31991R3910

Verordening ( EEG ) nr. 3910/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouwprodukten van oorsprong uit Algerije, Marokko, Tunesië en Egypte ( 1992 )

Publicatieblad Nr. L 372 van 31/12/1991 blz. 0001 - 0007


VERORDENING (EEG) Nr. 3910/91 VAN DE RAAD van 19 december 1991 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouwprodukten van oorsprong uit Algerije, Marokko, Tunesië en Egypte (1992)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat in de Samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Economische Gemeenschap enerzijds en de Democratische Volksrepubliek Algerije (1), het Koninkrijk Marokko (2), de Republiek Tunesië (3) en de Arabische Republiek Egypte (4) anderzijds, vervolledigd door de Aanvullende Protocollen bij deze Overeenkomsten (5) (6) (7) (8), is voorzien in de opening door de Gemeenschap van communautaire tariefcontingenten van:

- 39 000 ton en 98 000 ton nieuwe aardappelen (primeurs), van GN-code ex 0701 90 51, respectievelijk van oorsprong uit Marokko en Egypte (1 januari tot en met 31 maart),

- 10 100 ton en 4 200 ton uien, vers of gekoeld, vallende onder de GN-codes ex 0703 10 11, ex 0703 10 19 en ex 0703 90 90, respectievelijk van oorsprong uit Egypte (1 februari tot en met 15 mei) en Marokko (15 februari tot en met 15 mei),

- 6 400 ton bonen, vers of gekoeld, vallende onder GN-code ex 0708 20 10, van oorsprong uit Egypte (1 november tot en met 30 april),

- 4 900 ton uien, vallende onder GN-code 0712 20 00, van oorsprong uit Egypte,

- 110 000 ton mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen); clementines; wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers, vallende onder GN-code ex 0805 20, van oorsprong uit Marokko (1 juli tot en met 30 juni),

- 8 700 ton erwten en sla- en snijbonen, bereid of verduurzaamd, van de GN-codes 2004 90 50, 2005 40 00 en 2005 59 00, van oorsprong uit Marokko,

- 8 250 ton en 4 300 ton pulp van abrikozen, van GN-code ex 2008 50 91, respectievelijk van oorsprong uit Marokko en Tunesië,

- 15 000 ton sinaasappelsap, van de GN-codes 2009 11 11, 2009 11 19, 2009 11 91, 2009 11 99, 2009 19 11, 2009 19 19, 2009 19 91 en 2009 19 99, van oorsprong uit Marokko, waarbij de hoeveelheid sap die wordt ingevoerd in verpakkingen met een inhoud van 2 liter of minder niet meer dan 4 500 ton mag bedragen,

- 200 000 hl, 50 000 hl en 50 000 hl bepaalde wijnen met een benaming van oorsprong in verpakkingen inhoudende 2 liter of minder, van de GN-codes ex 2204 21 25, ex 2204 21 29, ex 2204 21 35, ex 2204 21 39, respectievelijk van oorsprong uit Algerije, Marokko en Tunesië;

Overwegende dat in de Samenwerkingsovereenkomst met de Republiek Tunesië evenwel is bepaald dat de bereidingen en conserven van bepaalde soorten sardines, vallende onder de GN-codes ex 1604 13 10 en ex 1604 20 50, van oorsprong uit Tunesië, voor invoer in de Gemeenschap worden toegelaten met vrijstelling van douanerechten; dat de voorwaarden voor deze regeling vastgesteld dienen te worden door middel van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Tunesië; dat aangezien deze briefwisseling nog niet heeft plaatsgevonden, het dienstig is de in 1991 toegepaste communautaire regeling tot en met 31 december 1992 te verlengen voor een hoeveelheid van 100 ton;

Overwegende dat bij de invoer van verse of gekoelde bonen, van oorsprong uit Egypte, van 1 november tot en met 31 december 1991 en van verse minneola's, van oorsprong uit Marokko, van 1 juli tot en met 31 december 1991 een lager douanerecht van toepassing is dan voor Spanje en Portugal; dat de betrokken contingenten dienen te worden geopend respectievelijk van 1 januari tot en met 30 april 1992 en van 1 januari tot en met 30 juni 1992; dat het, om rekening te houden met het seizoengebonden karakter van de invoer van deze produkten, dienstig is de volumes van de genoemde contingenten vast te stellen met inachtneming van de gemiddelde traditionele invoer tijdens de betrokken periodes, zijnde respectievelijk 3 534 ton en 4 500 ton;

Overwegende dat de doaunerechten binnen deze tariefcontingenten geleidelijk in de loop van dezelfde periodes en in hetzelfde tempo als bepaald in de artikelen 74, 243 en 268 van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal worden afgeschaft; dat evenwel voor wijnen met een benaming van oorsprong een vrijstelling van invoerrechten geldt krachtens de betreffende Aanvullende Protocollen;

Overwegende dat Spanje en Portugal, binnen de grenzen van deze tariefcontingenten, douanerechten toepassen die berekend worden volgens de bepalingen ter zake van Verordening (EEG) nr. 3189/88 van de Raad van 14 oktober 1988 tot vaststelling van de regeling die van toepassing is op het handelsverkeer van Spanje en Portugal met Marokko (1) en van Verordening (EEG) nr. 2573/87 van de Raad van 11 augustus 1987 tot vaststelling van de regeling die van toepassing is op het handelsverkeer van Spanje en Portugal met Algerije, Egypte en Tunesië (2); dat de betrokken communautaire tariefcontingenten dus voor het jaar 1992 dienen te worden geopend;

