VERORDENING (EEG) Nr. 776/92 VAN DE COMMISSIE van 30 maart 1992 inzake de levering van zachte tarwe aan de Volksrepubliek Bangladesh als voedselhulp -
Publicatieblad Nr. L 084 van 31/03/1992 blz. 0007 - 0011
VERORDENING (EEG) Nr. 776/92 VAN DE COMMISSIE van 30 maart 1992 inzake de levering van zachte tarwe aan de Volksrepubliek Bangladesh als voedselhulp DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 3972/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1930/90 (2), en met name op artikel 6, lid 1, onder c), Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 1420/87 van de Raad van 21 mei 1987 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3972/86 betreffende het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp (3) is bepaald welke landen en organisaties voor voedselhulp in aanmerking komen en de algemene criteria zijn vastgesteld voor het vervoer van de voedselhulp na het fob-stadium; Overwegende dat de Commissie bij besluiten van 19 en 27 november 1991 betreffende de toekenning van voedselhulp aan Bangladesh aan dit land 50 000 ton graan heeft toegekend dat franco loshaven, niet gelost, moet worden geleverd; Overwegende dat deze goederen moeten worden geleverd overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2200/87 van de Commissie van 8 juli 1987 tot vaststelling van algemene voorschriften voor de beschikbaarstelling in de Gemeenschap van produkten voor levering als communautaire voedselhulp (4), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 790/91 (5); dat met name de termijnen en de leveringsvoorwaarden alsmede de voor de vaststelling van de daaruit voortvloeiende kosten te volgen procedure moeten worden vastgesteld; Overwegende dat is gebleken dat, met name op logistieke gronden, voor sommige acties na afloop van de eerste en de tweede termijn voor de indiening van de offertes geen opdracht is gegund; dat, om het bericht van inschrijving niet opnieuw te hoeven publiceren, een derde termijn voor het indienen van offertes dient te worden geopend, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Er wordt een inschrijving gehouden voor de levering van zachte tarwe aan Bangladesh overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2200/87 en de in bijlage I vastgestelde voorwaarden. Elke ingediende offerte wordt geacht te zijn opgesteld met inachtneming van de lasten en beperkingen die kunnen voortvloeien uit de specifieke bepalingen van de briefwisseling, die gedeeltelijk in bijlage II worden gepubliceerd, tussen de Commissie en de begunstigde. Meer in het bijzonder, de ligtijd moet berekend worden op basis van een lostempo van gemiddeld 2 000 ton per dag op zulk een wijze dat de door de Gemeenschap aan de begunstigde te betalen premie voor snelle afhandeling ten laste van de inschrijver komt. De opdrachtnemer wordt geacht kennis te hebben genomen van alle geldende algemene en bijzondere voorwaarden. Elk ander in zijn offerte gemaakt beding of voorbehoud is nietig. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 30 maart 1992. Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie (1) PB nr. L 370 van 30. 12. 1986, blz. 1. (2) PB nr. L 174 van 7. 7. 1990, blz. 6. (3) PB nr. L 136 van 26. 5. 1987, blz. 1. (4) PB nr. L 204 van 25. 7. 1987, blz. 1. (5) PB nr. L 81 van 28. 3. 1991, blz. 108. BIJLAGE I PARTIJEN A en B 1. Maatregel nr. (1): 1055/91 (partij A), 1056/91 (partij B) 2. Programma: 1991 3. Begunstigde (6): Bangladesh 4. Vertegenwoordiger van de begunstigde (2): The Secretary, Ministry of Food, Bangladesh Secretariat, Dhaka, Bangladesh 5. Plaats of land van bestemming: Bangladesh 6. Beschikbaar te stellen produkt: zachte tarwe 7. Kenmerken en kwaliteit van het produkt (3): zie PB nr. C 114 van 29. 4. 1991, blz. 1 (II. A. 1.a)) 8. Totale hoeveelheid: 50 000 ton 9. Aantal partijen: 2 (partij A: 20 000 ton; partij B: 30 000 ton) 10. Verpakking en opschriften: los gestort 11. Wijze van beschikbaarstelling van het produkt: op de markt van de Gemeenschap 12. Leveringsconditie: franco loshaven, niet gelost 13. Laadhaven: - 14. Door de begunstigde opgegeven loshaven: - 15. Loshaven: Chittagong en/of Mongla 16. Adres van de opslagplaats en eventueel loshaven: - 17. Periode van beschikbaarstelling in de laadhaven in geval van toekenning van de levering franco laadhaven: 21. 