31989R2332

VERORDENING (EEG) Nr. 2332/89 VAN DE RAAD van 18 juli 1989 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 -

Publicatieblad Nr. L 224 van 02/08/1989 blz. 0001 - 0009
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 5 Deel 4 blz. 0154
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 5 Deel 4 blz. 0154


VERORDENING ( EEG ) Nr . 2332/89 VAN DE RAAD van 18 juli 1989 tot wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening ( EEG ) nr. 1408/71

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 51 en 235,

Gezien het voorstel van de Commissie, opgesteld na raadpleging van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers ( 1 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal

Comité ( 3 ),

Overwegende dat een aantal wijzigingen dient te worden aangebracht in de Verordeningen ( EEG ) nr . 1408/71 en ( EEG ) nr . 574/72, als bijgewerkt bij Verordening ( EEG ) nr . 2001/83 ( 4 ) en laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1305/89 ( 5 ); dat een aantal van deze wijzigingen verband houdt met de wijzigingen die de Lid-Staten in hun sociale zekerheidswetgeving hebben aangebracht, terwijl een aantal andere wijzigingen een meer technisch karakter heeft en bestemd is om genoemde verordeningen te verbeteren dank zij de ervaring die bij de toepassing daarvan is opgedaan;

Overwegende dat de ondertekening van het Verdrag van

30 november 1979 betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden een wijziging van artikel 7, lid 2, onder a ), van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 noodzakelijk maakt;

Overwegende dat er een bepaling dient te worden vastgesteld op grond waarvan een Lid-Staat, wanneer zijn wetgeving voorziet in de mogelijkheid om wegens bepaalde feiten of omstandigheden over te gaan tot een verlenging van een bepaalde, aan de verzekerde gebeurtenis voorafgaande referentieperiode waarin met het oog op de erkenning van het recht op een prestatie een minimumverzekeringstijdvak moet zijn vervuld, voor bedoelde verlenging rekening kan houden

met feiten of omstandigheden die zich in een andere Lid-Staat hebben voorgedaan;

Overwegende dat er in artikel 33 van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 een bepaling dient te worden opgenomen die verduidelijkt hoe dit artikel moet worden toegepast in de gevallen als bedoeld in artikel 28 bis van die verordening;

Overwegende dat uit de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van artikel 57 van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 is gebleken dat er een lacune bestaat in de gevallen waarin aan de voorwaarden van geen enkele nationale wetgeving is voldaan bij de uitoefening van een werkzaamheid waardoor een andere beroepsziekte dan sclerogene pneumoconiosis kan ontstaan; dat in deze lacune dient te worden voorzien door de werkingssfeer van artikel 57, lid 3, onder a ) en b ), uit te breiden tot alle beroepsziekten; dat het derhalve noodzakelijk is artikel 60, lid 1, onder c ), en lid 2, en artikel 94, lid 8, van genoemde verordening te wijzigen;

Overwegende dat het ingevolge het arrest van het Hof van Justitie in zaak 377/85 ( Burchell ) noodzakelijk is gebleken een aantal wijzigingen aan te brengen in de artikelen 76 en 79 van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 om de toepassing van de communautaire anti-cumulatiebepalingen ook mogelijk te maken wanneer een in de hoofdstukken 7 en 8 van die verordening beoogde prestatie alleen uit hoofde van de nationale wetgeving verschuldigd is;

Overwegende dat de nationale bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens geen hinderpaal mogen vormen voor de toepassing van de Verordeningen ( EEG ) nr . 1408/71 en (EEG ) nr . 574/72; dat er een bepaling in Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 moet worden opgenomen ten einde vast te stellen welke wetgeving van toepassing is ingeval deze gegevens aan de autoriteiten of organen van een andere Lid-Staat worden meegedeeld;

Overwegende dat in bijlage III een bepaling van een tussen Portugal en het Verenigd Koninkrijk gesloten verdrag dient te worden opgenomen;

Overwegende dat is gebleken dat de redactie van punt 6 van de rubriek België in bijlage VI onvolledig is ten aanzien van de nagestreefde doelstelling; dat het derhalve noodzakelijk is daarin redactionele wijzigingen aan te brengen;

Overwegende dat punt 1 van de rubriek Griekenland in bijlage VI dient te worden geschrapt omdat deze bepaling overbodig is geworden sedert de verordeningen tot zelfstandigen zijn uitgebreid;

Overwegende dat de in de Nederlandse wetgeving aangebrachte wijzigingen betreffende de ziektekostenverzekering, de invaliditeitsverzekering en de ouderdomsverzekering

wijzigingen in bijlage VI noodzakelijk maken;

Overwegende dat de extensieve toepassing door Ierland en het Verenigd Koninkrijk van artikel 69 van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 de opneming van een bepaling in

bijlage VI van die verordening noodzakelijk maakt;

