens die eventueel op grond van specifieke regelingen zijn vereist en anderzijds van de referentienummers van de bij de aangifte gevoegde documenten, in voorkomend geval met inbegrip van de controle-exemplaren T5. Het deelvak "code bijzondere vermeldingen (BV)" behoeft niet te worden ingevuld.

45. Aanpassing

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Gegevens noodzakelijk voor het vaststellen van de douanewaarde, de fiscale of de statistische waarde.)

46. Statistische waarde

Vermelding, overeenkomstig de communautaire voorschriften ter zake, van de statistische waarde in de muntsoort van de Lid-Staat van bestemming.

47. Berekening van de belastingen

De Lid-Staten kunnen eisen dat het type belasting en de maatstaf van de heffing, de heffingsvoet en de gekozen wijze van betaling worden vermeld, alsmede, ter informatie, het verschuldigde bedrag van de betrokken belasting en het totaal van de belastingen op het betrokken artikel, zoals door de belanghebbende berekend. In voorkomend geval wordt op elke regel het volgende vermeld, zo nodig in de daartoe vastgestelde communautaire code:

- het type belasting (invoerrecht, BTW enz.),

- de maatstaf van de heffing,

- heffingsvoet,

- het verschuldigde bedrag van de betrokken belasting,

- de gekozen wijze van betaling (WB).

48. Uitstel van betaling

De Lid-Staten kunnen bepalen dat dit vak niet behoeft te worden ingevuld. (Verwijzing naar de betrokken vergunning, waarbij onder uitstel van betaling zowel uitstel van betaling van rechten als belastingkrediet wordt verstaan.)

49. Identificatie van het entrepot

Indien van toepassing, vermelding van het identificatienummer van het entrepot, gevolgd door de letters waarmee de Lid-Staat van afgifte wordt aangeduid en die aan het nummer van de vergunning voorafgaan.

54. Plaats, datum, handtekening en naam van de aangever of zijn vertegenwoordiger

Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen met betrekking tot het gebruik van informatica, bevat het exemplaar dat voor het kantoor van bestemming is bestemd de originele handtekening van de betrokkene, gevolgd door zijn naam en voornaam. Wanneer de betrokkene een rechtspersoon is, wordt de handtekening gevolgd door de naam, voornaam en functie van degene die heeft ondertekend.

TITEL III Aanwijzingen betreffende de aanvullende formulieren A. Aanvullende formulieren mogen slechts worden gebruikt wanneer de aangifte op verschillende artikelen betrekking heeft (zie vak 5). Zij moeten te zamen met een IM-, een EX- of een EU- (of eventueel een COM-)formulier worden overgelegd.

B. De aanwijzingen in de titels I en II zijn eveneens van toepassing op aanvullende formulieren.

Men lette er evenwel op dat

- in het linker deelvak van vak 1 de afkorting IM/c, EX/c of EU/c (of eventueel COM/c) wordt aangebracht, behalve wanneer het formulier uitsluitend voor het communautaire douanevervoer wordt gebruikt. In dit geval dient in het rechter deelvak de afkorting te worden ingevuld die de status van de goederen aangeeft voor de toepassing van de regeling communautair douanevervoer;

- vak 2/8 is voor de Lid-Staten facultatief en mag slechts de naam en het eventuele identificatienummer van de betrokken persoon bevatten;

- het gedeelte "samenvatting" van vak 47 is bestemd voor de definitieve samenvatting van alle artikelen waarop de gebruikte IM- en IM/c- of EX- en EX/c- of EU- en EU/c- (eventueel COM- en COM/c-)formulieren betrekking hebben. Dit vak wordt dus uitsluitend ingevuld op het laatste formulier van de bij een IM-, EX- of EU- (eventueel COM-)document gevoegde IM/c-, EX/c- of EU/c- (eventueel COM/c-)formulieren. Enerzijds wordt hier het totaal per type belasting en anderzijds het totaal-generaal (TG) van de verschuldigde belastingen vermeld.

C. Wanneer aanvullende formulieren worden gebruikt, moeten de niet-ingevulde vakken "omschrijving van de goederen" worden doorgehaald, zodat het niet mogelijk is daar later iets in te vullen.

