Verordening (EEG) nr. 640/90 van de Raad van 5 maart 1990 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2843/72 met betrekking tot de vrijwaringsmaatregelen bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland
Publicatieblad Nr. L 074 van 20/03/1990 blz. 0004 - 0004
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 15 blz. 0210
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 15 blz. 0210
VERORDENING (EEG) Nr. 640/90 VAN DE RAAD van 5 maart 1990 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2843/72 met betrekking tot de vrijwaringsmaatregelen bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland betreffende de afschaffing van bestaande en het voorkomen van nieuwe kwantitatieve uitvoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking (1) op 31 oktober 1989 is ondertekend; Overwegende dat dit Protocol bepalingen bevat inzake de opname in de Overeenkomst van een specifieke vrijwaringsclausule ten einde de moeilijkheden die zouden kunnen rijzen in verband met de afschaffing van de uitvoerbeperkingen te ondervangen; dat de wijze van tenuitvoerlegging van die clausule dient te worden vastgesteld door wijziging van Verordening (EEG) nr. 2843/72 (2); Overwegende dat in artikel 7 van genoemde verordening trouwens is bepaald dat, ten einde te vermijden dat de eenheid van de gemeenschappelijke markt in gevaar wordt gebracht, de Commissie bij de Raad voorstellen indient voor wijzigingen van deze verordening, met name van artikel 4, lid 3, welke in het licht van de ervaring noodzakelijk mochten blijken; dat het, in het kader van de voltooiing van de interne markt in 1992, dienstig is de nationale vrij- waringsmaatregelen af te schaffen en ze te vervangen door communautaire maatregelen op de door de Raad in Besluit 87/373/EEG (3) vastgestelde wijze, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Enig artikel Verordening (EEG) nr. 2843/72 wordt als volgt gewijzigd: 1. in artikel 1, eerste alinea, worden de woorden "inzake de maatregelen bedoeld in de artikelen 23, 25 en 27 van de Overeenkomst" vervangen door: "inzake de maatregelen bedoeld in de artikelen 23, 25, 25 bis en 27 van de Overeenkomst"; 2. artikel 4 wordt als volgt gelezen: "Artikel 4 1. Indien uitzonderlijke omstandigheden een onmiddellijk ingrijpen vereisen in de gevallen bedoeld in de artikelen 25, 25 bis en 27 van de Overeenkomst, alsmede in het geval van steunmaatregelen bij de uitvoer die een rechtstreekse en onmiddellijke invloed op het handelsverkeer hebben, kunnen de in artikel 28, lid 3, onder e), van de Overeenkomst bedoelde beschermende maatregelen op de volgende wijze worden vastgesteld. 2. De Commissie wordt bijgestaan door een Comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. Het Comité komt bijeen op uitnodiging van de voorzitter. Deze verstrekt de Lid-Staten zo spoedig mogelijk alle dienstige inlichtingen. 3. Na raadpleging van het Comité kan de Commissie eigener beweging of op verzoek van een Lid-Staat passende maatregelen vaststellen. Het besluit van de Commissie wordt ter kennis gebracht van alle Lid- Staten. Het is onmiddellijk uitvoerbaar. 4. Indien een Lid-Staat om maatregelen van de Commissie heeft verzocht, neemt deze binnen vijf werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek een beslissing. 5. Iedere Lid-Staat kan het besluit van de Commissie binnen ten hoogste vijf werkdagen te rekenen vanaf de kennisgeving ervan aan de Raad voorleggen. De Raad kan binnen tien werkdagen te rekenen vanaf de aanhangigmaking met gekwalificeerde meerderheid een andersluidend besluit nemen."; 3. artikel 7 wordt geschrapt. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 5 maart 1990. Voor de Raad De Voorzitter G. COLLINS (1) PB nr. L 295 van 13. 10. 1989, blz. 9. (2) PB nr. L 301 van 31. 12. 1972, blz. 162. (3) PB nr. L 197 van 18. 7. 1987, blz. 33.