Resolutie van het Raadgevend Comité EGKS over het quotastelsel
Publicatieblad Nr. C 198 van 28/07/1988 blz. 0005 - 0006
Resolutie van het Raadgevend Comité EGKS over het quotastelsel ( aangenomen in de 272e zitting van 20 en 21 juni 1988 met 62 stemmen voor en 12 tegen, bij 9 onthoudingen ) ( 88/C 198/05 ) HET RAADGEVEND COMITÉ, Kennis genomen hebbend van het voornemen van de Commissie, de Raad van Ministers voor te stellen de toepassing van artikel 58 te beëindigen, 1 . Brengt in herinnering dat : - voor de produkten van categorie I vanaf de tweede helft van het jaar 1987 inderdaad een verbetering van de vraag zowel in de Gemeenschap als op de exportmarkten is opgetreden, hoewel de omvang van de vraag zoals die vóór de invoering van het quotastelsel bestond nog niet bereikt is . Gevreesd wordt echter dat deze verbetering uitsluitend op korte of middellange termijn effect kan sorteren . Het gevaar voor een omkering van deze trend is namelijk des te groter omdat bepaalde uitzonderingssituaties op grond waarvan de vraag op buitengewone wijze is toegenomen, geleidelijk ophouden te bestaan; -bij de produkten van de categorieën II en III de vraag nog steeds geheel en a onbevredigend is, ondanks een tijdelijke vermindering van de invoer uit derde landen die geleid heeft tot een gedeeltelijke prijsverhoging; 2.Benadrukt dat : -bij de produkten van categorie I een structureel capaciteitsoverschot blijft bestaan dat slechts tijdelijk door een gunstige ontwikkeling van de vraag wordt versluierd; -bij de produkten van de categorieën II en III - ondanks aanzienlijke inspanningen van de producenten om de capaciteitsoverschotten drastisch en snel te verkleinen - de bezettingsgraad nog steeds absoluut onbevredigend is, hetgeen een nadelige invloed heeft op de financiële resultaten van de ondernemingen; 3.Vreest dat gezien deze situatie, de door de Commissie voorgestelde beëindiging van het quotastelsel : -tot een toename van de leveringen kan leiden, die een aanzienlijke invloed op de prijzen zal hebben zodra zich op de markt een verandering voordoet; -het huidige herstructureringsproces, dat slechts binnen geregelde markten met succes kan worden bekroond, afgeremd kan worden; -omstandigheden kunnen ontstaan die het gevaar van een min of meer gecamoufleerde betaling van overheidssubsidies aan verschillende ondernemingen kunnen vergroten; -het zelfbeperkingsbeleid van de producenten, dat de basis vormt voor de toekomstige samenwerking en integratie op communautair niveau, kan worden onderbroken; 4.Verzoekt de Commissie met klem, deze waarnemingen en in het bijzonder de nog niet opgeloste problemen in samenhang met de herstructurering te overdenken en de Raad voor te stellen,-het bestaande quotastelsel voor de produkten van de categorieën II en III te verlengen; -een controlesysteeem op basis van artikel 46 in stand te houden voor de produkten van categorie I ter vermijding van de in punt 3 genoemde gevolgen, en te komen tot een passende procedure om snel de essentiële elementen van een op artikel 58 gebaseerd stelsel opnieuw in te voeren indien de Raad tot beëindiging van het huidige stelsel mocht besluiten; -alle maatregelen ter voorkoming van de toename van de invoer uit derde landen te versterken; -alle nodige maatregelen te treffen voor de voortzetting van het herstructureringsbeleid en voor het voorkomen van de negatieve gevolgen van nog steeds bestaande distorsies; -subsidiair te overwegen het quotastelsel te bevriezen met het oog op de herinvoering ervan bij een mogelijke verslechtering van de conjunctuur; 5.Wijst met nadruk op het feit dat het herstructureringsproces zeer vaak beslissingen omvat die verband houden met sociale en regionale problemen, waarvoor niet zozeer de producent als wel de politieke organen verantwoordelijk zijn . In het verleden heeft de Raad het bestaan van dit feit erkend; 6.Verzoekt de Commissie en de Regeringen rekening te houden met de strategische belangen van de staalindustrie van de Gemeenschap, in plaats van oplossingen op korte termijn te overwegen die door de feitelijke ontwikkeling van de situatie niet gerechtvaardigd worden .