BIJLAGE VIII

BIJ HET INVULLEN VAN DE FORMULIEREN TE GEBRUIKEN CODES (¹) Vak 1: Aangifte

Eerste deelvak

Hiervoor zijn de volgende afkortingen vastgesteld:

EX: - Aangifte ten uitvoer buiten het douanegebied van de Gemeenschap (behalve in het verkeer met de EVA-landen).

- Aangifte tot verzending van niet-communautaire goederen in het kader van een handelsverkeer tussen twee Lid-Staten.

IM: - Aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling van goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap worden ingevoerd (behalve in het verkeer met de EVA-landen).

- Aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling ter bestemming van niet-communautaire goederen, in het kader van het handelsverkeer tussen twee Lid-Staten (behalve in het verkeer met de EVA-landen).

EU: - Aangifte ten uitvoer naar een EVA-land.

- Aangifte ten invoer uit een EVA-land.

COM: - Aangifte van communautaire goederen waarvoor bijzondere bepalingen gelden tijdens de overgangsperiode na de toetreding van nieuwe Lid-Staten.

- Aangifte tot plaatsing van goederen met prefinanciering onder het stelsel van douane-entrepot of vrije zone.

Tweede deelvak

Hiervoor zijn de volgende codes vastgesteld:

0: In het vrije verkeer brengen.

Deze code wordt niet gebruikt bij wederinvoer na tijdelijke uitvoer (zie code 6).

1: Definitieve uitvoer.

Deze code wordt niet gebruikt bij wederuitvoer na tijdelijke invoer (zie code 3).

2: Tijdelijke uitvoer.

3: Wederuitvoer.

Deze code wordt niet gebruikt bij tijdelijke uitvoer (zie code 2); hij wordt slechts gebruikt bij wederuitvoer na tijdelijke invoer of na invoer om in entrepot te worden opgeslagen.

4: Aangifte tot verbruik.

Deze code wordt niet gebruikt bij wederinvoer (zie code 6).

5: Tijdelijke invoer.

(¹) Het gebruik in deze bijlage van de termen uitvoer, wederuitvoer, invoer en wederinvoer geldt eveneens voor verzending, herverzending, binnenkomst en wederbinnenkomst.

6: Wederinvoer.

Deze code wordt slechts gebruikt bij wederinvoer na tijdelijke uitvoer.

7: Inslag in entrepot, met inbegrip van het plaatsen van goederen in andere inrichtingen onder douanetoezicht.

9: Behandeling onder douanetoezicht en andere regelingen.

Derde deelvak

Dit deelvak wordt slechts ingevuld bij toepassing van de regeling communautair douanevervoer of bij gebruik als document om het communautaire karakter van de goederen aan te tonen.

Hiervoor zijn de volgende tekens vastgesteld:

T1: Goederen die met toepassing van de regeling extern communautair douanevervoer worden vervoerd.

T2: Goederen die met toepassing van de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd.

T: Gemengde zending van T1- of T2-goederen die op aanvullende formulieren of ladingslijsten, per goederensoort, zijn vermeld (de ruimte na de letter T moet worden doorgestreept).

T2L: Document waarmee het communautaire karakter van de goederen wordt aangetoond.

Gedurende de overgangsperiode na de toetreding van nieuwe Lid-Staten dient zo nodig, volgens de bepalingen van artikel 1, lid 2, van de basisverordening, het teken T2 of T2L door een passende aanduiding te worden gevolgd, namelijk:

ES: voor goederen die de status van "Spaanse" goederen hebben;

PT: voor goederen die de status van "Portugese" goederen hebben.

Vak 10: Code land van eerste bestemming

De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1736/75 van de Raad (²), en met name die van bijlage C die jaarlijks door de Commissie worden bijgewerkt, zijn van toepassing.

Vak 11: Code handels-/produktieland

De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1736/75, en met name die van bijlage C die jaarlijks door de Commissie wordt bijgewerkt, zijn van toepassing.

Vak 15a: Code land van verzending/uitvoer

De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1736/75 en met name die van bijlage C die jaarlijks door de Commissie wordt bijgewerkt, zijn van toepassing.

Vak 15b: Code gebied van uitvoer

De codes hiervoor worden door de Lid-Staten vastgesteld.

(²) PB nr. L 183 van 14. 7. 1975, blz. 3.

