Verordening (EEG) nr. 886/91 van de Commissie van 10 april 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1443/82 houdende uitvoeringsbepalingen voor de quotaregeling in de sector suiker
Publicatieblad Nr. L 090 van 11/04/1991 blz. 0015 - 0016
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 37 blz. 0005
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 37 blz. 0005
VERORDENING ( EEG ) Nr . 886/91 VAN DE COMMISSIE van 10 april 1991 tot wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 1443/82 houdende uitvoeringsbepalingen voor de quotaregeling in de sector suiker DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG) nr . 464/91 ( 2 ), en met name op artikel 28, lid 8, en op artikel 39, tweede alinea, Overwegende dat de isoglucoseproducerende ondernemingen, in tegenstelling tot de suikerproducerende ondernemingen die van de produktie van suikerbieten of suikerriet afhankelijk zijn, geen overdracht van produktie naar het volgende verkoopseizoen mogen toepassen; Overwegende dat het gehele verkoopseizoen door permanent isoglucose wordt geproduceerd om snel en zonder onderbreking de schommelingen van de vraag te kunnen opvangen, die aan het einde en het begin van het verkoopseizoen het grootst zijn; dat de geproduceerde isoglucose evenwel moeilijk in voldoende hoeveelheden kan worden opgeslagen om aan die pieken in de vraag te voldoen, omdat verlengde opslag de onontbeerlijke steriliteit van het produkt in gevaar kan brengen; dat de isoglucoseproducerende ondernemingen daardoor genoodzaakt zijn hun produktie aan het einde van het verkoopseizoen te onderbreken, aangezien zij anders C-isoglucose zouden produceren, die niet op de interne markt van de Gemeenschap kan worden afgezet; Overwegende dat met het oog op deze voor de isoglucoseproducerende ondernemingen nadelige situatie de bepalingen inzake de maandelijkse constatering van de isoglucoseproduktie, die bij Verordening ( EEG ) nr . 1443/82 van de Commissie ( 3 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1964/88 ( 4 ), zijn vastgesteld, dienen te worden gewijzigd door daaraan een zekere flexibiliteit te geven, die evenwel beperkt moet blijven om te voorkomen dat stelselmatig van die flexibiliteit gebruik wordt gemaakt en zodoende een verkapte overdrachtregeling en bijgevolg een onrechtstreekse verhoging van de produktiequota van de betrokken ondernemingen tot stand wordt gebracht; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor suiker, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 In artikel 3 van Verordening ( EEG ) nr . 1443/82 wordt het volgende lid 2 bis ingevoegd : "2 bis . In afwijking van het bepaalde in lid 2, eerste en tweede alinea, kan de bevoegde overheid van de Lid-Staat, op een naar behoren met redenen omkleed schriftelijk voorafgaand verzoek van de onderneming, bepalen : a ) hetzij de door samenvoeging van de produktie van de maanden mei en juni van een verkoopseizoen berekende produktie, die voor het betrokken verkoopseizoen wordt geboekt, b ) hetzij de door samenvoeging van de produktie van de maand juni van een verkoopseizoen en de volledige produktie van de maand juli van het daaropvolgende verkoopseizoen berekende produktie, die voor laatstgenoemd verkoopseizoen wordt geboekt . In het verzoek tot samenvoeging van de produktie moet ten minste worden aangegeven welke in juni geproduceerde hoeveelheid bij de produktie van juli moet worden gevoegd . Deze hoeveelheid van de maand juni welke bij de produktie van juli moet worden gevoegd, mag niet meer dan 7 % bedragen van de som van het A - en B-quotum van de betrokken onderneming voor het verkoopseizoen waarin de aanvraag tot samenvoeging wordt ingediend . De aldus samengevoegde hoeveelheid wordt in aanmerking genomen als eerste produktie voor de quota van de betrokken onderneming . De Lid-Staat verifieert de gegrondheid van het verzoek en beoordeelt het, rekening houdend met de produktiesituatie van de onderneming en de vraag op de markt, met name ten aanzien van de produktiequota en -heffingen . De Lid-Staat kan per onderneming slechts een van de in de eerste alinea bedoelde methodes toepassen . Nadat de Lid-Staat het verzoek heeft goedgekeurd, deelt de betrokken isoglucoseproducerende onderneming de Lid-Staat vóór 15 juli in het in de eerste alinea, onder a ), en vóór 15 augustus in het onder b ) bedoelde geval, de in de betrokken periode van twee maanden werkelijk geproduceerde hoeveelheden, uitgedrukt in droge stof, mede, rekening houdend met de in de eerste alinea, onder b ), bedoelde samen te voegen hoeveelheid . De Lid-Staat stelt op grondslag van deze mededelingen de gezamenlijke hoeveelheid isoglucose vast die de betrokken onderneming in de twee betrokken maanden heeft geproduceerd, en die overeenkomstig het bepaalde in de eerste alinea, onder a ) respectievelijk onder b ), als produktie van het desbetreffende verkoopseizoen moet worden geboekt . Hij deelt de respectieve hoeveelheden afzonderlijk mede aan de Commissie . Het bepaalde in de eerste alinea, onder b ), is niet van toepassing bij de overgang naar het laatste verkoopseizoen van de in artikel 23, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 1785/81 bedoelde periode .". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel, 10 april 1991 . Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 177 van 1 . 7 . 1981, blz . 4 . ( 2 ) PB nr . L 54 van 28 . 2 . 1991, blz . 22 . ( 3 ) PB nr . L 158 van 9 . 6 . 1982, blz . 17 . ( 4 ) PB nr. L 173 van 5 . 7 . 1988, blz . 10 .