Richtlijn 92/103/EEG van de Commissie van 1 december 1992 tot wijziging van de bijlagen I tot en met IV bij Richtlijn 77/93/EEG van de Raad betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijk organismen
Publicatieblad Nr. L 363 van 11/12/1992 blz. 0001 - 0065
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 46 blz. 0135
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 46 blz. 0135
RICHTLIJN 92/103/EEG VAN DE COMMISSIE van 1 december 1992 tot wijziging van de bijlagen I tot en met IV bij Richtlijn 77/93/EEG van de Raad betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/10/EEG van de Commissie (2), en met name op artikel 3, lid 6, artikel 4, lid 3, en artikel 5, lid 3, Overwegende dat in bijlage I en bijlage II bij Richtlijn 77/93/EEG een lijst is opgenomen van de schadelijke organismen ten aanzien waarvan wordt geëist, respectievelijk mag worden geëist, dat zij niet voorkomen op planten en plantaardige produkten die in de handel worden gebracht; Overwegende dat in bijlage III bij Richtlijn 77/93/EEG een lijst is opgenomen van goederen waarvoor onder bepaalde omstandigheden een invoerverbod geldt of waarvan de afzonderlijke Lid-Staten de invoer mogen verbieden; Overwegende dat in bijlage IV bij Richtlijn 77/93/EEG bovendien een lijst is opgenomen van bijzondere eisen waaraan moet worden voldaan om betere garanties te hebben dat de goederen vrij zijn van bovenbedoelde schadelijke organismen; Overwegende dat met het oog op de toepassing van de communautaire voorschriften op fytosanitair gebied in een Gemeenschap zonder binnengrenzen en het vaststellen van beschermde gebieden de integrale opzet van de bijlagen moet worden gewijzigd; Overwegende dat bij het herwerken van de bijlagen rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van de evaluatie, aan de hand van de meest recente wetenschappelijke gegevens, van de fytosanitaire risico's die produkten uit de Gemeenschap en uit derde landen opleveren, de schadelijke organismen die risico's opleveren voor de Gemeenschap en de bijzondere eisen die in dit verband zijn vastgesteld in de bijlagen I, II, III en IV bij bovengenoemde richtlijn; Overwegende dat in de gewijzigde bijlagen de schadelijke organismen moeten worden ingedeeld in organismen die voor zover bekend in de Gemeenschap niet voorkomen en die risico's opleveren voor de gehele Gemeenschap, organismen waarvan bekend is dat zij in de Gemeenschap voorkomen en die risico's opleveren voor de gehele Gemeenschap en organismen die risico's opleveren voor bepaalde beschermde gebieden; dat de schadelijke organismen die in bepaalde delen van de Gemeenschap voorkomen en ook de bijzondere eisen die ten aanzien daarvan zijn vastgesteld, uit de bijlagen moeten worden geschrapt; Overwegende dat rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingen op het gebied van indeling, nomenclatuur en identificatie van schadelijke organismen, ten einde de schadelijke organismen met de correcte taxa aan te duiden; Overwegende dat door de voortgang van wetenschap en techniek is gebleken dat de gewassen in de Gemeenschap beter moeten worden beschermd; Overwegende dat in dit verband bijlage II, deel B, bijlage III, deel B, en bijlage IV, deel B, bij Richtlijn 77/93/EEG dienen te worden aangepast op grond van de verklaringen van de Commissie en de Lid-Staten bij de goedkeuring van Richtlijn 85/574/EEG van de Raad (1) tot wijziging van Richtlijn 77/93/EEG, in afwachting dat de Commissie voor elk geval afzonderlijk de fytosanitaire implicaties kon bestuderen; dat het onderzoek nu is afgerond, zodat de nodige definitieve voorschriften kunnen worden vastgesteld; Overwegende dat relevante bijlagen bij Richtlijn 77/93/EEG dienovereenkomstig moeten worden vervangen; Overwegende dat de in deze richtlijn vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Planteziektenkundig Comité, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 De bijlagen I tot en met IV bij Richtlijn 77/93/EEG worden vervangen door de bijlage bij deze richtlijn. Artikel 2 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk zes maanden na de herziening van bijlage V bij Richtlijn 77/93/EEG aan de onderhavige richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels van deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten. 2. De Lid-Staten delen de Commissie onmiddellijk alle bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis. Artikel 3 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 1 december 1992. Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie (1) PB nr. L 26 van 31. 1. 1977, blz. 20. (2) PB nr. L 70 van 17. 3. 1992, blz. 27. (1) PB nr. L 372 van 31. 12. 1985, blz. 25. BIJLAGE "BIJLAGE I Deel A SCHADELIJKE ORGANISMEN DIE NIET MOGEN WORDEN BINNENGEBRACHT OF VERSPREID IN DE LID-STATEN Rubriek I SCHADELIJKE ORGANISMEN DIE VOOR ZOVER BEKEND IN DE GEMEENSCHAP NIET VOORKOMEN EN DIE RISICO'S OPLEVEREN VOOR DE GEHELE GEMEENSCHAP a) Insekten, mijten en nematoden, in alle stadia van hun ontwikkeling 1. Acleris spp. (niet-Europese) 2. Amauromyza maculosa (Malloch) 3. Anomala orientalis Waterhouse 4. Anoplophora chinensis (Thomson) 5. Anoplophora malasiaca (Forster) 6. Arrhenodes minutus Drury 7. Bemisia tabaci Genn. (niet-Europese populaties) vector van virussen zoals: a) Bean golden mosaic virus b) Cowpea mild mottle virus c) Lettuce infectious yellows virus d) Pepper mild tigré virus e) Squash leaf curl virus f) Euphorbia mosaic virus g) Florida tomato virus 8. Cicadellidae (niet-Europese) die bekend staan als zijnde vectoren van de ziekte van Pierce (veroorzaakt door Xylella fastidiosa), zoals: a) Carneocephala fulgida Nottingham b) Draeculacephala minerva Ball c) Graphocephala atropunctata (Signoret) 9. Choristoneura spp. (niet-Europese) 10. Conotrachelus nenuphar (Herbst) 11. Heliothis zea (Boddie) 12. Liriomyza sativae Blanchard 13. Longidorus diadecturus Eveleigh et Allen 14. Monochamus spp. (niet-Europese) 15. Myndus crudus Van Duzee 16. Nacobbus aberrans (Thorne) Thorne et Allen 17. Premnotrypes spp. (niet-Europese) 18. Pseudopithyophthorus minutissimus (Zimmermann) 19. Pseudopithyophthorus pruinosus (Eichhoff) 20. Scaphoideus luteolus (Van Duzee) 21. Spodoptera eridania (Cramer) 22. Spodoptera frugiperda (Smith) 23. Spodoptera litura (Fabricius) 24. Thrips palmi Karny 25. Tephritidae (niet-Europese) zoals: a) Anastrepha fraterculus (Wiedemann) b) Anastrepha ludens (Loew) c) Anastrepha obliqua Macquart d) Anastrepha suspensa (Loew) e) Dacus ciliatus Loew f) Dacus cucurbitae Coquillett g) Dacus dorsalis Hendel h) Dacus tryoni (Froggatt) i) Dacus tsuneonis Miyake j) Dacus zonatus Saund. k) Epochra canadensis (Loew) l) Pardalaspis cyanescens Bezzi m) Pardalaspis quinaria Bezzi n) Pterandrus rosa (Karsch) o) Rhacochlaena japonica Ito p) Rhagoletis cingulata (Loew) q) Rhagoletis completa Cresson r) Rhagoletis fausta (OEsten-Sacken) s) Rhagoletis indifferens Curran t) Rhagoletis mendax Curran u) Rhagoletis pomonella Walsh v) Rhagoletis ribicola Doane w) Rhagoletis suavis (Loew) 26. Xiphinema americanum Cobb sensu lato (niet-Europese populaties) 27. Xiphinema californicum Lamberti et Bleve-Zacheo b) Bacteriën 1. Xylella fastidiosa (Well et Raju) c) Schimmels 1. Ceratocystis fagacearum (Bretz) Hunt 2. Chrysomyxa arctostaphyli Dietel 3. Cronartium spp. (niet-Europese) 4. Endocronartium spp. (niet-Europese) 5. Guignardia laricina (Saw.) Yamamoto et Ito 6. Gymnosporangium spp. (niet-Europese) 7. Inonotus weirii (Murrill) Kotlaba et Pouzar 8. Melampsora farlowii (Arthur) Davis 9. Monilinia fructicola (Winter) Honey 10. Mycosphaerella larici-leptolepis Ito et al. 11. Mycosphaerella populorum G.E. Thompson 12. Phoma andina Turkensteen 13. Phyllosticta solitaria Ell. et Ev. 14. Septoria lycopersici Speg. var. malagutii Ciccarone et Boerema 15. Thecaphora solani Barrus 16. Trechispora brinkmannii (Bresad.) Rogers d) Virussen en virusachtige organismen 1. Mycoplasma van floëemnecrose van Ulmus L. 2. Aardappelvirussen en virusachtige organismen zoals: a) Andean potato latent virus b) Andean potato mottle virus c) Arracacha virus B, oca strain d) Potato black ringspot virus e) Potato spindle tuber viroid f) Aardappelvirus T g) Niet-Europese isolaten van de aardappelvirussen A, M, S, V, X en Y (inclusief Yo, Yn, Yc) en potato leaf roll virus 3. Tobacco ringspot virus 4. Tomato ringspot virus 5. Virussen en virusachtige organismen van Cydonia Mill., Fragaria L., Malus Mill., Prunus L., Pyrus L., Ribes L., Rubus L. en Vitis L., zoals: a) Blueberry leaf mottle virus b) Cherry rasp leaf virus (Amerikaans) c) Peach mosaic virus (Amerikaans) d) Peach phony rickettsia e) Peach rosette mosaic virus f) Peach rosette mycoplasm g) Peach X-disease mycoplasm h) Peach yellows mycoplasm i) Plum line pattern virus (Amerikaans) j) Raspberry leaf curl virus (Amerikaans) k) Strawberry latent "C" virus l) Strawberry vein banding virus m) Strawberry witches' broom mycoplasm n) Niet-Europese virussen en virusachtige organismen van Cydonia Mill., Fragaria L., Malus Mill., Prunus L., Pyrus L., Ribes L., Rubus L. en Vitis L. 6. Door Bemisia tabaci Genn. overgedragen virussen, zoals: a) Bean golden mosaic virus b) Cowpea mild mottle virus c) Lettuce infectious yellows virus d) Pepper mild tigré virus e) Squash leaf curl virus f) Euphorbia mosaic virus g) Florida tomato virus e) Parasitaire planten 1. Arceuthobium spp. (niet-Europese) Rubriek II SCHADELIJKE ORGANISMEN WAARVAN BEKEND IS DAT ZIJ IN DE GEMEENSCHAP VOORKOMEN EN DIE RISICO'S OPLEVEREN VOOR DE GEHELE GEMEENSCHAP a) Insekten, mijten en nematoden, in alle stadia van hun ontwikkeling 1. Globodera pallida (Stone) Behrens 2. Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens 3. Heliothis armigera (Huebner) 4. Liriomyza bryoniae (Kaltenbach) 5. Liriomyza trifolii (Burgess) 6. Liriomyza huidobrensis (Blanchard) 7. Opogona sacchari (Bojer) 8. Popillia japonica Newman 9. Spodoptera littoralis (Boisduval) b) Bacteriën 1. Clavibacter michiganensis (Smith) Davis et al. ssp. sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al. c) Schimmels 1. Melampsora medusae Thuemen 2. Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival d) Virussen en virusachtige organismen 1. Apple proliferation mycoplasm 2. Apricot chlorotic leaf roll mycoplasm 3. Pear decline mycoplasm Deel B SCHADELIJKE ORGANISMEN DIE NIET MOGEN WORDEN BINNENGEBRACHT OF VERSPREID IN BEPAALDE BESCHERMDE GEBIEDEN a) Insekten, mijten en nematoden, in alle stadia van hun ontwikkeling 1. Bemisia tabaci Genn. (Europese populaties) DK, IRL, P, UK 2. Leptinotarsa decemlineata Say E (Minorca en Ibiza), IRL, P (Azoren en Madeira), UK d) Virussen en virusachtige organismen 1. Beet necrotic yellow vein virus DK, IRL, P (Azoren), UK 2. Tomato spotted wilt virus DK BIJLAGE II Deel A OP BEPAALDE PLANTEN OF PLANTAARDIGE PRODUKTEN VOORKOMENDE SCHADELIJKE ORGANISMEN DIE NIET MOGEN WORDEN BINNENGEBRACHT OF VERSPREID IN DE LID-STATEN Rubriek I SCHADELIJKE ORGANISMEN DIE VOOR ZOVER BEKEND IN DE GEMEENSCHAP NIET VOORKOMEN EN DIE RISICO'S OPLEVEREN VOOR DE GEHELE GEMEENSCHAP a) Insekten, mijten en nematoden, in alle stadia van hun ontwikkeling 1. Aculops fuchsiae Keifer Planten van Fuchsia L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 2. Aleurocanthus spp. Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 3. Anthonomus bisignifer (Schenkling) Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 4. Anthonomus signatus (Say) Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 5. Aonidiella citrina Coquillet Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 6. Aphelenchoides besseyi Christie (*) Zaden van Oryza spp. 7. Aschistonyx eppoi Inouye Planten van Juniperus L., met uitzondering van vruchten en zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 8. Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buehrer) Nickle et al. Planten van Abies Mill., Cedrus Trew, Larix Mill., Picea A. Dietr., Pinus L., Pseudotsuga Carr. en Tsuga Carr., met uitzondering van vruchten en zaden, en hout van Coniferae, van oorsprong uit niet-Europese landen 9. Carposina niponensis Walsingham Planten van Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L., met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 10. Diaphorina citri Kuway Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, alsmede Murraya Koenig, met uitzondering van vruchten en zaden 11. Enarmonia packardi (Zeller) Planten van Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L., met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 12. Enarmonia prunivora Walsh Planten van Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L., met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 13. Eotetranychus lewisi McGregor Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 14. Eotetranychus orientalis Klein Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 15. Grapholita inopinata Heinrich Planten van Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L., met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 16. Hishomonus phycitis Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 17. Leucaspis japonica CkII. Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 18. Listronotus bonariensis (Kuschel) Zaden van Cruciferae, Gramineae en Trifolium spp., van oorsprong uit Argentinië, Australië, Bolivia, Chili, Nieuw-Zeeland en Uruguay 19. Margarodes, niet-Europese soorten, zoals: a) Margarodes vitis (Phillipi) b) Margarodes vredendalensis de Klerk c) Margarodes prieskaensis Jakubski Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten en zaden 20. Numonia pyrivorella (Matsumura) Planten van Pyrus L., met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 21. Oligonychus perditus Pritchard et Baker Planten van Juniperus L., met uitzondering van vruchten en zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 22. Pissodes spp. (niet-Europese) Planten van Coniferae, met uitzondering van vruchten en zaden, hout van Coniferae, met bast, en bast, zonder andere delen, van Coniferae; van oorsprong uit niet-Europese landen 23. Radopholus citrophilus Huettel Dickson et Kaplan Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden, en planten van Araceae, Marantaceae, Musaceae, Persea spp., Strelitziaceae, beworteld of met aanhangend of bijgevoegd groeimedium 24. Saissetia nigra (Nietm.) Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 25. Scirtothrips aurantii Faure Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 26. Scirtothrips dorsalis Hood Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 27. Scirtothrips citri (Moultex) Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 28. Scolytidae spp. (niet-Europese) Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zaden, hout van Coniferae, met bast, en bast, zonder andere delen, van Coniferae; van oorsprong uit niet-Europese landen 29. Tachypterellus quadrigibbus Say Planten van Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L., met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 30. Toxoptera citricida Kirk. Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 31. Trioza erytreae Del Guercio Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, en Clausena Burm. f., met uitzondering van vruchten en zaden 32. Unaspis citri Comstock Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden (*) In de Gemeenschap komt Aphelenchoides besseyi Christie niet voor op Oryza spp. b) Bacteriën 1. Citrus greening bacterium Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 2. Citrus variegated chlorosis Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 3. Erwinia stewartii (Smith) Dye Zaden van Zea mais L. 4. Xanthomonas campestris (alle voor Citrus pathogene stammen) Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 5. Xanthomonas campestris pv. oryzae (Ishiyama) Dye en pv. orizicola (Fang et al.) Dye Zaden van Oryza spp. c) Schimmels 1. Alternaria alternata (Fr.) Keissler (niet-Europese pathogene isolaten) Planten van Cydonia Mill., Malus Mill. en Pyrus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 2. Apiosporina morbosa (Schwein.) v. Arx Planten van Prunus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 3. Atropellis spp. Planten van Pinus L., met uitzondering van vruchten en zaden, bast, zonder andere delen, en hout van Pinus L. 4. Ceratocystis coerulescens (Muench) Bakshi Planten van Acer saccharum Marsh., met uitzondering van vruchten en zaden, van oorsprong uit Noordamerikaanse landen, hout van Acer saccharum Marsh., ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, van oorsprong uit Noordamerikaanse landen 5. Cercoseptoria pinidensiflorae (Hori et Nambu) Deighton Planten van Pinus L., met uitzondering van vruchten en zaden, en hout van Pinus L. 6. Cercospora angolensis Carv. et Mendes Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van zaden 7. Ciborinia camelliae Kohn Planten van Camellia L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 8. Diaporthe vaccinii Shaer Planten van Vaccinium spp., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 9. Elsinoe spp. Bitanc. et Jenk. Mendes Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 10. Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kilian et Maire) Gordon Planten van Phoenix spp., met uitzondering van vruchten en zaden 11. Guignardia citricarpa Kiely (alle voor Citrus pathogene stammen) Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van zaden 12. Guignardia piricola (Nosa) Yamamoto Planten van Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L., met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 13. Puccinia pittieriana Hennings Planten van Solanaceae, met uitzondering van vruchten en zaden 14. Scirrhia acicola (Dearn.) Siggers Planten van Pinus L., met uitzondering van vruchten en zaden 15. Venturia nashicola Tanaka et Yamamoto Planten van Pyrus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen d) Virussen en virusachtige organismen 1. Beet curly top virus (niet-Europese isolaten) Planten van Beta vulgaris L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 2. Black raspberry latent virus Planten van Rubus L., bestemd voor opplant 3. Blight and Blight-like Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 4. Cadang-Cadang viroid Planten van Palmae, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 5. Cherry leaf roll virus (*)Planten van Rubus L., bestemd voor opplant 6. Citrus mosaic virus Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 7. Citrus tristeza virus (niet-Europese isolaten) Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 8. Leprosis Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 9. Little cherry pathogen (niet-Europese isolaten) Planten van Prunus cerasus L., Prunus avium L., Prunus incisa Thunb., Prunus sargentii Rehd., Prunus serrula Franch., Prunus serrulata Lindl., Prunus speciosa (Koidz.) Ingram, Prunus subhirtella Miq., Prunus yedoensis Matsum., en hybriden en cultivars daarvan, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 10. Naturally spreading psorosis Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 11. Palm lethal yellowing mycoplasm Planten van Palmae, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen 12. Prunus necrotic ringspot virus (**) Planten van Rubus L., bestemd voor opplant 13. Satsuma dwarf virus Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 14. Tatter leaf virus Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 15. Witches' broom (MLO) Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden (*) In de Gemeenschap komt Cherry leaf roll virus niet voor op Rubus L. (**) In de Gemeenschap komt Prunus necrotic ringspot virus niet voor op Rubus L. Rubriek II SCHADELIJKE ORGANISMEN WAARVAN BEKEND IS DAT ZIJ IN DE GEMEENSCHAP VOORKOMEN EN DIE RISICO'S OPLEVEREN VOOR DE GEHELE GEMEENSCHAP a) Insekten, mijten en nematoden, in alle stadia van hun ontwikkeling 1. Aphelenchoides besseyi Christie Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 2. Daktulosphaira vitifoliae (Fitch) Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten en zaden 3. Ditylenchus destructor Thorne Bloembollen en knollen van de geslachten Crocus L., Gladiolus Tourn. ex L., Hyacinthus L., Iris L., Tigridia Juss., Tulipa L., bestemd voor opplant, en aardappelknollen (Solanum tuberosum L.), bestemd voor opplant 4. Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev Zaden en bollen van Allium cepa L., Allium porrum L. en Allium schoenoprasum L., bollen en knollen van Camassia Lindl., Chionodoxa Boiss., Crocus flavus Weston "Golden Yellow", Galanthus L., Galtonia candicans (Baker) Decne, Hyacinthus L., Ismene Herbert, Muscari Miller, Narcissus L., Ornithogalum L., Puschkinia Adams, Scilla L., Tulipa L., bestemd voor opplant, en zaden van Medicago sativa L. 5. Circulifer haematoceps Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 6. Circulifer tenellus Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 7. Radopholus similis (Cobb) Thorne Planten van Araceae, Marantaceae, Musaceae, Persea spp., Strelitziaceae, beworteld of met aanhangend of bijgevoegd groeimedium b) Bacteriën 1. Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus (McCulloch) Davis et al. Zaden van Medicago sativa L. 2. Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al. Planten van Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex Farw., bestemd voor opplant 3. Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. Planten van Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Ehrh., Crataegus L., Cydonia Mill., Eriobotrya Lindl., Malus Mill., Mespilus L., Pyracantha Roem., Pyrus L., Sorbus L. andere dan Sorbus intermedia (Ehrh.) Pers. en Stranvaesia Lindl., bestemd voor opplant, met uitzondering van vruchten en zaden 4. Erwinia chrysanthemi pv. dianthicola (Hellmers) Dickey Planten van Dianthus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 5. Pseudomonas caryophylli (Burkholder) Starr et Burkholder Planten van Dianthus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 6. Pseudomonas solanacearum (Smith) Smith Planten van Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex Farw. en Solanum melongena L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, en knollen van Solanum tuberosum L. 7. Pseudomonas syringae pv. persicae (Prunier et al.) Young et al. Planten van Prunus persica (L.) Batsch en Prunus persica var. nectarina (Ait.) Maxim, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 8. Xanthomonas campestris pv. phaseoli (Smith) Dye Zaden van Phaseolus L. 9. Xanthomonas campestris pv. pruni (Smith) Dye Planten van Prunus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 10. Xanthomonas campestris pv. vesicatoria (Doidge) Dye Planten van Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex Farw. en Capsicum spp., bestemd voor opplant 11. Xanthomonas fragariae Kennedy et King Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 12. Xylophilus ampelinus (Panagopoulos) Willems et al. Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten en zaden c) Schimmels 1. Ceratocystis fimbriata f. sp. platani Walter Planten van Platanus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, en hout van Platanus L., ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft 2. Colletotrichum acutatum Simmonds Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 3. Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr Planten van Castanea Mill. en Quercus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, hout en bast, zonder andere delen, van Castanea Mill. 4. Didymella ligulicola (Baker, Dimock et Davis) v. Arx Planten van Dendranthema (DC.) Des Moul., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 5. Phialophora cinerescens (Wollenweber) van Beyma Planten van Dianthus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 6. Phoma tracheiphila (Petri) Kanchaveli et Gikashvili Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van zaden 7. Phytophtora fragariae Hickman var. fragariae Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 8. Plasmopara halstedii (Farlow) Berl. et de Toni Zaden van Helianthus annuus L. 9. Puccinia horiana Hennings Planten van Dendranthema (DC.) Des Moul., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 10. Scirrhia pini Funk et Parker Planten van Pinus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 11. Verticillium albo-atrum Reinke et Berthold Planten van Humulus lupulus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 12. Verticillium dahliae Klebahn Planten van Humulus lupulus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden d) Virussen en virusachtige organismen 1. Arabis mosaic virus Planten van Fragaria L. en Rubus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 2. Beet leaf curl virus Planten van Beta vulgaris L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 3. Chrysanthemum stunt viroid Planten van Dendranthema (DC.) Des Moul., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 4. Cirus tristeza virus (Europese isolaten) Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 5. Citrus vein enation woody gall Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 6. Grapevine Flavescence dorée MLO Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten en zaden 7. Plum pox virus Planten van Prunus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 8. Potato stolbur mycoplasm Planten van Solanaceae, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 9. Raspberry ringspot virus Planten van Fragaria L. en Rubus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 10. Spiroplasma citri Saglio et al. Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden 11. Strawberry crinkle virus Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 12. Strawberry latent ringspot virus Planten van Fragaria L. en Rubus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 13. Strawberry mild yellow edge virus Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 14. Tomato black ring virus Planten van Fragaria L. en Rubus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden 15. Tomato spotted wilt virus Planten van Apium graveolens L., Capsicum annuum L., Cucumis melo L., Dendranthema (DC.) Des Moul., alle rassen van Nieuwguinese hybriden Impatiens, Lactuca sativa L., Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex Farw., Nicotiana tabacum L. waarvan moet worden aangetoond dat de planten bestemd zijn voor verkoop aan beroepsmatige tabakstelers, Solanum melongena L. en Solanum tuberosum L., bestemd voor opplant Deel B OP BEPAALDE PLANTEN OF PLANTAARDIGE PRODUKTEN VOORKOMENDE SCHADELIJKE ORGANISMEN DIE NIET MOGEN WORDEN BINNENGEBRACHT OF VERSPREID IN BEPAALDE BESCHERMDE GEBIEDEN a) Insekten, mijten en nematoden, in alle stadia van hun ontwikkeling 1. Anthonomus grandis (Boh.) Zaden en vruchten van Gossypium spp. EL, E, I 2. Cephalcia lariciphila (Klug) Planten van Larix Mill., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden F, IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 3. Dendroctonus micans Kugelan Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zaden; hout van Coniferae, met bast; bast, zonder andere delen, van Coniferae EL, E, IRL, I, P, UK (*) 4. Gilpinia hercyniae (Hartig) Planten van Picea A. Dietr., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden EL, F, IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 5. Gonipterus scutellatus Gyll. Planten van Eucalyptus I'Hérit, met uitzondering van vruchten en zaden EL, P 6. a) Ips amitinus Eichhof Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zaden; hout van Coniferae, met bast; bast, zonder andere delen, van Coniferae EL, E, F (Corsica), I, IRL, P, UK b) Ips cembrae Heer Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zaden; hout van Coniferae, met bast; bast, zonder andere delen, van Coniferae EL, E, IRL, P, UK (N-IRL, eiland Man) c) Ips duplicatus Sahlberg Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zaden; hout van Coniferae, met bast; bast, zonder andere delen, van Coniferae EL, E, IRL, I, P, UK d) Ips sexdentatus Boerner Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zaden; hout van Coniferae, met bast; bast, zonder andere delen, van Coniferae EL, IRL, UK (N-IRL, eiland Man) e) Ips typographus Heer Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zaden; hout van Coniferae, met bast; bast, zonder andere delen, van Coniferae EL, E, IRL, P, UK 7. Matsucoccus feytaudi Duc. Bast, zonder andere delen, en hout van Coniferae F (Corsica) 8. Pissodes spp. (Europese) Planten van Coniferae, met uitzondering van vruchten en zaden; hout van Coniferae; bast, zonder andere delen, van Coniferae IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 9. Sternochetus mangiferae Fabricius Zaden van Mangifera spp., van oorsprong uit derde landen E, P 10. Thaumetopoea pityocampa (Den. et Schiff.) Planten van Pinus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van vruchten en zaden E (Ibiza) (*) (Schotland, Noord-Ierland, Engeland: de volgende graafschappen: Bedfordshire, Berkshire, Buckinghamshire, Cambridgeshire, Cleveland, Cornwall, Cumbria, Devon, Dorset, Durham, Essex, Hampshire, Hertfordshire, Humberside, Isle of Man, Isle of Wight, Isles of Scilly, Kent, Lincolnshire, Norfolk, Northamptonshire, Northumberland, Nottinghamshire, Oxfordshire, Somerset, Suffolk, Surrey, Sussex East, Sussex West, Tyne and Wear, Wiltshire, Yorkshire South, Yorkshire West, en de volgende delen van graafschappen: Avon: het deel van het graafschap ten noorden van de M4; Derbyshire: de districten North East Derbyshire, Chesterfield en Bolsover; Leicestershire: de districten Charnwood, Melton, Rutland, Harborough, Oadby and Wigston, Leicester en Blaby; Yorkshire North: de districten Scarborough, Ryedale, Hambleton, Richmondshire, Harrogate, York en Selby. b) Bacteriën 1. Curtobacterium flaccumfaciens pv. flaccumfaciens (Hedges) Collins et Jones Zaden van Phaseolus vulgaris L. en Dolichos Jacq. EL, E, I, P 2. Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. Delen van planten, met uitzondering van vruchten, zaden en planten bestemd voor opplant, maar inclusief levende pollen voor bestuiving van Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Ehrh., Crataegus L., Cydonia Mill., Eriobotrya Lindl., Malus Mill., Mespilus L., Pyracantha Roem., Pyrus L., Sorbus L. andere dan Sorbus intermedia (Ehrh.) Pers. en Stranvaesia Lindl. E, F (Champagne-Ardennes, Alsace - met uitzondering van het departement Bas-Rhin -, Lorraine, Franche-Comté, Rhône-Alpes, Bourgogne, Auvergne, Provence-Alpes-Côte d'Azur, Corsica, Languedoc-Roussillon), IRL, I, P, UK (N-IRL, eiland Man en Kanaaleilanden) c) Schimmels 1. Glomerella gossypii Edgerton Zaden en vruchten van Gossypium spp. EL, I (Sicilië) 2. Gremmeniella abietina (Lag.) Morelet Planten van Abies Mill., Larix Mill., Picea A. Dietr., Pinus L. en Pseudotsuga Carr., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 3. Hypoxylon mammatum (Wahl.) J. Miller Planten van Populus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 4. Phytophthora cinnamomi Rands Planten van Persea americana P. Mill., met uitzondering van vruchten en zaden EL (Kreta) BIJLAGE III Deel A PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUKTEN EN ANDERE MATERIALEN DIE NIET MOGEN WORDEN BINNENGEBRACHT IN DE LID-STATEN 1. Planten van Abies Mill., Cedrus Trew, Chamaecyparis Spach, Juniperus L., Larix Mill., Picea A. Dietr., Pinus L., Pseudotsuga Carr. en Tsuga Carr., met uitzondering van vruchten en zaden Niet-Europese landen 2. Planten van Castanea Mill. en Quercus L., met blad, met uitzondering van vruchten en zaden Niet-Europese landen 3. Planten van Populus L., met blad, met uitzondering van vruchten en zaden Noordamerikaanse landen 4. Bast, zonder andere delen, van Coniferae Niet-Europese landen 5. Bast, zonder andere delen, van Castanea Mill. Derde landen 6. Bast, zonder andere delen, van Quercus L. andere dan Quercus suber L. Noordamerikaanse landen 7. Bast, zonder andere delen, van Acer saccharum Marsh. Noordamerikaanse landen 8. Bast, zonder andere delen, van Populus L. Landen van het Amerikaanse vasteland 9. Planten van Chaenomeles Lindl., Cydonia Mill., Crataegus L., Malus Mill., Photinia Ldl., Prunus L., Pyrus L. en Risa L., bestemd voor opplant, met uitzondering van slapende planten zonder blad, bloemen en vruchten Niet-Europese landen 10. Knollen van Solanum tuberosum L., pootaardappelen Derde landen, met uitzondering van Oostenrijk en Zwitserland 11. Planten van stolonen- of knollenvormende soorten van Solanum L. of hybriden daarvan, bestemd voor opplant, met uitzondering van knollen van Solanum tuberosum L. als bedoeld in punt 10 Derde landen 12. Knollen van Solanum tuberosum L., met uitzondering van knollen van Solanum tuberosum L. als bedoeld in de punten 10 en 11 Onverminderd de bijzondere eisen die gelden voor aardappelknollen als bedoeld in bijlage IV, deel A, rubriek I: derde landen met uitzondering van Oostenrijk, Cyprus, Egypte, Israël, Libië, Malta, Marokko, Zwitserland, Tunesië en Turkije, en van Europese derde landen die volgens de procedure van artikel 16 bis zijn erkend als zijnde vrij van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al., of waar voorschriften zijn vastgesteld die volgens de procedure van artikel 16 bis als gelijkwaardig zijn erkend met de communautaire voorschriften inzake de bestrijding van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al. 13. Planten van Solanaceae, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden en materialen als bedoeld in punt 10, 11 of 12 Niet-Europese landen 14. Grond en groeimedium als zodanig, geheel of gedeeltelijk bestaande uit grond of vaste organische stoffen zoals plantedelen, humus met turf of schors, doch niet uitsluitend bestaande uit turf Turkije, Wit-Rusland, Estland, Letland, Litouwen, Moldavië, Rusland, de Oekraúne en derde landen die niet tot het Europese vasteland behoren, met uitzondering van Cyprus, Egypte, Israël, Libië, Malta, Marokko en Tunesië 15. Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten Derde landen 16. Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden Derde landen 17. Planten van Phoenix spp., met uitzondering van vruchten en zaden Algerije en Marokko 18. Planten van Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L., en hybriden daarvan, en Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden Onverminderd de verbodsbepalingen voor de in punt 9 genoemde planten: niet-Europese landen, met uitzondering van mediterrane landen, Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, de continentale staten van de Verenigde Staten van Amerika 19. Planten van de familie Gramineae, met uitzondering van planten van overblijvende siergrassen van de onderfamilies Bambusoideae, Panicoideae en de geslachten Buchloe, Bouteloua Lag., Calamagrostis, Cortaderia Stapf., Glyceria R.Br., Hakonechloa Mak. ex Honda, Hystrix, Molinia, Phalaris L., Shibataea, Spartina Schreb., Stipa L. en Uniola L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden Derde landen, met uitzondering van Europese en mediterrane landen Deel B PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUKTEN EN ANDERE MATERIALEN DIE NIET MOGEN WORDEN BINNENGEBRACHT IN BEPAALDE BESCHERMDE GEBIEDEN 1. Onverminderd de eisen die gelden voor de in de punten 9 en 18 van deel A genoemde planten, planten en levende pollen voor bestuiving van Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Ehrh., Crataegus L., Cydonia Mill., Eriobotrya Lindl., Malus Mill., Mespilus L., Pyracantha Roem., Pyrus L., Sorbus L. andere dan Sorbus intermedia (Ehrh.) Pers., Stranvaesia Lindl., met uitzondering van vruchten en zaden, van oorsprong uit derde landen, met uitzondering van de landen die volgens de procedure van artikel 16 bis zijn erkend als zijnde vrij van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. E, F (Champagne-Ardennes, Champagne, Alsace - met uitzondering van het departement Bas-Rhin -, Lorraine, Franche-Comté, Rhône-Alpes, Bourgogne, Auvergne, Provence-Alpes-Côte d'Azur, Corsica en Languedoc-Roussillon), IRL, I, P, UK (N-IRL, eiland Man en de Kanaaleilanden) 2. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen EL, F (Corsica) 3. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van Citrus paradisi Macf., van oorsprong uit derde landenI BIJLAGE IV Deel A DOOR DE LID-STATEN VAST TE STELLEN BIJZONDERE EISEN TEN AANZIEN VAN HET BINNENBRENGEN EN HET IN HET VERKEER BRENGEN VAN PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUKTEN EN ANDERE MATERIALEN IN DE LID-STATEN Rubriek I PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUKTEN EN ANDERE MATERIALEN VAN OORSPRONG UIT DERDE LANDEN 1.1. Hout van Coniferae, exclusief hout van Thula L., met uitzondering van hout in de vorm van: - hout in plakjes, spanen of kleine stukjes, resten en afval van hout, geheel of gedeeltelijk verkregen uit deze Coniferae - pakkisten, kratten of trommels - laadborden, laadkisten of andere laadplateaus - stuwmateriaal, tussenschotten en dwarsbalken ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, van oorsprong uit Canada, China, Japan, Korea, Taiwan en de Verenigde Staten van AmerikaAan de hand van een volgens de procedure van artikel 16 bis goedgekeurd verkliksysteem dat op het hout is aangebracht, moet blijken dat het hout een adequate warmtebehandeling (een kerntemperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten) heeft ondergaan 1.2. Hout van Coniferae, in plakjes, spanen of kleine stukjes, resten en afval van hout, geheel of gedeeltelijk verkregen uit Coniferae, van oorsprong uit Canada, China, Japan, Korea, Taiwan en de Verenigde Staten van Amerikaa) Officiële verklaring dat het produkt op adequate wijze is gefumigeerd aan boord van het schip of, vóór verzending, in een container en b) het produkt wordt vervoerd in verzegelde containers of op zodanige wijze dat het niet opnieuw kan worden besmet 1.3. Hout van Coniferae, met uitzondering van hout van Thula L., in de vorm van pakkisten, kratten, trommels, laadborden, laadkisten of andere laadplateaus, stuwmateriaal, tussenschotten en dwarsbalken, ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, van oorsprong uit Canada, China, Japan, Korea, Taiwan en de Verenigde Staten van AmerikaHet hout moet van de bast zijn ontdaan en moet vrij zijn van boorgaten van larven van het geslacht Monochamus (niet-Europese spp.), in dit geval boorgaten van meer dan 3 mm diameter, en moet een vochtgehalte hebben van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerking 1.4. Hout van Thula L., ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, van oorsprong uit Canada, China, Japan, Korea, Taiwan en de Verenigde Staten van AmerikaHet hout moet van de bast zijn ontdaan en moet vrij zijn van boorgaten van larven van het geslacht Monochamus (niet-Europese spp.), in dit geval boorgaten van meer dan 3 mm diameter 1.5. Hout van Coniferae, met uitzondering van hout in plakjes, spanen of kleine stukjes, resten en afval van hout, geheel of gedeeltelijk verkregen uit Coniferae, ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, van oorsprong uit niet-Europese a) Het hout moet van de bast zijn ontdaan en moet vrij zijn van boorgaten van larven van Monochamus (niet-Europese spp.), in dit geval boorgaten van meer dan 3 mm diameter of landen, met uitzondering van Canada, China, Japan, Korea, Taiwan en de Verenigde Staten van Amerikab) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerking 2.1. Hout van Acer saccharum Marsh., ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, met uitzondering van hout voor de produktie van fineer, van oorsprong uit Noordamerikaanse landenUit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van deze bewerking 2.2. Hout van Acer saccharum Marsh., met uitzondering van het in punt 2.1 bedoelde hout, van oorsprong uit Noordamerikaanse landenUit de begeleidende documenten of op enige andere wijze moet blijken dat het hout bestemd is voor de produktie van fineerplaten 3. Hout van Castanea Mill. en Quercus L., ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, van oorsprong uit Noordamerikaanse landenHet hout moet van de bast zijn ontdaan en moet a) of wel zodanig zijn gekantrecht dat het ronde oppervlak is verdwenen b) of wel vergezeld gaan van een officiële verklaring dat het vochtgehalte van het hout niet meer bedraagt dan 20 %, berekend op de droge stof c) of wel vergezeld gaan van een officiële verklaring dat het is gedesinfecteerd door middel van een passende behandeling met warme lucht of warm water of, wanneer het gezaagd hout met of zonder bastresten betreft, moet uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van deze bewerking 4. Hout van Castanea Mill.Onverminderd de eisen die gelden voor de in punt 3 bedoelde plantaardige produkten: a) officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr of b) het hout moet van de bast zijn ontdaan 5. Hout van Platanus L., ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika of ArmeniëUit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van deze bewerking 6. Hout van Populus L., van oorsprong uit landen van het Amerikaanse vastelandHet hout moet van de bast zijn ontdaan 7. Hout in plakjes, spanen, kleine stukjes, resten en afval van hout, dat geheel of gedeeltelijk is verkregen uit Acer saccharum Marsh., Castanea Mill., Platanus L., Populus L. en Quercus L., van oorsprong uit niet-Europese landen, en Coniferae, van oorsprong uit niet-Europese landen, met uitzondering van Canada, China, Japan, Korea, Taiwan en de Verenigde Staten van AmerikaHet produkt moet uitsluitend zijn vervaardigd van hout dat of wel van de bast is ontdaan of wel volgens de "Kiln-dry"-methode volgens een passend tijd- en temperatuurschema is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van de bewerking, of wel is gefumigeerd aan boord van het schip of, vóór verzending, in een container, en wordt vervoerd in verzegelde containers of op zodanige wijze dat het niet opnieuw kan worden besmet 8.1. Planten van Coniferae, met uitzondering van vruchten en zaden, van oorsprong uit niet-Europese landenOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de planten in boomkwekerijen zijn gekweekt en dat de plaats van produktie vrij is van Pissodes spp. (niet-Europese) 8.2. Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zaden, van oorsprong uit niet-Europese landenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en punt 8.1 van deze bijlage bedoelde planten een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de planten in boomkwekerijen zijn gekweekt en dat de plaats van produktie vrij is van Scolytidae spp. (niet-Europese) 9. Planten van Pinus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en de punten 8.1 en 8.2 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Scirrhia acicola (Dearn.) Siggers of Scirrhia pini Funk et Parker zijn waargenomen 10. Planten van Abies Mill., Larix Mill., Picea A. Dietr., Pinus L., Pseudotsuga Carr. en Tsuga Carr., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en de punten 8.1, 8.2 en 9 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Melampsora medusae Thuemen zijn waargenomen 11.1. Planten van Castanea Mill. en Quercus L., met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 2, bedoelde planten: a) van oorsprong uit niet-Europese landeneen officiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Cronartium spp. (niet-Europese) zijn waargenomen b) van oorsprong uit Noordamerikaanse landeneen officiële verklaring dat de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ceratocystis fagacearum (Bretz) Hunt 11.2. Planten van Castanea Mill. en Quercus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 2, en punt 11.1 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr zijn waargenomen 12. Planten van Platanus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika of ArmeniëOfficiële verklaring dat sedert de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Ceratocystis fimbriata f.sp. platani Walter zijn waargenomen 13.1. Planten van Populus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit derde landenOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 3, bedoelde planten, een officiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Melampsora medusae Thuemen zijn waargenomen 13.2. Planten van Populus L., met uitzondering van vruchten en zaden, van oorsprong uit landen van het Amerikaanse vastelandOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 3, en punt 13.1 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Mycosphaerella populorum G.E. Thompson zijn waargenomen 14. Planten van Ulmus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit Noordamerikaanse landenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van mycoplasma van floëem-necrose van Ulmus L. zijn waargenomen 15. Planten van Chaenomeles Lindl., Crataegus L., Cydonia Mill., Eriobotrya Lindl., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landenOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, en bijlage III, deel B, punt 1, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) de planten van oorsprong zijn uit een land dat bekend staat als zijnde vrij van Monilinia fructicola (Winter) Honey of b) de planten van oorsprong zijn uit een gebied dat volgens de procedure van artikel 16 bis erkend is als zijnde vrij van Monilinia fructicola (Winter) Honey en waar sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie geen symptomen van Monilinia fructicola (Winter) Honey zijn waargenomen 16. Van 15 februari tot en met 30 september, vruchten van Prunus L.Officiële verklaring dat: - de vruchten van oorsprong zijn uit een land dat bekend staat als zijnde vrij van Monilinia fructicola (Winter) Honey of - de vruchten van oorsprong zijn uit een gebied dat volgens de procedure van artikel 16 bis erkend is als zijnde vrij van Monilinia fructicola (Winter) Honey of - de vruchten vóór de oogst en/of de uitvoer degelijk zijn gecontroleerd en behandeld om ervoor te zorgen dat zij vrij blijven van Monilinia spp. 16.1. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landenOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel B, punten 2 en 3, bedoelde vruchten, moeten de vruchten van de steel zijn ontdaan en moet de oorsprong op adequate wijze op de verpakking zijn vermeld 16.2. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen waar, naar bekend is, Xanthomonas campestris (alle voor Citrus pathogene stammen), voorkomtOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel B, punten 2 en 3, en de punten 16.1, 16.3 en 16.4 van deze bijlage bedoelde vruchten, een officiële verklaring dat: a) de vruchten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van dat organisme, of, indien niet kan worden voldaan aan deze eis, b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie en in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van dat organisme zijn waargenomen, bij een adequaat officieel onderzoek van bladeren die ten vroegste 15 dagen vóór de oogst van de vruchten zijn geplukt en die als representatieve monsters kunnen worden aangemerkt, is gebleken dat deze vrij zijn van dat organisme, en bij een officieel onderzoek van op de plaats van produktie geoogste vruchten op deze vruchten geen symptomen van dat organisme zijn aangetroffen, indien de vruchten van oorsprong zijn uit landen die volgens de procedure van artikel 16 bis zijn erkend, of, indien ook niet kan worden voldaan aan deze eis, c) op de vruchten geen symptomen van dat organisme zijn aangetroffen en de vruchten op een adequate wijze zijn behandeld met produkten zoals chloor of natriumorthofenylfenolaat 16.3. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen waar, naar bekend is, Cercospora angolensis Carv. et Mendes of Guignardia citricarpa Kiely (alle voor Citrus pathogene stammen) voorkomtOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel B, punten 2 en 3, en de punten 16.1, 16.2 en 16.4 van deze bijlage bedoelde vruchten, een officiële verklaring dat: a) de vruchten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van die organismen, of, indien niet kan worden voldaan aan deze eis, b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie en in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van die organismen zijn waargenomen, en bij een adequaat officieel onderzoek van op de plaats van produktie geoogste vruchten op deze vruchten geen symptomen van die organismen zijn aangetroffen, of, indien ook niet kan worden voldaan aan deze eis, c) de vruchten op een adequate wijze zijn behandeld tegen die organismen 16.4. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvan, van oorsprong uit niet-Europese derde landen waar, naar bekend is, Tephritidae (niet-Europese) op deze vruchten voorkomenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel B, punten 2 en 3, en de punten 16.1, 16.2 en 16.3 van deze bijlage bedoelde vruchten, een officiële verklaring dat: a) de vruchten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van die organismen, of, indien niet kan worden voldaan aan deze eis, b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus, bij officiële controles die drie maanden vóór de oogst ten minste om de maand zijn verricht, op de plaats van produktie en in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van die organismen zijn waargenomen, en bij een officieel onderzoek van de op de plaats van produktie geoogste vruchten op die vruchten geen symptomen van die organismen zijn aangetroffen, of, indien ook niet kan worden voldaan aan deze eis, c) bij een officieel onderzoek op representatieve monsters is gebleken dat de vruchten vrij zijn van die organismen, in alle stadia van hun ontwikkeling, of, indien ook niet kan worden voldaan aan deze eis, d) de vruchten op een adequate wijze zijn behandeld, dit is een acceptabele warmtebehandeling met stoom, een koudebehandeling of een snelvriesbehandeling hebben ondergaan waarvan is aangetoond dat zij doeltreffend is tegen deze organismen zonder dat de vrucht wordt beschadigd, en, wanneer een dergelijke behandeling niet kan worden toegepast, de vruchten chemisch zijn behandeld, voor zover de communautaire voorschriften een dergelijke behandeling toestaan 17. Planten van Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Ehrh., Crataegus L., Cydonia Mill., Eriobotrya Lindl., Malus Mill., Mespilus L., Pyracantha Roem., Pyrus L., Sorbus L. andere dan Sorbus intermedia (Ehrh.) Pers., Stranvaesia Lindl., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, deel B, punt 1, of in punt 15 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) de planten van oorsprong zijn uit landen die volgens de procedure van artikel 16 bis zijn erkend als zijnde vrij van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. of b) de planten op het perceel van produktie of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, die symptomen van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. vertoonden, zijn uitgewied 18. Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden, en planten van Araceae, Marantaceae, Musaceae, Persea spp. en Strelitziaceae, beworteld of met aanhangend of met bijgevoegd groeimediumOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 16, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) de planten van oorsprong zijn uit landen die bekend staan als zijnde vrij van Radopholus citrophilus Huettel et al. en Radopholus similis (Cobb) Thorne of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus representatieve monsters van grond en wortels, afkomstig van de plaats van produktie, officieel nematologisch zijn onderzocht op de aanwezigheid van ten minste Radopholus citrophilus Huettel et al. en Radopholus similis (Cobb) Thorne en daarbij vrij zijn bevonden van die schadelijke organismen 19.1. Planten van Crataegus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Phyllosticta solitaria Ell. et Ev. voorkomtOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 9, en in de punten 15 en 17 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen symptomen van Phyllosticta solitaria Ell. et Ev. zijn waargenomen 19.2. Planten van Cydonia Mill., Fragaria L., Malus Mill., Prunus L., Pyrus L., Ribes L. en Rubus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, de voor deze planten schadelijke organismen op de betrokken geslachten voorkomen Het betreft: - op Fragaria L.: - Phytophthora fragariae Hickman var. fragariae - Arabis mosaic virus - Raspberry ringspot virus - Strawberry crinkle virus - Strawberry latent ringspot virus - Strawberry mild yellow edge virus - Tomato black ring virus - Xanthomonas fragariae Kennedy et King - op Malus Mill.: Phyllosticta solitaria Ell. et Ev. - op Prunus L.: - Apricot chlorotic leafroll mycoplasm - Xanthomonas campestris pv. pruni (Smith) Dye - op Prunus persica (L.) Batsch: Pseudomonas syringae pv. persicae (Prunier et al.) Young et al. Onverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, en de punten 15 en 17 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen symptomen van die schadelijke organismen zijn waargenomen - op Pyrus L.: Phyllosticta solitaria Ell. et Ev. - op Rubus L.: - Arabis mosaic virus - Raspberry ringspot virus - Strawberry latent ringspot virus - Tomato black ring virus - op alle soorten: niet-Europese virussen en virusachtige organismen 20. Planten van Cydonia Mill. en Pyrus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Pear decline mycoplasm voorkomtOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, en de punten 15, 17 en 19.2 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat de planten op de plaats van produktie en in de onmiddellijke omgeving daarvan, die symptomen hebben vertoond waardoor wordt vermoed dat zij zijn besmet met Pear decline mycoplasm, gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli zijn uitgewied 21.1. Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, voor deze planten schadelijke organismen voorkomen Het betreft: - Strawberry latent "C" virus - Strawberry vein banding virus - Strawberry witches' broom mycoplasmOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 18, en in punt 19.2 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten, met uitzondering van zaailingen, - of wel officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste de genoemde schadelijke organismen, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van deze schadelijke organismen - of wel in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli ten minste eenmaal officieel is getoetst op ten minste de genoemde schadelijke organismen, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van deze schadelijke organismen b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie of op vatbare planten in de onmiddellijke omgeving daarvan, geen symptomen van de genoemde schadelijke organismen zijn waargenomen 21.2. Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Aphelenchoides besseyi Christie voorkomtOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 18, en in de punten 19.2 en 21.1 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) of wel sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen symptomen van Aphelenchoides besseyi Christie zijn waargenomen b) of wel, wat betreft planten in weefselcultuur, de planten verkregen zijn van planten die voldoen aan de onder a) genoemde eisen of door middel van adequate nematologische methoden officieel zijn getoetst en vrij zijn bevonden van Aphelenchoides besseyi Christie 21.3. Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 18, en in de punten 19.2, 21.1 en 21.2 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat de planten van oorsprong zijn uit een gebied dat bekend staat als zijnde vrif van Anthonomus signatus Say en Anthonomus bisignifer (Schenkling) 22.1. Planten van Malus Mill., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, de voor deze planten schadelijke organismen voorkomen op Malus Mill. Het betreft: - Cherry rasp leaf virus (Amerikaans) - Tomato ringspot virusOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, bijlage III, deel B, punt 1, en in de punten 15, 17 en 19.2 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten: - of wel officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste de genoemde schadelijke organismen, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van deze schadelijke organismen - of wel in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli ten minste eenmaal officieel is getoetst op ten minste de genoemde schadelijke organismen, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van deze schadelijke organismen b) sedert het begin van de laatste drie volledige vegetatiecycli op de planten op de plaats van produktie of op vatbare planten in de onmiddellijke omgeving daarvan, geen symptomen van de genoemde schadelijke organismen zijn waargenomen 22.2. Planten van Malus Mill., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Apple proliferation mycoplasm voorkomtOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, bijlage III, deel B, punt 1, en in de punten 15, 17, 19.2 en 22.1 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Apple proliferation mycoplasm of b) aa)de planten, met uitzondering van zaailingen, - of wel officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste Apple proliferation mycoplasm, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme - of wel in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli ten minste eenmaal officieel is getoetst op ten minste Apple proliferation mycoplasm, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme bb)sedert het begin van de laatste drie volledige vegetatiecycli op de planten op de plaats van produktie of op vatbare planten in de onmiddellijke omgeving daarvan, geen symptomen van door Apple proliferation mycoplasm veroorzaakte ziekten zijn waargenomen 23.1. Planten van de volgende soorten van Prunus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Plum pox virus voorkomt: - Prunus amygdalus Batsch - Prunus armeniaca L. - Prunus blireiana Andre - Prunus brigantina Vill. - Prunus cerasifera Ehrh. - Prunus cistena Hansen - Prunus curdica Fenzl et Fritsch. - Prunus domestica ssp. domestica L. - Prunus domestica ssp. insititia (L.) C.K. Schneid. - Prunus domestica ssp. italica (Borkh.) Hegi. - Prunus glandulosa Thunb. - Prunus holosericea Batal. - Prunus hortulana Bailey - Prunus japonica Thunb. - Prunus mandshurica (Maxim.) Koehne - Prunus maritima Marsh. - Prunus mume Sieb. et Zucc. Onverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, en in de punten 15 en 19.2 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten, met uitzondering van zaailingen, - of wel officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling, waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste Plum pox virus, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme - of wel in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli ten minste eenmaal officieel is getoetst op ten minste Plum pox virus, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme b) sedert het begin van de laatste drie volledige vegetatiecycli op de planten op de plaats van produktie of op vatbare planten in de onmiddellijke omgeving daarvan, geen ziektesymptomen van Plum pox virus zijn waargenomen c) de planten op de plaats van produktie, die ziektesymptomen van andere virussen of virusachtige pathogenen hebben vertoond, zijn uitgewied - Prunus nigra Alt. - Prunus persica (L.) Batsch - Prunus salicina L. - Prunus sibirica L. - Prunus simonii Carr. - Prunus spinosa L. - Prunus tomentosa Thunb. - Prunus triloba Lindl. - andere voor het Plum pox virus vatbare soorten van Prunus L. 23.2. Planten van Prunus L., bestemd voor opplant, a) van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, de onderstaande schadelijke organismen voorkomen op Prunus L. b) met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, de onderstaande schadelijke organismen voorkomen c) met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landen waar, naar bekend is, de onderstaande schadelijke organismen voorkomen Het betreft: - in geval a): Tomato ringspot virus - in geval b): - Cherry rasp leaf virus (Amerikaans) - Peach mosaic virus (Amerikaans) - Peach phony rickettsia - Peach rosette mycoplasm - Peach yellows mycoplasm - Plum line pattern virus (Amerikaans) - Peach X-disease mycoplasm - in geval c): Little chery pathogenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, en de punten 15, 19.2 en 23.1 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) de planten: - of wel officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling, waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste de genoemde schadelijke organismen, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van die schadelijke organismen - of wel in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli ten minste eenmaal officieel is getoetst op ten minste de genoemde schadelijke organismen, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van die schadelijke organismen b) sedert het begin van de laatste drie volledige vegetatiecycli op de planten op de plaats van produktie of op vatbare planten in de onmiddellijke omgeving daarvan, geen symptomen van door de genoemde schadelijke organismen veroorzaakte ziekten zijn waargenomen 24. Planten van Rubus L., bestemd voor opplant, a) van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, de onderstaande schadelijke organismen voorkomen op Rubus L. b) met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, de onderstaande schadelijke organismen voorkomenOnverminderd de eisen die gelden voor de in punt 19.2 bedoelde planten: a) de planten moeten vrij zijn van aphididae (bladluizen), inclusief eieren daarvan b) een officiële verklaring dat: aa)de planten: - of wel officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling waar Het betreft: - in geval a): - Tomato ringspot virus - Black raspberry latent virus - Cherry leafroll virus - Prunus necrotic ringspot virus - in geval b): - Raspberry leaf curl virus (Amerikaans) - Cherry rasp leaf virus (Amerikaans)bij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste de genoemde schadelijke organismen, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van die schadelijke organismen - of wel in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli ten minste eenmaal officieel is getoetst op ten minste de genoemde schadelijke organismen, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van die schadelijke organismen bb)sedert het begin van de laatste drie volledige vegetatiecycli op de planten op de plaats van produktie of op vatbare planten in de onmiddellijke omgeving daarvan, geen symptomen van door de genoemde schadelijke organismen veroorzaakte ziekten zijn waargenomen 25.1. Knollen van Solanum tuberosum L., van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival voorkomtOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 10, 11 en 12, bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de knollen van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival (alle rassen behalve ras 1, het gewone Europese ras), en sedert het begin van een adequate periode geen symptomen van Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival zijn waargenomen op de plaats van produktie noch in de onmiddellijke omgeving daarvan of b) in het land van oorsprong de hand is gehouden aan bepalingen die overeenkomstig de procedure van artikel 16 bis als gelijkwaardig zijn erkend aan de communautaire bepalingen inzake de bestrijding van Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival 25.2. Knollen van Solanum tuberosum L.Onverminderd de in bijlage III, deel A, punten 10, 11 en 12, en punt 25.1 van deze bijlage bedoelde bepalingen, een officiële verklaring dat: a) de knollen van oorsprong zijn uit landen die bekend staan als zijnde vrij van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann en Kotthoff) Davis et al. of b) in het land van oorsprong de hand is gehouden aan bepalingen die overeenkomstig de procedure van artikel 16 bis als gelijkwaardig zijn erkend aan de communautaire bepalingen inzake de bestrijding van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann en Kotthoff) Davis et al. 25.3. Knollen van Solanum tuberosum L., met uitzondering van nieuwe aardappelen, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Potato spindle tuber viroid voorkomtOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 10, 11 en 12, en de punten 25.1 en 25.2 van deze bijlage bedoelde knollen moet kieming onmogelijk zijn gemaakt 25.4. Knollen van Solanum tuberosum L., bestemd voor opplantOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 10, 11 en 12, en de punten 25.1, 25.2 en 25.3 van deze bijlage bedoelde knollen, een officiële verklaring dat de knollen van oorsprong zijn van een veld dat bekend staat als zijnde vrij van Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens en Globodera pallida (Stone) Behrens 25.5. Planten van Solanaceae, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Potato stolbur mycoplasm voorkomtOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 10, 11, 12 en 13, en de punten 25.1, 25.2, 25.3 en 25.4 van deze bijlage bedoelde knollen, een officiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen symptomen van Potato stolbur mycoplasm zijn waargenomen 25.6. Planten van Solanaceae, bestemd voor opplant, met uitzondering van knollen van Solanum tuberosum L. en zaden van Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex. Farw., van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Potato spindle tuber viroid voorkomtOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 11 en 13, en in punt 25.5 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen symptomen van Potato spindle tuber viroid zijn waargenomen 26. Planten van Humulus lupulus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op hopplanten op de plaats van produktie geen symptomen van Verticillium albo-atrum Reinke en Berthold en Verticillium dahliae Klebahn zijn waargenomen 27.1. Planten van Dendranthema (DC.) Des Moul., Dianthus L. en Pelargonium L'Herit. ex. Ait., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat: a) sedert de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie geen Heliothis armigera Huebner of Spodoptera littoralis (Boisd.) is waargenomen of b) de planten adequaat zijn behandeld om ze tegen vorengenoemde organismen te beschermen 27.2. Planten van Dendranthema (DC.) Des Moul., Dianthus L. en Pelargonium L'Herit. ex. Ait., met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de in punt 27.1 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie geen Spodoptera eridania Cramer, Spodoptera frugiperda Smith of Spodoptera litura (Fabricius) is waargenomen of b) de planten adequaat zijn behandeld om ze tegen vorengenoemde organismen te beschermen 28. Planten van Dendranthema (DC.) Des Moul., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de in de punten 27.1 en 27.2 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten ten hoogste van de derde generatie zijn en voortkomen uit materiaal dat bij virologische tests vrij is bevonden van Chrysanthemum stunt viroid, of in rechte lijn voortkomen uit materiaal waarvan een representatief monster van ten minste 10 % bij een officiële controle tijdens de bloeitijd vrij is bevonden van Chrysanthemum stunt viroid b) de planten of stekken: - afkomstig zijn van bedrijven die in de laatste drie maanden vóór het verzenden ten minste eenmaal per maand officieel zijn gecontroleerd en op deze bedrijven in deze periode geen symptomen van Puccinia horiana Hennings zijn waargenomen en in de onmiddellijke omgeving waarvan, voor zover bekend, geen symptomen van Puccinia horiana Hennings zijn opgetreden in de laatste drie maanden vóór de uitvoer of - adequaat zijn behandeld tegen Puccinia horiana Hennings c) bij stekken zonder wortels geen symptomen van Didymella ligulicola (Baker, Dimock et Davis) v. Arx