BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 19 december 1990 houdende machtiging van bepaalde Lid-Staten, om voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Turkije, afwijkingen van sommige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad toe te staan (Slechts de teksten in de Duitse, de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek) (91/28/EEG) -
Publicatieblad Nr. L 016 van 22/01/1991 blz. 0031 - 0033
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 19 december 1990 houdende machtiging van bepaalde Lid-Staten, om voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Turkije, afwijkingen van sommige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad toe te staan ( Slechts de teksten in de Duitse, de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek ) ( 91/28/EEG ) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de Lid-Staten van voor planten of voor plantaardige produkten schadelijke organismen ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/27/EEG van de Commissie ( 2 ), en met name op artikel 14, lid 3, Gezien de door België, de Bondsrepubliek Duitsland, Luxemburg en Nederland ingediende verzoeken, Overwegende dat op grond van Richtlijn 77/93/EEG aardappelknollen van oorsprong uit Turkije in beginsel niet in de Gemeenschap mogen worden binnengebracht, wegens het gevaar voor insleep van in de Gemeenschap onbekende exotische aardappelziekten; Overwegende dat op grond van artikel 14, lid 3, van bovengenoemde richtlijn evenwel van bovenbedoelde bepaling mag worden afgeweken, op voorwaarde dat is vastgesteld dat niet voor verspreiding van schadelijke organismen hoeft te worden gevreesd; Overwegende dat de teelt van vroege consumptieaardappelen uit pootaardappelen die door de Lid-Staten zijn geleverd, in Turkije een gevestigde praktijk is; Overwegende dat de Commissie bij de Beschikkingen 89/244/EEG ( 3 ) en 90/162/EEG ( 4 ) machtiging heeft gegeven om voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Turkije dergelijke afwijkingen toe te staan op voorwaarde dat aan een aantal technische voorwaarden wordt voldaan; Overwegende dat uit informatie die door Turkije is verstrekt en uit gegevens die in dat land zijn verzameld in de loop van een in 1990 verrichte missie, blijkt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat in Turkije aardappelen kunnen worden geteeld onder adequate fytosanitaire omstandigheden en dat er thans geen gevaar is voor insleep van exotische aardappelziekten uit dat land, met name niet uit bepaalde delen van de provincies Adana en Ismir; dat Turkije bovendien voor de aardappelproduktie in die provincies adequate fytosanitaire normen en kwaliteitsnormen toepast; dat het, gezien het feit dat de aardappelen uit door de Gemeenschap geleverde pootaardappelen zijn geteeld, bijgevolg onwaarschijnlijk is dat zich in de Gemeenschap onbekende exotische aardappelziekten zullen voordoen; Overwegende dat derhalve op grond van de thans beschikbare gegevens kan worden gesteld dat er geen gevaar bestaat voor verspreiding van schadelijke organismen op voorwaarde dat aan een aantal specifieke technische voorwaarden wordt voldaan; dat de Commissie ervoor zal zorgen dat de Turkse autoriteiten alle technische gegevens verstrekken die nodig zijn om de doeltreffendheid van de volgens die technische voorwaarden vereiste beschermende maatregelen te onderzoeken; dat de aardappelen worden binnengebracht op een tijdstip waarop zij voor de in de Gemeenschap geteelde aardappelen uit fytosanitair oogpunt geen gevaar kunnen opleveren; Overwegende dat de verzoekende Lid-Staten derhalve moeten worden gemachtigd om, als aan bovenbedoelde specifieke technische voorwaarden wordt voldaan, voor het komende seizoen