4 - 5. 5. 1992 18. Uiterste termijn voor de levering: 6. 6. 1992 19. Procedure voor het vaststellen van de leveringskosten: inschrijving 20. Datum van het verstrijken van de termijn voor de indiening van de offertes: 14. 4. 1992 om 12.00 uur 21 A. Bij tweede inschrijving: a) uiterste termijn voor de indiening van de offertes: 21. 4. 1992 om 12.00 uur b) periode van beschikbaarstelling in de laadhaven in geval van toekenning van de levering franco laadhaven: 28. 4 - 12. 5. 1992 c) uiterste datum voor de levering: 13. 6. 1992 B. Bij derde inschrijving: a) uiterste termijn voor de indiening van de offertes: 28. 4. 1992 om 12.00 uur b) periode van beschikbaarstelling in de laadhaven in geval van toekenning van de levering franco laadhaven: 5 - 19. 5. 1992 c) uiterste datum voor de levering: 20. 6. 1992 22. Bedrag van de inschrijvingszekerheid: 5 ecu per ton 23. Bedrag van de leveringszekerheid: 10 % van het bedrag van de offerte uitgedrukt in ecu 24. Adres voor inzending van de offertes (4): Bureau de l'aide alimentaire, à l'attention de Monsieur N. Arend, bâtiment Loi 120, bureau 7/46, 200, rue de la Loi, B-1049 Bruxelles (telex AGREC 22037 B of AGREC 25670 B) 25. Op verzoek van de leverancier toepasselijke restitutie (5): restitutie toepasselijk op 30. 3. 1992, vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 491/92 van de Commissie (PB nr. L 55 van 29. 2. 1992, blz. 38) Voetnoten (1) Het nummer van de maatregel dient in iedere briefwisseling te worden aangehaald. (2) Afgevaardigde van de Commissie met wie degene aan wie wordt gegund contact moet opnemen: zie de lijst in PB nr. C 114 van 29. 4. 1991, blz. 33. (3) Degene aan wie is gegund bezorgt aan de begunstigde een certificaat van een officiële instantie, waarin wordt verklaard dat voor het te leveren produkt de in de betrokken Lid-Staat geldende stralingsnormen niet zijn overschreden. Op het radioactiviteitsattest moet het gehalte aan caesium 134 en 137 worden vermeld. (4) Ten einde de telex niet te overbelasten, wordt de inschrijvers verzocht om vóór de datum en het uur vastgesteld in punt 20 van deze bijlage het bewijs te leveren dat de in artikel 7, lid 4, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2200/87 bedoelde inschrijvingszekerheid is gesteld, zulks bij voorkeur: - hetzij door afgifte op het in punt 24 van deze bijlage genoemde bureau; - hetzij per telekopieerapparaat onder een van de volgende nummers te Brussel: - 235 01 30 - 235 01 32 - 236 10 97 - 236 20 05 - 236 33 04. (5) Verordening (EEG) nr. 2330/87 van de Commissie (PB nr. L 210 van 1. 8. 1987, blz. 56) is van toepassing voor de restitutie bij uitvoer en, in voorkomend geval, de monetaire compenserende bedragen en de compenserende bedragen toetreding, de representatieve koers en de monetaire coëfficiënt. De datum bedoeld in artikel 2 van de genoemde verordening is die bedoeld in punt 25 van deze bijlage. (6) De leverancier neemt zo spoedig mogelijk contact op met de begunstigde om na te gaan welke documenten voor verzending zijn vereist en hoe zij bezorgd worden. BIJLAGE II TOEKENNING AAN BANGLADESH VAN VOEDSELHULP 1. Ontladingsvoorwaarden De "ontvanger" lost de 50 000 ton tarwe volgens de hierna vermelde bepalingen. 2. Aan te wijzen type schip Het is de bedoeling dat twee schepen ( "self-trimming bulk carriers") zullen worden aangewezen, waarvan het ene ongeveer 20 000 ton tarwe zal vervoeren en het andere ongeveer 30 000 ton tarwe. Het schip met 20 000 ton tarwe moet ten minste drie luikgaten hebben, het schip met 30 000 ton tarwe ten minste vier. De schepen moeten volledig uitgerust zijn en moeten per twee luikgaten over minstens één kraan of laadboom beschikken. De schepen moeten tot de ankerplaats buiten Chittagong kunnen varen en na het noodzakelijk lichteren op die plaats, ter keuze van de ontvanger, naar de aanlegsteiger van Chittagong kunnen worden gebracht en na het lossen van de vereiste hoeveelheid en het bereiken van de toegestane diepgang kunnen doorvaren naar Mongla voor verdere lossing of rechtstreeks naar Mongla kunnen doorvaren voor verdere lossing. Voor schepen die, na