zijn waargenomen op de stekken of planten waarvan de stekken afkomstig zijn, of dat, bij stekken met wortels, geen symptomen van Didymella ligulicola (Baker, Dimock et Davis) v. Arx zijn waargenomen op de stekken of op het kweekbed 29. Planten van Dianthus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de in de punten 27.1 en 27.2 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: - de planten voortkomen uit moederplanten die bij ten minste eenmaal in de voorgaande twee jaar uitgevoerde officieel erkende tests vrij zijn bevonden van Erwinia chrysanthemi pv. dianthicola (Hellmers) Dickey, Pseudomonas caryophylli (Burkholder) Starr et Burkholder en Phialophora cinerescens (Wollenw.) Van Beyma - op de planten geen symptomen van bovengenoemde schadelijke organismen zijn waargenomen 30. Bollen van Tulipa L. en Narcissus L., met uitzondering van die waarvan uit de verpakking of op enige andere wijze blijkt dat zij bestemd zijn voor directe verkoop aan eindverbruikers die zich niet beroepsbehalve bezighouden met de produktie van snijbloemenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev zijn waargenomen 31. Planten van Pelargonium L'Herit. ex Ait., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Tomato ringspot virus voorkomt:Onverminderd de eisen die gelden voor de in de punten 27.1 en 27.2 bedoelde planten, 6Wa) waar Xiphinema americanum Cobb sensu lato (niet-Europese populaties) of andere vectoren van Tomato ringspot virus voor zover bekend niet voorkomeneen officiële verklaring dat de planten: a) rechtstreeks afkomstig zijn uit produktieplaatsen die bekend staan als zijnde vrij van Tomato ringspot virus of b) ten hoogste van de vierde generatie zijn en voortkomen uit moederplanten die bij officieel erkende virologische tests vrij zijn bevonden van Tomato ringspot virus 6Wb) waar, naar bekend is, Xiphinema americanum Cobb sensu lato (niet-Europese populaties) of andere vectoren van Tomato ringspot virus voorkomeneen officiële verklaring dat de planten: a) rechtstreeks afkomstig zijn van produktieplaatsen waarvan de grond of de planten bekend staan als zijnde vrij van Tomato ringspot virus of b) ten hoogste van de tweede generatie zijn en voortkomen uit moederplanten die bij officieel erkende virologische tests vrij zijn bevonden van Tomato ringspot virus 32.1. Planten van Apium graveolens L., Argyranthemum spp., Aster spp., Brassica spp., Capsicum annuum L., Cucumis spp., Dendranthema (DC.) Des Moul., Dianthus L., en de hybriden daarvan, Exacum spp., Gerbera Cass., Gypsophila L., Lactuca spp., Leucanthemum L., Lupinus L., Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex. Farw., Solanum melongena L., Tanacetum L. en Verbena L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar overeenkomstig de procedure van artikel 16 bis is geconstateerd dat de voor die planten schadelijke organismen: - Amauromyza maculosa (Malloch) - Liriomyza bryoniae (Kaltenbach) - Liriomyza huidobrensis (Blanchard) - Liriomyza sativae Blanchard - Liriomyza trifolii (Burgess) voor zover bekend niet voorkomenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 11 en 13, en de punten 27.1, 27.2, 28 en 29 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) of wel bij officiële controles die in de laatste drie maanden vóór de uitvoer ten minste eenmaal per maand zijn verricht, op de plaats van produktie de genoemde schadelijke organismen niet zijn waargenomen b) of wel de planten onmiddellijk vóór de uitvoer zijn gecontroleerd en vrij zijn bevonden van de genoemde schadelijke organismen, en op adequate wijze zijn behandeld met het oog op de uitroeiing van die schadelijke organismen 32.2. Planten van de in punt 32.1 bedoelde soorten, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit Amerikaanse landen of andere derde landen dan de in punt 32.1 bedoeldeOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 11 en 13, en de punten 27.1, 27.2, 28, 29 en 32.1 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, bij officiële controles die in de laatste drie maanden vóór de uitvoer ten minste eenmaal per maand zijn verricht, op de plaats van produktie geen Amauromyza maculosa (Malloch), Liriomyza bryoniae (Kaltenbach), Liriomyza huidobrensis (Blanchard), Liriomyza sativae Blanchard of Liriomyza trifolii (Burgess) is waargenomen 32.3. Planten van andere kruidachtige soorten dan de in punt 32.1 bedoelde, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit andere landen dan de in punt 32.1 bedoeldeOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 11 en 13, en de punten 27.1, 27.2, 28 en 29 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) of wel bij een officiële controle die vóór de uitvoer is verricht, op de plaats van produktie geen Amauromyza maculosa (Malloch) of Liriomyza sativae Blanchard is waargenomen b) of wel de planten onmiddellijk vóór de uitvoer zijn gecontroleerd en vrij zijn bevonden van de genoemde schadelijke organismen, en op adequate wijze zijn behandeld met het oog op de uitroeiing van die schadelijke organismen 33. Bewortelde planten, opgeplant of bestemd voor opplant, geteeld in de koude grondOfficiële verklaring dat de plaats van produktie bekend staat als zijnde vrij van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann en Kotthoff) Davis et al., Globodera pallida (Stone) Behrens, Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens en Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival 34. Aan planten aanhangende of daarbij gevoegde grond en groeimedium, geheel of gedeeltelijk bestaande uit grond of vaste organische stoffen zoals plantedelen, humus met turf of schors, of vaste anorganische stof bestemd om de levenskracht van de planten te handhaven, van oorsprong uit: - Turkije - Wit-Rusland, Estland, Letland, Litouwen, Moldavië, Rusland en de Oekraúne - andere niet-Europese landen dan Cyprus, Egypte, Israël, Libië, Malta, Marokko en TunesiëOfficiële verklaring dat: a) het groeimedium op het tijdstip van het planten: - of wel vrij was van grond of organische bestanddelen - of wel vrij was van insecten en schadelijke nematoden, en op adequate wijze was onderzocht of met warmte behandeld of gefumigeerd zodat het vrij was van andere schadelijke organismen - of wel een adequate warmtebehandeling of fumigatie had ondergaan zodat het vrij was van schadelijke organismen en b) sedert het planten: - of wel passende maatregelen zijn genomen om te garanderen dat het groeimedium vrij is gebleven van schadelijke organismen - of wel de planten in de laatste twee weken vóór de verzending van het groeimedium zijn losgeschud, waarbij alleen nog een minimumhoeveelheid bleef aanhangen, nodig voor het behoud van de levenskracht tijdens het vervoer, en, indien heraangeplant, het daartoe gebruikte groeimedium voldeed aan de onder a) gestelde eisen 35.1. Planten van Beta vulgaris L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie geen symptomen van Beet curly top virus (niet-Europese isolaten) zijn waargenomen 35.2. Planten van Beta vulgaris L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Beet leaf curl virus voorkomtOnverminderd de eisen die gelden voor de in punt 35.1 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) voor zover bekend, in het produktiegebied geen Beet leaf curl virus voorkomt en b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Beet leaf curl virus zijn waargenomen 36. Planten, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Thrips palmi Karny voorkomtOfficiële verklaring dat: a) bij officiële controles die in de laatste drie maanden vóór de uitvoer ten minste eenmaal per maand zijn verricht, de plaats van produktie vrij is bevonden van Thrips palmi Karny of b) de zending een adequate behandeling heeft ondergaan waardoor kan worden gegarandeerd dat zij vrij is van Thysanoptera 37. Planten van Palmae, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landenOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 17, bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit een land dat bekend staat als zijnde vrij van Palm lethal yellowing mycoplasm en Cadang-Cadang viroid, en sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen daarvan zijn waargenomen of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen symptomen van Palm lethal yellowing mycoplasm en Cadang-Cadang viroid zijn waargenomen, en de planten op de plaats van produktie die symptomen hebben vertoond waardoor wordt vermoed dat zij met die organismen zijn besmet, op die plaats zijn uitgewied en de planten adequaat zijn behandeld tegen Myndus crudus Van Duzee c) wat betreft planten in weefselcultuur, de planten verkregen zijn van planten die voldoen aan de onder a) of b) genoemde eisen 38.1. Planten van Camellia L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landenOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ciborinia camelliae Kohn of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de in bloei staande planten op de plaats van produktie geen symptomen van Ciborinia camelliae Kohn zijn waargenomen 38.2. Planten van Fuchsia L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika of uit BraziliëOfficiële verklaring dat op de plaats van produktie geen symptomen van Aculops fuchsiae Keifer zijn waargenomen en dat de planten onmiddellijk vóór de uitvoer zijn gecontroleeerd en daarbij vrij zijn bevonden van Aculops fuchsiae Keifer 39. Bomen en struiken, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden en van planten in weefselcultuur, van oorsprong uit andere derde landen dan Europese en mediterrane landenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 1, 2, 3, 9, 13, 15, 16, 17 en 18, bijlage III, deel B, punt 1, en de punten 8.1, 8.2, 9.1, 9.2, 10, 11.1, 11.2, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19.1, 19.2, 20, 22.1, 22.2, 23.1, 23.2, 24, 25.5, 25.6, 26, 27.1, 27.2, 28, 29, 32.1, 32.2, 33, 34, 36, 37, 38.1 en 38.2 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de planten: - schoon zijn (d.i. vrij zijn van plantenresten) en vrij zijn van bloemen en vruchten - zijn geteeld in kwekerijen - vóór uitvoer, op daarvoor geschikte tijdstippen, zijn gecontroleerd en vrij zijn bevonden van symptomen van schadelijke bacteriën, virussen en virusachtige organismen, alsmede of wel vrij zijn bevonden van schadelijke nematoden, insekten, mijten en schimmels, of wel adequaat zijn behandeld tegen dergelijke organismen 40. Loofverliezende bomen en struiken, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden en planten in weefselcultuur, van oorsprong uit andere derde landen dan Europese en mediterrane landenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 1, 2, 3, 9, 13, 15, 16, 17 en 18, bijlage III, deel B, punt 1, en de punten 8.1, 8.2, 9.1, 9.2, 10, 11.1, 11.2, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19.1, 19.2, 20, 22.1, 22.2, 23.1, 23.2, 24, 25.5, 25.6, 26, 27.1, 27.2, 28, 29, 32.1, 32.2, 33, 34, 36, 37, 38.1, 38.2 en 39 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de planten in rusttoestand zijn en vrij zijn van bladeren 41. Eenjarige en tweejarige planten, andere dan Gramineae, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit andere landen dan Europese en mediterrane landenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 11 en 13, en de punten 25.5, 25.6, 32.1, 32.2, 32.3, 33, 34, 35.1, 35.2 en 36 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de planten: - zijn geteeld in kwekerijen - vrij zijn van plantenresten, bloemen en vruchten - vóór uitvoer en op daarvoor geschikte tijdstippen zijn gecontroleerd en daarbij - vrij zijn bevonden van symptomen van schadelijke bacteriën, virussen en virusachtige organismen - of wel vrij zijn bevonden van tekenen die duiden op de aanwezigheid van of symptomen van schadelijke nematoden, insekten, mijten en schimmels, of wel adequaat zijn behandeld met het oog op de uitroeiing van dergelijke organismen 42. Planten van overblijvende siergrassen (Gramineae) van de onderfamilies Bambusoideae en Panicoideae, en van de geslachten Buchloe, Bouteloua Lag., Calamagrostis, Cortaderia Stapf., Glyceria R. Br., Hakonechloa Mak. ex Honda, Hystrix, Molinia, Phalaris L., Shibataea, Spartina Schreb., Stipa L. en Uniola L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit andere landen dan Europese en mediterrane landenOnverminderd de eisen die gelden voor de in de punten 33, 34, en 36 bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de planten: - zijn geteeld in kwekerijen - vrij zijn van plantenresten, bloemen en vruchten, - vóór uitvoer op daarvoor geschikte tijdstippen zijn gecontroleerd, en daarbij - vrij zijn bevonden van symptomen van schadelijke bacteriën, virussen en virusachtige organismen - of wel vrij zijn bevonden van tekenen die duiden op de aanwezigheid van of symptomen van schadelijke nematoden, insekten, mijten en schimmels, of wel adequaat zijn behandeld met het oog op de uitroeiing van dergelijke organismen 43. Planten van het bonsai-type, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit niet-Europese landenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 1, 2, 3, 9, 13, 15, 16, 17 en 18, bijlage III, deel B, punt 1, en de punten 8.1, 8.2, 9.1, 9.2, 10, 11.1, 11.2, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19.1, 19.2, 20, 22.1, 22.2, 23.1, 23.2, 24, 25.5, 25.6, 26, 27.1, 27.2, 28, 32.1, 32.2, 33, 34, 36, 37, 38.1, 38.2, 39, 40 en 42 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) de planten gedurende ten minste twee opeenvolgende jaren zijn geteeld en verzorgd in officieel erkende "bonsai"-kwekerijen die onder officieel toezicht worden gecontroleerd b) de planten: aa)ten minste de laatste twee jaar vóór verzending: - zijn geteeld hetzij in een kunstmatig groeimedium of in een natuurlijk groeimedium dat door fumigatie of een geschikte warmtebehandeling vrij is gemaakt van schadelijke organismen, en waarvoor adequate maatregelen zijn genomen om te garanderen dat het groeimedium vrij van schadelijke organismen is gebleven - zijn geteeld in potten die op plateaus zijn geplaatst die zich ten minste 50 cm boven de grond bevinden - adequate behandelingen hebben ondergaan om te garanderen dat zij vrij zijn van niet-Europese roestsoorten - zijn geplaatst in insektvrije gaasstructuren bb)binnen twee weken vóór de verzending van het groeimedium zijn losgeschud, waarbij alleen nog een minimumhoeveelheid bleef aanhangen, nodig voor het behoud van de levenskracht tijdens het vervoer, en, indien herplant, het daartoe gebruikte groeimedium voldeed aan de onder aa) gestelde eisen c) planten die zijn geteeld in erkende "bonsai"-kwekerijen of in de onmiddellijke omgeving daarvan, ten minste zesmaal per jaar op daarvoor geschikte tijdstippen officieel op de aanwezigheid van de betrokken schadelijke organismen zijn gecontroleerd Deze controles omvatten ten minste een visueel onderzoek van iedere rij op het veld en een visueel onderzoek van alle zich boven het groeimedium bevindende plantedelen bij een aselect monster van ten minste 300 planten van een geslacht waarvan niet meer dan 3 000 planten worden geteeld of 10 % van de planten wanneer van dat geslacht meer dan 3 000 planten worden geteeld. De betrokken schadelijke organismen zijn opgenomen in de bijlagen bij deze richtlijn en andere schadelijke organismen komen voor zover bekend niet voor in de Gemeenschap d) bij deze controles moeten de planten vrij zijn bevonden van de betrokken schadelijke organismen. Aangetaste planten moeten worden verwijderd. De resterende planten moeten voor zover nodig doeltreffend worden behandeld en bovendien voor een adequate periode worden gehouden om zeker te zijn dat zij vrij zijn van dergelijke organismen. Het materiaal moet worden verpakt in gesloten laadkisten die officieel worden verzegeld en voorzien van een merkteken dat eveneens op het in artikel 7 van deze richtlijn bedoelde fytosanitair certificaat moet worden aangebracht, zodat de zending kan worden geúdentificeerd 44. Meerjarige kruidachtige planten, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van de families Caryophyllaceae (met uitzondering van Dianthus L.), Compositae (met uitzondering van Dendranthema (DC.) Des Moul.), Cruciferae, Leguminosae en Rosaceae (met uitzondering van Fragaria L.), van oorsprong uit andere derde landen dan Europese en mediterraneOnverminderd de eisen die gelden voor de in de punten 32.1, 32.2, 32.3, 33, 34 en 36 van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de planten: - zijn geteeld in kwekerijen - vrij zijn van plantenresten, bloemen en vruchten, - vóór uitvoer op daarvoor geschikte tijdstippen zijn gekeurd en - vrij zijn bevonden van symptomen van schadelijke bacteriën, virussen en virusachtige organismen - of wel vrij zijn bevonden van tekenen die duiden op de aanwezigheid van of symptomen van schadelijke nematoden, insekten, mijten en schimmels, of wel adequaat zijn behandeld met het oog op de uitroeiing van dergelijke organismen 45. Planten van Euphorbia pulcherrima