31991D0213

91/213/EEG: Beschikking van de Commissie van 15 maart 1991 overeenkomstig artikel 16 van Verordening nr. 17 van de Raad tot vaststelling van het totale bedrag van een per dag te betalen dwangsom voor de onderneming Compagnie des Cristalleries Baccarat (Zaak IV/33.300 - Baccarat) (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)

Publicatieblad Nr. L 097 van 18/04/1991 blz. 0016 - 0017


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 15 maart 1991 overeenkomstig artikel 16 van Verordening nr . 17 van de Raad tot vaststelling van het totale bedrag van een per dag te betalen dwangsom voor de onderneming Compagnie des Cristalleries Baccarat ( Zaak IV/33.300 - Baccarat ) ( Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek ) ( 91/213/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening nr . 17 van de Raad van 6 februari 1962, eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, en met name op de artikelen 11 en 16,

Gezien de krachtens artikel 11, lid 5, en artikel 16, lid 1, onder c ), van Verordening nr . 17 tot de Compagnie des Cristalleries Baccarat, hierna "Baccarat" genoemd, gerichte beschikking van de Commissie van 13 februari 1990,

Na Baccarat overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening nr . 17 in de gelegenheid te hebben gesteld haar standpunt kenbaar te maken ter zake van de punten van bezwaar welke de Commissie op 21 september 1990 had medegedeeld, en na kennis te hebben genomen van haar schriftelijke antwoord van 1 oktober 1990,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities,

Overwegende hetgeen volgt :

I . DE FEITEN

( 1 ) Nadat tegen Baccarat betreffende een verkoopweigering bij de Commissie een klacht was ingediend door een onderneming die in luxeprodukten, kristalwerk en geschenken handelt, heeft de Commissie een op Verordening nr . 17 gegrond onderzoek geopend, ten einde vast te stellen of de handelwijze van Baccarat een inbreuk vormde op de bepalingen van de artikelen 85 en/of 86 van het Verdrag .

( 2 ) Op 13 februari 1990 heeft de Commissie krachtens artikel 11, lid 5, van Verordening nr . 17 een beschikking gegeven, waarbij Baccarat werd gevraagd haar de inlichtingen te verstrekken waarom haar uit hoofde van artikel 11, lid 1, van die verordening reeds bij brieven van respectievelijk 19 september en 15 november 1989 was verzocht . Volgens die beschikking diende Baccarat "binnen twee weken na kennisgeving van deze beschikking alle inlichtingen te geven die in de bijlage bij deze beschikking zijn vermeld ".

Bij de beschikking werd voorts bepaald dat bij ontstentenis van een antwoord binnen de vastgestelde termijn aan Baccarat "een dwangsom zal worden opgelegd van 1 000 ecu per dag vertraging na het verstrijken van de termijn van twee weken na kennisgeving van deze beschikking ".

( 3 ) Aangezien aan de betrokken onderneming op 16 februari 1990 van de beschikking kennis werd gegeven, is de dwangsom van 1 000 ecu per dag op 5 maart 1990 ingegaan, dit wil zeggen twee weken na de dag van kennisgeving, waarbij van de eerstvolgende werkdag, te weten 19 februari 1990, wordt uitgegaan .

( 4 ) Ondanks de beschikking waarvan naar behoren kennis is gegeven en de opgelegde dwangsommen, heeft Baccarat aan het verzoek om inlichtingen geen gevolg gegeven .

( 5 ) Op 11 april 1990 heeft de Commissie het initiatief genomen om de betrokken onderneming telefonisch om opheldering te vragen en haar te wijzen op haar verplichtingen in verband met de beschikking, waarvan haar kennis was gegeven .

In het telefoongesprek bevestigde de onderneming dat zij de gevraagde inlichtingen en documenten nog niet had verzonden, daar de onderneming die de klacht had ingediend, haar klacht zou hebben ingetrokken en de partijen tot een schikking zouden zijn gekomen .

( 6 ) Bij een op 17 april ontvangen brief van 12 april 1990, heeft Baccarat uiteindelijk de gevraagde inlichtingen aan de Commissie doen toekomen .

