Beschikking nr. 3855/91/EGKS van de Commissie van 27 november 1991 tot invoering van communautaire regels voor de steun aan de ijzer- en staalindustrie
Publicatieblad Nr. L 362 van 31/12/1991 blz. 0057 - 0060
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 21 blz. 0189
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 21 blz. 0189
BESCHIKKING Nr. 3855/91/EGKS VAN DE COMMISSIE van 27 november 1991 tot invoering van communautaire regels voor de steun aan de ijzer- en staalindustrie DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, inzonderheid op artikel 95, eerste en tweede alinea, Gezien de met de Verenigde Staten gesloten Consensus betreffende de handel in bepaalde staalprodukten (1), Na raadpleging van het Raadgevend Comité en met bij eenstemmigheid bepaalde instemming van de Raad, OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT: I Op grond van artikel 4, onder c), van het Verdrag is alle al dan niet specifieke steun van de Lid-Staten aan de ijzer- en staalindustrie in welke vorm ook verleend, verboden. Met ingang van 1 januari 1986 heeft de Commissie bij Beschikking nr. 3484/85/EGKS (2), per 1 januari 1989 vervangen door Beschikking nr. 322/89/EGKS (3), regels ingevoerd op grond waarvan in limitatief opgesomde gevallen steunverlening aan de ijzer- en staalindustrie is toegestaan. Onder deze regels valt alle al dan niet specifieke door de Lid-Staten in ongeacht welke vorm verleende steun. Deze regels hebben vooral tot doel de ijzer- en staalindustrie de mogelijkheid van steunverlening voor onderzoek en ontwikkeling en voor de aanpassing van de installaties aan de nieuwe milieubeschermingsnormen niet te onthouden. Op grond van deze regels wordt het tevens mogelijk sociale steunmaatregelen in te voeren waardoor gedeeltelijke sluiting van de installaties wordt gestimuleerd, alsmede steunmaatregelen voor de financiering van een definitieve beëindiging van alle EGKS-werkzaamheden van de minst competitieve ondernemingen. Tenslotte is het op grond van de regels verboden om in enigerlei vorm bedrijfs- of investeringssteun te verlenen ten behoeve van de ijzer- en staalondernemingen van de Gemeenschap waarbij echter voor bepaalde Lid-Staten een uitzondering wordt gemaakt ten aanzien van regionale investeringssteun. Deze stringente regelgeving die voortaan op het gehele grondgebied van de twaalf Lid-Staten van toepassing zal zijn, heeft de laatste jaren billijke mededingingsvoorwaarden in deze sector mogelijk gemaakt. De regelgeving is coherent met het nagestreefde doel in het kader van de verwezenlijking van de ongedeelde Europese markt en strookt tevens met de regels voor overheidssteun als overeengekomen in de Consensus tussen de Gemeenschap en de Verenigde Staten van november 1989 welke tot 31 maart 1992 van toepassing is. De regelgeving moet daarom, zij het met enkele technische aanpassingen, worden verlengd. Beschikking nr. 322/89/EGKS is van toepassing tot en met 31 december 1991. Hierdoor ziet de Gemeenschap zich geplaatst voor een geval waarin in het EGKS-Verdrag niet is voorzien en waarin zij niettemin dient op te treden. Daarom dient een beroep te worden gedaan op artikel 95, eerste alinea, van het Verdrag, ten einde de Gemeenschap de mogelijkheid te bieden de in de artikelen 2, 3 en 4 van dit Verdrag genoemde doelstellingen te verwezenlijken. II Om voorzieningen te treffen voor een niet onaanzienlijk deel van de vóór het aflopen van het EGKS-Verdrag in 2002 nog resterende periode, moet deze beschikking tot 31 december 1996 van toepassing zijn. Om, voor zover het Verdrag dit toelaat, de ijzer- en staalindustrie dezelfde mogelijkheden als de andere sectoren te bieden om steun voor onderzoek en ontwikkeling te ontvangen, zal de verenigbaarheid van de