Vak 17a: Code land van bestemming

De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1736/75, met name die van bijlage C die jaarlijks door de Commissie wordt bijgewerkt, zijn van toepassing.

Vak 17b: Code gebied van bestemming

De codes hiervoor worden door de Lid-Staten vastgesteld.

Vak 18: Nationaliteit van het vervoermiddel bij vertrek/bij aankomst

De voor vak 15a vastgestelde codes zijn van toepassing.

Vak 19: Containers

Hiervoor gelden de volgende codes:

0: Niet in containers vervoerde goederen.

1: In containers vervoerde goederen.

Vak 20: Leveringsvoorwaarden

De volgende codes en gegevens worden, indien van toepassing, in de eerste twee deelvakken aangebracht:

Eerste

deelvak

Betekenis

Tweede deelvak

Incoterm

Incoterm

(IKK/ECE Genève)

Plaatsnaam

EXW

Af fabriek

Overeengekomen plaats

FCA

Vrachtvrij tot vervoerder

. . . aangewezen plaats

FAS

Franco langszij schip

Overeengekomen haven van verscheping

FOB

Vrij aan boord

Overeengekomen haven van verscheping

CFR

Kostprijs en vracht

Overeengekomen haven van bestemming

CIF

Kostprijs, verzekering, vracht

Overeengekomen haven van bestemming

CPT

Vrachtvrij tot

Overeengekomen haven van bestemming

CIP

Vrachtvrij inclusief verzekering

Overeengekomen haven van bestemming

DAF

Franco grens

Overeengekomen plaats

DES

Franco af schip

Overeengekomen haven van bestemming

DEQ

Franco af kade

Overeengekomen haven van bestemming

DDU

Franco exclusief rechten

Overeengekomen plaats van bestemming

DDP

Franco inclusief rechten

Overeengekomen plaats van bestemming

XXX

Andere leveringsvoorwaarden

dan hierboven vermeld

Duidelijke vermelding van de in

het contract opgenomen voorwaarden

De Lid-Staten kunnen eisen dat in het derde deelvak het volgende wordt vermeld:

1: Plaats in de betrokken Lid-Staat.

2: Plaats in een andere Lid-Staat.

3. Andere (plaats buiten de Gemeenschap).

Vak 21: Nationaliteit van het actieve vervoermiddel dat de grens overschrijdt

De voor vak 15a vastgestelde codes zijn van toepassing.

Vak 22: Valuta factuur

De voor vak 15a vastgestelde codes zijn van toepassing. Wanneer echter de factuur in ecu luidt, wordt code 900 van de geonomenclatuur gebruikt (wat overeenstemt met EU in het alfa-2-systeem).

Vak 24: Aard van de transactie

De lijst van codes volgt hierna.

De Lid-Staten die dit gegeven vragen moeten de codes met één cijfer van Kolom A gebruiken, met uitzondering in voorkomend geval van code 9, en dit cijfer in het linkerdeel van het vak vermelden. Zij kunnen eventueel bepalen dat in het rechterdeel van het vak een tweede cijfer van kolom B wordt ingevuld.

A

B

1:

Aankoop/verkoop, behalve in het kader van een contract voor gecooerdineerde fabricage. Deze code bestrijkt eveneens de ruiltransacties, de consignatie en de commissie

1: Definitieve aankoop/verkoop (behalve de hierna genoemde gevallen)

2: Consignatie

3: Commissie

4: Zichtzending of verkoop op proef

5: Verkeer van in natura gecompenseerde goederen (ruilhandel)

6: Verkoop (uitvoer) aan buitenlander op reis in de betrokken Lid-Staat

2:

Huur, huurkoop (leasing). Deze code bestrijkt de verzending van goederen met het oog op het tijdelijke gebruik ervan in een ander land zonder overdracht van eigendom

1: Huur

2: Huurkoop (leasing)

3:

Verzending voor loonveredeling, behalve in het kader van een contract voor gecooerdineerde fabricage

1: Verzending voor loonveredeling, behalve onderhoud en herstelling

2: Onderhoud en herstelling tegen betaling

3: Onderhoud en herstelling, kosteloos

4:

Verzending na loonveredeling, behalve in het kader van een contract voor gecooerdineerde fabricage