van nieuwe aardappelen ( primeurs ) afwijkingen toe te staan voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Turkije; dat deze regeling opnieuw zal worden bekeken aan de hand van de door Turkije te verstrekken technische gegevens en van de resultaten van het onderzoek van de aardappelen die op grond van deze beschikking in de Gemeenschap worden binnengebracht; Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Planteziektenkundig Comité, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN : Artikel 1 1 . België, de Bondsrepubliek Duitsland, Luxemburg en Nederland worden hierbij gemachtigd om, voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Turkije, bestemd voor afzet op hun grondgebied of voor hun onderlinge handel, afwijkingen toe te staan van de toepassing van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 77/93/EEG ten aanzien van verbodsbepalingen van bijlage III, deel A, punt 9 bis, van genoemde richtlijn, voorzover voor die aardappelen aan de in lid 2 genoemde voorwaarden wordt voldaan . 2 . Er moet worden voldaan aan de volgende specifieke voorwaarden : a ) de aardappelen moeten consumptieaardappelen zijn; b ) de aardappelen moeten groen zijn gerooid, dit wil zeggen dat nog geen suberine mag zijn gevormd en dat de huid gemakkelijk moet loskomen; c ) de aardappelen moeten zijn geteeld in de provincie Adana, ten zuiden van de lijn Kraisali-Duzici, of in de provincie Izmir, in de regio OEdemis; de aardappelen moeten afkomstig zijn van bedrijven die aardappelen van oorsprong uit de Gemeenschap of Turkije telen en die onder toezicht van het Ministerie van Landbouw staan; d ) de aardappelen moeten behoren tot rassen waarvan al het in Turkije ingevoerde pootgoed afkomstig is uit de Lid-Staten; e ) de aardappelen moeten rechtstreeks zijn geteeld uit pootgoed dat in 1990 in de Lid-Staten als "basispootgoed" of "gecertificeerd pootgoed" is goedgekeurd; f ) de aardappelen moeten zijn behandeld met machines die alleen voor deze aardappelen worden gebruikt of die na ieder gebruik voor andere doeleinden naar behoren zijn ontsmet; g ) de aardappelen mogen niet zijn opgeslagen in opslagplaatsen die zijn gebruikt voor aardappelen van andere dan de onder d ) vermelde rassen; h ) de aardappelen moeten vrij zijn van aarde, afgezien van een tolerantie van 0,5 gewichtspercent, en van bladeren en andere planteresten; i ) de aardappelen moeten door de Turkse planteziektenkundige dienst overeenkomstig de internationale normen zijn bemonsterd en bij het door deze dienst uitgevoerde officiële onderzoek moet zijn gebleken dat de in bijlage I vermelde maximumgehalten aan knollen met gebreken niet zijn overschreden; als maxima gelden 4,5 % van het aantal knollen voor alle gebreken samen en 2 % van het aantal knollen voor alle andere gebreken dan groene verkleuringen, afwijkende maat en afwijkende rassen, op voorwaarde dat de aardappelen vrij zijn van levende larven, poppen of volwassen exemplaren van borende insecten; de aardappelen moeten ook bij elk ander onderzoek dat door andere instanties voor andere doeleinden is verricht, aan deze eisen hebben voldaan; k ) de aardappelen moeten zijn verpakt : - hetzij in nieuwe zakken, - hetzij in naar behoren ontsmette recipiënten; en iedere zak of recipiënt moet voorzien zijn van een officieel etiket met de in bijlage II vermelde gegevens; l ) in het op grond van artikel 12, lid 1, onder b ), van Richtlijn 77/93/EEG vereiste officiële fytosanitaire certificaat moeten : - in de rubriek "Bestrijdings - en/of ontsmettingsbehandeling" alle gegevens worden vermeld betreffende de behandelingen als bedoeld onder k ), tweede streepje, - in de rubriek "Aanvullende verklaring" worden vermeld : - de naam van het ras, - "met gemakkelijk