Overwegende dat in artikel 3 van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 een bepaling dient te worden opgenomen op grond waarvan beslissingen en andere documenten van een orgaan van een Lid-Staat direct ter kennis kunnen worden gebracht van personen die op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonen;

Overwegende dat de redenen die ten grondslag liggen aan de wijzigingen van de artikelen 76 en 79 van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 ook een wijziging van artikel 10 van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 noodzakelijk maken;

Overwegende dat het noodzakelijk is een aantal bepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 te wijzigen ten einde rekening te houden met de bij de onderhavige verordening in artikel 57 van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 aangebrachte wijzigingen;

Overwegende dat het noodzakelijk is een aantal wijzigingen in bijlage 2 van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 aan te brengen als gevolg van de wijzigingen in de benaming van het orgaan dat in België bevoegd is op het gebied van ouderdom-overlijden ( pensioenen ), het orgaan dat in Denemarken bevoegd is op het gebied van de werkloosheid, de organen die in Griekenland en in Luxemburg bevoegd zijn op het gebied van de gezinsbijslagen en het orgaan dat in Nederland bevoegd is op het gebied van werkloosheid en beroepsziekten;

Overwegende dat het noodzakelijk is een aantal wijzigingen in de bijlagen 3 en 4 van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 aan te brengen ten einde rekening te houden met de wijzigingen in de benaming van het orgaan van de woonplaats in België, van het orgaan van de woon - en verblijfplaats in Griekenland, in Luxemburg en in Nederland, alsmede van het verbindingsorgaan in België, in Denemarken, in Duitsland en in Luxemburg;

Overwegende dat het noodzakelijk is een aantal wijzigingen in bijlage 5 van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 aan te brengen ten einde rekening te houden met de overeenkomsten die op grond van artikel 36, lid 3, van Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 tussen Lid-Staten zijn gesloten;

Overwegende dat het noodzakelijk is bijlage 6 van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 te wijzigen ten einde rekening te houden met een wijziging in de procedure voor de betaling van uitkeringen in Duitsland;

Overwegende dat het noodzakelijk is bijlage 10 van Verordening ( EEG ) nr . 574/72 te wijzigen ten einde rekening te houden met de wijzigingen in de benaming van de door de bevoegde autoriteiten in Denemarken, in Duitsland, in

Frankrijk, in Luxemburg en in Nederland aangewezen organen en instellingen;

Overwegende dat het noodzakelijk is de rubriek Frankrijk in bijlage 11 van Verordening ( EEG ) nr . 574 /72 te schrappen ingevolge de wijzigingen die in de Franse wetgeving met betrekking tot het stelsel voor zelfstandigen zijn aangebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1 Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 wordt als volgt gewijzigd :

1 . de tekst van artikel 7, lid 2, onder a ), wordt vervangen door :

"a ) de Verdragen van 27 juli 1950 en 30 november 1979 betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden;'';

2 . het volgende artikel wordt ingevoegd :

"Artikel 9 bis

Verlenging van de referentieperiode

Indien de wetgeving van een Lid-Staat de erkenning van het recht op een prestatie afhankelijk stelt van de vervulling van een minimum-verzekeringstijdvak gedurende een bepaalde periode voorafgaand aan de verzekerde gebeurtenis ( referentieperiode ) en wanneer in deze wetgeving wordt bepaald dat de bedoelde referentieperiode wordt verlengd met tijdvakken waarin uit hoofde van de wetgeving van die Lid-Staat uitkeringen zijn verleend of door tijdvakken die op het grondgebied van die Lid-Staat aan de opvoeding van kinderen werden gewijd, dan wordt de bedoelde referentieperiode

eveneens verlengd met tijdvakken waarin uit hoofde van de wetgeving van een andere Lid-Staat invaliditeits - of ouderdomspensioenen, of prestaties wegens ziekte, werkloosheid of arbeidsongevallen ( met uitzondering van renten ) zijn verleend en met tijdvakken die op het grondgebied van een andere Lid-Staat aan de opvoeding van kinderen werden gewijd .'';

3 . in artikel 33 wordt de bestaande tekst lid 1 en wordt het volgende lid toegevoegd :

"2 . Wanneer de pensioen - of rentetrekker in de in artikel 28 bis bedoelde gevallen krachtens de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij woont, uit hoofde van zijn woonplaats aldaar, premies of soortgelijke inhoudingen verschuldigd is voor de dekking van de kosten van prestaties wegens ziekte of moederschap, zijn deze niet invorderbaar .'';

4 . artikel 57 wordt vervangen door :

"Artikel 57

Prestaties wegens beroepsziekte als betrokkene op het grondgebied van verschillende Lid-Staten aan hetzelfde gevaar was blootgesteld

1 . Wanneer iemand die door een beroepsziekte is getroffen, onder de wetgeving van twee of meer Lid -

Staten dusdanig werkzaamheden heeft verricht dat deze ziekte daardoor kan zijn ontstaan, worden de prestaties waarop de getroffene of zijn nagelaten betrekkingen aanspraak kunnen maken, uitsluitend toegekend op grond van de in de laatste van deze Staten bestaande wetgeving waarvan de voorwaarden zijn vervuld, eventueel met inachtneming van de leden 2 tot en met 5 .

