31992D0511

92/511/EEG: Besluit van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de toekenning van extra financiële bijstand op middellange termijn aan Bulgarije

Publicatieblad Nr. L 317 van 31/10/1992 blz. 0094 - 0095
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 20 blz. 0039
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 20 blz. 0039


BESLUIT VAN DE RAAD van 19 oktober 1992 betreffende de toekenning van extra financiële bijstand op middellange termijn aan Bulgarije (92/511/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie (1), ingediend na raadpleging van het Monetair Comité,

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Overwegende dat Bulgarije fundamentele politieke en economische hervormingen uitvoert en besloten heeft zijn economie naar een marktmodel in te richten;

Overwegende dat de genoemde hervormingen thans ten uitvoer worden gelegd met financiële bijstand van de Gemeenschap en dat het hervormingsproces moet worden geconsolideerd en verruimd;

Overwegende dat financiële steun van de Gemeenschap voor de hervormingen het wederzijdse vertrouwen zal versterken en Bulgarije nader tot de Gemeenschap zal brengen;

Overwegende dat Bulgarije en de Gemeenschap besprekingen zijn begonnen met het oog op het sluiten van een Europese overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht;

Overwegende dat de Raad bij Besluit 91/311/EEG (3) heeft besloten Bulgarije financiële bijstand op middellange termijn toe te kennen voor een bedrag van ten hoogste 290 miljoen ecu, ten einde een houdbare betalingsbalanssituatie te bewerkstelligen;

Overwegende evenwel dat, ondanks de moedige tenuitvoerlegging van aanpassingsmaatregelen en structurele hervormingen door de Bulgaarse Regering, de stabiliseringsfase van de Bulgaarse economie nog in volle gang is en dat extra bijstand van officiële zijde noodzakelijk is om de houdbaarheid van de betalingsbalans te verzekeren en de reservepositie te consolideren;

Overwegende dat de Bulgaarse autoriteiten financiële bijstand hebben verzocht van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Groep van 24 industrielanden en de Gemeenschap en dat, naast het geschatte bedrag van de door het IMF en de Wereldbank te verstrekken financieringen en de overdracht van door de Groep van 24 voor 1991 verleende financiële bijstand, in 1992 nog een bedrag van ongeveer 240 miljoen US-dollar gedekt zou moeten worden om de reservepositie van Bulgarije te versterken en een nog grotere beperking van de invoer, die de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen die ten grondslag liggen aan de door de regering ondernomen hervormingen ernstig in gevaar zou kunnen brengen, te voorkomen;

Overwegende dat voor het welslagen van het hervormingsproces in Bulgarije de oplossing van het acute schuldenprobleem waarmee het land wordt geconfronteerd, van doorslaggevend belang is en dat de toekenning van financiële bijstand van de Gemeenschap afhankelijk dient te worden gesteld van het boeken van beslissende vooruitgang met een omvattende herstructureringsovereenkomst op middellange termijn tussen Bulgarije en de handelsbanken waaraan dit land een schuld heeft;

Overwegende dat de Commissie, als cooerdinator van de bijstand van de Groep van 24 industrielanden, de landen van deze groep heeft verzocht financiële bijstand op middellange termijn aan Bulgarije te verstrekken;

Overwegende dat de toekenning door de Gemeenschap van een lening op middellange termijn aan Bulgarije een passende maatregel is om de betalingsbalans te ondersteunen en de reservepositie van het land te versterken;

Overwegende dat de risico's in verband met de in de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen toegekende garanties besproken zullen worden in het kader van de vernieuwing van het Interinstitutioneel Akkoord over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure;

Overwegende dat de communautaire lening beheerd dient te worden door de Commissie;

Overwegende dat het Verdrag, afgezien van artikel 235, niet voorziet in bevoegdheden voor de aanneming van dit besluit,

BESLUIT:

Artikel 1

1. De Gemeenschap verstrekt Bulgarije een lening op middellange termijn voor een hoofdsom van ten hoogste 110 miljoen ecu en met een looptijd van ten hoogste zeven jaar ten einde bij te dragen tot ondersteuning van de betalingsbalanssituatie en de reservepositie van dat land te versterken.

