31991R3264

VERORDENING (EEG) Nr. 3264/91 VAN DE COMMISSIE van 8 november 1991 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het verlenen van de afzetpremie voor in de Gemeenschap tot witte suiker geraffineerde ruwe preferentiële rietsuiker -

Publicatieblad Nr. L 308 van 09/11/1991 blz. 0026 - 0027


VERORDENING (EEG) Nr. 3264/91 VAN DE COMMISSIE van 8 november 1991 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het verlenen van de afzetpremie voor in de Gemeenschap tot witte suiker geraffineerde ruwe preferentiële rietsuiker

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 464/91 van de Commissie (2), inzonderheid op artikel 37, lid 2, en artikel 39, tweede alinea,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1676/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake de waarde van de rekeneenheid en de wisselkoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 843/91 (4), inzonderheid op artikel 12,

Overwegende dat op grond van Verordening (EEG) nr. 1719/91 van de Raad (5), in de verkoopseizoenen 1989/1990 tot en met 1991/1992 bij de invoer van ruwe preferentiële rietsuiker die gedurende die periode in de in artikel 9, lid 4, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde bedrijven tot witte suiker wordt geraffineerd, onder bepaalde voorwaarden en bij wijze van interventiemaatregel een afzetpremie, hierna "premie" te noemen, wordt verleend;

Overwegende dat voor elk verkoopseizoen per land van oorsprong en van invoer de hoeveelheid ingevoerde ruwe suiker waarvoor de premie wordt verleend en het bedrag van deze premie moeten worden vastgesteld; dat daarbij moet worden uitgegaan van de invoergegevens die de Lid-Staten de Commissie overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 787/83 van de Commissie (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3819/85 (7), moeten mededelen, en met name rekening moet worden gehouden met de voor elk preferentiële suiker producerend land overeengekomen ingevoerde hoeveelheid die van toepassing is en die in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2782/76 van de Commissie (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1714/88 (9), is omschreven;

Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 1719/91 is bepaald dat de premie slechts wordt toegekend op voorwaarde dat de importeur deze premie aan de betrokken producent van preferentiële suiker doorbetaalt en dat de suiker in de Gemeenschap wordt geraffineerd; dat daartoe, en met het oog op een zo snel mogelijke uitbetaling van de premie, moet worden bepaald dat een zekerheid wordt gesteld tot het beloop van de te betalen premie;

Overwegende dat de raffinage van deze suiker, uit hoofde van het gebied waarin hij werd geproduceerd, na het einde van het betrokken verkoopseizoen kan gebeuren; dat bijgevolg voor de uitvoering van deze operatie een bijkomende termijn dient te worden bepaald;

Overwegende dat voor de omrekening van de premie in nationale valuta de landbouwomrekeningskoers moet worden gehanteerd die gelijk is aan het pro rata temporis berekende gemiddelde van de in het betrokken verkoopseizoen toe te passen koersen;

Overwegende dat krachtens Verordening (EEG) nr. 1719/91 de premie met ingang van 1 juli 1989 kan worden verleend; dat anderzijds de premie eerst kan worden toegekend wanneer de gegevens voor het betrokken verkoopseizoen bekend zijn, met name na afloop van dat verkoopseizoen; dat deze uitvoeringsbepalingen derhalve met terugwerkende kracht tot genoemde datum moeten worden toegepast;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De in witte suiker uitgedrukte hoeveelheid preferentiële suiker waarvoor de premie wordt toegekend, wordt na afloop van elk van de verkoopseizoenen 1989/1990, 1990/1991 en 1991/1992 per land van oorsprong van de geraffineerde preferentiële suiker en per Lid-Staat van raffinage vastgesteld. Gelijktijdig daarmee wordt ook het bedrag van de premie vastgesteld.

2. Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde hoeveelheid wordt rekening gehouden met:

a) de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 787/83 bedoelde gegevens;

b) met de voor het land van uitvoer geldende overeengekomen hoeveelheid voor het betrokken verkoopseizoen, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2782/76 en met de toepassing van de artikelen 4 en 5 van die verordening, alsmede met de in artikel 7, lid 2, van Protocol nr. 8 bij de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst bedoelde aanpassingen;

c) de aftrek voor de niet-geraffineerde hoeveelheden ruwe suiker die door de betrokken Lid-Staten voor het betrokken verkoopseizoen aan de Commissie dienen te worden medegedeeld.

3. De premie wordt vastgesteld per 100 kilogram suiker, uitgedrukt in witte suiker, en met inachtneming van het beschikbaar bedrag dat in de begroting voor het betrokken verkoopseizoen is opgenomen.

Artikel 2

1. De Lid-Staat waar de preferentiële suiker wordt geraffineerd, betaalt de premie aan de raffinadeur.

2. De raffinadeur dient op straffe van verval, binnen twee maanden na de vaststelling van de hoeveelheden en bedragen overeenkomstig artikel 1, lid 1, bij de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde Lid-Staat een schriftelijke aanvraag tot betaling van de premie in, onverminderd de bewijzen van invoer van de ruwe suiker die hij overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2782/76 moet leveren.

Deze aanvraag wordt slechts in aanmerking genomen wanneer zij vergezeld gaat van:

a) het bewijs ten genoegen van de betrokken Lid-Staat dat de raffinadeur de voor raffinage ingevoerde ruwe suiker heeft aangekocht;

b) een schriftelijke verklaring van de raffinadeur waarin hij zich ertoe verbindt de ontvangen premie aan de producent van de betrokken ruwe suiker of aan de door deze aangewezen gemachtigde door te betalen;

c) het bewijs dat voor de betrokken hoeveelheid, uitgedrukt in witte suiker, een zekerheid ten belope van de voor die hoeveelheid te betalen premie is gesteld. De zekerheid wordt ten gunste van de in lid 1 bedoelde Lid-Staat gesteld nadat de bevoegde overheid van de Lid-Staat heeft aangenomen dat binnen zes maanden na het einde van het betrokken verkoopseizoen een overeenkomstige hoeveelheid ruwe preferentiële suiker werd geraffineerd.

3. Behoudens overmacht wordt de in lid 2, tweede alinea, onder c), bedoelde zekerheid slechts vrijgegeven voor de hoeveelheid waarvoor de belanghebbende ten genoegen van de betrokken Lid-Staat het bewijs levert dat hij de overeenkomstige premie aan de producent of aan de door deze aangewezen gemachtigde heeft doorbetaald, en die binnen één maand na de betaling van deze premie is geraffineerd.

Voor de hoeveelheid suiker waarvoor de overeenkomstige verplichtingen niet zijn nagekomen, wordt de zekerheid verbeurd.

In geval van overmacht stelt de bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat de maatregelen vast die zij op grond van de door de raffinadeur aangevoerde omstandigheden nodig acht.

4. De premie wordt betaald binnen één maand nadat de aanvraag door de betrokken Lid-Staat ontvankelijk is verklaard.

Artikel 3

Voor de betaling van de premie in nationale valuta door de Lid-Staat van raffinage is de toe te passen landbouwomrekeningskoers gelijk aan het pro rata temporis berekende gemiddelde van de tijdens het verkoopseizoen waarvoor het bedrag van de premie is vastgesteld, geldende omrekeningskoersen.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1989. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 8 november 1991. Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 177 van 1. 7. 1981, blz. 4. (2) PB nr. L 54 van 28. 2. 1991, blz. 22. (3) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 1. (4) PB nr. L 85 van 5. 4. 1991, blz. 26. (5) PB nr. L 162 van 26. 6. 1991, blz. 25. (6) PB nr. L 88 van 6. 4. 1983, blz. 6. (7) PB nr. L 368 van 31. 12. 1985, blz. 25. (8) PB nr. L 318 van 18. 11. 1976, blz. 13. (9) PB nr. L 152 van 18. 6. 1988, blz. 23.