2 . Indien de toekenning van prestaties wegens beroepsziekte op grond van de wetgeving van een Lid-Staat afhankelijk is van de voorwaarde dat de betrokken ziekte het eerst op het grondgebied van die Staat medisch is vastgesteld, wordt deze voorwaarde geacht te zijn vervuld wanneer genoemde ziekte het eerst op het grondgebied van een andere Lid-Staat is vastgesteld .

3 . Indien de toekenning van prestaties wegens beroepsziekte op grond van de wetgeving van een Lid-Staat afhankelijk is van de voorwaarde dat de betrokken ziekte is vastgesteld binnen een bepaalde termijn na beëindiging van de laatste werkzaamheden waardoor een dergelijke ziekte kon ontstaan, houdt het bevoegde orgaan van die Staat, wanneer het nagaat op welk tijdstip die laatste werkzaamheden werden verricht, voor zover nodig rekening met gelijksoortige werkzaamheden welke onder de wetgeving van andere Lid-Staten zijn verricht, alsof zij onder de wetgeving van eerstbedoelde Staat waren verricht .

4 . Indien de toekenning van prestaties wegens beroepsziekte op grond van de wetgeving van een Lid-Staat afhankelijk is van de voorwaarde dat gedurende een bepaalde tijd werkzaamheden werden verricht waardoor de betrokken ziekte kon ontstaan, houdt het bevoegde orgaan van die Staat voor zover nodig rekening met de tijdvakken waarin dergelijke werkzaamheden onder de wetgeving van andere Lid-Staten werden verricht, alsof zij onder de wetgeving van eerstgenoemde Staat waren verricht .

5 . In geval van sclerogene pneumoconiosis worden de lasten van de uitkeringen, met inbegrip van de renten, omgeslagen over de bevoegde organen van de Lid-Staten op het grondgebied waarvan de getroffene werkzaamheden heeft verricht waardoor deze ziekte kon ontstaan . De omslag van deze kosten vindt plaats naar verhouding van de duur van de tijdvakken van ouderdomsverzekering of van de in artikel 45, lid 1, bedoelde tijdvakken van wonen, welke krachtens de wetgevingen van elk van die Staten zijn vervuld, tot de totale duur van de tijdvakken van ouderdomsverzekering of van wonen, welke op de datum van ingang van deze uitkeringen krachtens de wetgevingen van al deze Staten zijn vervuld .

6 . De Raad wijst, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen de beroepsziekten aan waarvoor het bepaalde in lid 5 eveneens geldt .'';

5 . in artikel 60 :

ii ) wordt in lid 1, onder c ), derde regel, in plaats van "artikel 57, lid 4'' gelezen "artikel 57, lid 6'';

ii ) wordt in lid 2, onder b ), vierde regel, in plaats

van "artikel 57, lid 3, sub c )'' gelezen "artikel 57, lid 5'';

6 . in artikel 76 :

ii ) worden in de tweede regel van de titel na de woorden "gezins- of kinderbijslagen'' de volgende woorden ingelast : "enkel krachtens de nationale wetgeving of'';

ii ) worden aan het begin van de eerste regel van de tekst van het artikel na de woorden "Het recht op'' de volgende woorden ingelast : "enkel krachtens de nationale wetgeving of'';

7 . in artikel 79, lid 3, eerste regel, worden na de woorden "op de bijslagen, verschuldigd'' de volgende woorden ingelast : "enkel krachtens de nationale wetgeving of'';

8 . aan artikel 84 wordt het volgende lid toegevoegd :

"5 . a ) Indien de autoriteiten of organen van een Lid-Staat op grond van deze verordening of van de in artikel 98 bedoelde toepassingsverordening persoonsgegevens aan de autoriteiten of organen van een andere Lid-Staat mededelen, is deze mededeling onderworpen aan de wettelijke bepalingen inzake gegevensbescherming van de Lid-Staat die de gegevens verstrekt .