2. Daartoe wordt de Commissie gemachtigd namens de Europese Economische Gemeenschap de nodige middelen op te nemen die in de vorm van een lening ter beschikking van Bulgarije worden gesteld.

3. Deze lening wordt in nauw overleg met het Monetair Comité beheerd door de Commissie op een wijze die in overeenstemming is met tussen het IMF en Bulgarije te sluiten overeenkomsten.

Artikel 2

1. De Commissie wordt gemachtigd, na overleg met het Monetair Comité, met de Bulgaarse autoriteiten te onderhandelen over de aan de lening verbonden voorwaarden inzake economisch beleid. Deze voorwaarden moeten in overeenstemming zijn met de in artikel 1, lid 3, bedoelde overeenkomsten en met de door de Groep van 24 te treffen regelingen.

2. De Commissie onderzoekt op gezette tijden, in samenwerking met het Monetair Comité en in nauwe cooerdinatie met de Groep van 24 en het IMF, of het economische beleid in Bulgarije in overeenstemming is met de doelstellingen van deze lening en of aan de daaraan verbonden voorwaarden wordt voldaan.

Artikel 3

1. De lening wordt in twee gedeelten ter beschikking van Bulgarije gesteld. Het eerste gedeelte wordt uitgekeerd, zodra:

- de Bulgaarse autoriteiten de nodige stappen hebben genomen om de uitbetaling van de in het kader van de financiële bijstand ter ondersteuning van de betalingsbalans voor 1991 toegezegde bedragen van niet tot de Gemeenschap behorende landen van de Groep van 24 mogelijk te maken;

- een principeovereenkomst inzake de richtsnoeren voor een toekomstig plan inzake herstructurering van de schuld is ondertekend tussen Bulgarije en de handelsbanken waaraan dit land schulden heeft.

2. Het tweede gedeelte wordt, mits de controle op de nakoming van de in artikel 2 bedoelde voorwaarden inzake economisch beleid een bevredigend resultaat oplevert, uitbetaald indien doorslaggevende vooruitgang wordt geboekt met de totstandbrenging van een globale overeenkomst tussen Bulgarije en de handelsbanken waaraan dit land schulden heeft over schuldherstructurering op middellange termijn en in ieder geval niet vóór het tweede kwartaal van 1993.

3. De middelen worden betaald aan de Nationale Bank van Bulgarije.

Artikel 4

1. De in artikel 1 bedoelde transacties tot het aangaan en het verstrekken van leningen worden met dezelfde valutadatum afgesloten en mogen voor de Gemeenschap geen looptijdtransformatie, wisselkoers- of renterisico, of enig ander commercieel risico met zich brengen.

2. De Commissie neemt, indien Bulgarije dat verlangt, de nodige maatregelen om in de leningvoorwaarden een clausule inzake vervroegde aflossing op te nemen en deze toe te passen.

3. De Commissie kan op verzoek van Bulgarije en indien de omstandigheden een verbetering van de rente op de verstrekte leningen mogelijk maken, haar oorspronkelijk opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de betrokken opgenomen leningen, noch tot een verhoging van het op de dag van deze herfinancieringen of herstructureringen, tegen de lopende wisselkoers omgerekende, nog af te lossen bedrag.

4. Alle kosten die de Gemeenschap bij het sluiten en uitvoeren van de in dit besluit bedoelde transacties maakt, komen ten laste van Bulgarije.

5. Het Monetair Comité wordt ten minste eenmaal per jaar in kennis gesteld van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen.

Artikel 5

Ten minste eenmaal per jaar brengt de Commissie aan het Europese Parlement en de Raad over de uitvoering van dit besluit een verslag uit dat een evaluatie omvat. Gedaan te Luxemburg, 19 oktober 1992. Voor de Raad

De Voorzitter

J. COPE

(1) PB nr. C 164 van 1. 7. 1992, blz. 32. (2) Advies uitgebracht op 18 september 1992 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (3) PB nr. L 174 van 3. 7. 1991, blz. 36.