31990R3570

Verordening (EEG) nr. 3570/90 van de Raad van 4 december 1990 inzake afwijkingen bij statistische enquêtes op landbouwgebied in Duitsland, in verband met de Duitse eenwording

Publicatieblad Nr. L 353 van 17/12/1990 blz. 0008 - 0009
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 36 blz. 0005
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 36 blz. 0005


VERORDENING (EEG) Nr. 3570/90 VAN DE RAAD van 4 december 1990 inzake afwijkingen bij statistische enquêtes op landbouwgebied in Duitsland, in verband met de Duitse eenwording

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europese Parlement(2),

Overwegende dat op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek niet onmiddellijk aan de in de communautaire wetgeving op het gebied van de landbouwstatistiek gestelde eisen kan worden voldaan, omdat op genoemd grondgebied aanzienlijke omschakelingen en aanpassingen noodzakelijk zijn;

Overwegende dat het voorts dienstig is het geraamde bedrag van de uitgaven dat is genoemd in Verordening (EEG) nr. 837/90 van de Raad van 26 maart 1990 inzake door de Lid-Staten te verstrekken statistische informatie over de graanproduktie(3) te verhogen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek mogen tot uiterlijk 31 december 1992 op het gebied van de landbouwstatistiek afwijkingen van de in de bijlage vermelde besluiten worden toegestaan wat de referentieperioden, referentietijdstippen, enquêteperioden, indieningstermijnen en groep van geënqueteerden betreft.

2. De in lid 1 bedoelde afwijkingen worden overeenkomstig de procedure van artikel 4 vastgesteld.

Artikel 2

Aan artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 357/79 van de Raad van 5 februari 1979 betreffende de statistische enquêtes naar de wijnbouwoppervlakten(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 490/86(5), wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek voor het eerst te houden tussentijdse enquête wordt uiterlijk twee jaar na de eerste basisenquête uitgevoerd.".

Artikel 3

Het in artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 837/90 genoemde bedrag van "3 200 000 ecu" wordt vervangen door "3 520 000 ecu".

Artikel 4

1. Bij toepassing van de in dit artikel omschreven procedure wordt het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, hierna "het Comité" te noemen, door de voorzitter van het Comité bijeengeroepen, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit onderwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité.

Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité, of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een

voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien de Raad na verloop van een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 4 december 1990.

Voor de RaadDe VoorzitterG. DE MICHELIS

(1) PB nr. C 248 van 2. 10. 1990, blz. 9, gewijzigd op 25 oktober 1990 en 28 november 1990.

(2) Advies uitgebracht op 21 november 1990 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

(3) PB nr. L 88 van 3. 4. 1990, blz. 1.

(4) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 124.

(5) PB nr. L 54 van 1. 3. 1986, blz. 22.

BIJLAGE LIJST VAN DE IN ARTIKEL 1 BEDOELDE BESLUITEN Verordeningen van de Raad

(EEG) nr. 2782/75 van 29 oktober 1975

(EEG) nr. 357/79 van 5 februari 1979

(EEG) nr. 571/88 van 29 februari 1988

(EEG) nr. 837/90 van 26 maart 1990

Richtlijnen van de Raad

72/280/EEG van 31 juli 1972

73/132/EEG van 15 mei 1973

76/625/EEG van 20 juli 1976

76/630/EEG van 20 juli 1976

78/53/EEG van 19 december 1977

82/177/EEG van 22 maart 1982

82/606/EEG van 28 juli 1982