het bereiken van de toegestane diepgang voor de silo-aanlegsteiger ( "Silo Jetty") of de aanlegsteigers ( "Port Jetties") van Chittagong, de haven van Chittagong toch niet kunnen binnenvaren omdat zij te lang zijn, is verder lichteren mogelijk om de toegelaten diepgang voor de haven van Mongla te bereiken. De tijd en de kosten van dit extra lichteren zijn voor rekening van de reders/bevrachters. De expediteurs/reders moeten ervoor zorgen dat alle gediplomeerde officieren aan boord in het bezit zijn van het origineel van hun diploma en dat alle schepen strikt overeenkomstig het STCW-Verdrag van 1978 bemand zijn. Oponthoud als gevolg van de niet-inachtneming van deze voorwaarde is voor rekening van de rederij. 3. Voorzieningen voor het lossen De schepen moeten in de loshaven aan de ontvanger kosteloos lieren en/of kranen en energie voor de aandrijving daarvan leveren. Voorts moeten zij ervoor zorgen dat de lieren en takeltouwen goed bruikbaar zijn en dienen zij zo nodig voldoende licht te verstrekken voor nachtwerk zowel aan dek als in de ruimen. De schepen dienen op eigen kosten in de laad- en loshavens te zorgen voor bedieningspersoneel voor de lieren. 4. Informatie over de ETA (verwachte tijd van aankomst) De gezagvoerder dient de door de ontvanger aangeduide gemachtigde, namelijk Movements Chittagong (telex 642237 CMS C BJ), radiotelefonisch/per telegraaf tien dagen vóór aankomst in de eerste loshaven, dat wil zeggen Chittagong, om orders te vragen voor het lossen (gelijktijdig dient hij Banglaship Chittagong (telex 66277 BSC BJ) en Movestore Dhaka (telex 642230 CMS BJ) hierover in te lichten) en de ETA en de diepgang op te geven. De orders voor het lossen zullen binnen vijf dagen na ontvangst van het verzoek aan de gezagvoerder worden verstrekt. De gezagvoerder dient de volgende mededelingen te verstrekken aan de door de ontvanger aangewezen gemachtigden, dat wil zeggen Movements Chittagong, Banglaship Chittagong en Movestore Dhaka: a) bij afvaart uit de laadhaven: i) geladen hoeveelheid, ii) diepgang bij aankomst, iii) TPI (ton per inch); b) 10 dagen vóór de ETA Chittagong Port, 5 dagen vóór de ETA Chittagong Port, 72 uur, 48 uur en 24 uur vóór de ETA Chittagong Port. 5. Losplaatsen De ontvanger kan, voor zover de toegelaten diepgang voor Mongla bereikt wordt, bepalen dat ten hoogste 60 % van de op de vrachtbrief vermelde hoeveelheid in Mongla wordt gelost. De tijd en de kosten voor het lichteren op de ankerplaats buiten Chittagong om de toegelaten diepgang voor Mongla te bereiken, zijn voor rekening van de ontvanger (inclusief de eventuele kosten van de ankerplaats buiten Chittagong tot Mongla), behalve de kosten voor het lichteren omdat het schip te lang is (zie punt 2). 6. Lostempo in loshaven(s) en bepaling van de lostijd De lading moet door de ontvanger worden gelost zonder risico's of kosten voor de schepen in een tempo van 2 000 ton, zowel in Chittagong als in Mongla, per werkdag van 24 uur. De tijd vanaf 12.00 uur op donderdag of vanaf 17.00 uur op een dag vóór een vrije dag tot 9.00 uur op zaterdag of de volgende werkdag, wordt niet meegerekend, zelfs als gewerkt wordt. Het lostempo is gebaseerd op bovengenoemd minimumaantal luikgaten of meer. Als het aantal luikgaten waarbij kan worden gewerkt, kleiner is dan het voorgeschreven minimumaantal, geldt een lostempo dat dienovereenkomstig is verlaagd. De "Notice of readiness - NOR" (mededeling dat het schip gereed is om te worden gelost) moet worden ingediend en aanvaard nadat het schip op de ankerplaats buiten Chittagong of aan het loodsstation van Mongla (Hiron Point) is aangekomen en de ligtijd begint 24 uur nadat de NOR tijdens de kantooruren is ingediend, ongeacht of het schip al dan niet op een aanlegplaats ligt. De kosten voor de verplaatsing van het schip in de loshavens van de ene naar de andere ankerplaats, van de ankerplaats naar de aanlegplaats, van de ene naar de andere aanlegplaats en van de ene haven naar de andere zijn voor rekening van de reders/expediteurs en de tijd voor die verplaatsingen wordt niet tot de ligtijd gerekend. Hoewel de stuwadoors worden aangewezen door de ontvanger, moet het lossen worden uitgevoerd onder leiding en met goedkeuring van de gezagvoerder. De tijd en de kosten voor alle noodzakelijke herbelading komen voor rekening van de reders. De tijd die op de ankerplaats buiten Chittagong en/of de ankerplaats in Mongla verloren gaat omdat het lossende schip vanwege de deining en/of het slechte weer moet worden losgegooid van de lichters, wordt niet tot de ligtijd gerekend. De ligtijd houdt op te lopen vanaf het ogenblik waarop de lichter wordt losgegooid en begint opnieuw te lopen vanaf het ogenblik waarop de lichter opnieuw naast het lossende schip ligt en daaraan is vastgemaakt. 