geplande steunmaatregelen met de gemeenschappelijke markt worden getoetst aan de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling. Daar de bepalingen welke betrekking hebben op steun voor milieubeschermende voorzieningen geheel overeenkomen met die van de kaderregeling inzake staatssteun voor milieubeschermende maatregelen, is in deze eerste geen wijziging gebracht. Indien de bij deze beide algemene kaderregelingen ingestelde regelgeving inzake overheidssteun gedurende de geldigheidsduur van deze beschikking inhoudelijk wordt gewijzigd, zal een voorstel tot aanpassing worden ingediend. Ingeval een onderneming alle EGKS-werkzaamheden beëindigt, kan sluitingssteun worden toegekend, zonder beperkingen welke zouden voortvloeien uit de aard van de ijzer- en staalproduktie van de desbetreffende onderneming. Daar regionale investeringssteun afwijkend van aard is, zou het onjuist zijn deze te doen voortduren na het verstrijken van de periode die redelijk kan worden geacht voor de modernisering van de desbetreffende ijzer- en staalbedrijven, en die op drie jaar wordt geschat. Deze mogelijkheid wordt op dezelfde voorwaarden als voor Griekenland ook geboden aan thans in Portugal bestaande kleine en middelgrote bedrijven, overwegende dat Protocol nr. 20 van de Akte van Toetreding hun niet de mogelijkheid bood om gedurende de vijf op deze toetreding volgende jaren herstructureringssteun te ontvangen. Dergelijke steunmaatregelen moeten, indien toegepast op de Duitse industrie, gepaard gaan met een vermindering van de totale produktiecapaciteit in de vijf nieuwe deelstaten. Om een doelmatige controle op de toepassing van deze bepalingen mogelijk te maken, moet elk afzonderlijk geval ter kennis van de Commissie worden gebracht. Voordat de Commissie ter zake een beslissing neemt, moet zij hierover met de Lid-Staten overleg plegen, indien de investeringen ten behoeve waarvan de steun wordt verleend boven een bepaalde drempel liggen. Ten einde discriminatie ten aanzien van de vorm waarin overheidssteun kan worden verleend te voorkomen, dient kapitaalsteun van de Lid-Staten aan openbare of particuliere ondernemingen in de vorm van deelnemingen, kapitaalinbreng of soortgelijke maatregelen onderworpen te blijven aan de op steunmaatregelen toepasselijke procedures. De Commissie moet namelijk per geval kunnen bepalen of bepaalde transacties steunbestanddelen bevatten, hetgeen het geval is indien blijkt dat het gedrag van de overheid iets anders is dan een inbreng van risicodragend kapitaal volgens de in een markteconomie gebruikelijke investeringspraktijk. De verenigbaarheid van deze eventuele steunbestanddelen met het Verdrag moet door de Commissie worden beoordeeld in het licht van de criteria van deze beschikking. Daartoe moeten alle participaties van een Lid-Staat in het kapitaal van ijzer- en staalondernemingen ter kennis van de Commissie worden gebracht en mogen zij niet tot uitvoering worden gebracht indien de Commissie, vóór het verstrijken van de opschortende termijn in de zin van artikel 6, lid 5, wanneer zij vaststelt dat deze participaties steunbestanddelen omvatten, besluit ten aanzien daarvan de procedure van artikel 6, lid 4, in te leiden. Deze beschikking zal worden toegepast met inachtneming van de reeds bestaande en toekomstige internationale verbintenissen van de Gemeenschap ten aanzien van steunmaatregelen van de Staten in de ijzer- en staalindustrie. Om de doorzichtigheid inzake overheidssteun te vergroten, zal de Commissie ieder jaar over de toepassing van deze beschikking verslag uitbrengen, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Alle al dan niet specifieke steun aan de ijzer- en staalindustrie, die wordt gefinancierd door een Lid-Staat, door territoriale collectiviteiten of met staatsmiddelen, in ongeacht welke vorm, kan alleen als communautaire steun en derhalve als verenigbaar met de goede werking van de gemeenschappelijke markt worden aangemerkt, indien hij voldoet aan het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 5. 