89/77/EEG: Beschikking van de Commissie van 29 december 1988 tot machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 030 van 01/02/1989 blz. 0072 - 0074
***** BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 29 december 1988 tot machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek) (89/77/EEG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 88/380/EEG (2), en met name op artikel 15, leden 2, 3 en 7, Gezien het door de Bondsrepubliek Duitsland ingediende verzoek, Overwegende dat krachtens artikel 15, lid 1, van Richtlijn 70/457/EEG voor de handel in zaaizaad of pootgoed van rassen die in 1986 in ten minste een van de Lid-Staten officieel zijn toegelaten en die tevens voldoen aan de bepalingen van Richtlijn 70/457/EEG, na 31 december 1988 in de Gemeenschap geen enkele beperking ten aanzien van het ras meer geldt; Overwegende dat dit ook geldt voor zaaizaad van bepaalde landbouwgewassen van rassen die vóór 1 januari 1987 in Portugal officieel zijn toegelaten, op grond van Beschikking 89/78/EEG van de Commissie van 29 december 1988 tot vrijmaking van het handelsverkeer in zaaizaad van een aantal landbouwgewassen, tussen Portugal en andere Lid-Staten (3); Overwegende evenwel dat in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 70/457/EEG is bepaald dat in de in artikel 15, lid 3, vermelde gevallen de Lid-Staat die daarom verzoekt, kan worden gemachtigd de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen te verbieden; Overwegende dat de Bondsrepubliek Duitsland om een dergelijke machtiging heeft verzocht voor rassen van verschillende soorten, waaronder een aantal van de hierboven bedoelde, in Portugal officieel toegelaten rassen; Overwegende dat in Duitsland een officieel onderzoek heeft plaatsgevonden voor de rassen Ellire (Italiaans raaigras) en Aurora (Engels raaigras); Overwegende dat uit het onderzoek met betrekking tot het ras Ellire in de Bondsrepubliek Duitsland is gebleken dat volgens de nationale regels voor de toelating van rassen die daar in het kader van de huidige communautaire bepalingen gelden, dit ras niet onderscheidbaar is van een ander daar toegelaten ras (artikel 15, lid 3, onder a), eerste geval, van Richtlijn 70/457/EEG); Overwegende dat dit onderzoek twijfel heeft doen rijzen over de beoordeling van de onderscheidbaarheid in de Lid-Staat waar het ras is toegelaten in de zin van artikel 12 bis, lid 1, van Richtlijn 70/457/EEG; dat in deze zaak klaarheid moet worden geschapen; Overwegende dat het verzoek ten aanzien van het ras Aurora momenteel zorgvuldig wordt onderzocht door de Commissie; Overwegende dat de bestaande twijfels niet kunnen worden opgeheven en het onderzoek niet kan worden beëindigd binnen de in artikel 15, lid 1, van Richtlijn 70/457/EEG bepaalde termijn; Overwegende dat deze termijn voor de Bondsrepubliek Duitsland derhalve zodanig moet worden verlengd dat voor deze twee rassen volledige klaarheid kan worden geschapen en het onderzoek kan worden afgesloten (artikel 15, lid 7, van Richtlijn 70/457/EEG); Overwegende dat de betrokken haverrassen winterrassen zijn; dat de betrokken maïsrassen een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 350 hebben; dat algemeen bekend is dat winterrassen van haver en maïsrassen met een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 350 niet geschikt zijn om in de Bondsrepubliek Duitsland te worden geteeld (artikel 15, lid 3, onder c), tweede geval, van Richtlijn 70/457/EEG); Overwegende dat derhalve volledig moet worden voldaan aan het verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende deze rassen; Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 De Bondsrepubliek Duitsland wordt gemachtigd om op haar grondgebied de handel te verbieden in zaaizaad van de volgende in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van 1989 vermelde rassen: Granen 1. Avena sativa L. Kynon 2. Zea mays L. Adour 590 Adour 650 AE 664 Agus Agus LG 26-61 Airone Alba Alceo Alezan 4006 Alispot Ambo Ambra Appio Ascot Attila Bionica CA-867 CA-949 Capital Cargisun Carla Chicago Claudio Country Cres Dayton Dekalb XL 351 Derek Diana DK 250 DK 524 DK 528 Dorothy Egeo (Wx) Ennio Estrela Ettore Explorer G-4621 Freedom Frida (Wx) Fucedro G-4630 Funk's G 4449 G 4673 G 4733 G 4740 A Granja Help Indianapolis Jaguar Kathy Lambro Las Vegas LG 60 LG 61 LG 2771 Liberty Lico Loges Manlio Menfi Michelangelo Mikado Model Monteverde Morfeo (Wx) NC 6190 Neva New Orleans Nisida Nobel Noce Nova 2000 PGI-949 Primo Prisma G-4730 PX 610 Quetzal Remo Rocker G-4686 Ronodur Ronolac RX 9581 Sagittario SNH-731 SNH-741 Sparta Spazio Steve Tartaro Tchalco Tebe Tender Tirso Tohum Tony Urano Valbom Valeria Valeria PR-3540 Velox G-4579 Verax G-4754 Volga PR-3475 Artikel 2 De in artikel 1 bedoelde machtiging zal worden ingetrokken zodra wordt geconstateerd dat de voorwaarden voor de verlening ervan niet meer zijn vervuld. Artikel 3 De Bondsrepubliek Duitsland deelt de Commissie en de andere Lid-Staten mee vanaf welke datum en op welke wijze zij van de in artikel 1 bedoelde machtiging gebruik maakt. Artikel 4 Voor onderstaande rassen wordt de in artikel 15, lid 1, van Richtlijn 70/457/EEG bedoelde termijn, die op 31 december 1988 afloopt, voor de Bondsrepubliek Duitsland verlengd tot en met 31 maart 1989: Groenvoedergewassen Lolium multiflorum Lam. Ellire Lolium perenne L. Aurora Artikel 5 Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland. Gedaan te Brussel, 29 december 1988. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 225 van 12. 10. 1970, blz. 1. (2) PB nr. L 187 van 16. 7. 1988, blz. 31. (3) Zie bladzijde 75 van dit Publikatieblad.