31988S2158

BESCHIKKING Nr. 2158/88/EGKS VAN DE COMMISSIE van 20 juli 1988 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde soorten profielijzer en profielstaal van oorsprong uit Joegoslavië of uit Turkije

Publicatieblad Nr. L 190 van 21/07/1988 blz. 0005 - 0008


*****

BESCHIKKING Nr. 2158/88/EGKS VAN DE COMMISSIE

van 20 juli 1988

tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde soorten profielijzer en profielstaal van oorsprong uit Joegoslavië of uit Turkije

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

Gelet op Beschikking nr. 2177/84/EGKS van de Commissie van 27 juli 1984 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1), inzonderheid op artikel 11,

Na overleg in het kader van het in Beschikking nr. 2177/84/EGKS bedoelde Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

(1) In februari 1987 heeft de Commissie een klacht ontvangen die was ingediend door de Europese confederatie van ijzer- en staalindustrieën (Eurofer) namens producenten die gezamenlijk het grootste gedeelte van de communautaire produktie van het betrokken produkt voor hun rekening nemen. De klacht bevatte bewijsmateriaal inzake dumping en daaruit voortvloeiende aanzienlijke schade, dat voldoende werd geacht voor het inleiden van een procedure. De Commissie heeft derhalve door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) de inleiding aangekondigd van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van U-profielen of I-profielen met een lijfhoogte van 80 mm of meer en onafgewerkt profielijzer en profielstaal voor de vervaardiging daarvan, bevattende minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof, vallende onder de GN-codes ex 7207 19 31, ex 7207 20 71, ex 7216 31 00 en ex 7216 32 00, van oorsprong uit Joegoslavië of uit Turkije, en is met een onderzoek begonnen.

(2) De Commissie heeft de exporteurs en importeurs waarvan bekend is dat zij hierbij betrokken zijn, evenals de vertegenwoordigers van het uitvoerende land en de indieners van de klacht, hiervan officieel in kennis gesteld en de rechtstreeks betrokken partijen de gelegenheid gegeven hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken om te worden gehoord.

(3) Alle de Commissie bekende producenten/exporteurs en enkele importeurs hebben hun standpunt schriftelijk medegedeeld. De Joegoslavische producent/exporteur heeft desgevraagd mondeling toelichting mogen geven.

(4) Door of namens afnemers of verwerkers in de Gemeenschap van de betrokken soorten profielijzer en profielstaal werden geen opmerkingen gemaakt.

(5) De Commissie heeft alle gegevens die zij met het oog op een voorlopige vaststelling nodig achtte, verzameld en geverifieerd en een onderzoek ingesteld ten kantore van de volgende ondernemingen:

EEG-producenten

- Thyssen Stahl AG, Duisburg, Duitsland,

- Peine-Salzgitter AG, Salzgitter, Duitsland,

- Sacilor Unimetal, Metz, Frankrijk,

- Cockerill Sambre SA, Seraing, België,

- Trade Arbed, Luxemburg;

Niet-EEG-producenten/exporteurs

- Izmir Demir Celik Sanayi AS, Izmir, Turkije (producent),

- IZDAS Disticaret AS, Istanbul, Turkije (exporteur),

- CEMTAS Celik Makina Sanayi ve Ticaret AS, Bursa, Turkije (producent/exporteur);

EEG-importeurs

Interprogress GmbH, Frankfurt, Duitsland,

Salis SpA, Sassari, Italië.

(6) De Commissie heeft op haar verzoek uitvoerige schriftelijke gegevens ontvangen van de producenten in de Gemeenschap die de klacht hadden ingediend evenals van enkele importeurs, en zij heeft deze gegevens voor zover nodig geverifieerd.

(7) De Commissie heeft eveneens vragenlijsten gezonden aan de Joegoslavische producent waarvan bekend is dat hij hierbij betrokken is, ten einde de nodige gegevens te verkrijgen en heeft de tijdsspanne die voor het antwoord was gesteld, aanzienlijk verlengd. Desondanks waren de door de Joegoslavische producent overgelegde gegevens onvolledig, meer bepaald omdat hij weigerde bijzonderheden over hoeveelheden en prijzen met betrekking tot zijn binnenlandse markt en met betrekking tot bepaalde uitvoertransacties te verstrekken. De Commissie was van mening dat verificatie ter plaatse derhalve niet gerechtvaardigd was en besloot haar voorlopige vaststellingen op het beschikbare bewijsmateriaal te gronden.

(8) Het dumpingonderzoek besloeg het tijdvak van 1 juli 1986 tot en met 30 juni 1987.

