90/185/Euratom, EEG: Beschikking van de Commissie van 23 maart 1990 waarbij Griekenland wordt gemachtigd gebruik te maken van ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (Slechts de tekst in de Griekse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 099 van 19/04/1990 blz. 0039 - 0040
***** BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 23 maart 1990 waarbij Griekenland wordt gemachtigd gebruik te maken van ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (Slechts de tekst in de Griekse taal is authentiek) (90/185/Euratom, EEG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, Gelet op Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (1), inzonderheid op artikel 13, Overwegende dat Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2892/77 van de Raad van 19 december 1977 houdende toepassing voor de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde van het besluit van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de Lid-Staten door eigen middelen van de Gemeenschappen (2) sedert 31 december 1988 niet meer van toepassing is en dat de op grond van artikel 13 van deze verordening vastgestelde machtigingen met ingang van 1 januari 1989 moeten worden vernieuwd op grond van artikel 13 van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89; Overwegende dat, op grond van artikel 28, lid 3, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (3), hierna genoemd »Zesde Richtlijn", laatstelijk gewijzigd bij Besluit 84/386/EEG (4), de Lid-Staten bepaalde handelingen kunnen blijven vrijstellen of belasten en dat deze handelingen in aanmerking moeten worden genomen voor de vaststelling van de grondslag van de BTW-middelen; Overwegende dat, met het oog op de toepassing van artikel 28, lid 3, van de Zesde Richtlijn, punt 2, onder b), van Afdeling II (Belastingen) van bijlage VIII van de Akte van Toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen (5) Griekenland de mogelijkheid biedt bepaalde in bijlage F van de Zesde Richtlijn gespecificeerde handelingen vrij te stellen; Overwegende dat een precieze berekening van de grondslag voor Griekenland administratieve kosten kan meebrengen die niet meer in verhouding staan tot het aandeel van de betrokken handelingen in de totale grondslag van de BTW-middelen van deze Lid-Staat en dat Griekenland aan de hand van ramingen een berekening kan uitvoeren voor de in bijlage F van de Zesde Richtlijn genoemde categorieën handelingen; dat deze Lid-Staat derhalve dient te worden gemachtigd de BTW-grondslag te berekenen aan de hand van ramingen; Overwegende dat het Raadgevend Comité voor de eigen middelen het verslag waarin de adviezen van zijn leden over de onderhavige beschikking zijn neergelegd, heeft goedgekeurd, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde vanaf 1 januari 1989 wordt Griekenland gemachtigd de grondslag betreffende de volgende categorieën handelingen, bedoeld in bijlage F van de Zesde Richtlijn, te berekenen aan de hand van ramingen: 1. diensten van advocaten en andere beoefenaars van vrije beroepen (bijlage F, ex punt 2); 2. diensten van dierenartsen in verband met de verzorging van dieren (bijlage F, punt 9); 3. waterdistributie door publiekrechtelijke diensten (bijlage F, punt 12); 4. leveringen van de in artikel 4, lid 3, van de Zesde Richtlijn bedoelde gebouwen en terreinen (bijlage F, punt 16); 5. levering, verbouwing, reparatie, onderhoud, bevrachting en verhuur van luchtvaartuigen die worden gebruikt door staatsinstellingen (inclusief voorwerpen die met deze luchtvaartuigen vast verbonden zijn of voor hun exploitatie dienen) (bijlage F, punt 23); 6. levering, verbouwing, reparatie, onderhoud, bevrachting en verhuur van oorlogsschepen (bijlage F, punt 25). Artikel 2 Deze beschikking is gericht tot de Helleense Republiek. Gedaan te Brussel, 23 maart 1990. Voor de Commissie Peter SCHMIDHUBER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 155 van 7. 6. 1989, blz. 9. (2) PB nr. L 336 van 27. 12. 1977, blz. 8. (3) PB nr. L 145 van 13. 6. 1977, blz. 1. (4) PB nr. L 208 van 3. 9. 1984, blz. 58. (5) PB nr. L 291 van 19. 11. 1979, blz. 164.