VERORDENING ( EEG ) NR. 1314/90 VAN DE RAAD VAN 14 MEI 1990 HOUDENDE VASTSTELLING, VOOR HET VERKOOPSEIZOEN 1990/1991, VAN DE PRODUKTIERICHTPRIJS, DE PRODUKTIESTEUN EN DE INTERVENTIEPRIJS VOOR OLIJFOLIE
Publicatieblad Nr. L 132 van 23/05/1990 blz. 0005 - 0006
VERORDENING (EEG) Nr. 1314/90 VAN DE RAAD van 14 mei 1990 houdende vaststelling, voor het verkoopseizoen 1990/1991, van de produktierichtprijs, de produktiesteun en de interventieprijs voor olijfolie DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, inzonderheid op artikel 89, lid 1, artikel 92, lid 3, artikel 234, lid 2, en artikel 290, lid 3, Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2902/89 (2), inzonderheid op artikel 4, lid 4, en artikel 5, lid 1, Gezien het voorstel van de Commissie (3), Gezien het advies van het Europese Parlement (4), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (5), Overwegende dat bij de vaststelling van de produktierichtprijs voor olijfolie rekening moet worden gehouden zowel met de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid als met de bijdrage die de Gemeenschap wil leveren aan een harmonische ontwikkeling van de wereldhandel; dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid met name ten doel heeft de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren, de voorziening veilig te stellen en redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te garanderen; Overwegende dat bovengenoemde richtprijs moet worden vastgesteld volgens de in de artikelen 4 en 6 van Verordening nr. 136/66/EEG genoemde criteria; Overwegende dat, ten einde de producent een redelijk inkomen te verzekeren, een steun voor de produktie moet worden vastgesteld waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat de consumptiesteun slechts effect heeft voor een gedeelte van de produktie; Overwegende dat de interventieprijs moet worden vastgesteld volgens de in artikel 8 van Verordening nr. 136/66/EEG genoemde criteria; Overwegende dat de toepassing van de artikelen 68 en 236 van de Toetredingsakte in Spanje en in Portugal heeft geleid tot een peil van de interventieprijs voor olijfolie dat afwijkt van het peil van de gemeenschappelijke prijzen; dat na de aanpassing van het "acquis communautaire" in de sector oliën en vetten, de wijze waarop de interventieprijzen van olijfolie in Spanje en Portugal moeten worden aangepast, wordt geregeld in artikel 92, lid 2, tweede streepje, en in artikel 290, lid 2, tweede streepje, van de Toetredingsakte; Overwegende dat de artikelen 95 en 293 van de Toetredingsakte voorzien in de toekenning van communautaire steun voor de produktie van olijfolie in Spanje en Portugal; dat krachtens de artikelen 79 en 246 van de Toetredingsakte het communautaire steunbedrag moet worden aangepast aan de gemeenschappelijke steun aan het begin van het verkoopseizoen; dat de criteria voor deze aanpassing leiden tot de vaststelling van de steun in Spanje en in Portugal op het hierna aangegeven peil; Overwegende dat de produktierichtprijs en de interventieprijs worden vastgesteld voor een bepaalde standaardkwaliteit; dat de redenen die in het verkoopseizoen 1981/1982 hebben geleid tot de vaststelling van de standaardkwaliteit, nog steeds gelden; dat het bijgevolg dienstig is deze kwaliteit ongewijzigd te handhaven; Overwegende dat een percentage van de aan de producenten toegekende produktiesteun overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Verordening nr. 136/66/EEG kan worden bestemd voor de financiering van regionale acties ter verbetering van de kwaliteit van de olijvenproduktie; dat dergelijke acties in sommige produktiegebieden noodzakelijk zijn; dat een gedeelte van die steun derhalve voor de financiering van deze acties moet worden bestemd; Overwegende dat krachtens artikel 20 quinquies, lid 1, van Verordening nr. 136/66/EEG het percentage van de produktiesteun dat voor de erkende organisaties van olijfolieproducenten of unies daarvan mag worden ingehouden, moet worden vastgesteld, om met het aldus verkregen bedrag bij te dragen tot de financiering van de werkzaamheden die uit hoofde van artikel 5, lid 3, en artikel 20 quater van genoemde verordening worden verricht; dat, rekening houdend met de verwachte kosten in het verkoopseizoen 1990/1991, een percentage moet worden bepaald dat hoog genoeg is om deze kosten te dekken, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Voor het verkoopseizoen 1990/1991 worden de produktierichtprijs, de produktiesteun en de interventieprijs voor olijfolie als volgt vastgesteld: a) produktierichtprijs: 322,56 ecu per 100 kg; b) produktiesteun: - voor Spanje: 39,63 ecu per 100 kg, - voor Portugal: 35,48 ecu per 100 kg, - voor de Gemeenschap van de Tien: 70,95 ecu per 100 kg; c) produktiesteun voor producenten waarvan de gemiddelde produktie lager is dan 400 kg olijfolie per verkoopseizoen: - voor Spanje: 44,38 ecu per 100 kg, - voor Portugal: 40,23 ecu per 100 kg, - voor de Gemeenschap van de Tien: 81,76 ecu per 100 kg; d) interventieprijs: - voor Spanje: 175,42 ecu per 100 kg, - voor Portugal: 207,94 ecu per 100 kg, - voor de Gemeenschap van de Tien: 216,24 ecu per 100 kg. Artikel 2 De in artikel 1 bedoelde prijzen hebben betrekking op gewone olijfolie verkregen bij de eerste persing, waarvan het gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, 3,3 g per 100 g bedraagt. Artikel 3 Voor het verkoopseizoen 1990/1991 wordt 2 % van de aan olijfolieproducenten toegekende produktiesteun bestemd voor de financiering van specifieke acties ter verbetering van de kwaliteit van de olijfolie in elke Lid-Staat van produktie. Artikel 4 Het percentage van de produktiesteun dat krachtens artikel 20 quinquies, lid 1, van Verordening nr. 136/66/EEG mag worden ingehouden voor de overeenkomstig genoemde verordening erkende organisaties van olijfolieproducenten en unies daarvan, wordt voor het verkoopseizoen 1990/1991 vastgesteld op 1,5 %. Artikel 5 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 november 1990. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 14 mei 1990. Voor de Raad De Voorzitter D. J. O'MALLEY (1) PB nr. 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66. (2) PB nr. L 280 van 29. 9. 1989, blz. 2. (3) PB nr. C 49 van 28. 2. 1990, blz. 23. (4) PB nr. C 96 van 17. 4. 1990. (5) PB nr. C 112 van 7. 5. 1990, blz. 34.