Voor iedere volgende mededeling, alsmede voor de opslag, wijziging en vernietiging van de gegevens gelden de wettelijke bepalingen inzake gegevensbescherming van de Lid-Staat die de gegevens ontvangt .

b ) Het gebruik van de persoonsgegevens voor andere dan sociale zekerheidsdoeleinden is alleen mogelijk met goedkeuring van de betrokkene of overeenkomstig de andere in de nationale wetgeving neergelegde garanties .'';

9 . in artikel 94, lid 8, eerste en tweede regel, wordt in plaats van "artikel 57, lid 3, sub c )'' gelezen "artikel 57, lid 5'';

10 . in bijlage III, afdeling A, wordt de huidige tekst van de rubriek Portugal-Verenigd Koninkrijk als volgt gewijzigd :

ii ) de huidige tekst wordt letter a );

ii ) de volgende letter wordt toegevoegd :

"b ) Ten aanzien van de Portugese werknemers en zelfstandigen en voor de periode van 22 oktober 1987 tot het einde van de overgangsperiode als bedoeld in artikel 220, lid 1, van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal : artikel 26 van het Verdrag inzake sociale zekerheid van 15 november 1978, zoals gewijzigd bij de briefwisseling van 28 september 1987 .'';

11 . bijlage VI wordt als volgt gewijzigd :

a ) in de rubriek België wordt punt 6 vervangen door :

"6 . Om vast te stellen of is voldaan aan de voorwaarden die de Belgische wetgeving aan de

verkrijging van het recht op werkloosheidsuitkeringen verbindt, worden alleen de arbeidsdagen in loondienst in aanmerking genomen; de in de zin van genoemde wetgeving gelijkgestelde dagen worden echter in aanmerking genomen voor zover de daaraan voorafgaande dagen arbeidsdagen in loondienst waren .'';

b ) in de rubriek Griekenland:

ii ) wordt punt 1 geschrapt;

ii ) worden de punten 2 en 3 respectievelijk de punten 1 en 2;

c ) in de rubriek Ierland wordt het volgende punt toegevoegd :

"9 . Een werkloze die naar Ierland terugkeert na het verstrijken van de periode van drie maanden waarin hij op grond van artikel 69, lid 1, van de verordening een werkloosheidsuitkering is blijven ontvangen krachtens de Ierse wetgeving, kan ondanks het bepaalde in artikel 69, lid 2, aanspraak op een werkloosheidsuitkering maken als hij voldoet aan de in de genoemde wetgeving gestelde voorwaarden .'';

d) in de rubriek Nederland :

iii ) wordt punt 1 als volgt gelezen :

"1 . Ziektekostenverzekering

a ) Wat betreft het recht op verstrekkingen krachtens de Nederlandse wetgeving, wordt voor de toepassing van hoofdstuk 1 van titel III onder rechthebbende op verstrekkingen verstaan degene die verzekerd dan wel medeverzekerd is krachtens de in de Ziekenfondswet geregelde verzekering .

b )

Degene die in het genot is van een ouderdomspensioen krachtens de Nederlandse wetgeving en van een ouderdomspensioen krachtens de wetgeving van een andere Lid-Staat wordt voor de toepassing van artikel 27 van de verordening geacht recht te hebben op verstrekkingen krachtens de Nederlandse wetgeving indien hij op het tijdstip waarop dat artikel op hem van toepassing wordt, voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de standaardverzekering als bedoeld in artikel 2, lid 1, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen .

c )

Voor de toepassing van de artikelen 27 tot en met 34 van de verordening worden met pensioenen, verschuldigd krachtens de wettelijke regelingen genoemd onder letter b ) ( invaliditeit ) respectievelijk c ) ( ouderdom ) van de verklaring van het Koninkrijk der Nederlanden als bedoeld in artikel 5 van de verordening, gelijkgesteld :

- pensioenen ingevolge de wet van 6 januari 1966 ( Staatsblad 6 ) houdende nieuwe regeling van de pensioenen van de burgerlijke ambtenaren en hun nabestaanden ( Algemene burgerlijke pensioenwet ),

- pensioenen ingevolge de wet van 6 oktober 1966 ( Staatsblad 445 ) houdende nieuwe regeling van de pensioenen van militairen en hun nabestaanden ( Algemene militaire pensioenwet ),

- pensioenen ingevolge de wet van

15 februari 1967 ( Staatsblad 138 ) houdende nieuwe regeling van de pensioenen van de personeelsleden van de NV Nederlandse Spoorwegen en hun nabestaanden ( Spoorwegpensioenwet ),

- pensioenen ingevolge het Reglement dienstvoorwaarden Nederlandse Spoorwegen ( RDV 1964 NS ),

- uitkeringen die bij pensionering vóór de 65-jarige leeftijd worden verstrekt ingevolge een pensioenregeling die de verzorging van de werknemers en gewezen werknemers bij ouderdom ten doel heeft .'';

iii ) wordt punt 2 vervangen door :

"2 . Toepassing van de Nederlandse Algemene Ouderdomswet ( AOW )

a ) De korting als bedoeld in artikel 13,

lid 1, van de Algemene Ouderdomswet wordt niet toegepast voor kalenderjaren of delen van kalenderjaren welke vóór 1 januari 1957 zijn gelegen en gedurende welke de rechthebbende die niet voldoet aan de voorwaarden op grond waarvan deze jaren kunnen worden gelijkgesteld met tijdvakken van verzekering, tussen zijn 15e en 65e jaar in Nederland heeft gewoond of gedurende welke hij, op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonende, in Nederland arbeid heeft verricht in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever .

