VERORDENING (EEG) Nr. 201/90 VAN DE RAAD van 22 januari 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2727/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen -
Publicatieblad Nr. L 022 van 27/01/1990 blz. 0007 - 0008
***** VERORDENING (EEG) Nr. 201/90 VAN DE RAAD van 22 januari 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2727/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43, Gezien het voorstel van de Commissie (1), Gezien het advies van het Europese Parlement (2), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3), Overwegende dat op grond van artikel 4 ter van Verordening (EEG) nr. 2727/75 (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3707/89 (5), het maximumbedrag van de extra medeverantwoordelijkheidsheffing aan het begin van het verkoopseizoen dient te worden betaald en dat in voorkomend geval gehele of gedeeltelijke terugbetaling daarvan kan plaatsvinden naar gelang van de definitief geconstateerde omvang van de oogst; Overwegende dat deze regeling gedurende een groot deel van het verkoopseizoen administratieve verwikkelingen met zich brengt; dat het derhalve dienstig is haar te vervangen door een regeling waarbij toepassing van de heffing tijdens hetzelfde verkoopseizoen gehandhaafd blijft, maar de genoemde complicaties kunnen worden voorkomen door de consequenties van de constatering van het produktieniveau tijdens een bepaald verkoopseizoen gedeeltelijk naar het volgende verkoopseizoen over te hevelen; dat dit doel kan worden bereikt door de vaststelling van een extra medeverantwoordelijkheidsheffing gelijk aan 1,5 % van de interventieprijs voor zachte broodtarwe die, na het eerste verkoopseizoen van toepassing, indien nodig wordt gecorrigeerd op basis van het percentage waarmede de produktie van het voorgaande verkoopseizoen de gegarandeerde maximumhoeveelheid overschrijdt; dat deze correctie er evenwel niet toe mag leiden dat voor het betrokken verkoopseizoen een extra medeverantwoordelijkheidsheffing van meer dan 3 % wordt vastgesteld, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Artikel 4 ter van Verordening (EEG) nr. 2727/75 wordt als volgt gewijzigd: 1. lid 2 wordt vervangen door: »2. Indien de graanproduktie in een bepaald verkoopseizoen de in lid 1 bedoelde gegarandeerde maximumhoeveelheid overschrijdt, is door de producenten een extra medeverantwoordelijkheidsheffing verschuldigd naar rato van de overschrijding, met een maximum van 3 %. Zij wordt vastgesteld op basis van de interventieprijs voor zachte broodtarwe die aan het begin van het betrokken verkoopseizoen geldt. De leden 1, 4, 6 en 7 van artikel 4 zijn van toepassing op deze extra heffing. Deze heffing wordt als volgt toegepast: - aan het begin van het verkoopseizoen wordt een forfaitaire heffing toegepast gelijk aan 1,5 % van de bovenbedoelde interventieprijs, - wanneer het overeenkomstig lid 4 geconstateerde percentage van overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheid verschilt van het percentage van de forfaitaire heffing, wordt de forfaitaire heffing voor het volgende verkoopseizoen naar boven of naar beneden gecorrigeerd met het verschil tussen beide percentages tot ten hoogste 1,5 %.". 2. in lid 4 worden de woorden »vóór 1 maart" vervangen door »in de maand februari". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing vanaf het verkoopseizoen 1990/1991. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 22 januari 1990. Voor de Raad De Voorzitter M. O'KENNEDY (1) PB nr. C 260 van 13. 10. 1989, blz. 4. (2) Advies uitgebracht op 19 januari 1990 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (3) Advies uitgebracht op 7 december 1989 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (4) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1. (5) PB nr. L 363 van 13. 12. 1989, blz. 1.