VERORDENING (EEG) Nr. 1578/89 VAN DE RAAD van 5 juni 1989 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3950/88 houdende verdeling, voor 1989, van de vangstquota van de Gemeenschap in de wateren van Groenland -
Publicatieblad Nr. L 156 van 08/06/1989 blz. 0003 - 0003
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1578/89 VAN DE RAAD van 5 juni 1989 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3950/88 houdende verdeling, voor 1989, van de vangstquota van de Gemeenschap in de wateren van Groenland DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 170/83 van de Raad van 25 januari 1983 tot instelling van een communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden (1), gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, inzonderheid op artikel 11, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat in de Visserijovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de plaatselijke Regering van Groenland, anderzijds (2), en in het Protocol inzake de voorwaarden voor de uitoefening van de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de plaatselijke Regering van Groenland, anderzijds (3), de vangstquota van de Gemeenschap in de wateren van Groenland zijn vastgesteld; Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 3950/88 (4) bepaalde vangstquota in de wateren van Groenland worden verdeeld voor 1989; Overwegende dat de autoriteiten van de plaatselijke Regering van Groenland de Gemeenschap in een brief van 23 januari 1989 bovendien voor 1989 een quotum van het westelijk kabeljauwbestand hebben aangeboden; Overwegende dat de Gemeenschap, overeenkomstig artikel 8, lid 2, van voornoemde Visserijovereenkomst, het Groenlandse aanbod van aanvullende vangstmogelijkheden van 4 000 ton kabeljauw van het westelijke bestand van Groenland heeft aanvaard; Overwegende dat deze aanvaarding een aanpassing van de financiële compensatie inhoudt overeenkomstig artikel 3, lid 2, van voornoemd Protocol; Overwegende dat voor een doeltreffend beheer van de vangstmogelijkheden de beschikbare hoeveelheden over de Lid-Staten dienen te worden verdeeld door de vaststelling van quota overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 170/83, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De kolommen 1 tot en met 4 betreffende kabeljauw in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 3950/88 worden vervangen door: 1.2.3.4 // // // // // 1 // 2 // 3 // 4 // // // // // »Kabeljauw // NAFO 1 // 16 000 // Duitsland 12 320 // // // // Verenigd Koninkrijk 3 680 // // ICES XIV/V // 11 500 // Duitsland 10 000 // // // // Verenigd Koninkrijk 1 500" // // // // Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Luxemburg, 5 juni 1989. Voor de Raad De Voorzitter J. BARRIONUEVO PEÑA (1) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 1. (2) PB nr. L 29 van 1. 2. 1985, blz. 9. (3) PB nr. L 29 van 1. 2. 1985, blz. 14. (4) PB nr. L 352 van 21. 12. 1988, blz. 7.