31991L0675

Richtlijn 91/675/EEG van de Raad van 19 december 1991 tot oprichting van een Comité voor het verzekeringswezen

Publicatieblad Nr. L 374 van 31/12/1991 blz. 0032 - 0033
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 6 Deel 3 blz. 0115
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 6 Deel 3 blz. 0115


RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 19 december 1991

tot oprichting van een Comité voor het verzekeringswezen

(91/675/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 57, lid 2, derde zin,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

In samenwerking met het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat de Raad in de besluiten die hij aanneemt, de Commissie de bevoegdheden verleent ter uitvoering van de regels die hij stelt;

Overwegende dat voor de uitvoering van richtlijnen van de Raad op het terrein van het directe schadeverzekeringsbedrijf en op dat van het directe levensverzekeringsbedrijf uitvoeringsbevoegdheden nodig zijn; dat met name van tijd tot tijd technische aanpassingen noodzakelijk kunnen zijn om met ontwikkelingen in de verzekeringsbranche rekening te houden; dat het passend is dat deze maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig de regels van procedure III, variant b), die in artikel 2 van Besluit 87/373/EEG van de Raad van 13 juli 1987 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (4) zijn vervat;

Overwegende dat het bijgevolg dienstig is een Comité voor het verzekeringswezen in te stellen;

Overwegende dat de oprichting van een Comité voor het verzekeringswezen andere vormen van samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten op het gebied van de toegang tot en het toezicht op de verzekeringsmaatschappijen onverlet laat, met name de samenwerking die tot stand is gebracht in het kader van de Conferentie van toezichthoudende autoriteiten, die in het bijzonder bevoegd is voor de uitwerking van de toepassingsprotocollen van de communautaire richtlijnen; dat nauwe samenwerking tussen het Comité en de Conferentie bijzonder zinvol is;

Overwegende dat het onderzoek van de problemen die zich voordoen op de terreinen van het directe schadeverzekeringsbedrijf en het directe levensverzekeringsbedrijf samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten en de Commissie wenselijk maakt; dat het dienstig is deze taak aan het Comité voor het verzekeringswezen op te dragen; dat voorts zorg gedragen moet worden voor een goede cooerdinatie tussen de activiteiten van het Comité en die van soortgelijke comités die krachtens communautaire besluiten zijn opgericht,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor het verzekeringswezen, hierna "Comité" te noemen, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 2

1. Indien de Raad in de besluiten die hij aanneemt op het terrein van het directe levensverzekeringsbedrijf en op dat van het directe schadeverzekeringsbedrijf, de Commissie bevoegdheden verleent ter uitvoering van de regels die hij stelt, is de procedure van lid 2 van toepassing.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité.

Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien de Raad, na verloop van een termijn van drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld, behalve wanneer de Raad zich met gewone meerderheid van stemmen tegen genoemde maatregelen heeft uitgesproken.

Artikel 3

1. Het Comité behandelt elk vraagstuk met betrekking tot de toepassing van de communautaire bepalingen op het gebied van het verzekeringswezen en meer in het bijzonder de richtlijnen betreffende het directe verzekeringsbedrijf.

Voorts kan de Commissie het Comité raadplegen over de nieuwe voorstellen die zij voornemens is aan de Raad voor te leggen betreffende de verdere cooerdinatie op het gebied van het directe levensverzekeringsbedrijf en op dat van het directe schadeverzekeringsbedrijf.

2. Het Comité behandelt geen specifieke vraagstukken die individuele verzekeringsmaatschappijen betreffen.

Artikel 4

Het Comité vangt zijn werkzaamheden aan op 1 januari 1992.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 19 december 1991.

Voor de Raad

De Voorzitter

P. DANKERT

(1) PB nr. C 230 van 15. 9. 1990, blz. 5.

(2) PB nr. C 240 van 16. 9. 1991, blz. 117, en PB nr. C 305 van 25. 11. 1991.

(3) PB nr. C 102 van 18. 4. 1991, blz. 11.

(4) PB nr. L 197 van 18. 7. 1987, blz. 33.