Richtlijn 90/120/EEG van de Raad van 5 maart 1990 tot wijziging van Richtlijn 88/407/EEG tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in diepgevroren sperma van runderen en de invoer daarvan
Publicatieblad Nr. L 071 van 17/03/1990 blz. 0037 - 0039
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 32 blz. 0086
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 32 blz. 0086
***** RICHTLIJN VAN DE RAAD van 5 maart 1990 tot wijziging van Richtlijn 88/407/EEG tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in diepgevroren sperma van runderen en de invoer daarvan (90/120/EEG) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43, Gelet op Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in diepgevroren sperma van runderen en de invoer daarvan (1), inzonderheid op artikel 18, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat naar luid van artikel 21 van voornoemde richtlijn de Lid-Staten uiterlijk op 1 januari 1990 aan die richtlijn moeten voldoen; Overwegende dat, ten einde de daadwerkelijke uitvoering van die richtlijn mogelijk te maken, bepaalde wijzigingen dienen te worden aangebracht in de bijlage om rekening te houden met de ontwikkeling van de situatie, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 88/407/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. In bijlage B, hoofdstuk II, punt 1: a) wordt punt iii) aangevuld met: »de Lid-Staten behoeven evenwel tot en met 30 juni 1990 geen rekening te houden met de resultaten van deze test, op voorwaarde dat het sperma met negatief resultaat een test op de aanwezigheid van leukocyten heeft ondergaan. Lid-Staten die hiervoor kiezen, treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het sperma of embryo's daarvan niet in het intracommunautaire handelsverkeer worden gebracht;"; b) wordt punt iv) vervangen door: »iv) voor infectieuze bovine rhinotracheïtis of infectieuze pustuleuze vulvovaginitis, een serumneutralisatietest of een Elisa-test met negatief resultaat. Tot en met 31 december 1992: - hoeven dergelijke testen echter niet te worden uitgevoerd op stieren die reeds met positief resultaat een overeenkomstig de onderhavige richtlijn uitgevoerde serologische test hebben ondergaan, - mag evenwel vaccinatie tegen voornoemde ziekten plaatsvinden bij serumnegatieve stieren hetzij met één dosis van een temperatuurgevoelig levend vaccin dat intranasaal wordt toegediend hetzij twee doses van een geïnactiveerd vaccin met een tussentijd van minimaal drie en maximaal vier weken; daarvan moet de inenting worden herhaald met tussenpozen van maximaal zes maanden;"; c) wordt punt v) aangevuld met: »Stieren die niet worden gebruikt voor de produktie van sperma, kunnen echter worden vrijgesteld van de anti-lichamentest voor de opsporing van antigenen of van de kweekproef voor de »Campylobacter foetus"-infectie, met dien verstande dat deze dieren pas weer tot de produktie van sperma kunnen worden toegelaten na deze test of deze kweekproef met negatief resultaat te hebben ondergaan.". 2. Aan bijlage B, hoofdstuk II, punt 3, wordt de volgende alinea toegevoegd: »Tot en met 31 december 1992: - zijn deze bepalingen evenwel niet van toepassing op serumpositieve stieren die vóór hun eerste inenting overeenkomstig de onderhavige richtlijn in een inseminatiecentrum negatief hebben gereageerd op de serumneutralisatietest of de Elisa-test op infectieuze bovine rhinotracheïtis/infectieuze pustulaire vulvovaginitis (IBR/IPV); - moeten de in artikel 4, lid 1, tweede alinea, bedoelde serumpositieve stieren evenwel worden geïsoleerd, met dien verstande dat het sperma van deze dieren in het intracommunautaire handelsverkeer mag worden gebracht overeenkomstig de bepalingen betreffende de handel in sperma van dergelijke stieren in artikel 4, lid 1, tweede, derde, vierde en vijfde alinea.". 3. In bijlage C: a) worden in punt 1, letter b), onder ii), in het eerste streepje de woorden »voor de binnenkomst in het centrum" en in het tweede streepje de woorden »voor hun toelating tot het centrum" geschrapt; b) worden in punt 3, onder ii), na de woorden »zijn verzegeld" de woorden »en genummerd" toegevoegd. 4. In bijlage D wordt punt IV vervangen door de tekst die is opgenomen in de bijlage bij de onderhavige richtlijn. Artikel 2 De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 april 1990 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Artikel 3 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 5 maart 1990. Voor de Raad De Voorzitter J. WALSH (1) PB nr. L 194 van 22. 7. 1988, blz. 10. BIJLAGE »IV. Ondergetekende, dierenarts, verklaart dat: 1. het hierboven omschreven sperma werd verkregen, behandeld en opgeslagen overeenkomstig de in Richtlijn 88/407/EEG vastgestelde normen; 2. het hierboven omschreven sperma naar de plaats van inlading werd verzonden in een verzegelde container met nummer . . . en overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 88/407/EEG; 3. het hierboven omschreven sperma werd verzameld in een centrum waar alle stieren negatief hebben gereageerd op een serumneutralisatietest of een Elisa-test op infectieuze bovine rhinotracheïtis/infectieuze pustulaire vulvovaginitis (IBR/IVP) overeenkomstig Richtlijn 88/407/EEG (1); 4. het hierboven omschreven sperma afkomstig is van stieren: i) die negatief hebben gereageerd op een serumneutralisatietest of een Elisa-test op infectieuze bovine rhinotracheïtis/infectieuze pustulaire vulvovaginitis (IBR/IPV) overeenkomstig Richtlijn 88/407/EEG (1), of ii) die positief hebben gereageerd op de onder i) bedoelde test maar die reeds vóór de eerste inenting overeenkomstig de richtlijn in het inseminatiecentrum negatief op deze tests hadden gereageerd (1), of iii) die positief hebben gereageerd op een serumneutralisatietest of een Elisa-test op infectieuze bovine rhinotracheïtis/infectieuze pustulaire vulvovaginitis en niet zijn ingeënt overeenkomstig Richtlijn 88/407/EEG (1), en dat in dit geval het sperma afkomstig is van een zending die met negatief resultaat een onderzoek door inoculatie of de virusisolatietest (1) als bedoeld in artikel 4, lid 1, derde alinea, van Richtlijn 88/407/EEG heeft ondergaan in het laboratorium . . . (2); 5. het hierboven omschreven sperma afkomstig is van stieren: i) die niet tegen mond- en klauwzeer zijn ingeënt (1), of ii) die tegen mond- en klauwzeer zijn ingeënt overeenkomstig Richtlijn 88/407/EEG (1); en dat in dit geval het sperma afkomstig is/niet afkomstig is (1) van een winning waarvan ten hoogste 10 % van het sperma dat is gewonnen met het oog op het handelsverkeer (minimaal vijf paillettes) met negatief resultaat werd onderworpen aan de virusisolatietest op mond- en klauwzeer in het laboratorium . . . (2). Gedaan te , (Handtekening) (Naam in drukletters) Stempel (1) Doorhalen wat niet van toepassing is. (2) Naam van het laboratorium dat is aangezien overeenkomstig artikel 4, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 88/407/EEG."