In afwijking van artikel 7 van de Algemene Ouderdomswet komt voor de gelijkstelling ook in aanmerking de rechthebbende die uitsluitend vóór 1 januari 1957 overeenkomstig de bovenvermelde bepalingen in Nederland heeft gewoond of gewerkt .

b ) De korting bedoeld in artikel 13, lid 1, van de Algemene Ouderdomswet wordt evenmin toegepast voor kalenderjaren of delen van kalenderjaren welke vóór 2 augustus 1989 zijn gelegen en gedurende welke een gehuwde of gehuwd geweest zijnde vrouw tussen haar 15e en

65e jaar, wonende op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan Nederland, niet ingevolge genoemde wet verzekerd was, voor zover het kalenderjaren of delen van kalenderjaren betreft die samenvallen met verzekeringstijdvakken die door haar echtgenoot krachtens bedoelde wet zijn vervuld, dan wel met kalenderjaren of delen van kalenderjaren die in aanmerking moeten worden genomen krachtens het bepaalde onder a ).

De hierboven bedoelde vrouw wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 7 van de Algemene Ouderdomswet als rechthebbende aangemerkt .

c ) De korting bedoeld in artikel 13, lid 2, van de Algemene Ouderdomswet wordt niet toegepast voor kalenderjaren of delen van kalenderjaren welke vóór 1 januari 1957 zijn gelegen en gedurende welke de echtgenote van de rechthebbende, die niet voldoet aan de voorwaarden op grond waarvan deze jaren kunnen worden gelijkgesteld met tijdvakken van verzekering, tussen haar 15e en 65e jaar in Nederland heeft gewoond of gedurende welke zij, op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonende, in Nederland arbeid heeft verricht in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever .

d ) De korting als bedoeld in artikel 13, lid 2, van de Algemene Ouderdomswet wordt evenmin toegepast voor kalenderjaren of delen van kalenderjaren welke vóór 2 augustus 1989 zijn gelegen en gedurende welke de echtgenote van de rechthebbende tussen haar 15e en 65e jaar in een andere Lid-Staat dan Nederland heeft gewoond en niet ingevolge genoemde wet verzekerd was, voor zover het kalenderjaren of delen van kalenderjaren betreft die samenvallen met verzekeringstijdvakken die door haar echtgenoot krachtens bedoelde wet zijn vervuld dan wel met kalenderjaren of delen van kalenderjaren die in aanmerking moeten worden genomen krachtens het bepaalde onder a ).

e )

Het bepaalde onder a ), b ), c ) en d ) geldt alleen indien de rechthebbende na het bereiken van de 59-jarige leeftijd gedurende zes jaren op het grondgebied van een of meer Lid-Staten heeft gewoond en zolang hij op het grondgebied van één dezer Lid-Staten woont .

f )

In afwijking van artikel 45, lid 1, van de Algemene Ouderdomswet en artikel 47, lid 1, van de Algemene Weduwen - en Wezenwet bestaat voor de in een andere Lid-Staat dan Nederland wonende huwelijkspartner van een krachtens ge -

noemde wetten verplicht verzekerde werknemer of zelfstandige de mogelijkheid om zich ingevolge die wetten vrijwillig te verzekeren, echter uitsluitend over tijdvakken welke na 2 augustus 1989 zijn gelegen en gedurende welke de werknemer of zelfstandige krachtens genoemde wetten verplicht verzekerd is/is geweest . Deze mogelijkheid vervalt met ingang van de dag waarop de verplichte verzekering van de werknemer of zelfstandige eindigt .

Bedoelde mogelijkheid vervalt evenwel niet wanneer de verplichte verzekering van de werknemer of zelfstandige geëindigd is ten gevolge van diens overlijden en aan zijn weduwe uitsluitend een pensioen ingevolge de Algemene Weduwen - en Wezenwet is toegekend .

De mogelijkheid om vrijwillig verzekerd te blijven, eindigt in ieder geval op de dag waarop de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt .

De voor bedoelde vrijwillige verzekering te betalen premie wordt voor de huwelijkspartner van een werknemer of zelfstandige die verplicht verzekerd is ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen - en Wezenwet, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen voor de vaststelling van de premie voor de verplichte verzekering ingevolge deze wetten, met dien verstande dat zijn/haar inkomen wordt geacht in Nederland te zijn genoten .