B. DUMPING

I. Joegoslavië

a) Normale waarde

(9) Aangezien de Joegoslavische producent weigerde gegevens met betrekking tot de verkopen van profielen van ijzer of van staal op de binnenlandse markt over te leggen, heeft de Commissie de normale waarden voorlopig vastgesteld op basis van de gepubliceerde basisprijzen (1), zoals deze in de periode van het onderzoek van toepassing waren en waarnaar wordt verwezen in de briefwisseling (zie de Slotakte van de Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, enerzijds, en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië, anderzijds - 83/42/EGKS (2)).

b) Prijzen bij uitvoer

(10) Aangezien de Joegoslavische producent geen gedetailleerde gegevens inzake zijn uitvoertransacties heeft overgelegd op grond waarvan de uitvoerprijzen naar de Gemeenschap voor de betrokken produkten hadden kunnen worden vastgesteld, heeft de Commissie haar voorlopige vaststelling op het beschikbare bewijsmateriaal gebaseerd.

De Commissie gebruikte hiertoe gegevens van aanvragen voor invoervergunningen die haar door de bevoegde nationale autoriteiten waren overgelegd, in het bijzonder de door de aanvragende importeurs aangegeven aankoopprijzen. Voor zover mogelijk verifieerde de Commissie deze gegevens ten kantore van de importeurs die tot medewerking bereid waren.

c) Vergelijking

(11) Bij haar vergelijking van de normale waarde, dat wil zeggen basisprijzen douanerechten niet inbegrepen, met de prijzen bij uitvoer, heeft de Commissie waar nodig en afhankelijk van het beschikbare bewijsmateriaal rekening gehouden met verschillen in verkoopvoorwaarden, zoals kosten voor vervoer, verzekering, expeditie en verlading.

(12) Aangezien de basisprijzen cif grens-Gemeenschap worden berekend, zijn alle vergelijkingen op het niveau cif grens-Gemeenschap, niet ingeklaard, verricht.

d) Dumpingmarges

(13) De uitvoerprijzen, vastgesteld met behulp van de in punt 10 beschreven methode, werden vergeleken met de overeenkomstige normale waarde die was afgeleid van de bekendgemaakte basisprijzen per transactie, waarbij de dumpingmarges gelijk waren aan het verschil tussen de vastgestelde normale waarde en de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap.

(14) Uit bovenstaand voorlopig onderzoek van de feiten blijkt het bestaan van dumping, met een gewogen gemiddelde marge van 38,2 %.

II. Turkije

a) Normale waarde

(15) De Commissie heeft voorlopig de normale waarden vastgesteld op basis van de binnenlandse prijzen van de producenten die naar de Gemeenschap exporteren, die voldoende bewijsmateriaal hebben verschaft en wier prijzen representatief voor de Turkse binnenlandse markt werden geacht.

b) Prijzen bij uitvoer

(16) De prijzen bij uitvoer werden bepaald op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen voor het produkt dat met het oog op uitvoer naar de Gemeenschap werd verkocht.

c) Vergelijking

(17) Bij het vergelijken van de normale waarde met de prijzen bij uitvoer heeft de Commissie zo nodig en afhankelijk van het beschikbare bewijsmateriaal rekening gehouden met verschillen in verkoopvoorwaarden, zoals kosten voor vervoer, verzekering, expeditie, verlading en verschillen in betalingsvoorwaarden. Alle vergelijkingen werden af fabriek gemaakt.

d) Dumpingmarges

(18) Uit bovengenoemde voorlopige vaststelling van de feiten blijkt het bestaan van dumping, waarbij de dumpingmarges gelijk zijn aan het verschil tussen de vastgestelde normale waarden en de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap. De gewogen gemiddelde dumpingmarge is daarbij voor elk van de exporteurs:

IDC/Izdas: 36,5 %,

Cemtas: 15,5 %.

C. SCHADE

(19) Met betrekking tot de door de invoer met dumping veroorzaakte schade blijkt uit het bewijsmateriaal dat de Commissie ter beschikking stond dat de invoer in de Gemeenschap uit Joegoslavië van 7 213 ton in 1983 tot 65 973 ton in 1986 gestegen is en dat deze in het eerste halfjaar van 1987 33 027 ton bedroeg. Het overeenkomstige marktaandeel steeg van 0,5 % in 1983 tot 3,6 % in 1986 en 3,7 % in het eerste halfjaar van 1987.

(20) De invoer van oorsprong uit Turkije steeg van vrijwel nul in 1985 tot 48 437 ton in 1986. In het eerste halfjaar van 1987 viel de invoer uit Turkije, die in het tweede halfjaar van 1986 nog steeds 29 224 ton bedroeg, evenwel terug tot slechts 1 483 ton. Wat zijn marktaandeel betreft, was de invoer uit Turkije in slechts één jaar gestegen van nul tot 3,5 % en viel hij in de tweede helft van het onderzoektijdvak terug tot 0,2 %.

