BESCHIKKING NR. 3788/90/EGKS VAN DE COMMISSIE VAN 19 DECEMBER 1990 BETREFFENDE DE INSTELLING VAN TOT EN MET 31 DECEMBER 1992 GELDENDE OVERGANGSTARIEFMAATREGELEN VOOR DE PRODUKTEN DIE ONDER HET EGKS-VERDRAG VALLEN TEN GUNSTE VAN BULGARIJE, TSJECHOSLOWAKIJE, HONGARIJE, POLEN, ROEMENIE, DE SOWJETUNIE EN JOEGOSLAVIE WEGENS DE DUITSE VERENIGING
Publicatieblad Nr. L 364 van 28/12/1990 blz. 0027 - 0028
BESCHIKKING Nr. 3788/90/EGKS VAN DE COMMISSIE van 19 december 1990 betreffende de instelling van tot en met 31 december 1992 geldende overgangstariefmaatregelen voor de produkten die onder het EGKS-Verdrag vallen ten gunste van Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, de Sowjetunie en Joegoslavië wegens de Duitse vereniging DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, inzonderheid op artikel 95, eerste alinea, Overwegende dat, vanaf het tijdstip van de Duitse vereniging, het tarief dat van toepassing is op de produkten die onder het EGKS-Verdrag vallen, van rechtswege van toepassing wordt op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek; Overwegende dat de voormalige Duitse Democratische Republiek talrijke overeenkomsten had gesloten met Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, de Sowjetunie en Joegoslavië, waarin voor bepaalde goederen jaarlijkse maxima, hetzij in hoeveelheid, hetzij in waarde, waren vastgesteld die vrij van rechten mochten worden verhandeld ; dat de voormalige Duitse Democratische Republiek samenwerkings- en investeringsovereenkomsten op lange termijn heeft gesloten met Tsjechoslowakije, Polen en de Sowjetunie, die nog voor tal van jaren in leveranties van goederen die onder het EGKS-Verdrag vallen, tegen een nulrecht voorzien; Overwegende dat de eerstgenoemde soort van overeenkomsten na 31 december 1990 niet wordt verlengd en dat over de tweede soort van overeenkomsten opnieuw zal worden onderhandeld door de Gemeenschap, door Duitsland of door particuliere ondernemingen, doch dat deze nieuwe onderhandelingen enige tijd in beslag zullen nemen; Overwegende dat de in deze overeenkomsten vermelde maximumhoeveelheden of -waarden de partijen geen juridisch bindende onderlinge verplichtingen opleggen ; dat de niet-naleving daarvan bijgevolg geen aanleiding kan vormen voor enigerlei compensatie door de Gemeenschap; Overwegende dat het derhalve noodzakelijk is, gedurende een overgangsperiode, de gevolgen van de Duitse vereniging voor beide soorten overeenkomsten te verzachten, aangezien de vereniging zeer ernstige consequenties zou kunnen hebben voor ondernemingen op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek en in Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, de Sowjetunie alsook in Joegoslavië, hetgeen zelfs de economische stabiliteit van deze landen in gevaar zou kunnen brengen; Overwegende dat, om deze redenen, het dienstig is de rechten van het tarief dat van toepassing is op de produkten die onder het EGKS-Verdrag vallen tijdelijk op te schorten voor produkten van oorsprong uit Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, de Sowjetunie en Joegoslavië die onder de vorengenoemde overeenkomsten tussen de voormalige Duitse Democratische Republiek en deze landen vallen, zulks ten belope van de in die overeenkomsten genoemde maximumhoeveelheden of -waarden; Overwegende dat het dienstig is, met het oog op de bijzondere omstandigheden van de Duitse vereniging, de vorengenoemde schorsing van de rechten te beperken tot de betrokken produkten die op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek in het vrije verkeer worden gebracht; Overwegende dat het noodzakelijk is te voorzien in bepalingen voor het vaststellen van de oorsprong van de goederen die voor de schorsing van rechten in aanmerking komen; Overwegende dat, gezien de moeilijkheden bij de toepassing en de onvoorspelbaarheid van bepaalde effecten van deze maatregelen, duidelijk moet worden onderstreept dat het overgangsmaatregelen betreft en dat de geldigheidsduur van deze maatregelen beperkt wordt tot een periode van twee jaar die eindigt op 31 december 1992; Overwegende dat het dienstig is te voorzien in bijzondere maatregelen, evenals in een procedure voor de uitvoering daarvan, voor het geval dat de tijdelijke schorsing van rechten