31989R1460

VERORDENING (EEG) Nr. 1460/89 VAN DE COMMISSIE van 26 mei 1989 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 756/70 betreffende de steunverlening voor ondermelk, die tot caseïne en caseïnaten is verwerkt -

Publicatieblad Nr. L 144 van 27/05/1989 blz. 0032 - 0033


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1460/89 VAN DE COMMISSIE

van 26 mei 1989

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 756/70 betreffende de steunverlening voor ondermelk, die tot caseïne en caseïnaten is verwerkt

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 763/89 (2), inzonderheid op artikel 11, lid 3,

Overwegende dat op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 987/68 van de Raad van 15 juli 1968 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van steun voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten is verwerkt (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3554/88 (4), de verlening van de steun tot bepaalde vormen van verwerking van caseïne en caseïnaten kan worden beperkt, indien de marktsituatie zulks vereist; dat ter uitvoering van dit voorschrift in Verordening (EEG) nr. 756/70 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 353/89 (6), moet worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden de steun wordt verleend;

Overwegende dat men bij de toepassing van de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 756/70 heeft vastgesteld dat enige bepalingen voor verbetering vatbaar zijn; dat meer in het bijzonder moet worden voorgeschreven dat de zekerheid slechts kan worden gesteld in de Lid-Staat waarin de caseïne of de caseïnaten is of zijn vervaardigd en dat met inachtneming van een afdoende controle een vereenvoudiging van de vermeldingen op de tussenprodukten moet worden toegestaan; dat het voorts dienstig is enige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 569/88 van de Commissie (7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1045/89 (8), van toepassing te verklaren;

Overwegende dat krachtens artikel 259 van de Toetredingsakte Verordening (EEG) nr. 804/68 in de eerste overgangsetappe niet voor Portugal geldt; dat voor de toepassing van artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 756/70 de verzendingen naar die Lid-Staat derhalve met uitvoer moeten worden gelijkgesteld;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 756/70 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1, tweede alinea, wordt gelezen:

»De zekerheid wordt gesteld in de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de caseïne is, respectievelijk de caseïnaten zijn vervaardigd.";

b) aan lid 6 wordt de volgende alinea toegevoegd:

»Voor de toepassing van dit lid worden

- tussenprodukten, andere dan de in lid 5 omschreven mengsels, met eindprodukten gelijkgesteld;

- de onder hoofdstuk 4 van de gecombineerde nomenclatuur genoemde produkten, ongeacht hun verdere bestemming, als eindprodukten aangemerkt; de betrokken zekerheden worden dienovereenkomstig vrijgegeven of verbeurd.";

c) de volgende leden worden toegevoegd:

»7. In afwijking van bijlage IV, punt I, derde alinea, mogen de Lid-Staten bijzondere voorschriften vaststellen voor de vermeldingen die moeten worden aangebracht op de recipiënten en de verpakkingen van de tussenprodukten die in bedrijven die de in lid 5 genoemde verbintenis niet hebben aangegaan, worden vervaardigd.

De Lid-Staten die van deze afwijking gebruik maken, kunnen de bedrijven daartoe erkennen met inachtneming van de in lid 1, onder b), bedoelde controleverplichting. Deze controle heeft met name betrekking op de bereiding van de produkten en de verificatie van de boekhouding over de verwerkte hoeveelheden caseïne of caseïnaten, die door verwijzing naar de nummers van de vervaardigde partijen worden geïdentificeerd alsmede op de hoeveelheid en de samenstelling van de verkregen produkten.

Op de recipiënten en verpakkingen van de in het raam van dit lid vervaardigde produkten wordt een bijzondere vermelding aangebracht waardoor deze kunnen worden geïdentificeerd.

8. Voor naar Portugal verzonden produkten worden de zekerheden vrijgegeven overeenkomstig lid 3, eerste alinea.".

2. Artikel 4 bis wordt als volgt gewijzigd:

a) de derde alinea wordt geschrapt;

b) het inleidend zinsdeel van de vierde alinea komt te luiden:

»Bovendien wordt in vak 106 vermeld:".

3. Aan artikel 5 wordt de volgende alinea toegevoegd:

»De artikelen 6, 12 en 20 van Verordening (EEG) nr. 569/88 van de Commissie van 16 februari 1988 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van produkten uit interventie (*) zijn in het kader van de onderhavige verordening van toepassing.

(*) PB nr. L 55 van 1. 3. 1988, blz. 1.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 26 mei 1989.

Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.

(2) PB nr. L 84 van 29. 3. 1989, blz. 1.

(3) PB nr. L 169 van 18. 7. 1968, blz. 6.

(4) PB nr. L 311 van 17. 11. 1988, blz. 6.

(5) PB nr. L 91 van 25. 4. 1970, blz. 28.

(6) PB nr. L 42 van 14. 2. 1989, blz. 8.

(7) PB nr. L 55 van 1. 3. 1988, blz. 1.

(8) PB nr. L 111 van 22. 4. 1989, blz. 12.