Voor de huwelijkspartner van een werknemer of zelfstandige die op of na 2 augustus 1989 verplicht verzekerd is geworden, wordt de premie vastgesteld overeenkomstig de bepalingen voor de vaststelling van de premie voor de vrijwillige verzekering ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen - en Wezenwet .

g )

Van de onder f ) bedoelde mogelijkheid kan slechts gebruik worden gemaakt indien de huwelijkspartner van de werknemer of zelfstandige uiterlijk één jaar na de aanvang van diens verplichte verzekering aan de Sociale Verzekeringsbank te kennen geeft aan de vrijwillige verzekering te willen deelnemen .

Voor huwelijkspartners van werknemers of zelfstandigen die op 2 augustus 1989 of direct voorafgaande aan die datum verplicht verzekerd waren, vangt de termijn van één jaar aan op 2 augustus 1989 .

h )

Het bepaalde onder a ), b ), c ) en d ) geldt niet voor tijdvakken welke samenvallen

met tijdvakken die in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van pensioenrechten ingevolge de ouderdomspensioenregeling van een andere Lid-Staat dan Nederland en evenmin voor tijdvakken gedurende welke de betrokkene ingevolge zo'n regeling een pensioen ontving .'';

iii ) aan punt 4 wordt de volgende letter toegevoegd :

"c ) Bij de vaststelling van de Nederlandse invaliditeitsuitkering overeenkomstig artikel 40, lid 1, van de verordening wordt door de Nederlandse organen geen rekening gehouden met de eventueel krachtens de Toeslagenwet aan de uitkeringsgerechtigde toe te kennen toeslag . Het recht op deze toeslag en de hoogte ervan worden uitsluitend vastgesteld aan de hand van de bepalingen van de Toeslagenwet .'';

e ) aan de rubriek Verenigd Koninkrijk wordt het volgende punt toegevoegd :

"16 . Een werkloze die na het verstrijken van de periode van drie maanden waarin hij op grond van artikel 69, lid 1, van de verordening een werkloosheidsuitkering krachtens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk is blijven ontvangen, kan ondanks artikel 69, lid 2, aanspraak op een werkloosheidsuitkering maken als hij voldoet aan de in de genoemde wetgeving gestelde voorwaarden .''.

Artikel 2 Verordening ( EEG ) nr . 574/72 wordt als volgt gewijzigd :

1. aan artikel 3 wordt het volgende lid toegevoegd :

"3 . Beslissingen en andere documenten afkomstig van een orgaan van een Lid-Staat en bestemd voor personen die op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonen of verblijven, mogen rechtstreeks per aangetekende zending met ontvangstbevestiging aan hen worden medegedeeld .'';

2 . in artikel 10, lid 1 :

ii ) wordt onder a ), voorlaatste regel, na de woorden "bijslag verschuldigd is'' de volgende zinsnede ingelast : "enkel krachtens de nationale wetgeving of'';

ii ) wordt in letter b ):

onder i ), eerste en vierde regel, na het woord "verschuldigd'' de volgende zinsnede ingelast : "enkel krachtens de nationale wetgeving of'';

onder ii ), eerste en vierde regel, na het woord "verschuldigd'' de volgende zinsnede ingelast : "enkel krachtens de nationale wetgeving of'';

3 . in artikel 67, lid 3, zesde en zevende regel, wordt in plaats van "rekening houdende met artikel 57, lid 2 en lid 3, sub a ) en b )'' gelezen "rekening houdende met artikel 57, leden 2, 3 en 4'';

4 . in artikel 68, lid 2, tweede en derde regel, wordt in de plaats van "met inachtneming van artikel 57, lid 2 en

lid 3, sub a ) en b )'' gelezen "met inachtneming van artikel 57, leden 2, 3 en 4'';

5 . in artikel 69 wordt de inleidende zin vervangen door :

"Voor de toepassing van artikel 57, lid 5, van de verordening gelden de volgende regels :'';

6 . bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd :

a ) in de rubriek België wordt in de rechterkolom van punt 3 in plaats van "Rijksdienst voor werknemers -

pensioenen, Brussel'' gelezen "Rijksdienst voor penpensioenen, Brussel'' gelezen "Rijksdienst voor pensioenen, Brussel'';

b ) in de rubriek Denemarken, onder f ), wordt de tekst in de rechterkolom als volgt gelezen : "Direktoratet for Arbejdsloeshedsforsikringen ( Nationaal bureau voor de werkloosheidsverzekering ), Koebenhavn'';

c ) in de rubriek Griekenland wordt in punt 5 de volgende tekst toegevoegd :

"iii ) voor zeelieden

Estia Naftikon, Peiraias ( Huis der Zeelieden, Piraeus )'';

d ) in de rubriek Luxemburg wordt punt 5 als volgt gelezen :

"5 . Gezinsbijslagen

Caisse nationale des prestations familiales ( Nationaal fonds voor gezinsbijslagen ), Luxembourg'';

e ) in de rubriek Nederland :

ii ) wordt punt 4 vervangen door :