(21) Het te zamen genomen marktaandeel van de invoer van U- en I-profielen uit Joegoslavië en Turkije steeg van 0,5 % in 1983 tot 6,2 % in 1986 en viel in het eerste halfjaar van 1987, om de boven aangegeven redenen, terug tot 3,9 %.

In de Lid-Staten die het ergst werden getroffen, steeg het marktaandeel van de invoer met dumping gedurende het onderzoektijdvak tot 12,2 % in Duitsland, 13,8 % in België en 9,8 % in Italië.

(22) Uit het de Commissie ter beschikking staande bewijsmateriaal blijkt eveneens dat de prijzen van deze produkten gedurende het onderzoektijdvak in uiteenlopende mate onder de prijzen van de producenten in de Gemeenschap lagen. Op basis van de prijslijsten van de producenten in de Gemeenschap en de hoogst beschikbare kortingen gedurende het onderzoektijdvak wordt de prijsonderbieding voorlopig vastgesteld op gemiddeld 16 % voor de goederen die uit Joegoslavië zijn uitgevoerd, 11,8 % voor de goederen die door IDC/Izdas, Turkije, zijn uitgevoerd en 5 % voor de door Cemtas, Turkije, uitgevoerde goederen.

(23) Na een licht herstel in 1985 bleef de produktie van U- en I-profielen in de Gemeenschap in 1986 en in het eerste halfjaar van 1987 dalen. In 1986, toen de invoer met dumping uit Joegoslavië en Turkije aanzienlijk begon toe te nemen, daalde de produktie van U- en I-profielen in de Gemeenschap met 7,9 % en in het eerste halfjaar van 1987 met nog eens 6 % in vergelijking met het eerste halfjaar van 1986.

(24) Tussen 1984 en het onderzoektijdvak hebben de producenten in de Gemeenschap hun produktiecapaciteit met ongeveer 1,5 miljoen ton verminderd, hetgeen een daling van 35 % betekent. Alleen door deze vergaande herstructureringsinspanningen kon het gemiddelde benuttingspercentage van de capaciteit van 53 % tot 69 % worden verbeterd. Het gemiddelde benuttingspercentage zou op basis van de in 1984 beschikbare capaciteit tot minder dan 45 % zijn gedaald. Het is duidelijk dat, onder deze omstandigheden, de toevloed van laaggeprijsde invoer de herstructureringsinspanningen van de producenten in de Gemeenschap belemmert en verhindert dat het noodzakelijke evenwicht op de markt tussen vraag en aanbod wordt bereikt. Het werkt bovendien kostenverhogend en verergert de sociale problemen die het bereiken van deze doelstelling met zich meebrengt.

(25) De rendementssituatie bij de producenten van de Gemeenschap, die in 1985 was verbeterd, zakte gedurende het onderzoektijdvak 1986/1987 weer weg. Reden hiervoor was de ernstige verslechtering van de prijzen in de Gemeenschap waardoor de kostenbesparingen op energie en grondstoffen ten gevolge van de lagere koers van de US-dollar tegenover munteenheden uit de Gemeenschap teniet werden gedaan.

(26) De Commissie heeft nagegaan of schade werd veroorzaakt door andere factoren, zoals de invoer van U- en I-profielen uit andere derde landen. Deze invoer daalde van 1985 tot 1986 met 8,8 % en was in het eerste halfjaar van 1987 in vergelijking met het eerste halfjaar van 1986 met 21 % teruggevallen. Het marktaandeel was verminderd van 29,2 % in 1985 tot 21,4 % gedurende het onderzoektijdvak.

(27) De aanzienlijke stijging van de invoer met dumping en de prijzen waartegen deze in de Gemeenschap ten verkoop werden aangeboden, hebben de Commissie tot de voorlopige vaststelling gebracht dat de gevolgen van de invoer met dumping van profielen van ijzer of van staal, van oorsprong uit Joegoslavië en Turkije, op zich aan de betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap aanzienlijke schade berokkenen.

D. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP

(28) De Commissie moest ermee rekening houden dat de ijzer- en staalnijverheid van de Gemeenschap voor de noodzaak staat haar herstructureringsinspanningen voort te zetten en dat een terugkeer tot normale marktomstandigheden door het geleidelijk opheffen van de door de Commissie ingestelde crisisregeling alleen onder billijke handelsvoorwaarden kan worden bereikt.

In deze samenhang heeft in de Gemeenschap de invoer met dumping van aanzienlijke hoeveelheden produkten eveneens de doelstellingen in gevaar gebracht die werden nagestreefd met de externe maatregelen welke in het kader van het staalbeleid van de Gemeenschap waren genomen. Derde landen die met de Gemeenschap regelingen over de handel in staal hebben afgesloten, zullen deze regelingen alleen eerbiedigen en hernieuwen indien zij een redelijke kans zien de vastgestelde hoeveelheden tegen de overeengekomen prijsniveaus te verkopen.