7. Lichteren in de loshaven De ontvangers zorgen voor het noodzakelijke lichteren van de schepen op de ankerplaats buiten Chittagong; de betrokken kosten en tijd zijn voor rekening van de ontvangers. Schepen die de ankerplaats buiten Chittagong niet kunnen bereiken als gevolg van te grote diepgang, kunnen op kosten van de expediteurs/reders worden gelichterd op de ankerplaats in Kutubdia. In dat geval moet het lichteren worden beschouwd als een overscheping en moeten de betrokken lichters op dezelfde voorwaarden als het schip zelf worden gelost. De tijd voor het lichteren in Kutubdia wordt niet tot de ligtijd gerekend. Eventuele schade die tijdens het lichteren ontstaat door aanvaring tussen het lossende schip en de lichter moet rechtstreeks door de betrokken eigenaars worden geregeld (ongeacht of de reders/expediteurs dan wel de ontvangers de lichters hebben gecontracteerd voor het lichteren in Kutubdia, respectievelijk op de ankerplaats buiten Chittagong). Wanneer niet veilig in Chittagong geankerd kan worden, zijn de kosten voor het lichteren in Kutubdia niet voor rekening van de expediteurs/reders. De gezagvoerder van het schip geeft te allen tijde zijn volle medewerking aan de ontvanger en/of zijn gemachtigde/agent/stuwadoor/contractant voor het lichteren om het lossen te bespoedigen. De lichters dienen ter voorkoming van schade passende stootblokken te verstrekken. 8. Overliggeld/premie voor snelle afhandeling Wanneer de schepen niet in het vermelde tempo worden gelost, betaalt de ontvanger het in het bevrachtingscontract vastgestelde overliggeld met een maximum van 5 000 US-dollar per overligdag of gedeelte daarvan. Voor werktijd die in de loshaven(s) is bespaard, wordt de ontvanger een premie voor snelle afhandeling betaald die 50 % bedraagt van het in het bevrachtingscontract vastgestelde overliggeld met een maximum van 2 500 US-dollar per bespaarde overligdag. Het overliggeld of de premie voor snelle afhandeling worden, op basis van bovengenoemde bedragen, al naar gelang van het geval, betaald door de ontvanger aan de Commissie of door de Commissie aan de ontvanger. Eventueel wordt later het overliggeld/de premie voor snelle afhandeling tussen de leverancier en de Commissie vereffend. Ligtijd is niet verrekenbaar. 9. Diversen Eventuele kosten van overwerk voor haven- en douanepersoneel komen voor rekening van de partij (reder/diens agent of de ontvanger/diens agent) die opdracht heeft gegeven aan dat personeel. Als de opdracht is gegeven door de havenautoriteiten komen die kosten op 50: 50-basis voor rekening van de ontvanger en de reder. Overwerk door bemanning of officieren is steeds voor rekening van de reder. In iedere loshaven zijn opening en sluiting van de luiken steeds voor rekening van de reder; zij worden niet tot de ligtijd gerekend. De eerste opening en de laatste sluiting van de luiken in iedere loshaven moeten te allen tijde door de bemanning van het schip worden gedaan. Beschadigde goederen moeten, ongeacht voor welke plaats zij bestemd zijn, vóór de afvaart van het schip worden verwijderd/vernietigd volgens de regels van de haven. De heffing voor de havenarbeidersdienst is niet voor rekening van de expediteurs. Bij gebrek aan cooerdinatie of aan faciliteiten, waaraan noch de leverancier noch de ontvanger schuld hebben zal de Commissie speciale adequate maatregelen nemen voor de financiering van de operatie. Wanneer extra kosten die volgens de leverancier nodig zijn, voorgefinancierd moeten worden door de ontvanger, kunnen deze kosten namens de ontvanger, na overleg met hem, rechtstreeks door de Commissie worden betaald aan de genoemde leverancier.