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 2573/90 van de Commissie van 5 september 1990 houdende volledige schorsing van bepaalde door de Gemeenschap van de Tien op de invoer uit Spanje en Portugal toe te passen douanerechten (3) is bepaald dat voor de in bijlage II van het Verdrag bedoelde produkten de genoemde rechten volledig worden geschorst zodra zij het niveau van 2 % of minder bereiken; dat het dienstig is hetzelfde invoerrecht toe te passen op de invoer van dezelfde produkten van oorsprong uit Marokko, Tunesië en Egypte;

Overwegende dat op de betrokken wijn met een benaming van oorsprong referentieprijzen franco grens van toepassing zijn; dat deze wijn alleen voor dit tariefcontingent in aanmerking kan komen onder de voorwaarde dat artikel 54 van Verordening (EEG) nr. 822/87 (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1325/90 (5), in acht wordt genomen; dat deze wijn moet worden aangeboden in verpakkingen met een inhoud van 2 liter of minder; dat deze wijn vergezeld dient te gaan van een certificaat van benaming van oorsprong, conform het model in bijlage D bij de Overeenkomst, of wel bij wijze van afwijking, van een document VI 1 of van een uittreksel VI 2, voorzien van de vermeldingen bedoeld in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3590/85 (6);

Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate van genoemde contingenten gebruik kunnen maken en dat de aan deze contingenten verbonden rechten in alle Lid-Staten zonder onderbreking op alle invoer van de betrokken produkten worden toegepast tot op het tijdstip waarop de contingenten geheel zijn uitgeput; dat het dienstig is de nodige maatregelen te treffen ter verzekering van een communautair en doeltreffend beheer van deze tariefcontingenten, waarbij de Lid-Staten de mogelijkheid wordt geboden overeenkomstig de werkelijk geconstateerde invoer uit de contingenten de nodige hoeveelheden op te nemen; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie vergt;

Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de contingenten kan worden verricht door een van haar leden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van de hierna genoemde produkten van oorsprong uit Algerije, Marokko, Tunesië en Egypte, worden gedurende de aangegeven periodes geschorst tot de niveaus en binnen de grenzen van de bij elk van deze produkten vermelde communautaire tariefcontingenten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Binnen de grenzen van dit tariefcontingent passen het Koninkrijk Spanje en, vanaf 1 januari 1991, de Portugese Republiek douanerechten toe die worden berekend volgens de desbetreffende bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3189/88 en Verordening (EEG) nr. 2573/87.

2. Voor de betrokken wijn zijn de referentieprijzen franco grens van toepassing.

Deze wijnen komen voor dit tariefcontingent alleen in aanmerking als de hand wordt gehouden aan artikel 54 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

3. Bij de invoer moet elk van deze wijnen met een benaming van oorsprong vergezeld gaan van een certificaat van benaming van oorsprong, afgegeven door de bevoegde Marokkaanse, Algerijnse of Tunesische autoriteit, conform het aan deze verordening gehechte model, of, bij wijze van afwijking, van een document VI 1 of een uittreksel VI 2, voorzien van de vermeldingen bedoeld in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3590/85.

Artikel 2

Het in artikel 1 bedoelde tariefcontingent wordt beheerd door de Commissie, die alle administratieve maatregelen met het oog op een doeltreffend beheer kan nemen.

Artikel 3

Indien een importeur in een Lid-Staat, voor een produkt bedoeld in deze verordening, een aangifte tot het in het vrije verkeer brengen indient waarin een aanvraag om voor een preferentie in aanmerking te komen is opgenomen, en indien deze aangifte door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming uit het contingent van een gedeelte dat met die behoeften overeenstemt.

Deze verzoeken tot opneming met opgave van de datum waarop de betrokken aangiften zijn aanvaard, worden onverwijld aan de Commissie meegedeeld.

De opnemingen worden door de Commissie toegestaan met inachtneming van de datum waarop de aangiften tot het in het vrije verkeer brengen zijn aanvaard door de douaneautoriteiten van de betrokken Lid-Staat, voor zover het saldo dit toelaat.

Indien een Lid-Staat de opgenomen hoeveelheden niet benut, stort hij deze zo spoedig mogelijk terug in het contingent.

Indien de gevraagde hoeveelheden hoger zijn dan het beschikbare saldo van het contingent, geschiedt de toedeling pro rata van de verzoeken. De Lid-Staten worden dienovereenkomstig door de Commissie ingelicht.

Artikel 4

Elke Lid-Staat waarborgt de importeurs van de betrokken produkten te allen tijde en in gelijke mate toegang tot het contingent zolang het saldo van het contingent zulks toelaat.

Artikel 5

De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nagekomen.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1992.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 19 december 1991.

Voor de Raad

De Voorzitter

P. DANKERT

(1) PB nr. L 263 van 27. 9. 1978, blz. 2.

(2) PB nr. L 264 van 27. 9. 1978, blz. 2.

(3) PB nr. L 265 van 27. 9. 1978, blz. 2.

(4) PB nr. L 266 van 27. 9. 1978, blz. 2.

(5) PB nr. L 297 van 21. 10. 1987, blz. 2.

(6) PB nr. L 224 van 13. 8. 1988, blz. 17.

(7) PB nr. L 297 van 21. 10. 1987, blz. 36.

(8) PB nr. L 297 van 21. 10. 1987, blz. 11.