aan een bedrijfstak van de Gemeenschap ernstige schade berokkent of dreigt te berokkenen; Overwegende dat deze beschikking een afwijking inhoudt van Aanbeveling nr. 1-64 van 15 januari 1964 van de Hoge Autoriteit van de EGKS betreffende een verhoging van de bescherming van ijzer- en staalprodukten aan de buitengrenzen van de Gemeenschap; Overwegende dat deze beschikking niet anderszins afbreuk doet aan de bevoegdheden van de Lid-Staten inzake de handelspolitiek genoemd in artikel 71 van het Verdrag; Na raadpleging van het Raadgevend Comité en de bij eenstemmigheid verkregen instemming van de Raad, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Met ingang van 3 oktober 1990, datum van de Duitse eenwording, worden de invoerrechten die van toepassing zijn op de produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de EGKS vallen, met inbegrip van de thans geldende anti-dumpingrechten, tot en met 31 december 1992 geschorst voor produkten van oorsprong uit Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen, Roemenië, de Sowjetunie en Joegoslavië die onder de in de bijlagen I en II van Verordening (EEG) nr. 3568/90 van de Raad (1) genoemde overeenkomsten vallen - waarvan de hoofdpunten in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt - binnen de grenzen van de in deze overeenkomsten vastgestelde maximumhoeveelheden of -waarden. 2. De bepalingen van lid 1 zijn van toepassing op voorwaarde dat: - de betrokken produkten op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek in het vrije verkeer worden gebracht en deze produkten aldaar worden ge- of verbruikt of een be- of verwerking ondergaan waardoor zij het karakter van produkt van oorsprong uit de Gemeenschap verkrijgen (2); - tot staving van de aangifte voor het vrije verkeer een door de bevoegde Duitse autoriteiten afgegeven vergunning wordt overgelegd ten bewijze dat de betrokken produkten in aanmerking komen voor de toepassing van de bepalingen van lid 1. 3. De Commissie en de bevoegde Duitse autoriteiten nemen alle noodzakelijke maatregelen ten einde te verzekeren dat het uiteindelijke ge- of verbruik van de betreffende produkten dan wel hun be- of verwerking waardoor zij het karakter van produkt van oorsprong uit de Gemeenschap verkrijgen plaatsvindt op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek. Artikel 2 De oorsprong van de in artikel 1 bedoelde produkten wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad van 27 juni 1968 betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip "oorsprong van goederen" (3), zoals gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1769/89 (4). Artikel 3 1. Indien de in artikel 1 bedoelde schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief in een of meer Lid-Staten aanzienlijke schade berokkent aan communautaire producenten van soortgelijke of rechtstreeks met deze produkten concurrerende produkten, kan de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een Lid-Staat voor het betrokken produkt de schorsing beëindigen. 2. De procedure van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1765/82 van de Raad (5) is van toepassing. Artikel 4 De Commissie brengt vóór 1 oktober 1991 aan het Europese Parlement en de Raad verslag uit over de werking van de ingevoerde regeling, over de hoeveelheden produkten die voor deze regeling in aanmerking zijn gekomen en over de stand van de heronderhandelingen over de nog bestaande verbintenissen. Artikel 5 Deze beschikking treedt in werking op 1 januari 1991. Deze beschikking is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 19 december 1990. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 353 van 17.12.1990, blz. 1. (2) De controle op deze aanwending zal geschieden overeenkomstig de betreffende communautaire bepalingen inzake bijzondere bestemmingen. (Verordening (EEG) nr. 4142/87 van de Commissie van 9 december 1987 tot vaststelling van de voorwaarden en bepalingen waaraan voor bepaalde goederen, bij invoer, de toepassing van een gunstige tariefregeling in verband met de bijzondere bestemming van die goederen is onderworpen - PB nr. L 387 van 31.12.1987, blz. 81). (3) PB nr. L 148 van 28.6.1968, blz. 1. (4) PB nr. L 174 van 22.6.1989, blz. 11. (5) PB nr. L 195 van 5.7.1982, blz. 1.