1: Verzending na loonveredeling, behalve onderhoud en herstelling

2: Onderhoud en herstelling tegen betaling

3: Onderhoud en herstelling, kosteloos

5:

Verzending van goederen in het kader van een programma voor gecooerdineerde fabricage (in vak "Bijzondere vermeldingen" programma nader omschrijven)

1: Voor militair gebruik

2: Voor civiel gebruik

6:

Transacties zonder tegenprestatie (zonder financiële of andere compensatie), behalve onderhoud, herstelling, retourgoederen alsmede (huur) en verkeer van wisselstukken

1: Goederen opgeslagen voor rekening buitenland

2: Giften van het land van uitvoer en voedselsteun onder EEG-verordening

3: Hulp bij rampen (uitrusting)

4: Transacties zonder tegenprestatie, waarvoor de goederen niet worden teruggezonden of die niet worden gecompenseerd door een equivalente invoer

5: Andere

7:

Retourzendingen na registratie van de transactie onder de codes 1 en 2 hiervoor

1: Goederen die het voorwerp van een betaling hebben uitgemaakt

2: Goederen die niet het voorwerp van een betaling hebben uitgemaakt

8:

Verkeer van wisselstukken

1: Dat aanleiding geeft tot betaling

2: Dat geen aanleiding geeft tot betaling

9:

Andere (in vak "Bijzondere vermeldingen" nader te omschrijven

Vak 25: Vervoerwijze aan de grens

De lijst van codes volgt hieronder:

A. Code met één cijfer (verplicht)

B. Code met twee cijfers (facultatief)

A

B

Benaming

1

10

Vervoer over zee

12

Wagon op zeeschip

16

Motorvoertuig op zeeschip

17

Aanhangwagen op oplegger zonder trekker op zeeschip

18

Lichter op zeeschip

2

20

Vervoer per spoor

23

Vrachtwagen op wagon

3

30

Wegvervoer

4

40

Luchtvervoer

5

50

Postzendingen

7

70

Vaste transportinrichtingen

8

80

Vervoer over binnenwateren

9

90

Eigen kracht

Vak 26: Binnenlandse vervoerwijze

De voor vak 25 vastgestelde codes zijn van toepassing.

Vak 27: Plaats van lading/lossing

Codes door de Lid-Staten vast te stellen.

Vak 28: Financiële en bankgegevens

Codes door de Lid-Staten vast te stellen.

Vak 29: Kantoor van uitgang/binnenkomst

In afwachting van een harmonisering van de codes op communautair vlak, stellen de Lid-Staten zelf codes vast (waarbij de Lid-Staten zelf kunnen bepalen of een code gebruikt moet worden).

Vak 33: Goederencode

Eerste deelvak (8 cijfers)

In te vullen overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

Tweede deelvak (3 tekens)

In te vullen overeenkomstig het nationale gebruikstarief en Taric (1 nationaal teken met een statistiek-karakter en 2 communautaire tekens voor de toepassing van communautaire bepalingen voor het vervullen van de formaliteiten ter bestemming).

Derde deelvak (3 tekens)

Voor de toepassing van nationale maatregelen door de Lid-Staten vast te stellen codes.

Vierde deelvak (aanvullende Taric-code) (4 tekens)

In te vullen overeenkomstig Taric.

Vijfde deelvak (accijnzen) (4 tekens)

Codes vast te stellen door de Lid-Staten.

Vak 34a: Code land van oorsprong

De voor vak 15a vastgestelde codes zijn van toepassing.

Vak 34b: Code gebied van oorsprong/van produktie

Codes door de Lid-Staten vast te stellen.

Vak 37: Regeling (bij invoer/uitvoer)

A. Eerste deelvak

De in dit deelvak in te vullen codes sluiten aan op de codes in het tweede deelvak van vak 1.

Het gaat hier om een code van vier cijfers, waarvan de eerste twee de gevraagde regeling weergeven, en de laatste twee de voorafgaande regeling. De lijst van deze code met twee cijfers volgt hieronder.

Onder voorafgaande regeling wordt de regeling verstaan waaronder de goederen waren geplaatst alvorens onder de gevraagde regeling te worden geplaatst.

Wanneer de goederen eerder onder een entrepotstelsel of onder de regeling tijdelijke invoer waren geplaatst, of wanneer de goederen uit een vrije zone komen, wordt de daarbij behorende code slechts gebruikt indien de goederen niet onder een economische douaneregeling (actieve/passieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht) waren geplaatst.