loskomende huid ( Piskin degil )", - het identificatienummer of de naam van het bedrijf waar de aardappelen zijn geteeld, alsmede het adres ervan, - een referentie aan de hand waarvan kan worden geconstateerd dat wel degelijk gebruik is gemaakt van pootgoed als bedoeld onder e ), - de resultaten van het onder i ) bedoelde onderzoek op de aanwezigheid van aardappelen met gebreken; m ) op de naleving van de onder b ) en onder h ) tot en met l ) genoemde voorwaarden kan toezicht zijn gehouden door een op verzoek van de Commissie gezonden inspecteur; in dat geval bevestigt de inspecteur in het onder l ) genoemde fytosanitaire certificaat dat dit toezicht heeft plaatsgevonden; n ) bij aankomst moet de Lid-Staat van invoer de aardappelen controleren om na te gaan of aan de onder i ) genoemde voorwaarde is voldaan; bovendien mag worden geaccepteerd dat ten hoogste 0,5 % van het aantal knollen door natrot is aangetast; o ) bij aankomst neemt de Lid-Staat van invoer ten minste zes monsters van telkens 200 knollen van iedere zending ingevoerde aardappelen; daarvan worden drie monsters door het officiële laboratorium van de Lid-Staat van invoer op de aanwezigheid van schadelijke organismen onderzocht; drie monsters worden voor officieel onderzoek naar andere Lid-Staten verstuurd . Wanneer het gaat om een zending van ten hoogste 25 ton, hoeven slechts twee monsters te worden genomen, één voor het officiële onderzoek door de Lid-Staat van invoer en één voor verzending naar een andere Lid-Staat voor officieel onderzoek . Op welke schadelijke organismen het onderzoek betrekking moet hebben en de nadere gegevens inzake het onderzoek worden vastgesteld door de Commissie in samenwerking met de planteziektenkundige diensten van de Lid-Staten . Artikel 2 1 . De in artikel 1 verleende machtiging geldt voor de periode van 1 februari 1991 tot en met 30 mei 1991 . 2 . De machtiging wordt ingetrokken als blijkt dat de in artikel 1, lid 2, vastgestelde voorwaarden ontoereikend zijn geweest om het binnenbrengen van schadelijke organismen te voorkomen, of dat niet aan die voorwaarden is voldaan . Artikel 3 België, Duitsland, Luxemburg en Nederland stellen de Commissie en de overige Lid-Staten vóór 1 augustus 1991 in kennis van de overeenkomstig deze beschikking ingevoerde hoeveelheden en dienen elk een uitvoerig verslag in over het in artikel 1, lid 2, onder o ), bedoelde officiële onderzoek; van ieder fytosanitair certificaat wordt een kopie aan de Commissie gezonden . Artikel 4 Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden . Gedaan te Brussel, 19 december 1990 . Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 26 van 31 . 1 . 1977, blz . 20 . ( 2 ) Zie bladzijde 29 van dit Publikatieblad . ( 3 ) PB nr . L 99 van 12 . 4 . 1989, blz . 26 . ( 4 ) PB nr . L 91 van 6 . 4 . 1990, blz . 30 . BIJLAGE I Maximumaantal knollen met gebreken ( Artikel 1, lid 2, onder i )) Soort gebreken In % van het aantal knollen Grove gebreken Ernstige rooibeschadiging 1,0 Schade door ziekten ( schurft ) 0,5 Groene knollen 2,0 Natrot 0,0 Droogrot 0,5 Kleine gebreken Aanwezigheid van aarde 0,5 ( in gewichtspercent ) Geringe rooibeschadiging 1,0 Schade door insecten 1,0 Knollen van afwijkende grootte 1,0 Knollen van andere rassen 0,0 BIJLAGE II Op het etiket te vermelden gegevens ( artikel 1, lid 2, onder k )) 1 . Naam van de instantie die het etiket heeft afgegeven; 2 . Naam van de exportorganisatie; 3 . Vermelding "Turkse consumptieaardappelen"; 4 . Ras; 5 . Provincie waar de aardappelen zijn geteeld; 6 . Grootte; 7 . Aangegeven nettogewicht; 8 . Vermelding "Voldoet aan de bij Beschikking 91/28/EEG vastgestelde EEG-eisen ."; 9 . Een stempel of gedrukt zegel van de Turkse planteziektenkundige dienst .