2. Onder het begrip steun vallen ook elementen van steunverlening die zijn begrepen in de overdracht van staatsmiddelen als deelnemingen, kapitaalinbreng of soortgelijke maatregelen (zoals in aandelen converteerbare obligatieleningen of leningen waarvan het financieel rendement ten minste gedeeltelijk afhangt van de resultaten van de onderneming) welke door de Lid-Staten, de territoriale collectiviteiten of lichamen ten gunste van ijzer- en staalondernemingen worden getroffen en die niet kunnen worden aangemerkt als een echte inbreng van risicodragend kapitaal volgens de normale investeringspraktijk in een markteconomie. 3. De in deze beschikking bedoelde steunmaatregelen mogen alleen overeenkomstig de procedure van artikel 6 tot uitvoering worden gebracht en kunnen niet leiden tot enige uitbetaling na 31 december 1996. De steun op grond van artikel 5 moet uiterlijk op 31 december 1994 zijn betaald, met uitzondering van de in de wet tot wijziging van de heffingen 1991 in Duitsland bedoelde bijzondere fiscale voordelen (Investitionszulagen) in de vijf nieuwe deelstaten, die tot en met 31 december 1995 tot uitbetaling kunnen leiden. Artikel 2 Steun voor onderzoek en ontwikkeling Steun voor uitgaven van ijzer- en staalondernemingen voor onderzoek- en ontwikkelingsprojecten kan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd, mits deze steun strookt met de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling (4). Artikel 3 Steun ten behoeve van de milieubescherming 1. Steun ter vergemakkelijking van de aanpassing aan nieuwe wettelijke normen van milieubescherming van installaties die ten minste twee jaar vóór de invoering van deze normen in bedrijf waren, kan verenigbaar worden geacht met de gemeenschappelijke markt. 2. Het bedrag van de uit hoofde van dit artikel toegekende steun mag niet meer bedragen dan 15 % aan nettosubsidie-equivalent van de investeringskosten die rechtstreeks verbonden zijn aan de betrokken milieubeschermingsmaatregel. Ingeval de investering gepaard gaat met een vergroting van de produktiecapaciteit van de betrokken installatie, wordt met de waarde van deze investering slechts naar evenredigheid van de aanvankelijke capaciteit rekening gehouden. Artikel 4 Steun bij sluiting 1. Als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kan worden beschouwd de steun die bestemd is voor uitkeringen aan beschikbaar gekomen arbeidskrachten of aan werknemers die vervroegd gepensioneerd worden, mits - de in aanmerking genomen uitkeringen niet het bedrag overschrijden van de gewoonlijk verstrekte uitkeringen uit hoofde van de regels die op 1 januari 1991 in de Lid-Staten golden en werkelijk worden veroorzaakt door de gedeeltelijke of algehele sluiting van staalinstallaties die tot het tijdstip van de aanmelding van de steunmaatregel geregeld hebben geproduceerd en met welker sluiting niet reeds rekening is gehouden in het kader van de toepassing van de Beschikkingen nrs. 257/80/EGKS (5), 2320/81/EGKS (6), 3484/85/EGKS, 322/89/EGKS en 218/89/EGKS (7) van de Commissie inzake steun aan de ijzer- en staalindustrie of in de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal; - de steun niet meer bedraagt dan 50 % van het aandeel van deze uitkeringen dat niet rechtstreeks door de Lid-Staat of door de Gemeenschap wordt bekostigd overeenkomstig artikel 56, lid 1, onder c), of lid 2, onder b), van het EGKS-Verdrag volgens door de Commissie in bilaterale overeenkomsten vastgestelde wijze, en aldus ten laste van de ondernemingen blijft. 