Voorbeeld:

Wederuitvoer van goederen die zijn ingevoerd in het kader van de regeling actieve verdeling (met schorsingssysteem) en vervolgens onder het stelsel douane-entrepots zijn geplaatst = 3151 (en niet 3171).

(Eerste verrichting = 5100; tweede verrichting = 7151; wederuitvoer = 3151.)

Op dezelfde manier wordt de plaatsing van goederen onder één der opschortende regelingen bij wederinvoer na tijdelijke uitvoer als een simpele invoer onder dat stelsel beschouwd. De wederinvoer wordt pas bij het in het vrije verkeer brengen van de goederen in aanmerking genomen.

Voorbeeld:

Gelijktijdig tot verbruik aangeven met in het vrije verkeer brengen van een goed dat in het kader van de douaneregeling passieve veredeling is uitgevoerd en bij de wederinvoer onder het stelsel douane-entrepots wordt geplaatst = 6121 (en niet 6171).

(Eerste verrichting = tijdelijke uitvoer voor passieve veredeling = 2100; tweede verrichting = inslag in douane-entrepot = 7121; derde verrichting = tot verbruik aangegeven + in het vrije verkeer brengen = 6121.)

Codes ter aanduiding van de verschillende regelingen

Steeds wordt een tweecijfercode met een andere tweecijfercode gecombineerd om een code van vier cijfers te vormen.

02:Uitsluitend invoer in het vrije verkeer met het oog op toepassing van de regeling actieve veredeling met terugbetalingssysteem (1).

05: Invoer in het vrije verkeer en het gelijktijdig brengen onder een andere regeling actieve veredeling dan voorzien onder de codes 02 of 51.

07: Invoer in het vrije verkeer en het gelijktijdig plaatsen onder een entrepotregeling (daaronder begrepen in andere plaatsen onder fiscale controle).

08 (a): Goederen die in een andere Lid-Staat in het vrije verkeer zijn gebracht in het kader van de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) (2).

10: Definitieve uitvoer/verzending.

21: Tijdelijke uitvoer in het kader van de douaneregeling passieve veredeling (3).

22: Tijdelijke uitvoer in het kader van een andere regeling passieve veredeling dan met code 21 bedoeld.

23: Tijdelijke uitvoer van goederen die in ongewijzigde staat zullen terugkeren.

24 (a): Goederen die voorheen in een andere Lid-Staat onder de regeling passieve veredeling waren geplaatst (4).

31: Wederuitvoer.

40: Gelijktijdig tot verbruik aangeven en in het vrije verkeer brengen van goederen die niet het voorwerp uitmaken van een levering met vrijstelling.

41: Gelijktijdig tot verbruik aangeven en in het vrije verkeer brengen in het kader van de regeling actieve veredeling (met terugbetalingssysteem).

42: Gelijktijdig tot verbruik aangeven en in het vrije verkeer brengen van goederen die het voorwerp uitmaken van een levering met vrijstelling.

43: Gelijktijdig tot verbruik aangeven en in het vrije verkeer brengen van goederen in het kader van bijzondere maatregelen die een heffing inhouden gedurende de overgangsperiode na de toetreding van nieuwe Lid-Staten.

44 (a): Goederen die in een andere Lid-Staat gelijktijdig tot verbruik en voor het vrije verkeer zijn aangegeven in het kader van de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) (5).

45: Gelijktijdig deels tot verbruik aangeven en in het vrije verkeer brengen en plaatsing onder een entrepotstelsel (daaronder begrepen het plaatsen in andere inrichtingen onder fiscale controle).

46: In het vrije verkeer brengen in het kader van de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) in de lokalen van een douane-entrepot.

47: In het vrije verkeer brengen in het kader van de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) in een vrije zone of een vrij entrepot.

51: Plaatsing onder de regeling actieve veredeling (met schorsingssysteem) (6).

52: Plaatsing onder een andere regeling actieve veredeling dan met de codes 02 en 51 bedoeld.

53: Invoer voor plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer (7).

54 (a): Goederen die in een andere Lid-Staat onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) (8) zijn geplaatst of verkregen (en die daar niet in het vrije verkeer zijn gebracht).

