31991R0513

VERORDENING (EEG) Nr. 513/91 VAN DE RAAD van 25 februari 1991 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de invoer van olijfolie, van oorsprong uit Tunesië -

Publicatieblad Nr. L 056 van 02/03/1991 blz. 0001 - 0002


VERORDENING ( EEG ) Nr . 513/91 VAN DE RAAD van 25 februari 1991 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de invoer van olijfolie, van oorsprong uit Tunesië

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat artikel 4 van het op 26 mei 1987 ondertekende Aanvullend Protocol bij de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië ( 1 ) voorziet in de toepassing van een bijzondere heffing voor elk verkoopseizoen in de periode tussen de datum van inwerkingtreding van dat Protocol en 31 december 1990 binnen de grenzen van een hoeveelheid van 46 000 ton niet-behandelde olijfolie van de GN-codes 1509 10 10 en 1509 10 90, die geheel en al in Tunesië is verkregen en rechtstreeks uit dit land naar de Gemeenschap is vervoerd;

Overwegende dat de geldigheidsduur van bovenvermelde bepalingen tot en met 31 december 1993 is verlengd ingevolge de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië tot vaststelling van de regeling die met ingang van 1 januari 1991 van toepassing is op de invoer in de Gemeenschap van niet-behandelde olijfolie, van oorsprong uit Tunesië ( 2 );

Overwegende dat deze hoeveelheid, op grond van de huidige en te verwachten voorzieningssituatie voor de olijfoliemarkt in de Gemeenschap, zonder gevaar voor verstoring van de markt kan worden afgezet, indien de invoer niet op een korte periode van het verkoopseizoen wordt geconcentreerd; dat het dienstig is voor te schrijven dat de invoercertificaten volgens een nader aan te geven maandelijks tempo worden afgegeven, zonder dat zulks het aanbod dat de Gemeenschap aan Tunesië heeft gedaan om voornoemde hoeveelheid olijfolie naar de Gemeenschap uit te voeren, in het geding mag brengen;

Overwegende dat de Commissie met het beheer van de regeling dient te worden belast om de juiste toepassing van het contingentenstelsel te waarborgen;

Overwegende dat Spanje en Portugal krachtens de artikelen 97 en 295 van de Toetredingsakte met ingang van 1 januari 1991 een volgens de bovenvermelde bepalingen berekende, bijzondere heffing toepassen op olijfolie van oorsprong uit Tunesië zoals bedoeld in het Aanvullend Protocol; dat dus maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat die olijfolie in Spanje en in Portugal in het vrije verkeer wordt gebracht zonder dat de dienovereenkomstige heffing wordt geïnd; dat deze maatregelen in de uitvoeringsbepalingen van de onderhavige verordening nader dienen te worden omschreven,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1

Niet-behandelde olijfolie van de GN-codes 1509 10 10 en 1509 10 90, die volledig in Tunesië is verkregen en rechtstreeks uit dat land naar de Gemeenschap wordt vervoerd en waarvoor de bijzondere heffing bedoeld in artikel 4 van het Aanvullend Protocol bij de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië of de krachtens de artikelen 97 en 295 van de Toetredingsakte in Spanje en Portugal van toepassing zijnde heffing geldt, wordt volgens een nader te bepalen tempo ingevoerd . Artikel 2

De Commissie wordt met het beheer van de invoer belast . Zij machtigt de Lid-Staten tot het afgeven van invoercertificaten overeenkomstig het vastgestelde tijdschema totdat de maximumhoeveelheid van 46 000 ton per verkoopseizoen is bereikt . Artikel 3

De uitvoeringsbepalingen van deze verordening, met name die welke verleggingen van het handelsverkeer moeten voorkomen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr . 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten ( 3 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3577/90 ( 4 ). Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel, 25 februari 1991 . Voor de Raad

De Voorzitter

J.-C . JUNCKER ( 1 ) PB nr . L 297 van 21 . 10 . 1987, blz . 36 . ( 2 ) Zie bladzijde 21 van dit Publikatieblad . ( 3 ) PB nr . 172 van 30 . 9 . 1966, blz . 3025/66 . ( 4 ) PB nr . L 353 van 17 . 12 . 1990, blz . 23 .