(29) Vanwege de bijzonder ernstige moeilijkheden waarmee deze bedrijfstak van de Gemeenschap te kampen heeft en in het licht van de bovengenoemde factoren is de Commissie tot de slotsom gekomen dat het in het belang van de Gemeenschap is dat maatregelen worden genomen. De Commissie heeft evenwel overwogen of eveneens moet worden opgetreden tegen de invoer van profielen van ijzer en van staal van oorsprong uit Turkije, aangezien in de tweede helft van het onderzoektijdvak deze invoer immers was teruggevallen tot een peil dat voor de bedrijfstak van de Gemeenschap geen schade opleverde. De snelle stijging van de invoer uit Turkije, van nul tot ongeveer 50 000 ton binnen een betrekkelijk korte periode, met als gevolg aanzienlijke schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap, wijst evenwel erop dat de invoer met dumping uit Turkije weer zou kunnen aanvangen en opnieuw snel een peil zou kunnen bereiken waarop schade wordt berokkend indien de procedure zonder beschermende maatregelen zou worden beëindigd. De Commissie is onder deze omstandigheden tot de slotsom gekomen dat, ondanks de daling van de invoer uit Turkije in de tweede helft van het onderzoektijdvak, ook tegen deze invoer moet worden opgetreden.

Ten einde te voorkomen dat in de verdere procedure nog schade wordt veroorzaakt, dienen deze maatregelen in de vorm van voorlopige anti-dumpingrechten te worden getroffen.

E. HOOGTE VAN HET RECHT

(30) Rekening houdend met het feit dat de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn gepubliceerde lijstprijzen moet kunnen toepassen ten einde voldoende inkomsten te hebben en de gevolgen van de herstructurering binnen aanvaardbare perken te houden, zou het recht lager moeten zijn dan de dumpingmarge, doch voldoende om de geconstateerde prijsonderbieding op te heffen. Het dient te worden uitgedrukt als een bedrag in Ecu, te betalen over elke, in de Gemeenschap ingevoerde ton van het produkt. Deze vorm van heffing lijkt in het licht van de bijzondere omstandigheden op de markt van de betrokken produkten geschikter om de doeltreffendheid van de maatregel te waarborgen.

De diensten van de Commissie hebben op deze basis de bedragen van de voorlopige rechten als volgt berekend:

- Joegoslavië: 39,0 Ecu;

- Turkije:

- IDC: 30,0 Ecu,

- Cemtas: 14,0 Ecu,

te betalen over elke, in de Gemeenschap ingevoerde ton van het produkt.

(31) Een tijdsduur dient te worden vastgesteld binnen welke de betrokken partijen hun standpunten kunnen bekendmaken en kunnen verzoeken om te worden gehoord,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Op de invoer van U-profielen en I-profielen, met een lijfhoogte van 80 mm of meer en onafgewerkt profielijzer en profielstaal voor de vervaardiging daarvan, bevattende minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof, overeenkomende met de GN-codes ex 7207 19 31, ex 7207 20 71, ex 7216 31 00 en ex 7216 32 00, van oorsprong uit Joegoslavië en Turkije, wordt een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld.

2. De hoogte van het recht bedraagt voor profielen van ijzer of van staal van oorsprong uit:

- Joegoslavië: 39 Ecu/ton,

- Turkije: 30 Ecu/ton.

3. Onverminderd lid 2 bedraagt de hoogte van het voorlopige anti-dumpingrecht 14 Ecu per 1 000 kg voor de produkten vervaardigd door CEMTAS Celik Makina Sanayi ve Ticaret AS, Bursa, Turkije.

4. De voor douanerechten van kracht zijnde bepalingen zijn op dit recht van toepassing.

5. Het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van de in lid 1 bedoelde produkten is afhankelijk van het stellen van een zekerheid gelijk aan het bedrag van het voorlopige recht.

Artikel 2

Onverminderd het bepaalde in artikel 7, lid 4, onder b) en c), van Beschikking nr. 2177/84/EGKS kunnen de betrokken partijen binnen één maand na de inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar maken en verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Onverminderd de artikelen 11, 12 en 14 van Beschikking nr. 2177/84/EGKS is deze beschikking van toepassing voor een tijdvak van vier maanden of tot het tijdstip waarop de Commissie vóór het verstrijken van dit tijdvak definitieve maatregelen vaststelt.

Deze beschikking is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 20 juli 1988.

Voor de Commissie

Willy DE CLERCQ

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 201 van 30. 7. 1984, blz. 17.

(2) PB nr. C 216 van 14. 8. 1987, blz. 2.

(1) PB nr. L 321 van 17. 11. 1982, blz. 8, en

PB nr. C 119 van 5. 5. 1987, blz. 3.

(2) PB nr. L 41 van 14. 2. 1983, blz. 113.