31991L0339

Richtlijn 91/339/EEG van de Raad van 18 juni 1991 tot elfde wijziging van Richtlijn 76/769/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten

Publicatieblad Nr. L 186 van 12/07/1991 blz. 0064 - 0065
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 20 blz. 0203
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 20 blz. 0203


RICHTLIJN VAN DE RAAD van 18 juni 1991 tot elfde wijziging van Richtlijn 76/769/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten ( 91/339 /EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

In samenwerking met het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ),

Overwegende dat de maatregelen met het oog op de geleidelijke totstandbrenging van de interne markt moeten worden vastgesteld in de loop van een periode die op 31 december 1992 verstrijkt; dat de interne markt een ruimte zonder binnengrenzen omvat, waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd;

Overwegende dat in Richtlijn 76/769/EEG ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/338/EEG ( 5 ), en zoals gewijzigd bij Richtlijn 85/467/EEG ( 6 ), wegens de gevaren voor mens en milieu het op de markt brengen en het gebruik van PCB's en PCT's sterk worden beperkt;

Overwegende dat voor PCB's verschillende vervangingsprodukten zijn ontwikkeld; dat sommige van deze vervangingsprodukten weliswaar minder gevaarlijk voor mens en milieu zijn dan PCB's en PCT's, maar toch mogelijkerwijs een hoog risico voor mens en milieu opleveren;

Overwegende dat het op de markt brengen en het gebruik van deze vervangingsprodukten derhalve dienen te worden beperkt;

Overwegende dat de stof met de handelsnaam Ugilec 141 sinds 1981 op de markt is; dat deze stof of preparaten die deze stof bevatten, thans worden gebruikt als diëlektrische vloeistof in condensatoren en transformatoren en als hydraulische vloeistof in steenkoolmijnen; dat deze stof minder gevaarlijk is voor mens en milieu dan de PCB's, waarvoor zij als vervangingsmiddel moet dienen;

Overwegende dat deze stof vanwege haar ecotoxiciteit, persistentie en bioaccumulatievermogen niettemin ernstige gevaren voor het milieu inhoudt; dat in de omgeving van plaatsen waar deze stof in de mijnbouw als hydraulische vloeistof wordt gebruikt reeds aanzienlijke verontreiniging van het milieu is aangetoond; dat bij een brand waarbij apparatuur betrokken is die deze stof bevat, zeer toxische stoffen kunnen vrijkomen; dat voor de uiteindelijke verwijdering van Ugilec 141 speciale procedures nodig zijn;

Overwegende dat de stof met de handelsnaam Ugilec 121 of Ugilec 21, die een nieuwe stof is, overeenkomstig Richtlijn 79/831/EEG van de Raad van 18 september 1979 houdende zesde wijziging van Richtlijn 67/548/EEG betreffende aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen ( 7 ) op 15 maart 1984 is aangemeld en derhalve in de Gemeenschap op de markt mag worden gebracht; dat de eigenschappen en het gedrag van deze stof en de toepassingen waarvoor deze is bedoeld, vergelijkbaar zijn met die van Ugilec 141; dat de stof Ugilec 121 of Ugilec 21 vervolgens vrijwillig door de fabrikant uit de handel is genomen; dat er beperkende maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat preparaten en produkten die deze stof bevatten, in de toekomst niet opnieuw in de handel worden gebracht;

Overwegende dat de stof met de handelsnaam DBBT, die ook een nieuwe stof is, overeenkomstig Richtlijn 79/831/EEG op 16 februari 1988 is aangemeld en derhalve in de Gemeenschap op de markt mag worden gebracht; dat deze stof is bedoeld om in zuivere vorm of in preparaten te worden gebruikt als hydraulische vloeistof in steenkoolmijnen; dat een in een Lid-Staat verstrekte tijdelijke officiële vergunning ondertussen is verstreken; dat kan worden verwacht dat dit gebruik zal leiden tot ernstige verontreiniging van het milieu; dat deze stof vanwege haar ecotoxiciteit, persistentie en bioaccumulatievermogen mogelijkerwijs een hoog risico voor het milieu vormt; dat beperkende maatregelen moeten worden vastgesteld voordat deze stof op de markt van de Gemeenschap een vaste plaats heeft gekregen;

Overwegende dat er reeds goede vervangingsmiddelen of alternatieve werkwijzen bestaan, die voortzetting van het gebruik van deze drie stoffen onnodig maken;

Overwegende dat sommige Lid-Staten reeds beperkingen voor het gebruik of voor het op de markt brengen van bovengenoemde stoffen of preparaten en produkten die deze stoffen bevatten, hebben vastgesteld en dat dit voor de totstandkoming en de werking van de interne markt rechtstreekse gevolgen heeft; dat derhalve moet worden overgegaan tot een onderlinge aanpassing van de wettelijke bepalingen van de Lid-Staten ter zake en bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG bijgevolg wijziging behoeft,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

Aan bijlage I van Richtlijn 76/769/EEG worden de volgende punten toegevoegd :

"25 . Monomethyltetrachloordifenyl -

methaan

Handelsnaam : Ugilec 141

CAS-nr . 76253-60-6 Vanaf 18 juni 1994 zijn het in de handel brengen en het gebruik van deze stof en van preparaten en produkten die deze stof bevatten, verboden . In afwijking van het bepaalde in de eerste zin is deze bepaling niet van toepassing op : 1 . installaties en apparatuur die op 18 juni 1994 reeds in dienst waren genomen, tot de afdanking van deze installaties en apparatuur . Vanaf 18 juni 1994 mogen de Lid-Staten evenwel ter wille van de gezondheid en het milieu het gebruik op hun grondgebied van deze installaties of apparatuur vóór hun afdanking verbieden; 2 . het onderhoud van installaties en apparatuur die op 18 juni 1994 reeds in dienst waren genomen . Vanaf 18 juni 1994 wordt het op de tweedehandsmarkt brengen van deze stof, preparaten die deze stof bevatten en installaties/apparatuur die deze stof bevatten, verboden . 26 . Monomethyldichloordifenyl -

methaan

Handelsnaam : Ugilec 121, Ugilec 21

CAS-nr .: onbekend Het in de handel brengen en het gebruik van deze stof en van preparaten en produkten die deze stof bevatten, worden verboden . 27 . Monomethyldibroomdifenylmethaan

Handelsnaam : DBBT

CAS-nr .: 99688-47-8 Het in de handel brengen en het gebruik van deze stof en van preparaten en produkten die deze stof bevatten, worden verboden .".

Artikel 2

1 . De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen in werking treden om uiterlijk op 18 juni 1992 aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

2 . Wanneer de Lid-Staten de in lid 1 bedoelde bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen . De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten .

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten . Gedaan te Luxemburg, 18 juni 1991 . Voor de Raad

De Voorzitter

G . WOHLFART

( 1 ) PB nr . C 24 van 1 . 2 . 1990, blz . 20 . ( 2 ) PB nr . C 284 van 12 . 11 . 1990, blz . 84, en PB nr . C 129 van 20 . 5 . 1991 . ( 3 ) PB nr . C 168 van 10 . 7 . 1990, blz . 1 . ( 4 ) PB nr . L 262 van 27 . 9 . 1976, blz. 201 . ( 5 ) Zie bladzijde 59 van dit Publikatieblad . ( 6 ) PB nr . L 269 van 11 . 10 . 1985, blz . 56 . ( 7 ) PB nr . L 259 van 15 . 10 . 1979, blz . 10 .