"4 . Werkloosheid

Bedrijfsvereniging waarbij

de werkgever van de verze -

kerde is aangesloten'';

ii ) wordt punt 6 als volgt gewijzigd :

- in de eerste en derde regel van de linkerkolom wordt "artikel 57, lid 3'' respectievelijk "artikel 57, lid 3, sub c )'' vervangen door "artikel 57, lid 5'';

- onder b ) wordt de tekst in de rechterkolom als volgt gelezen : "Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging, Amsterdam'';

7 . bijlage 3 wordt als volgt gewijzigd :

a ) in de rubriek België wordt in de rechterkolom van afdeling I, punt 3, in plaats van "Rijksdienst voor werknemerspensioenen, Brussel'' gelezen "Rijksdienst voor pensioenen, Brussel'';

b ) in de rubriek Duitsland :

ii ) wordt punt 1, onder c ), geschrapt;

ii ) wordt in de rechterkolom van punt 2, onder b ), "Bonn'' vervangen door "St . Augustin'';

c ) in de rubriek Griekenland wordt punt 3 geschrapt;

d ) in de rubriek Luxemburg wordt punt 5 vervangen door :

"5 . Gezinsbijslagen

Caisse nationale des prestations familiales ( Nationaal fonds voor gezinsbijslagen ), Luxembourg'';

e ) in de rubriek Nederland wordt punt 4 als volgt gelezen :

"4 . Werkloosheid

Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging, Amsterdam'';

8 . bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd :

a ) in de rubriek België, punt 3 :

ii ) wordt in de rechterkolom onder a ) in plaats van "Rijksdienst voor werknemerspensioenen, Brussel'' gelezen "Rijksdienst voor pensioenen, Brussel'';

ii ) wordt de tekst in de rechterkolom onder b ) als volgt gelezen : "Rijksdienst voor pensioenen, Brussel'';

b )

in de rubriek Denemarken wordt de tekst in de rechterkolom van punt 8 als volgt gelezen : "Direktoratet for Arbejdsloeshedsforsikringen ( Nationaal bureau voor de werkloosheidsverzekering ), Koebenhavn'';

c )

in de rubriek Duitsland wordt in de rechterkolom van punt 2 "Bonn'' vervangen door "St . Augus -

tin'';

d )

in de rubriek Luxemburg wordt punt 5 als volgt gelezen :

"5 . Gezinsbijslagen

Caisse nationale des prestations familiales ( Nationaal fonds voor gezinsbijslagen ), Luxembourg'';

9 . bijlage 5 wordt als volgt gewijzigd :

a ) aan de rubriek België-Italië wordt de volgende letter toegevoegd :

"e ) Briefwisseling van 13 november 1985 en van 29 januari 1986 betreffende de betaling van voorschotten op wederzijdse schuldvorderingen krachtens artikel 93 van de toepassingsverordening .'';

b )

in de rubriek België-Nederland wordt de tekst

onder c ) vervangen door :

"c ) Akkoord van 24 december 1980 inzake de verzekering voor geneeskundige verzorging, zoals gewijzigd .'';

c )

in de rubriek Duitsland-Italië wordt de tekst onder a ) vervangen door :

"a ) Artikel 14, artikel 17 lid 1, de artikelen 18 en 42, artikel 45, lid 1, en artikel 46 van de Administratieve Regeling van 6 december 1953 betreffende de uitvoering van het Verdrag van 5 mei 1953 ( betaling van pensioenen en renten ).'';

d )

de rubriek Frankrijk-Italië wordt als volgt gewijzigd :

ii ) de huidige tekst wordt letter a );

ii ) de volgende letter wordt toegevoegd :

"b ) Briefwisseling van 27 december 1988 en 14 maart 1989 betreffende de wijze van vereffening van de wederzijdse schuldvorderingen krachtens artikel 93 van de toepassingsverordening.'';

e )

de rubriek Ierland-Nederland wordt als volgt gewijzigd :

ii ) de huidige tekst wordt letter a );

ii ) de volgende letter wordt toegevoegd :

"b ) Briefwisseling van 22 april en 27 juli 1987 betreffende artikel 70, lid 3, van de verordening ( het afzien van de vergoeding van uitkeringen verleend krachtens artikel 69 van de verordening ) en artikel 105, lid 2, van de toepassingsverordening ( het afzien van de vergoeding van de kosten van administratieve en medische controle als bedoeld in artikel 105 van de toepassingsverordening ).'';

f )

de rubriek Nederland-Portugal wordt als volgt gewijzigd :

ii ) de huidige tekst wordt letter a );

ii ) de volgende letter wordt toegevoegd;

"b ) Akkoord van 11 december 1987 betreffende de vergoeding van verstrekkingen bij ziekte en moederschap;'';

g )

in de rubriek Nederland-Verenigd Koninkrijk :

iii ) wordt letter c ) geschrapt;

iii ) wordt letter d ) letter c );

iii ) wordt de volgende nieuwe letter toegevoegd :