( 7 ) In haar schriftelijke antwoord van 1 oktober 1990 op de mededeling van de punten van bezwaar, betwist Baccarat de haar ten laste gelegde feiten niet, doch stelt dat deze aan een zekere onervarenheid te wijten zijn . Volgens Baccarat was het voor het eerst dat zij in een dergelijke procedure verwikkeld raakte, dat zij deze had misverstaan en dat het niet in haar bedoeling lag om zich aan haar verplichtingen te onttrekken .

II . JURIDISCHE BEOORDELING

( 8 ) Krachtens artikel 16, lid 1, onder c ), van Verordening nr . 17 kan de Commissie bij beschikking aan ondernemingen of ondernemersverenigingen dwangsommen opleggen ten bedrage van ten minste 50 en ten hoogste 1 000 ecu voor elke dag waarmede de in de beschikking gestelde termijn wordt overschreden, ten einde hen te dwingen tot het volledig en juist verschaffen van een inlichting welke de Commissie heeft verlangd bij een krachtens artikel 11, lid 5, van die verordening gegeven beschikking .

( 9 ) Met de overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Verordening nr . 17 op 13 februari 1990 door de Commissie gegeven beschikking werd beoogd Baccarat ertoe te dwingen de inlichtingen te verschaffen die haar voordien krachtens artikel 11, lid 1, van die verordening per brief waren gevraagd en werd haar, indien zij de gevraagde inlichtingen niet binnen de gestelde termijn zou verschaffen, overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder c ), een dwangsom van 1 000 ecu opgelegd per dag vertraging na het verstrijken van de termijn van twee weken na kennisgeving van die beschikking .

( 10 ) Aangezien de onderneming 43 dagen na de dag waarop de dwangsom in werking moest treden, aan haar verplichting uit hoofde van voornoemde beschikking heeft voldaan, kan de Commissie krachtens artikel 16, lid 2, van Verordening nr . 17 het definitieve bedrag van de dwangsom lager stellen dan hetgeen uit de oorspronkelijke beschikking zou voortvloeien .

( 11 ) In het onderhavige geval is de Commissie van oordeel dat, gelet op de door Baccarat aangevoerde redenen, te weten dat die onderneming van haar verplichting om het verzoek om inlichtingen te beantwoorden meende te zijn ontheven wegens de inmiddels met de klaagster getroffen schikking en de intrekking van die klacht, dat zij de onderhavige procedure slecht heeft begrepen en dat het niet in haar bedoeling had gelegen om zich aan haar verplichtingen te onttrekken, het definitieve bedrag van de dwangsom overeenkomstig het bepaalde in artikel 16, lid 2, van Verordening nr . 17 kan worden vastgesteld op een totaalbedrag van 10 000 ecu,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN : Artikel 1

Het totale bedrag van de bij beschikking van 13 februari 1990 aan de Compagnie des Cristalleries Baccarat opgelegde dwangsom wordt op 10 000 ecu vastgesteld . Artikel 2

Het totale bedrag van de dwangsom dient binnen drie maanden na kennisgeving van deze beschikking te worden betaald door storting of overschrijving op de volgende bankrekening :

Rekening nr . 310 -0933000-43 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij de

Bank Brussel-Lambert,

Europees agentschap,

Schumanplein 5,

B-1040 Brussel .

Na afloop van deze periode is op de dwangsom automatisch rente verschuldigd tegen de rentevoet die het Europees Fonds voor Monetaire Samenwerking voor zijn ecu-verrichtingen toepast op de eerste werkdag van de maand waarin deze beschikking is gegeven, vermeerderd met drie en een half procentpunten, zijnde 14 %. Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot Compagnie des Cristalleries Baccarat, 30bis rue de Paradis, 75010 Parijs, Frankrijk .

Deze beschikking vormt overeenkomstig artikel 192 van het EEG-Verdrag executoriale titel . Gedaan te Brussel, 15 maart 1991 . Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter ( 1 ) PB nr . 13 van 21 . 2 . 1962, blz . 204/62 .