55: Plaatsing onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) (9) in de lokalen van een douane-entrepot.

56: Plaatsing onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) in een vrije zone of een vrij entrepot.

61: Wederinvoer met gelijktijdig in het vrije verkeer brengen en aangeven tot verbruik van goederen die niet het voorwerp uitmaken van een levering met vrijstelling.

63: Wederinvoer met gelijktijdige aangifte ten verbruike en voor het vrije verkeer van goederen die het voorwerp uitmaken van een levering met vrijstelling.

65: Wederinvoer met gelijktijdig in het vrije verkeer brengen en onder een andere regeling actieve veredeling plaatsen dan met de codes 02 en 51 bedoeld.

67: Wederinvoer met gelijktijdig in het vrije verkeer brengen en onder een entrepotstelsel plaatsen (daaronder begrepen plaatsing in andere inrichtingen onder fiscale controle).

71: Plaatsing onder het stelsel douane-entrepots (10) daaronder begrepen plaatsing in andere inrichtingen onder douanetoezicht.

72: Inslag in entrepot (daaronder begrepen het plaatsen in andere inrichtingen onder fiscale controle) van nationale goederen.

73: Inslag in entrepot (daaronder begrepen andere inrichtingen onder fiscale controle) van communautaire goederen.

76: Inslag in entrepot voor uitvoer of plaatsing in vrije zone met vooruitbetaling van produkten of goederen bestemd om in dezelfde staat te worden uitgevoerd (11).

77: Inslag in entrepot met het oog op de uitvoer met vooruitbetaling van verwerkte produkten of goederen die uit basisprodukten zijn verkregen (12).

78: Plaatsing in vrije zone, behalve in het met code 76 bedoelde geval (13).

91: Plaatsing onder de regeling behandeling onder douanetoezicht (14).

92 (a): Goederen die in een andere Lid-Staat onder de regeling behandeling onder douanetoezicht zijn geplaatst of verkregen (en die daar niet in het vrije verkeer zijn gebracht) (15).

93: Vernietiging van goederen (onder douanetoezicht).

94: Plaatsing onder de regeling definitief gebruik onder douanetoezicht (bijzondere bestemming).

95: Bevoorrading.

96: Verkooppunten onder douanetoezicht in havens en op luchthavens.

NB: Code 00 wordt gebruikt om aan te geven dat er geen voorafgaande regeling is geweest (is dus alleen als derde en vierde cijfer te gebruiken).

(a) Met deze codes kan slechts een voorgaande regeling worden aangeduid; zij kunnen dus niet op de eerste twee plaatsen komen te staan, bij voorbeeld:

4054: Gelijktijdig tot verbruik aangeven en in het vrije verkeer brengen van goederen die daarvoor - in een andere Lid-Staat - onder de regeling passieve veredeling (schorsingssysteem) waren geplaatst.

B. Tweede deelvak

In afwachting van een harmonisering op communautair vlak, worden de codes hiervoor, die ten hoogste uit drie tekens mogen bestaan, door de Lid-Staten vastgesteld.

Vak 47: Berekening van de belastingen

Eerste kolom: Type belasting.

Codes worden door de Lid-Staten vastgesteld in afwachting van een harmonisatie op communautair vlak.

Laatste kolom: Wijze van betaling.

Naar keuze van de betrokken Lid-Staat gelden hiervoor de volgende codes:

A: Contante betaling.

B: Betaling in geld.

C: Betaling per gekruiste cheque (bankoverschrijving).

D: Andere (bij voorbeeld ten laste van de rekening van een douane-expediteur).

E: Uitstel van betaling.

F: Uitstel douanesysteem (Verordening (EEG) nr. 1854/89 van de Raad - PB nr. L 186 van 30. 6. 1989, blz. 1) of gelijkwaardig nationaal stelsel.

G: Uitstel BTW-systeem (artikel 23, zesde BTW-richtlijn).

H: Goederen ingevoerd voor rekening van een toegelaten geadresseerde (BTW) (uitstel voor rekening van geadresseerde).

J: Betaling door de posterijen (postzendingen) of door andere openbare of overheidsinstellingen.

K: Krediet voor accijns of terugbetaling accijnzen.

L: Zekerheid of borgstelling.

M: Zekerheid (ook in geld).

