31991R3881

Verordening ( EEG ) nr. 3881/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten die in het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen

Publicatieblad Nr. L 365 van 31/12/1991 blz. 0019 - 0032


VERORDENING (EEG) Nr. 3881/91 VAN DE RAAD van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten die in het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Comité voor het statistisch programma,

Overwegende dat de verstrekking van nauwkeurige en tijdige statistieken over de vangsten van vaartuigen van de Lid-Staten die in het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen, noodzakelijk is voor het beheer van de communautaire visbestanden;

Overwegende dat in de bij Verordening (EEG) nr. 3179/78 (3) goedgekeurde Convention on Future Multilateral Cooperation in the Northwest Atlantic Fisheries, waarbij de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) werd opgericht, is bepaald dat de Gemeenschap de Wetenschappelijke Raad van de NAFO alle beschikbare statistische en wetenschappelijke informatie dient te verstrekken waarom door deze raad bij de uitvoering van zijn werkzaamheden wordt verzocht;

Overwegende dat in het bij Besluit 82/886/EEG (4) goedgekeurde Verdrag inzake de instandhouding van zalm in de Noordatlantische Oceaan, waarbij de Organisatie voor de instandhouding van zalm in de Noordatlantische Oceaan (Nasco) werd opgericht, is bepaald dat de Gemeenschap voornoemde organisatie op verzoek de beschikbare statistieken dient over te leggen;

Overwegende dat er behoefte is aan nadere, bij visserijstatistieken en bij het beheer van de visserij van het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan gebruikte definities en beschrijvingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Iedere Lid-Staat dient bij het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (hierna "Eurostat" genoemd) gegevens in over de jaarlijkse nominale vangsten door in die Lid-Staten geregistreerde of de vlag van die Lid-Staat voerende vaartuigen die in het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen.

De gegevens over de nominale vangsten omvatten alle aangevoerde of op zee overgeladen visserijprodukten in elke vorm, met uitzondering van de hoeveelheden die na de vangst in zee zijn teruggeworpen, aan boord geconsumeerd of gebruikt als aas aan boord. De gegevens omvatten niet de aquicultuurproduktie. De gegevens worden geregistreerd in de vorm van het levendgewicht-equivalent van deze aanvoer of overslag tot op één ton nauwkeurig.

Artikel 2

1. Er dienen gegevens te worden ingediend over de nominale vangsten van elk van de in bijlage I genoemde vissoorten in elk van de in bijlage II opgenomen en in bijlage III omschreven statistische visserijgebieden.

2. De gegevens betreffende elk kalenderjaar dienen binnen zes maanden na afloop van het jaar te worden ingediend. Indien voor een bepaalde combinatie vissoort/visserijgebied in het betrokken jaar geen vangsten werden genoteerd, is het niet noodzakelijk gegevens te verstrekken.

3. De lijsten van vissoorten en statistische visserijgebieden, alsmede de omschrijvingen van deze visserijgebieden kunnen overeenkomstig de in artikel 5 vastgelegde procedure worden gewijzigd.

Artikel 3

Tenzij in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid vastgestelde regels anders bepalen, is het een Lid-Staat toegestaan steekproeftechnieken te gebruiken voor het afleiden van vangstgegevens voor die delen van de visserijvloot waarvoor volledige registratie van de gegevens disproportionele toepassing van administratieve procedures mee zou brengen. De Lid-Staat dient in het overeenkomstig artikel 6, lid 1, in te dienen verslag een nauwkeurige beschrijving van deze steekproefprocedures op te nemen en precies aan te geven welk deel van het totaal der gegevens door deze procedures werd verkregen.

Artikel 4

De Lid-Staten dienen hun verplichtingen jegens de Commissie overeenkomstig de artikelen 1 en 2 na te komen door de gegevens in te dienen op een magnetische drager, waarvan het formaat in bijlage IV is vastgesteld.

Lid-Staten kunnen met voorafgaande toestemming van Eurostat gegevens in een andere vorm of op een andere gegevensdrager verstrekken.

Artikel 5

In de gevallen waarin wordt verwezen naar de procedure van dit artikel, leidt de voorzitter de procedure, hetzij op eigen initiatief hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat, in bij het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, hierna "Comité" genoemd.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen al naar gelang van de urgentie van de materie, advies uit over dit ontwerp, zo nodig door middel van een stemming.

Het advies wordt in de notulen opgenomen. Voorts heeft iedere Lid-Staat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het Comité uitgebrachte advies. Zij brengt het Comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies.

Artikel 6

1. De Lid-Staten dienen binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening bij Eurostat een gedetailleerd verslag in waarin wordt uiteengezet hoe de gegevens betreffende de vangsten werden verkregen en hoe representatief en betrouwbaar deze zijn. In samenwerking met de Lid-Staten stelt Eurostat een samenvatting van deze verslagen op.

2. De Lid-Staten stellen Eurostat binnen drie maanden na indiening van hun verslag in kennis van elke wijziging van de overeenkomstig lid 1 verstrekte gegevens.

3. Indien uit de overeenkomstig lid 1 ingediende methodologische verslagen blijkt dat een land niet onmiddellijk aan de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen kan voldoen en dat wijzigingen in onderzoektechnieken en -methoden noodzakelijk zijn, kan Eurostat in samenwerking met de Lid-Staat een overgangsperiode van maximaal twee jaar vaststellen gedurende welke het in deze verordening vastgelegde programma dient te worden uitgevoerd.

4. Verslagen over methoden, overgangsregelingen, beschikbaarheid van gegevens, betrouwbaarheid van gegevens en andere relevante aspecten in verband met de toepassing van deze verordening worden eens per jaar onderzocht in de bevoegde werkgroep van het Comité.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1992.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 17 december 1991.

Voor de Raad De Voorzitter P. BUKMAN

(1) PB nr. C 230 van 4. 9. 1991, blz. 18.

(2) PB nr. C 280 van 28. 10. 1991, blz. 174.

(3) PB nr. L 378 van 30. 12. 1978, blz. 1.

(4) PB nr. L 378 van 31. 12. 1982, blz. 24.