31991R2358

VERORDENING (EEG) Nr. 2358/91 VAN DE RAAD van 29 juli 1991 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor haring, vers of gekoeld, van oorsprong uit Zweden -

Publicatieblad Nr. L 216 van 03/08/1991 blz. 0003 - 0004


VERORDENING (EEG) Nr. 2358/91 VAN DE RAAD van 29 juli 1991 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor haring, vers of gekoeld, van oorsprong uit Zweden

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat er op 22 juli 1972 een Overeenkomst is gesloten tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Zweden; dat er, in verband met de toetreding van Spanje en Portugal, een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling is gesloten tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Zweden op het gebied van de landbouw en de visserij; dat deze Overeenkomst werd goedgekeurd bij Besluit 86/558/EEG (1);

Overwegende dat deze Overeenkomst voorziet in de opening, voor een in overleg te bepalen periode, van een communautair tariefcontingent van 20 000 ton met vrijstelling van rechten voor haring, vers of gekoeld, in gehele staat, ook indien ontdaan van kop of in moten gesneden, van oorsprong uit Zweden; dat het dus van belang is het bedoelde tariefcontingent te openen voor de periode van 1 september 1991 tot en met 14 februari 1992;

Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs in gelijke mate en te allen tijde gebruik kunnen maken van genoemd contingent en dat het aan het contingent verbonden recht op alle invoer zonder onderbreking wordt toegepast totdat dit contingent geheel is benut; dat de nodige maatregelen dienen te worden genomen om een communautair en doeltreffend beheer van dit tariefcontingent te verzekeren, door de Lid-Staten de mogelijkheid te bieden uit het contingent de nodige, met hun werkelijke invoer overeenstemmende hoeveelheden op te nemen; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie;

Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van het contingent kan worden verricht door een van haar leden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Van 1 september 1991 tot en met 14 februari 1992 worden de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor de hierna omschreven produkten geschorst tot het niveau en binnen de grenzen van het communautaire tariefcontingent dat bij de produkten is aangegeven:

Volg-

nummer GN-code

(1) Omschrijving Omvang van het

contingent

(in ton) Contingent-

recht

(in %) 09.0615 ex 0302 40 90

ex 0304 10 93

ex 0304 10 98 Haring en vlees van haring, vers of gekoeld, van oorsprong uit Zweden 20 000 0 (a)

(1) Taric-codes ex 0302 40 90*20, ex 0304 10 93*20 en ex 0304 10 98*16.

(a) Binnen de grenzen van dit contingent wordt in Portugal het recht evenwel verminderd tot 3,8 % in 1991 en tot 1,9 % in 1992.

2. De betrokken produkten kunnen alleen in het kader van het in lid 1 bedoelde contingent worden ingevoerd als de prijzen franco grens, vastgesteld door de Lid-Staten overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2886/89 (3), ten minste gelijk zijn aan de eventueel door de Gemeenschap vastgestelde of vast te stellen referentieprijs voor het produkt of de categorieën produkten. Voor het berekenen van de referentieprijs zijn de volgende coëfficiënten van toepassing:

- hele haring: 1,

- haringlappen: 2,32,

- haringmoten: 1,96.

3. Het Protocol betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en betreffende de methoden van administratieve samenwerking, dat aan de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Zweden is gehecht, is van toepassing.

Artikel 2

Het in artikel 1 bedoelde tariefcontingent wordt beheerd door de Commissie, die alle nodige administratieve maatregelen kan nemen met het oog op een doeltreffend beheer ervan.

Artikel 3

Indien een importeur in een Lid-Staat, voor een produkt bedoeld in deze verordening, een aangifte tot het in het vrije verkeer brengen indient waarin een aanvraag om voor een preferentie in aanmerking te komen is opgenomen, en indien deze aangifte door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming uit het contingent van een hoeveelheid die met die behoeften overeenstemt.

De verzoeken tot opneming met opgave van de datum waarop de betrokken aangiften zijn aanvaard, worden onverwijld aan de Commissie meegedeeld.

De opnemingen worden door de Commissie toegestaan met inachtneming van de datum waarop de aangiften tot het in het vrije verkeer brengen zijn aanvaard door de douanautoriteiten van de betrokken Lid-Staat, voor zover het beschikbare saldo dit toelaat.

Indien een Lid-Staat de opgenomen hoeveelheden niet benut, stort hij deze zo spoedig mogelijk terug in het contingent.

Indien de gevraagde hoeveelheden groter zijn dan het beschikbare saldo van het contingent, geschiedt de toedeling pro rata van de verzoeken. De Lid-Staten worden daarover door de Commissie ingelicht.

Artikel 4

Elke Lid-Staat waarborgt de importeurs van de betrokken produkten bij voortduring gelijke toegang tot het contingent zolang als het saldo van het contingent zulks toelaat.

Artikel 5

De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nageleefd.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op 1 september 1991. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 29 juli 1991. Voor de Raad

De Voorzitter

H. VAN DEN BROEK

(1) PB nr. L 328 van 22. 11. 1986, blz. 89. (2) PB nr. L 379 van 31. 12. 1981, blz. 1. (3) PB nr. L 282 van 2. 10. 1989, blz. 1.