Willd., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Bemisia tabaci Genn. (niet-Europese populaties) voorkomtOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Bemisia tabaci Genn. of b) in de laatste drie maanden vóór de uitvoer ten minste eenmaal per maand officieel zijn gecontroleerd en daarbij op de planten op de plaats van produktie geen Bemisia tabaci Genn. is waargenomen 46. Planten, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden, knollen, bollen en wortelstokken, van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, de voor die planten schadelijke organismen voorkomenOnverminderd de eisen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 13, en de punten 25.5, 25.6, 32.1, 32.2, 32.3, 35.1, 35.2, 36, 44 en 45 van deze bijlage bedoelde planten, in voorkomend geval: Het betreft: - Bean golden mosaic virus - Cowpea mild mottle virus - Lettuce infectious yellows virus - Pepper mild tigré virus - Squash leaf curl virus - andere door Bemisia tabaci Genn. overgedragen virussen a) waar voor zover bekend Bemisia tabaci Genn. (niet-Europese populaties) of andere vectoren van de genoemde schadelijke organismen niet voorkomenofficiële verklaring dat gedurende de volledige vegetatiecyclus van de planten op de planten geen symptomen van de betrokken schadelijke organismen zijn waargenomen b) waar, naar bekend is, Bemisia tabaci Genn. (niet-Europese populaties) of andere vectoren van de genoemde schadelijke organismen voorkomenofficiële verklaring dat gedurende een adequate periode geen symptomen van de betrokken schadelijke organismen op de planten zijn waargenomen en a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Bemisia tabaci Genn. en andere vectoren van de betrokken schadelijke organismen of b) de plaats van produktie bij op daarvoor geschikte tijdstippen verrichte controles vrij is bevonden van Bemisia tabaci Genn. en andere vectoren van de betrokken schadelijke organismen of c) de planten adequaat zijn behandeld met het oog op de uitroeiing van Bemisia tabaci Genn. 47. Zaden van Helianthus annuus L.Officiële verklaring dat: a) de zaden van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Plasmopara halstedii (Farlow) Berl. et de Toni of b) de zaden, andere dan zaden die zijn geproduceerd op rassen die resistent zijn tegen alle in het produktiegebied aanwezige rassen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berl. et de Toni, adequaat zijn behandeld tegen Plasmopara halstedii (Farlow) Berl. et de Toni 48. Zaden van Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex Farw.Officiële verklaring dat de zaden zijn verkregen via een geschikte zuurextractiemethode of een overeenkomstig de procedure van artikel 16 bis vastgestelde gelijkwaardige methode en a) of wel de zaden van oorsprong zijn uit gebieden waar, voor zover bekend, Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al., Xanthomonas campestris pv. vesicatoria (Doidge) Dye en Potato spindle tuber viroid niet voorkomen b) of wel gedurende hun volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen ziektesymptomen van die schadelijke organismen zijn waargenomen c) of wel de zaden op een representatief monster en via daartoe geschikte methoden op ten minste die schadelijke organismen officieel zijn getoetst en daarbij vrij zijn bevonden van die schadelijke organismen 49.1. Zaden van Medicago sativa L.Officiële verklaring dat: a) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev zijn waargenomen en dat bij laboratoriumproeven met een representatief monster geen Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev is vastgesteld of b) vóór uitvoer fumigatie heeft plaatsgevonden 49.2. Zaden van Medicago sativa L., van oorsprong uit landen waar, naar bekend is, Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus Davis et al. voorkomtOnverminderd de eisen die gelden voor de in punt 49.1 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus Davis et al. voor zover bekend in de laatste tien jaar niet is voorgekomen op het bedrijf of in de onmiddellijke omgeving daarvan b) - het gewas behoort tot een ras dat als sterk resistent tegen Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus Davis et al. is erkend of - het gewas zich op het tijdstip waarop het zaad werd geoogst, nog niet in de vierde volledige vegetatiecyclus na de inzaaiing bevond en dat voordien ten hoogste één keer zaad van het gewas is geoogst of - het gehalte aan inerte stoffen in het zaad, bepaald aan de hand van de voorschriften die gelden voor certificering van zaad dat in de Gemeenschap in de handel wordt gebracht, ten hoogste 0,1 gewichtspercent bedraagt c) gedurende de laatste volledige vegetatiecyclus of, in voorkomend geval, gedurende de laatste twee volledige vegetatiecycli noch op de plaats van produktie noch op een aangrenzend veld met Medicago sativa L. symptomen van Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus Davis et al. zijn waargenomen d) het gewas verbouwd is op een perceel waarop gedurende de laatste drie jaar vóór de inzaaiing geen Medicago sativa L. is verbouwd 50. Zaden van Oryza sativa L.Officiële verklaring dat: a) de zaden door middel van adequaat nematologisch onderzoek officieel zijn getoetst en daarbij vrij zijn bevonden van Aphelenchoides besseyi Christie of b) het zaad een adequate warmwaterbehandeling of een andere adequate behandeling heeft ondergaan tegen Aphelenchoides besseyi Christie 51. Zaden van Phaseolus L.Officiële verklaring dat: a) de zaden van oorsprong zijn uit een land dat bekend staat als zijnde vrij van Xanthomonas campestris pv. phaseoli (Smith) Dye of b) een representatief monster van de zaden is getoetst en daarbij vrij is bevonden van Xanthomonas campestris pv. phaseoli (Smith) Dye 52. Zaden van Zea mais L.Officiële verklaring dat: a) de zaden van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Erwinia stewartii (Smith) Dye of b) een representatief monster van de zaden is getoetst en daarbij vrij is bevonden van Erwinia stewartii (Smith) Dye Rubriek II PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUKTEN EN ANDERE MATERIALEN VAN OORSPRONG UIT DE GEMEENSCHAP 1. Hout van Castanea Mill.a) Officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr of b) het hout moet van de bast zijn ontdaan 2. Hout van Platanus L., ook wanneer het hout niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heefta) Officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ceratocystis fimbriata f.sp. platani Walter of b) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerking 3. Schors, zonder andere delen, van Castanea Mill.Officiële verklaring dat: a) de schors van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr of b) de zending is gefumigeerd of een andere adequate behandeling heeft ondergaan tegen Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr 4. Planten van Pinus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Scirrhia pini Funk et Parker zijn waargenomen 5. Planten van Abies Mill., Larix Mill., Picea A. Dietr., Pinus L., Pseudotsuga Carr. en Tsuga Carr., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de in punt 4 bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Melampsora medusae Thuemen zijn waargenomen 6. Planten van Populus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Melampsora medusae Thuemen zijn waargenomen 7. Planten van Castanea Mill. en Quercus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr zijn waargenomen 8. Planten van Platanus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ceratocystis fimbriata f.sp. platani Walter of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Ceratocystis fimbriata f.sp. platani Walter zijn waargenomen 9. Planten van Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Ehrh., Crataegus L., Cydonia Mill., Eriobotrya Lindl., Malus Mill., Mespilus L., Pyracantha Roem., Pyrus L., Sorbus L., met uitzondering van Sorbus intermedia (Ehrh.) Pers., en Stranvaesia Lindl., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit zones die volgens de procedure van artikel 16 bis erkend zijn als zijnde vrij van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. of b) de planten op het perceel van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan, die symptomen van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. vertoonden, zijn uitgewied 10. Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zadenOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Spiroplasma citri Saglio et al., Phoma tracheiphila (Petri) Kanchaveli et Gikashvili, Citrus vein enation woody gall en Citrus tristeza virus (Europese stammen) of b) de planten officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat telkens officieel is getoetst op ten minste Citrus tristeza virus (Europese stammen) en Citrus vein enation woody gall, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden die volgens de procedure van artikel 16 bis zijn goedgekeurd, zijn gebruikt en die tijdens de groei steeds in een insektvrije kas of een geúsoleerde kooi hebben gestaan waarop geen sporen van Spiroplasma citri Saglio et al., Phoma tracheiphila (Petri) Kanchaveli et Gikashvili, Citrus tristeza virus (Europese stammen) en Citrus vein enation woody gall zijn waargenomen of c) de planten: - zijn verkregen in het kader van een certificeringsregeling waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste Citrus vein enation woody gall en Citrus tristeza virus (Europese stammen), waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden die volgens de procedure van artikel 16 bis zijn goedgekeurd, zijn gebruikt en daarbij vrij zijn bevonden van Citrus tristeza virus (Europese stammen) en op grond van officiële toetsingen die overeenkomstig de in dit streepje genoemde methoden zijn verricht, vrij zijn verklaard van Citrus tristeza virus (Europese stammen) - en zijn gecontroleerd en sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus geen symptomen van Spiroplasma citri Saglio et al., Phoma tracheiphila (Petri) Kanchaveli et Gikashvili, Citrus vein enation woody gall en Citrus tristeza virus zijn waargenomen 11. Planten van Araceae, Marantaceae, Musaceae, Persea spp. en Strelitziaceae, beworteld of met aanhangend of bijgevoegd groeimediumOfficiële verklaring dat: a) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie geen besmetting met Radopholus similis (Cobb) Thorne is waargenomen of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus grond en wortels van verdachte planten officieel nematologisch zijn getoetst op de aanwezigheid van ten minste Radopholus similis (Cobb) Thorne, en daarbij vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme 12. Planten van Fragaria L., Prunus L. en Rubus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van de voor die planten schadelijke organismen of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen ziektesymptomen van dergelijke schadelijke organismen zijn waargenomen Het betreft: - op Fragaria L.: - Phytophthora fragariae Hickman var. fragariae - Arabis mosaic virus - Raspberry ringspot virus - Strawberry crinkle virus - Strawberry latent ringspot virus - Strawberry mild yellow edge virus - Tomato black ring virus - Xanthomonas fragariae Kennedy et King - op Prunus L.: - Apricot chlorotic leafroll mycoplasm - Xanthomonas campestris pv. pruni (Smith) Dye - op Prunus persica (L.) Batsch: Pseudomonas syringae pv. persicae (Prunier et al.) Young et al. - op Rubus L.: - Arabis mosaic virus - Raspberry ringspot virus - Strawberry latent ringspot virus - Tomato black ring virus 13. Planten van Cydonia Mill. en Pyrus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de in punt 9 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Pear decline mycoplasm of b) de planten op de plaats van produktie en in de onmiddelijke omgeving daarvan, die symptomen hebben vertoond waardoor wordt vermoed dat ze zijn besmet met Pear decline mycoplasm, gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli op de plaats van produktie en de onmiddellijke omgeving daarvan zijn uitgewied 14. Planten van Fragaria L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de in punt 12 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten afkomstig zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Aphelenchoides besseyi Christie of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen symptomen van Aphelenchoides besseyi Christie zijn waargenomen of c) wat betreft planten in weefselcultuur, de planten verkregen zijn van planten die voldoen aan de onder b) genoemde eisen of door middel van adequate nematologische methoden officieel zijn getoetst en vrij zijn bevonden van Aphelenchoides besseyi Christie 15. Planten van Malus Mill., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de planten als bedoeld in punt 9, een officiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Apple proliferation mycoplasm of b) aa)de planten, met uitzondering van zaailingen, - of wel officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste Apple proliferation mycoplasm, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme - of wel in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat gedurende de laatste zes volledige vegetatiecycli ten minste eenmaal officieel is getoetst op ten minste Apple proliferation mycoplasm, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme bb) sedert het begin van de laatste drie volledige vegetatiecycli op de planten op de plaats van produktie of op vatbare planten in de onmiddellijke omgeving daarvan, geen ziektesymptomen van Apple proliferation mycoplasm zijn waargenomen 16. Planten van de volgende soorten van Prunus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden: - Prunus amygdalus Batsch - Prunus armeniaca L. - Prunus blireiana Andre - Prunus brigantina Vill. - Prunus cerasifera Ehrh. - Prunus cistena Hansen - Prunus curdica Fenzl et Fritsch. - Prunus domestica ssp. domestica L. - Prunus domestica ssp. insititia (L.) C.K. Schneid. - Prunus domestica ssp. italica (Borkh.) Hegi. - Prunus glandulosa Thunb. - Prunus holosericea Batal. - Prunus hortulana Bailey - Prunus japonica Thunb. - Prunus mandshurica (Maxim.) Koehne - Prunus maritima Marsh. - Prunus mume Sieb. et Zucc. - Prunus nigra Ait. - Prunus persica (L.) Batsch - Prunus salicina L. - Prunus sibirica L. - Prunus simonii Carr. Onverminderd de eisen die gelden voor de in punt 12 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Plum pox virus of b) aa) de planten, met uitzondering van zaailingen, - of wel officieel zijn gecertificeerd in het kader van een certificeringsregeling waarbij wordt geëist dat zij in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat officieel is getoetst op ten minste Plum pox virus, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme - of wel in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder adequate omstandigheden in stand is gehouden en dat gedurende de laatste drie volledige vegetatiecycli ten minste eenmaal officieel is getoetst op ten minste Plum pox virus, waarbij adequate indicatoren of daaraan gelijkwaardige methoden zijn gebruikt, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van dat schadelijke organisme bb) sedert het begin van de laatste drie volledige vegetatiecycli op de planten op de plaats van produktie of op vatbare planten in de onmiddellijke omgeving daarvan, geen ziektesymptomen van Plum pox virus zijn waargenomen cc) de planten op de plaats van produktie, die ziektesymptomen van andere virussen of virusachtige pathogenen hebben vertoond, zijn uitgewied - Prunus spinosa L. - Prunus tomentosa Thunb. - Prunus triloba Lindl. - andere voor Plum pox virus vatbare soorten van Prunus L. 17. Geschrapt 18. Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten en zadenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste twee volledige vegetatiecycli op de moederplanten op de plaats van produktie geen symptomen van Grapevine Flavescence dorée MLO en Xylophilus ampelinus (Panagopoulos) Willems et al. zijn waargenomen 19.1. Knollen van Solanum tuberosum L., bestemd voor opplantOfficiële verklaring dat: a) aan de communautaire eisen inzake de bestrijding van Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival is voldaan en b) of wel de knollen afkomstig zijn van een gebied dat bekend staat als zijnde vrij van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al., of wel aan de communautaire eisen inzake de bestrijding van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al. is voldaan en c) de knollen van oorsprong zijn van een perceel dat bekend staat als zijnde vrij van Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens en Globodera pallida (Stone) Behrens 19.2. Knollen van Solanum tuberosum L., bestemd voor opplant, met uitzondering van rassen die krachtens Richtlijn 70/457/EEG officieel zijn toegelaten in een of meer Lid-StatenOnverminderd de bijzondere eisen die gelden voor de in punt 19.1 bedoelde knollen, een officiële verklaring dat de knollen: - voorbeproevingsmateriaal zijn, hetgeen op een adequate wijze op de begeleidende documenten bij de betrokken knollen moet zijn vermeld - in de Gemeenschap zijn geteeld en - in rechte lijn voortkomen uit materiaal dat onder passende omstandigheden in stand is gehouden en dat in de Gemeenschap is onderworpen aan officiële quarantainetoetsingen waarbij passende methoden worden gebruikt, en dat bij die toetsingen vrij is bevonden van schadelijke organismen 19.3. Planten van stolonen- of knollenvormende soorten van Solanum L., of hybriden daarvan, bestemd voor opplant, met uitzondering van knollen van Solanum tuberosum L. als a) De planten moeten onder quarantaineomstandigheden zijn gehouden en moeten bij quarantainetoetsingen vrij zijn bevonden van schadelijke organismen bedoeld in punt 19.1 of 19.2, en van instandhoudingsmateriaal dat is opgeslagen in genenbanken of in collecties van genetisch materiaalb) De in a) bedoelde quarantainetoetsing: aa)moet worden uitgevoerd onder toezicht van de officiële gewasbeschermingsdienst van de betrokken Lid-Staat en door wetenschappelijk opgeleid personeel van die dienst of een officieel erkend orgaan bb) moet worden verricht op een plaats waar de nodige voorzieningen aanwezig zijn om de verspreiding van schadelijke organismen te voorkomen en het materiaal inclusief de indicatorplanten zo te behandelen dat er voor de verspreiding van schadelijke organismen geen gevaar bestaat cc) omvat voor ieder individueel stuk van het materiaal: - een visueel onderzoek op door schadelijke organismen veroorzaakte symptomen en dit op gezette tijden gedurende, afhankelijk van de aard van het materiaal en het ontwikkelingsstadium ervan tijdens het toetsingsprogramma, ten minste één volledige vegetatiecyclus - een onderzoek volgens aan het in artikel 16 bis bedoelde comité medegedeelde methoden, welk onderzoek betrekking moet hebben: - voor al het aardappelmateriaal, ten minste op: - Andean potato latent virus - Arracacha virus B, oca strain - Potato black ringspot virus - Potato spindle tuber viroid - Aardappel-virus T - Andean potato mottle virus - de veel voorkomende aardappelvirussen A, M, S, V, X en Y (inclusief Y0, Yn en Yc) en Potato leafroll virus - Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al. - voor aardappelzaad, ten minste op de hierboven genoemde virussen en viroiden dd) omvat adequate tests met betrekking tot de bij het visueel onderzoek waargenomen symptomen om uit te maken welke schadelijke organismen deze symptomen hebben veroorzaakt c) Al het materiaal dat bij de onder b) bedoelde tests niet vrij is gebleken van de onder b) genoemde schadelijke organismen, moet onmiddellijk worden vernietigd of adequaat worden behandeld met het oog op de uitroeiing van het (de) schadelijke organisme(n) d) Elke dienst of onderzoekcentrum dat dergelijk materiaal in zijn bezit heeft, moet de officiële planteziektenkundige dienst van de Lid-Staat daarvan in kennis stellen 19.4. Planten van stolonen- of knollenvormende soorten van Solanum L., of van hybriden daarvan, bestemd voor opplant, die worden opgeslagen in genenbanken of collecties van genetisch materiaalElke dienst of onderzoekcentrum dat dergelijk materiaal in zijn bezit heeft, moet de officiële planteziektenkundige dienst van de Lid-Staten daarvan in kennis stellen 19.5. Knollen van Solanum tuberosum L., andere dan die bedoeld in punt 19.1, 19.2, 19.3 of 19.4Uit een op de verpakking of, wanneer de aardappelen los worden vervoerd, op het voertuig dat de aardappelen vervoert aangebracht registratienummer moet blijken dat de aardappelen door een officieel geregistreerde producent zijn geteeld of afkomstig zijn van officieel geregistreerde collectieve opslag- of verzendingscentra in het produktiegebied, met de vermelding dat de knollen vrij zijn van Pseudomonas solanacearum (Smith) Smith en dat voldaan is aan a) de communautaire voorschriften inzake de bestrijding van Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival en b) in voorkomend geval, de communautaire voorschriften ter bestrijding van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann en Kotthoff) Davis et al. 19.6. Planten van Solanaceae, bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden en van planten als bedoeld in punt 19.4 of 19.5Onverminderd de eisen die gelden voor de in de punten 19.1, 19.2 en 19.3 bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Potato stolbur mycoplasm of b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen symptomen van Potato stolbur mycoplasm zijn waargenomen 20. Planten van Humulus lupulus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op hopplanten op de plaats van produktie geen symptomen van Verticillium albo-atrum Reinke et Berthold en Verticillium dahliae Klebahn zijn waargenomen 21. Planten van Dendranthema (DC.) Des Moul., Dianthus L. en Pelargonium L'Hérit. ex Ait., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat: a) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus geen symptomen van Heliothis armigera Huebner of Spodoptera littoralis (Boisd.) zijn waargenomen of b) de planten een adequate behandeling hebben ondergaan om ze tegen vorengenoemde organismen te beschermen 22.1. Planten van Dentranthema (DC.) Des Moul., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor planten als bedoeld in punt 21 een officiële verklaring dat: a) de planten ten hoogste van de derde generatie zijn en voortkomen uit materiaal dat bij virologische tests vrij is bevonden van Chrysanthemum stunt viroid of rechtstreeks voortkomen uit materiaal waarvan een representatief monster van ten minste 10 % bij een officiële controle tijdens de bloeitijd vrij is bevonden van Chrysanthemum stunt viroid b) de planten en stekken afkomstig zijn van bedrijven: - die in de laatste drie maanden vóór de verzending ten minste eenmaal per maand officieel zijn gecontroleerd en waar in deze periode geen symptomen van Puccinia horiana Hennings zijn waargenomen, en in de onmiddellijke omgeving waarvan, voor zover bekend, geen symptomen van Puccinia horiana Hennings zijn voorgekomen in de laatste drie maanden voordat de planten op de markt zijn gebracht of - de zending adequaat is behandeld tegen Puccinia horiana Hennings c) bij stekken zonder wortels geen symptomen van Didymella ligulicola (Baker, Dimock et Davis) v. Arx zijn waargenomen op de stekken of op de planten waarvan de stekken afkomstig zijn, of dat bij stekken met wortels geen symptomen van Didymella ligulicola (Baker, Dimock et Davis) v. Arx zijn waargenomen op de stekken of op het kweekbed 22.2. Planten van Dianthus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de in punt 21 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de planten in rechte lijn voortkomen uit moederplanten die bij officieel erkende tests die ten minste eenmaal binnen de voorgaande twee jaar zijn verricht, vrij zijn bevonden van Erwinia chrysanthemi pv. dianthicola (Hellmers) Dickey, Pseudomonas caryophylli (Burkholder) Starr et Burkholder en Phialophora cinerescens (Wollenw.) van Beyma b) op de planten geen symptomen van vorengenoemde organismen zijn waargenomen 23. Bollen van Tulipa L. en Narcissus L., met uitzondering van die waarvan uit de verpakking of op enige andere wijze blijkt dat ze bestemd zijn voor directe verkoop aan eindverbruikers die zich niet beroepsbehalve bezighouden met de produktie van snijbloemenOfficiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev zijn waargenomen 24. Planten van Apium graveolens L., Argyranthemum spp., Aster spp., Brassica spp., Capsicum annuum L., Cucumis spp., Dendranthema (DC.) Des Moul., Dianthus L., en hybriden daarvan, Exacum spp., Gerbera Cass., Gypsophila L., Lactuca spp., Leucanthemum L., Lupinus L., Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex Farw., Solanum melongena L., Spinacia L., Tanacetum L. en Verbena L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de eisen die gelden voor de in de punten 21, 22.1 en 22.2 bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) de planten van oorsprong zijn uit een gebied dat bekend staat als zijnde vrij van Liriomyza bryoniae (Kaltenbach), Liriomyza huidobrensis (Blanchard) en Liriomyza trifolii (Burgess) of b) bij officiële controles die in de laatste drie maanden vóór de oogst ten minste eenmaal zijn verricht op de plaats van produktie, geen tekenen die wijzen op de aanwezigheid van Liriomyza bryoniae (Kaltenbach), Liriomyza huidobrensis (Blanchard) of Liriomyza trifolii (Burgess) zijn waargenomen c) de planten onmiddellijk vóór het op de markt brengen zijn gecontroleerd en vrij zijn bevonden van symptomen van de bovengenoemde schadelijke organismen en een adequate behandeling hebben ondergaan met het oog op de uitroeiing van Liriomyza bryoniae (Kaltenbach), Liriomyza huidobrensis (Blanchard) en Liriomyza trifolii (Burgess) 25. Planten met wortels, opgeplant of bestemd voor opplant, geteeld in de koude grondOfficiële verklaring dat de plaats van produktie bekend staat als zijnde vrij van Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann en Kotthoff) Davis et al., Globodera pallida (Stone) Behrens, Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens en Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival 26. Planten van Beta vulgaris L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Beet leaf curl virus of b) Beet leaf curl virus voor zover bekend niet in het gebied van produktie voorkomt en sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie of in de onmiddellijke omgeving daarvan geen symptomen van Beet leaf curl virus zijn waargenomen 27. Zaden van Helianthus annuus L.Officiële verklaring dat: a) de zaden van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Plasmopara halstedii (Farlow) Berl. et de Toni of b) de zaden, andere dan die welke zijn verkregen op variëteiten die resistent zijn tegen alle rassen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berl. et de Toni die in het produktiegebied voorkomen, adequaat zijn behandeld tegen Plasmopara halstedii (Farlow) Berl. et de Toni 28. Zaden van Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex Farw.Officiële verklaring dat de zaden zijn verkregen met behulp van een geschikte zuurextractiemethode of een overeenkomstig de procedure van artikel 16 bis vastgestelde gelijkwaardige methode en a) of wel de zaden van oorsprong zijn uit gebieden waar, voor zover bekend, Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al., of Xanthomonas campestris pv. vesicatoria (Doidge) Dye niet voorkomen b) of wel gedurende de laatste volledige vegetatiecyclus op de planten op de plaats van produktie geen ziektesymptomen van deze schadelijke organismen zijn waargenomen c) of wel de zaden zijn onderworpen aan een officiële toetsing op ten minste de bovenbedoelde schadelijke organismen, uitgevoerd op een representatief monster met gebruikmaking van passende methoden, en bij die toetsing vrij zijn bevonden van die schadelijke organismen 29.1. Zaden van Medicago sativa L.Officiële verklaring dat: a) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev zijn waargenomen en bij laboratoriumproeven met een representatief monster geen Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev is vastgesteld of b) vóór het op de markt brengen fumigatie heeft plaatsgevonden 29.2. Zaden van Medicago sativa L.Onverminderd de eisen die gelden voor de in punt 29.1 bedoelde planten, een officiële verklaring dat: a) de zaden van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus Davis et al. b) - Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus Davis et al. voor zover bekend in de laatste tien jaar niet is voorgekomen op het bedrijf of in de onmiddellijke omgeving daarvan en - het gewas behoort tot een ras dat als sterk resistent tegen Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus Davis et al. is erkend of - het gewas zich op het tijdstip waarop het zaad werd geoogst, nog niet in de vierde volledige vegetatiecyclus na de inzaaiing bevond en dat voordien ten hoogste één keer zaad van het gewas is geoogst of - het gehalte aan inerte stoffen in de zaden, bepaald aan de hand van de voorschriften die gelden voor certificering van zaad dat in de Gemeenschap in de handel wordt gebracht, ten hoogste 0,1 gewichtspercent bedraagt - gedurende de laatste volledige vegetatiecyclus of, in voorkomend geval, de laatste twee volledige vegetatiecycli noch op de plaats van de produktie noch in een naast de Medicago sativa L. groeiend gewas symptomen van Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus Davis et al. zijn waargenomen - het gewas is verbouwd op een perceel waarop gedurende de laatste drie jaar vóór de inzaaiing geen Medicago sativa L. is verbouwd 30. Zaden van Phaseolus L.Officiële verklaring dat: a) de zaden van oorsprong zijn uit een land dat bekend staat als zijnde vrij van Xanthomonas campestris pv. phaseoli (Smith) Dye of b) een representatief monster van de zaden is getoetst en daarbij vrij is bevonden van Xanthomonas campestris pv. phaseoli (Smith) Dye 31.1. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvanDe oorsprong moet op adequate wijze op de verpakking worden vermeld 31.2. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten van Citrus clementina Hort. ex Tanaka, van oorsprong uit Frankrijk (Corsica)Onverminderd de eisen die gelden voor de in punt 31.1 van deze bijlage bedoelde vruchten, moeten de vruchten vrij zijn van bladeren en steeltjes Deel B DOOR DE LID-STATEN VAST TE STELLEN BIJZONDERE EISEN TEN AANZIEN VAN HET BINNENBRENGEN EN HET IN HET VERKEER BRENGEN VAN PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUKTEN EN ANDERE MATERIALEN IN BEPAALDE BESCHERMDE GEBIEDEN 1. Hout van ConiferaeOnverminderd de eisen die gelden voor in deel A, rubriek I, punten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 7, van deze bijlage bedoeld hout, in voorkomend geval: a) het hout moet van de bast zijn ontdaan of b) een officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Dendroctonus micans Kugelan of c) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerkingEL, E, IRL, I, P, UK (*) 2. Hout van ConiferaeOnverminderd de eisen die gelden voor in deel A, rubriek I, punten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 7, en deel B, punt 1, van deze bijlage bedoeld hout, in voorkomend geval: a) het hout moet van de bast zijn ontdaan of EL, E, IRL, I, P, UK b) een officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips duplicatus Sahlberg of c) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerking 3. Hout van ConiferaeOnverminderd de eisen die gelden voor in deel A, rubriek I, punten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 7, en deel B, punten 1 en 2, van deze bijlage bedoeld hout, in voorkomend geval: a) het hout moet van de bast zijn ontdaan of b) een officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips typographus Heer of c) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerkingEL, E, IRL, P, UK 4. Hout van ConiferaeOnverminderd de eisen die gelden voor in deel A, rubriek I, punten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 7, en deel B, punten 1, 2 en 3, van deze bijlage bedoeld hout, in voorkomend geval: EL, E, F (Corsica), IRL, I, P, UK a) het hout moet van de bast zijn ontdaan of b) een officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips amitinus Eichhof of c) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkte ken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerking 5. Hout van ConiferaeOnverminderd de eisen die gelden voor in deel A, rubriek I, punten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 7, en deel B, punten 1, 2, 3 en 4, van deze bijlage bedoeld hout, in voorkomend geval: a) het hout moet van de bast zijn ontdaan of b) een officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips cembrae Heer of c) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerkingEL, E, IRL, P, UK (N-IRL, eiland Man) 6. Hout van ConiferaeOnverminderd de eisen die gelden voor in deel A, rubriek I, punten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 7, en deel B, punten 1, 2, 3, 4 en 5, van deze bijlage bedoeld hout, in voorkomend geval: a) het hout moet van de bast zijn ontdaan of b) een officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips sexdentatus Boerner of c) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerkingEL, IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 6.1. Hout van ConiferaeOnverminderd de eisen die gelden voor in deel A, rubriek I, punten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 7, en deel B, punten 1, 2, 3, 4, 5 en 6, van deze bijlage bedoeld hout, in voorkomend geval: a) het hout moet van de bast zijn ontdaan of b) een officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Pissodes spp. (Europese) of c) uit het merkteken "Kiln-dried", "KD" of een ander internationaal erkend merkteken dat overeenkomstig de gangbare handelsgebruiken op het hout of de verpakking ervan is aangebracht, moet blijken dat het hout volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof, op het tijdstip van bewerkingIRL, UK (N-IRL, eiland Man) 6.2. Hout van ConiferaeOnverminderd de eisen die gelden voor in deel A, rubriek I, punten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 7, en deel B, punt 4, van deze bijlage bedoeld hout, in voorkomend geval: a) het hout moet van de bast zijn ontdaan of b) een officiële verklaring dat het hout van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Matsucoccus feytaudi Duc.F (Corsica) 7. Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2, 9 en 10, en deel A, rubriek II, punten 4 en 5, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de plaats van produktie vrij is van Dendroctonus micans KugelanEL, E, IRL, I, P, UK (*) 8. Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2, 9 en 10, en deel A, rubriek II, punten 4 en 5, en punt 7, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de plaats van produktie vrij is van Ips duplicatus SahlbergEL, E, IRL, I, P, UK 9. Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2, 9 en 10, deel A, rubriek II, punten 4 en 5, en deel B, punten 7 en 8, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de plaats van produktie vrij is van Ips typographus HeerEL, E, IRL, P, UK 10. Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2, 9 en 10, deel A, rubriek II, punten 4 en 5, en deel B, punten 7, 8 en 9, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de plaats van produktie vrij is van Ips amitinus EichhofEL, E, F (Corsica), IRL, I, P, UK 11. Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2, 9 en 10, deel A, rubriek II, punten 4 en 5, en deel B, punten 7, 8, 9 en 10, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de plaats van produktie vrij is van Ips cembrae HeerEL, E, IRL, P, UK (N-IRL, eiland Man) 12. Planten van Coniferae, meer dan 3 m hoog, met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2, 9 en 10, deel A, rubriek II, punten 4 en 5, en deel B, punten 7, 8, 9, 10 en 11, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de plaats van produktie vrij is van Ips sexdentatus BoernerEL, IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 13. Planten van Coniferae, met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2, 9 en 10, deel A, rubriek II, punten 4 en 5, en deel B, punten 7, 8, 9, 10, 11 en 12, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de plaats van produktie vrij is van Pissodes spp. (Europese)IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 14.1. Bast, zonder andere delen, van ConiferaeOnverminderd de bepalingen die gelden voor in bijlage III, deel A, punt 4, bedoelde bast, een officiële verklaring dat de zending: a) is gefumigeerd of op een andere adequate wijze is behandeld tegen bastkevers of b) van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Dendroctonus micans KugelanEL, E, IRL, I, P, UK (*) 14.2. Bast, zonder andere delen, van ConiferaeOnverminderd de bepalingen die gelden voor in bijlage III, deel A, punt 4, en punt 14.1 van deel B van deze bijlage bedoelde bast, een officiële verklaring dat de zending: a) is gefumigeerd of op een andere adequate wijze is behandeld tegen bastkevers of b) van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips amitinus EichhofEL, E, F (Corsica), IRL, I, P, UK 14.3. Bast, zonder andere delen, van ConiferaeOnverminderd de bepalingen die gelden voor in bijlage III, deel A, punt 4, en de punten 14.1 en 14.2 van deel B van deze bijlage bedoelde bast, een officiële verklaring dat de zending: a) is gefumigeerd of op een andere adequate wijze is behandeld tegen bastkevers of b) van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips cembrae HeerEL, E, IRL, P, UK (N-IRL, eiland Man) 14.4. Bast, zonder andere delen, van ConiferaeOnverminderd de bepalingen die gelden voor in bijlage III, deel A, punt 4, en de punten 14.1, 14.2 en 14.3 van deel B van deze bijlage bedoelde bast, een officiële verklaring dat de zending: a) is gefumigeerd of op een andere adequate wijze is behandeld tegen bastkevers of b) van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips duplicatus SahlbergEL, E, IRL, I, P, UK 14.5. Bast, zonder andere delen, van ConiferaeOnverminderd de bepalingen die gelden voor in bijlage III, deel A, punt 4, en de punten 14.1, 14.2, 14.3 en 14.4 van deel B van deze bijlage bedoelde bast, een officiële verklaring dat de zending: a) is gefumigeerd of op een andere adequate wijze is behandeld tegen bastkevers of b) van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips sexdentatus BoernerEL, IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 14.6. Bast, zonder andere delen, van ConiferaeOnverminderd de bepalingen die gelden voor in bijlage III, deel A, punt 4, en de punten 14.1, 14.2, 14.3, 14.4 en 14.5 van deel B van deze bijlage bedoelde bast, een officiële verklaring dat de zending: a) is gefumigeerd of op een andere adequate wijze is behandeld tegen bastkevers of b) van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Ips typographus HeerEL, E, IRL, P, UK 14.7. Bast, zonder andere delen, van ConiferaeOnverminderd de bepalingen die gelden voor in bijlage III, deel A, punt 4, en punt 14.2 van deel B van deze bijlage bedoelde bast, een officiële verklaring dat de zending: a) is gefumigeerd of op een andere adequate wijze is behandeld of b) van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Matsucoccus feytaudi Duc.F (Corsica) 14.8. Bast, zonder andere delen, van ConiferaeOnverminderd de bepalingen die gelden voor in bijlage III, deel A, punt 4, en de punten 14.1, 14.2, 14.3, 14.4, 14.5 en 14.6 van deel B van deze bijlage bedoelde bast, een officiële verklaring dat de zending: a) is gefumigeerd of op een andere adequate wijze is behandeld tegen bastkevers of b) van oorsprong is uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Pissodes spp. (Europese)IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 15. Planten van Larix Mill., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2 en 10, deel A, rubriek II, punt 5, en deel B, punten 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, bedoelde planten, een officiële verklaring dat de planten zijn geteeld in kwekerijen en dat de plaats van produktie vrij is van Cephalcia lariciphila (Klug.)F, IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 16. Planten van Pinus L., Picea A. Dietr., Larix Mill., Abies Mill. en Pseudotsuga Carr., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2 en 9, deel A, rubriek II, punt 4, en deel B, punten 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 15, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval, de planten zijn geteeld in kwekerijen en dat de plaats van produktie vrij is van Gremmeniella abietina (Lag.) MoreletIRL, UK (N-IRL, eiland Man) 17. Planten van Pinus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2 en 9, deel A, rubriek II, punt 4, en deel B, punten 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 16, bedoelde planten, een officiële verklaring dat de planten zijn geteeld in kwekerijen en dat de plaats van produktie en de onmiddellijke omgeving daarvan vrij zijn van Thaumetopoea pityocampa (Den. et Schiff.)E (Ibiza) 18. Planten van Picea A. Dietr., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 1, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 8.1, 8.2 en 10, deel A, rubriek II, punt 5, en deel B, punten 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 16, bedoelde planten, een officiële verklaring dat de planten zijn geteeld in kwekerijen en dat de plaats van produktie vrij is van Gilpinia hercyniae (Hartig)EL, F, IRL, UK (N-IRL, eiland Man) 19. Planten van Eucalyptus L'Herit, met uitzondering van vruchten en zadenOfficiële verklaring dat: a) de planten vrij zijn van grond en zijn behandeld tegen Gonipterus scutellatus Gyll. of b) de planten van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Gonipterus scutellatus Gyll.EL, P 20.1. Knollen van Solanum tuberosum L., bestemd voor opplantOnverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 10 en 11, en in deze bijlage, deel A, rubriek I, punten 25.1, 25.2, 25.3, 25.4, 25.5 en 25.6, en deel A, rubriek II, punten 19.1, 19.2, 19.3, 19.4 en 19.6, bedoelde planten, een officiële verklaring dat de knollen: a) zijn geteeld in een gebied waar voor zover bekend Beet necrotic yellow vein virus (BNYVV) niet voorkomt of b) zijn geteeld op grond, of in een groeimedium dat uit grond bestaat, die voor zover bekend vrij is van BNYVV, of die volgens adequate methoden getoetst is en vrij is bevonden van BNYVV of c) zijn gewassen zodat zij vrij zijn van grondDK, IRL, P (Azoren), UK 20.2. Knollen van Solanum tuberosum L., andere dan de in punt 20.1 vermelde en andere dan knollen voor de produktie van zetmeel in bedrijven met goedgekeurde installaties voor afvalverwijderingDe zending of de partij mag ten hoogste 1 gewichtspercent aan grond bevattenDK, IRL, P (Azoren), UK 21. Planten en levende pollen voor bestuiving van Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Ehrh., Crataegus L., Cydonia Mill., Eriobotrya Lindl., Malus Mill., Mespilus L., Pyracantha Roem., Pyrus L., Sorbus L., andere dan Sorbus intermedia (Ehrh.) Pers. en Stranvaesia Lindl., met uitzondering van vruchten en zadenOnverminderd de verbodsbepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punten 9 en 18, en deel B, punt 1, bedoelde planten, een officiële verklaring dat, in voorkomend geval: a) de planten van oorsprong zijn uit de beschermde gebieden E, F (Champagne-Ardennes, Alsace - met uitzondering van het departement Bas Rhin -, Lorraine, Franche-Comté, Rhône-Alpes, Bourgogne, Auvergne, Provence-Alpes-Côte d'Azur, Corsica, Languedoc-Roussillon), IRL, I, P, UK (N-IRL, eiland Man, Kanaaleilanden) E, F (Champagne-Ardennes, Alsace - exclusief departement Bas Rhin -, Lorraine, Franche-Comté, Rhône-Alpes, Bourgogne, Auvergne, Provence-Alpes-Côte d'Azur, Corsica, Languedoc-Roussillon) IRL, I, P, UK (N-IRL, eiland Man, Kanaaleilanden) of b) de planten zijn geteeld of, indien overgebracht naar een "bufferzone", voor een periode van ten minste één jaar in stand zijn gehouden op een veld: aa) dat gelegen is in een officieel erkende "bufferzone" van ten minste 50 km2, dat wil zeggen een gebied waar voor de gastheerplanten ten minste een officieel goedgekeurde en gecontroleerde bestrijdingsregeling geldt ten einde het risico zoveel mogelijk te verkleinen dat Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. zich vanaf de aldaar geteelde planten verspreidt bb) dat voor het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus officieel is goedgekeurd voor de teelt van planten onder de in dit punt bedoelde voorwaarden cc) dat, samen met de andere omliggende delen van de bufferzone, sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus vrij is gebleken van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. bij: - officiële keuringen die ten minste tweemaal worden verricht op het veld en tot op een afstand van ten minste 250 m rond het veld, namelijk eenmaal in juli/augustus en eenmaal in september/oktober en - officiële steekproefcontroles in een gebied van ten minste 1 km rond het veld, die in juli-oktober ten minste eenmaal worden verricht op uitgekozen geschikte plaatsen, en met name waar de juiste indicatorplanten worden geteeld en - officiële toetsingen die sedert het begin van de laatste volledige vegetatieperiode overeenkomstig passende laboratoriummethoden zijn verricht op onder officieel toezicht genomen monsters van planten waarbij symptomen van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. zijn gevonden en die groeiden op het veld of in de overige delen van de bufferzone en dd) waarvan, evenmin als van de andere delen van de bufferzone, geen enkele gastheerplant die symptomen van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. vertoont, is verwijderd zonder voorafgaand officieel onderzoek of voorafgaande officiële goedkeuring 22. Planten van Allium porrum L., Apium L., Beta L., Brassica napus L., Brassica rapa L., Daucus L., met uitzondering van planten bestemd voor opplantDe zending van de partij mag niet meer dan 1 gewichtspercent aan grond bevattenDK, IRL, P (Azoren), UK 23. Planten van Beta vulgaris L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zadena) Onverminderd de eisen die gelden voor de in deel A, rubriek I, punten 35.1 en 35.2, deel A, rubriek II, punt 26, en deel B, punt 22, van deze bijlage bedoelde planten, een officiële verklaring dat de planten: DK, IRL, P (Azoren), UK aa) individueel officieel zijn getoetst en vrij zijn bevonden van Beet necrotic yellow vein virus (BNYVV) of bb) zijn verkregen uit zaad dat voldoet aan de in punt 27 van deel B van deze bijlage genoemde eisen en - zijn geteeld in gebieden waar voor zover bekend geen BNYVV voorkomt of - zijn geteeld op grond, of in groeimedia, die volgens adequate methoden officieel zijn getoetst en vrij zijn bevonden van BNYVV en - zijn bemonsterd, en de monsters zijn getoetst en vrij zijn bevonden van BNYVV b) De dienst of het onderzoekcentrum dat dergelijk materiaal in zijn bezit heeft, moet de officiële Planteziektenkundige dienst daarvan in kennis stellen 24. Planten van Begonia L. en Euphorbia pulcherrima Willd., met uitzondering van die waarvan uit de verpakking of de ontwikkeling van hun bloem (of schutblad) of op enige andere wijze blijkt dat zij bestemd zijn voor verkoop aan de eindverbruiker die zich niet beroepshalve bezig houdt met de teelt van planten, bestemd voor opplant, met uitzondering van zadenOfficiële verklaring dat: a) de planten van oorsprong zijn uit een gebied dat bekend staat als zijnde vrij van Bemisia tabaci Genn. of b) de laatste drie maanden voordat de planten in de handel worden gebracht, bij officiële controles die ten minste eenmaal per maand zijn verricht op de planten op de plaats van produktie, geen symptomen van Bemisia tabaci Genn. zijn waargenomen of c) de planten, onmiddellijk voordat ze in de handel worden gebracht, adequaat zijn behandeld met het oog op de uitroeiing van Bemisia tabaci Genn., zijn gecontroleerd en vrij zijn bevonden van tekenen van levende schadelijke organismenDK, IRL, P, UK 25.1. Planten van Beta vulgaris L., bestemd voor veevoederingOfficiële verklaring dat de zending planten a) of wel met warmte is behandeld ten einde besmetting met Beet necrotic yellow vein virus uit te sluiten b) of wel zodanig is behandeld dat grond en zijwortels zijn verwijderd en de planten zijn gedevitaliseerdDK, IRL, P (Azoren), UK 25.2. Planten van Beta vulgaris L., bestemd voor industriële verwerkingOfficiële verklaring dat de planten bestemd zijn voor industriële verwerking en worden geleverd aan verwerkende bedrijven met adequate installaties voor afvalverwijdering zodat verspreiding van BNYVV wordt voorkomen, en op zodanige wijze worden vervoerd dat er geen risico bestaat voor de verspreiding van schadelijke organismenDK, IRL, P (Azoren), UK 26. Vaste en niet-gesteriliseerde afval van bietenOfficiële verklaring dat de grond en het afval zodanig is behandeld dat elke besmetting met Beet necrotic yellow vein virus is uitgeslotenDK, IRL, P (Azoren), UK 27. Zaden van Beta vulgaris L.Officiële verklaring dat: a) het zaad voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in bijlage I, deel B, punt 3, van Richtlijn 66/400/EEG of b) het zaad is verkregen van gewassen die zijn geteeld in een gebied waar voor zover bekend Beet necrotic yellow vein virus niet voorkomtDK, IRL, P (Azoren), UK 28. Zaden van Gossypium spp.Officiële verklaring dat: a) de zaden met zuur werden gepluisd en b) sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de plaats van produktie geen symptomen van Glomerella gossypii Edgerton zijn waargenomen, en dat een representatief monster is onderzocht en bij dit onderzoek vrij is bevonden van Glomerella gossypii EdgertonEL, I (Sicilië) 29. Zaden van Mangifera spp.Officiële verklaring dat de zaden van oorsprong zijn uit gebieden die bekend staan als zijnde vrij van Sternochetus mangifera FabriciusE, P 30. Gebruikte landbouw-machinesOfficiële verklaring dat de machines zijn schoongemaakt en vrij zijn van grond en plantenrestenDK, IRL, P (Azoren), UK (*) (Schotland, Noord-Ierland, Engeland: de volgende graafschappen: Bedfordshire, Berkshire, Buckinghamshire, Cambridgeshire, Cleveland, Cornwall, Cumbria, Devon, Dorset, Durham, Essex, Hampshire, Hertfordshire, Humberside, Isle of Man, Isle of Wight, Isles of Scilly, Kent, Lincolnshire, Norfolk, Northamptonshire, Northumberland, Nottinghamshire, Oxfordshire, Somerset, Suffolk, Surrey, Sussex East, Sussex West, Tyne and Wear, Wiltshire, Yorkshire South, Yorkshire West, en de volgende delen van graafschappen: Avon: het deel van het graafschap ten noorden van de M4; Derbyshire: de districten North East Derbyshire, Chesterfield, Bolsover; Leicestershire: de districten Charnwood, Melton, Rutland, Harborough, Oadby and Wigston, Leicester, Blaby; Yorkshire North: de districten Scarborough, Ryedale, Hambleton, Richmondshire, Harrogate, York, Selby)".