VERORDENING (EEG) Nr. 2604/90 VAN DE COMMISSIE van 7 september 1990 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1200/90 van de Raad inzake de sanering van de produktie van appelen in de Gemeenschap en wijziging van Verordening (EEG) nr. 3322/89 tot vaststelling van de ontstaansfeiten in de sector groenten en fruit
Publicatieblad Nr. L 245 van 08/09/1990 blz. 0023 - 0024
***** VERORDENING (EEG) Nr. 2604/90 VAN DE COMMISSIE van 7 september 1990 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1200/90 van de Raad inzake de sanering van de produktie van appelen in de Gemeenschap en wijziging van Verordening (EEG) nr. 3322/89 tot vaststelling van de ontstaansfeiten in de sector groenten en fruit DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1200/90 van de Raad van 7 mei 1990 inzake de sanering van de produktie van appelen in de Gemeenschap (1), en met name op artikel 6, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1676/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake de waarde van de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2205/90 (3), en met name op artikel 5, lid 3, Overwegende dat met het oog op de doelstellingen van Verordening (EEG) nr. 1200/90 nader moet worden gepreciseerd onder welke voorwaarden de premie voor het rooien van appelbomen in het kader van die verordening, hierna »rooipremie" genoemd, moet worden toegekend; dat daartoe moet worden bepaald voor welke oppervlakten en welke bomen de rooimaatregel kan gelden en hoeveel de rooipremie bedraagt; Overwegende dat, om de regeling doeltreffend te maken, dient te worden gepreciseerd welke gegevens in de rooipremieaanvraag moeten voorkomen en moet worden geverifieerd of de verstrekte gegevens juist zijn; Overwegende dat moet worden voorgeschreven dat gerooide bomen ongeschikt moeten worden gemaakt voor heraanplant om te voorkomen dat ze achteraf daartoe worden gebruikt; Overwegende dat, voordat de rooipremie wordt uitgekeerd, moet worden geconstateerd of de bomen werkelijk zijn gerooid; Overwegende dat alle bepalingen moeten worden vastgesteld die nodig zijn om te garanderen dat de premie-ontvangers hun verplichtingen nakomen; Overwegende dat met het oog op homogeniteit van de maatregelen in de sector groenten en fruit dient te worden bepaald dat het feit waardoor het recht op de rooipremie ontstaat, plaatsvindt op de eerste dag van het verkoopseizoen in de loop waarvan die premie wordt aangevraagd en Verordening (EEG) nr. 3322/89 van de Commissie (4) dienovereenkomstig dient te worden aangevuld; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor groenten en fruit, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Appelbomen in de zin van Verordening (EEG) nr. 1200/90 zijn gezonde bomen die een normale produktie van appelen, andere dan persappelen, kunnen opleveren. 2. De rooipremie wordt toegekend voor het rooien van boomgaarden in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1200/90 met een oppervlakte van 1 hectare of meer. Artikel 2 Het bedrag van de rooipremie wordt vastgesteld op 3 500 ecu per hectare. Artikel 3 De rooipremie-aanvraag wordt vóór het begin van de rooiwerkzaamheden en uiterlijk op 1 december 1992 bij de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten ingediend. De aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten: a) de naam en het adres van de aanvrager, b) eventueel de naam en het adres van het betrokken bedrijf, c) voor elk perceel met appelbomen, de totale met appelbomen beplante oppervlakte, het totale aantal appelbomen en de ouderdom ervan, onderverdeeld naar ras, d) de gegevens die nodig zijn voor het identificeren van de percelen die worden gerooid en waarvoor de rooipremie wordt aangevraagd. De ouderdom van de bomen wordt bepaald aan de hand van de plantdatum. De aanvraag dient vergezeld te gaan - van de schriftelijke verbintenis van de aanvrager om gedurende 15 jaar geen appelbomen aan te planten in de boomgaard van zijn bedrijf in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1200/90 waarop de rooiwerkzaamheden betrekking hebben, en de met appelbomen beplante oppervlakte van zijn bedrijf buiten deze boomgaard niet uit te breiden, en, - overeenkomstig de nationale wetgeving, van het schriftelijke akkoord van de eigenaar of eigenaars van de met appelbomen beplante percelen met het uitvoeren van de rooiwerkzaamheden, en van een verklaring van de eigenaar of eigenaars waarin hij, respectievelijk zij, zich ertoe verbindt, respectievelijk verbinden, om bij verkoop of bij een andere overdracht van de betrokken percelen de verbintenis om geen appelbomen aan te planten door de nieuwe exploitant te doen overnemen; deze verbintenis blijft van rechtswege gelden voor elke volgende exploitant gedurende de in het eerste streepje bedoelde periode. Artikel 4 1. Na ontvangst van de rooipremie-aanvraag verifieert de bevoegde instantie door waarneming ter plaatse de gegevens van die aanvraag, registreert zij de in artikel 3 bedoelde verbintenis en constateert zij in voorkomend geval dat de aanvraag ontvankelijk is. 2. De aanvrager ontvangt uiterlijk twee maanden na de indiening van zijn aanvraag bericht of zijn aanvraag is aanvaard. 3. De rooiwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen drie maanden na de in lid 2 bedoelde kennisgeving. 4. De gerooide bomen moeten ongeschikt worden gemaakt voor heraanplant. Artikel 5 1. De premie-aanvrager stelt de bevoegde instantie in kennis van de datum van de rooiwerkzaamheden. Deze instantie constateert door waarneming ter plaatse van ieder betrokken perceel, dat de bomen overeenkomstig deze verordening zijn gerooid en bevestigt officieel het tijdstip van rooiing. 2. De premie wordt uiterlijk twee maanden na de in lid 1 bedoelde constatering uitgekeerd. Artikel 6 1. De Lid-Staten gaan na of de in artikel 3 bedoelde verbintenis wordt nagekomen. Zij bezoeken daartoe de exploitaties op gezette tijden, en wel zodanig dat iedere exploitatie ten minste om de vijf jaar wordt gecontroleerd. 2. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de resultaten van de controles. 3. Wanneer de Lid-Staten vaststellen dat de in artikel 3 bedoelde verbintenis niet is nagekomen - vorderen zij de uitgekeerde rooipremie terug, verhoogd met de rente die in de betrokken Lid-Staat voor soortgelijke terugvorderingen geldt, - verplichten zij de overtreder een bedrag te betalen dat gelijk is aan de uitgekeerde rooipremie. 4. De in lid 3 bedoelde bedragen worden overgemaakt aan de betaalorganen of -diensten en worden door hen in mindering gebracht op de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw - afdeling Garantie gefinancierde uitgaven. Artikel 7 Vóór 30 juni van elk jaar delen de Lid-Staten de Commissie de oppervlakten mede waarvoor rooipremies zijn aangevraagd alsmede de gerooide oppervlakten, onderverdeeld naar ras en naar regio. Artikel 8 Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd in Verordening (EEG) nr. 3322/89: »Artikel 4 bis Het ontstaansfeit van het recht op de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1200/90 van de Raad (*) bedoelde premie voor het rooien van appelen wordt geacht plaats te vinden op de eerste dag van het verkoopseizoen waarin de betrokken premieaanvraag wordt ingediend. (*) PB nr. L 119 van 11. 5. 1990, blz. 63.". Artikel 9 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 7 september 1990. Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie (1) PB nr. L 119 van 11. 5. 1990, blz. 63. (2) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 1. (3) PB nr. L 201 van 31. 7. 1990, blz. 9. (4) PB nr. L 321 van 4. 11. 1989, blz. 32.