"d ) Briefwisseling van 25 april en 26 mei 1986 betreffende artikel 36, lid 3, van de verordening ( de vergoeding of het afzien van de vergoeding van de uitgaven voor verstrekkingen ).'';

10 . in bijlage 6 wordt punt 1 van de rubriek Duitsland als volgt gewijzigd :

iii ) de tekst onder a ) wordt vervangen door :

"a ) in de betrekkingen met België, Denemarken, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland,

Italië, Luxem -

burg, Portugal en het Verenigd Koninkrijk :

Rechtstreekse betaling .'';

iii ) de tekst onder b ) wordt geschrapt;

iii) letter c ) wordt letter b );

11 . bijlage 10 wordt als volgt gewijzigd :

a ) in de rubriek Denemarken wordt de tekst in de rechterkolom van de punten 5, 6, onder b ), en 7, onder b ), vervangen door : "Direktoratet for Arbejdsloeshedsforsikringen ( Nationaal bureau voor de werkloosheidsverzekering ), Koebenhavn'';

b ) in de rubriek Duitsland wordt "Bonn'' in de rechterkolom van de punten 8, onder a ), en 9, onder b ), ii ), vervangen door "St . Augustin'';

c ) in de rubriek Frankrijk wordt in punt 5, onder ii ), "Ministère de l'agriculture ( Ministerie van Landbouw ), Paris'' vervangen door "Direction régionale de l'agriculture et de la forêt - Service régional de l'inspection du travail, de l'emploi et de la politique sociale agricole ( Regionale directie voor de land - en bosbouw - Regionale dienst arbeidsinspectie, werkgelegenheid en sociale politiek in de landbouwsector ), Paris'';

d ) in de rubriek Luxemburg :

ii ) wordt de tekst van punt 7, onder b ), vervangen door :

"Gezinsbijslagen

Caisse nationale des prestations familiales ( Nationaal fonds voor gezinsbijslagen ), Luxembourg'';

ii ) wordt de tekst in de rechterkolom van punt 8, onder d ), vervangen door : "Caisse nationale des prestations familiales ( Nationaal fonds voor gezinsbijslagen ), Luxembourg'';

e ) in punt 1 van de rubriek Nederland wordt in de eerste en tweede regel van de linkerkolom in plaats van "van artikel 11, lid 1, van artikel 11 bis, lid 1'' gelezen "van artikel 11, leden 1 en 2, van artikel 11 bis, leden 1 en 2'';

12 . in bijlage 11 wordt de tekst van de rubriek "Frankrijk'' vervangen door "Geen ''.

Artikel 3 1 . Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

2 . Artikel 1, punt 1, is van toepassing met ingang van

1 december 1987 .

3 . Artikel 1, punt 2, is van toepassing met ingang van

1 januari 1984 .

4 . Artikel 1, punt 10, is van toepassing met ingang van

22 oktober 1987 .

5 . Artikel 1, punt 11, onder b ), is van toepassing met ingang van 1 juli 1982 .

6 . Artikel 1, punt 11, letter d ), onder i ), is van toepassing met ingang van 1 april 1986 .

7 . Artikel 1, punt 11, letter d ), onder ii ), is van toepassing met ingang van 1 april 1985 .

8 . Artikel 2, punten 6, onder a ), 7, onder a ), en 8, onder a ), is van toepassing met ingang van 1 april 1987 .

9 . Artikel 2, punten 6, onder d ), 7, onder d ), 8, onder d ), en 11, onder d ), is van toepassing met ingang van 1 januari 1986 .

10 . Artikel 2, punt 6, letter e ), onder i ), en letter e ), onder ii ), tweede streepje, en artikel 2, punt 7, onder e ), zijn van toepassing met ingang van 1 januari 1987 .

11. Artikel 2, punt 9, onder a ), b ), d ), e ), f ) en g ), is van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van de daarin vermelde overeenkomsten .

12 . Artikel 2, punt 9, onder c), en punt 10, is van toepassing met ingang van 1 september 1988 .

13 . Artikel 2, punt 11, onder e ), is van toepassing met ingang van 1 januari 1988 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid -Staat .

Gedaan te Brussel, 18 juli 1989 .

Voor de Raad

De Voorzitter

R . DUMAS

( 1 ) PB nr . C 292 van 16 . 11 . 1988, blz . 7 .

( 2 ) PB nr . C 12 van 16 . 1 . 1989, blz . 365 .

( 3 ) PB nr . C 23 van 30 . 1 . 1989, blz . 49 .

( 4 ) PB nr . L 230 van 22 . 8 . 1983, blz. 6 .

( 5 ) PB nr . L 131 van 13 . 5 . 1989, blz . 1 .