N: Zekerheid in geld.

P: Zekerheidstelling in geld voor rekening van een douane-expediteur.

Q: Zekerheidstelling op rekening "uitstel".

R: Borgstelling.

S: Individuele zekerheidstelling.

T: Zekerheidstelling voor rekening van een douane-expediteur.

U: Zekerheidstelling voor rekening van de belanghebbende - doorlopende vergunning.

V: Zekerheidstelling voor rekening van de belanghebbende - individuele vergunning.

O: Zekerheidstelling bij produktschappen.

W: Algemene financiële verbintenis van de douane-expediteur.

X: Algemene financiële verbintenis van de belanghebbende.

Y: Gewone financiële verbintenis.

Z: Schuldbekentenis.

Vak 49: Identificatie entrepot

Vermelding van de letter die het soort entrepot aangeeft overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2561/90, gevolgd door het identificatienummer dat de Lid-Staat bij de afgifte van de vergunning heeft toegekend.

Vak 51: Voorziene (landen en) kantoren van doorgang

Vermelding van de landen.

Hiervoor gelden de volgende codes:

B of BE: België.

DK: Denemarken.

D of DE: Duitsland.

EL of GR: Griekenland.

ES: Spanje.

FR: Frankrijk.

IRL of IE: Ierland.

IT: Italie.

LU: Luxemburg.

NL: Nederland.

PT: Portugal.

GB: Verenigd Koninkrijk.

A of AT: Oostenrijk.

FI: Finland.

NO: Noorwegen.

SE: Zweden.

CH: Zwitserland.

IS: IJsland.

Vak 52: Zekerheid

Vermelding van het type van zekerheid.

Hiervoor gelden de volgende codes:

Situatie

Code

Andere gegevens

Vrijstelling van zekerheid voor het communautair douanevervoer (artikel 32 van Verordening (EEG) nr. 2726/90)

0

Nummer van het certificaat van ontheffing van zekerheid

Doorlopende zekerheid

1

- Nummer van het certificaat van borgtocht

- Kantoor van zekerheidsstelling

Zekerheid per aangifte

2

Zekerheid in geld

3

Zekerheidstelling voor een vast bedrag

4

Zekerheidstelling als bedoeld in artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 1062/87

5

Ontheffing van zekerheidstelling (artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 2726/90)

6

Ontheffing van zekerheidstelling voor bepaalde overheidsinstellingen

8

Vermelding van de landen.

De voor vak 51 vastgestelde codes zijn van toepassing.

Vak 53: Kantoor (en land) van bestemming

De voor vak 51 vastgestelde codes zijn van toepassing.

(1) Verordening (EEG) nr. 1999/85 van de Raad van 16 juli 1985 betreffende de regeling actieve veredeling - artikel 1, lid 2, onder b) (zie ook lid 3, onder o)) (PB nr. L 188 van 20. 7. 1985, blz. 1).(2) Verordening (EEG) nr. 2473/86 van de Raad van 24 juli 1986 betreffende de regeling passieve veredeling en het systeem uitwisselingsverkeer (PB nr. L 212 van 2. 8. 1986, blz. 1).(3) Artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EEG) nr. 1999/85 (zie eveneens lid 3, onder n)).(4) Verordening (EEG) nr. 3599/82 van de Raad van 21 december 1982 betreffende de regeling tijdelijke invoer (PB nr. L 376 van 31. 12. 1982, blz. 1).(5) Verordening (EEG) nr. 2503/88 van de Raad van 25 juli 1988 betreffende douane-entrepot (PB nr. L 225 van 15. 8. 1988, blz. 1).(6) Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties van landbouwprodukten - artikel 5, lid 2 (PB nr. L 62 van 7. 3. 1980, blz. 5).(7) Artikel 4, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 565/80.(8) Verordening (EEG) nr. 2504/88 van de Raad van 25 juli 1988 betreffende de vrije zones en de vrije entrepots (PB nr. L 225 van 15. 8. 1988, blz. 8).(9) Verordening (EEG) nr. 2763/83 van de Raad van 26 september 1983 inzake de regeling volgens welke goederen onder douanetoezicht kunnen worden behandeld alvorens zij in het vrije verkeer worden gebracht (PB nr. L 272 van 5. 10. 1983, blz. 1).