2. Steun aan ondernemingen die definitief hun EGKS-ijzer- en staalproduktiewerkzaamheden staken, kan verenigbaar worden geacht met de gemeenschappelijke markt mits deze ondernemingen - hun rechtspersoonlijkheid vóór 1 januari 1991 hebben verkregen, - tot het tijdstip van de aanmelding van deze steunmaatregelen geregeld EGKS-produkten hebben vervaardigd, - de structuur van hun produktie en hun installaties sinds 1 januari 1991 niet hebben gewijzigd, - niet rechtstreeks of indirect in de zin van Beschikking nr. 24/54 van de Hoge Autoriteit (8) vallen onder de zeggenschap van een onderneming die zelf een ijzer- en staalonderneming is of die over andere zodanige ondernemingen zeggenschap heeft, en zij zelf geen zeggenschap over een zodanige onderneming uitoefenen, en er met de sluiting van hun installaties niet reeds rekening is gehouden in het kader van hetzij de toepassing van de in lid 1 bedoelde beschikkingen of van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, hetzij van een gunstig advies uit hoofde van artikel 54 van het EGKS-Verdrag. Het bedrag van deze steun mag het hoogste bedrag van de twee volgende waarden welke door een onafhankelijke deskundige zijn vastgesteld, niet overschrijden: - de geactualiseerde marge boven de variabele kosten over drie jaar van de betrokken installaties, na aftrek van ieder voordeel dat de begunstigde onderneming verder uit de sluiting kan genieten, - de boekhoudkundige restwaarde van de te sluiten installaties, zonder, voor de herwaarderingen na 1 januari 1990, rekening te houden met het aandeel daarvan dat het nationale inflatiepercentage te boven gaat. Artikel 5 Als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen tot 31 december 1994 worden beschouwd regionale investeringssteunmaatregelen welke berusten op algemene regelingen, mits - de begunstigde onderneming is gevestigd op het grondgebied van Griekenland en deze investeringen geen verhoging van de produktiecapaciteit tot gevolg hebben, - de begunstigde onderneming een kleine of middelgrote onderneming is, in de zin van de door de Gemeenschap toegepaste criteria voor steun aan dergelijke ondernemingen, op het grondgebied van Portugal is gevestigd en vóór 1 juli 1991 rechtspersoonlijkheid heeft verkregen en de investering waaraan steun wordt verleend geen verhoging van de produktiecapaciteit met zich brengt, - de begunstigde onderneming is gevestigd op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek en de steunverlening gepaard gaat met een vermindering van de totale produktiecapaciteit op dit grondgebied. Artikel 6 1. De Commissie wordt tijdig in kennis gesteld van voornemens tot invoering of wijziging van de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde steunmaatregelen om haar opmerkingen te kunnen maken. Zij wordt op dezelfde voorwaarden in kennis gesteld van voornemens tot toepassing van steunregelingen op de ijzer- en staalsector, aangaande welke zij zich reeds uit hoofde van het in het EEG-Verdrag bepaalde heeft uitgesproken. Kennisgevingen van steunvoornemens in de zin van dit artikel moeten haar uiterlijk op 30 juni 1994 bereiken, voor zover het steun in de zin van artikel 5 betreft, en op 30 juni 1996 voor alle andere soorten van steun. 2. De Commissie wordt tijdig, om haar opmerkingen te kunnen maken, en uiterlijk op 30 juni 1996 in kennis gesteld van ieder voornemen tot het treffen van financiële maatregelen (deelnemingen, kapitaalinbreng of soortgelijke maatregelen) van de Lid-Staten, territoriale collectiviteiten of lichamen die met het oog daarop gebruik maken van staatsmiddelen ten gunste van staalondernemingen. De Commisie bepaalt of deze maatregelen steunbestanddelen bevatten in de zin van artikel 1, lid 2, en beoordeelt eventueel hun verenigbaarheid met het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 5. 3. De Commissie wint het advies van de Lid-Staten in over voornemens tot steunverlening in verband met sluiting of regionale investeringssteun, indien het bedrag van de desbetreffende investering of van alle investeringen waarvoor steun wordt verleend, in twaalf opeenvolgende maanden meer bedraagt dan 10 miljoen ecu en andere omvangrijke steunvoornemens welke te harer kennis worden gebracht, alvorens dienaangaande haar standpunt te bepalen. Zij deelt alle Lid-Staten het over de afzonderlijke steunvoornemens ingenomen standpunt mede en geeft de aard en de omvang daarvan aan. 4. Indien de Commissie, na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, vaststelt dat een steunmaatregel niet verenigbaar is met het bepaalde in deze beschikking, stelt zij de betrokken Lid-Staat van haar beslissing in kennis. De Commissie neemt zulk een beslissing uiterlijk drie maanden na ontvangst van de inlichtingen welke zij nodig heeft om de betrokken steunmaatregel te kunnen beoordelen. Artikel 88 van het Verdrag is van toepassing ingeval een Lid-Staat zich niet naar de bedoelde beslissing voegt. De Lid-Staat kan de beoogde maatregelen als bedoeld in de leden 1 en 2 alleen tot uitvoering brengen met instemming van de Commissie en met inachtneming van de door deze gestelde voorwaarden. 5. Indien na de datum van ontvangst van de aanmelding van het betrokken project een termijn van twee maanden is verlopen zonder dat de Commissie de in lid 4 bedoelde procedure heeft ingeleid of haar standpunt op een andere wijze heeft kenbaar gemaakt, kunnen de voorgenomen maatregelen ten uitvoer worden gelegd mits de Lid-Staat de Commissie vooraf van zijn voornemen in kennis heeft gesteld. In geval van overleg met de Lid-Staten in de zin van lid 3 wordt deze termijn tot drie maanden verlengd. 6. Alle concrete gevallen van toepassing van steun als bedoeld in de artikelen 4 en 5 worden bij de Commissie aangemeld onder de in lid 1 aangegeven voorwaarden. De Commissie behoudt zich het recht voor om, onder de in lid 1 aangegeven voorwaarden, aanmelding te verlangen van concrete gevallen van toepassing van steunregelingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 of van een gedeelte daarvan. Artikel 7 De Lid-Staten brengen de Commissie tweemaal per jaar verslag uit over de in de voorafgaande zes maanden uitgekeerde steun, over het gebruik dat daarvan is gemaakt en over de resultaten welke gedurende deze periode op het gebied van herstructurering zijn bereikt. Deze verslagen moeten gegevens bevatten over alle financiële maatregelen die de Lid-Staten of de regionale of plaatselijke autoriteiten hebben getroffen ten aanzien van openbare ijzer- en staalondernemingen. Zij worden binnen twee maanden na het einde van ieder halfjaar overgelegd en worden opgesteld in een door de Commissie aan te geven vorm. Artikel 8 De Commissie stelt ieder jaar ten behoeve van de Raad en ter informatie van het Parlement en het Raadgevend Comité een verslag op over de toepassing van deze beschikking. Artikel 9 Deze beschikking treedt in werking op 1 januari 1992. Zij is van toepassing tot en met 31 december 1996. Deze beschikking is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 27 november 1991. Voor de Commissie Leon BRITTAN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 368 van 18. 12. 1989, blz. 185. (2) PB nr. L 340 van 18. 12. 1985, blz. 1. (3) PB nr. L 38 van 10. 2. 1989, blz. 8. (4) PB nr. C 83 van 11. 4. 1986, blz. 2. (5) PB nr. L 29 van 6. 2. 1980, blz. 5. (6) PB nr. L 228 van 13. 8. 1981, blz. 17. (7) PB nr. L 86 van 31. 3. 1989, blz. 76. (8) PB van de EGKS nr. 9 van 11. 5. 1954, blz. 345/54.