VERORDENING (EEG) Nr. 4226/88 VAN DE RAAD van 19 december 1988 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor bereidingen en conserven van sardines, van oorsprong uit Marokko (1989) -
Publicatieblad Nr. L 371 van 31/12/1988 blz. 0025 - 0027
VERORDENING ( EEG ) Nr . 4226/88 VAN DE RAAD van 19 december 1988 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor bereidingen en conserven van sardines, van oorsprong uit Marokko ( 1989 ) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat in artikel 4 van Protocol nr . 1 bij de Overeenkomst inzake de betrekkingen tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko op het gebied van de zeevisserij ( 1 ) is bepaald dat voor de invoer in de Gemeenschap van bereidingen en conserven van sardines van de GN-codes ex 1604 13 10 en ex 1604 20 50, van oorsprong uit Marokko, een vrijstelling van douanerechten geldt binnen de grenzen van een communautair tariefcontingent van 17 500 ton ( netto ); dat om te garanderen dat dit contingent in een regelmatig tempo op de markt van de Gemeenschap wordt afgezet, in het eerste halfjaar niet meer dan 60 % van het totale contingent op die markt mag worden afgezet en niet meer dan 35 % van het totaal in het eerste kwartaal; dat na het verstrijken van elk van deze periodes de aan de Lid-Staten toegewezen hoeveelheden die niet door hen zijn benut, onmiddellijk in de communautaire reserve dienen te worden teruggestort; Overwegende dat binnen de grenzen van dit tariefcontingent Spanje en Portugal douanerechten toepassen die worden berekend overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 3189/88 van de Raad van 14 oktober 1988 tot vaststelling van de regeling die van toepassing is op het handelsverkeer van Spanje en Portugal met Marokko en Syrië ( 2 ); dat dit communautaire tariefcontingent derhalve voor 1989 dient te worden geopend; Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate van genoemd contingent gebruik kunnen maken en dat het daaraan verbonden recht in alle Lid-Staten op alle invoer van de betrokken produkten zonder onderbreking wordt toegepast; Overwegende dat voor de periode van toepassing van deze verordening specifieke economische en technische omstandigheden nopen tot handhaving van een verdeling van het desbetreffende contingent over de Lid-Staten; dat, enerzijds, de betrokken administraties niet in staat zullen zijn om per 1 januari 1989 de noodzakelijke technische en administratieve voorwaarden te scheppen voor een communautair beheer van dit contingent; dat, anderzijds, de sector bereidingen en conserven van sardines in bepaalde regio's van de Gemeenschap het hoofd dient te bieden aan bijzondere economische imperatieven, gezien met name het belang van de sardienen - produktie in de totale produktiestructuren van de visserij, hetgeen rechtvaardigt dat aan de traditionele commerciële afzet van de producenten op de buitenlandse markten en bij voorrang op de communautaire markt geen afbreuk wordt gedaan; Overwegende dat het evenwel dienstig is te voorzien in een nieuwe verhoging van de communautaire reserve; Overwegende dat, gezien de traditionele ontwikkeling van het handelsverkeer, de gehandhaafde verdeling over de Lid-Staten, om zo goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de bedoelde produkten weer te geven, naar verhouding van de behoeften van de Lid-Staten moet geschieden, berekend, enerzijds, op basis van de statistische gegevens betreffende de invoer van genoemde produkten uit Marokko over een representatieve referentieperiode en, anderzijds, op basis van de economische vooruitzichten voor de betrokken contingentperiode; Overwegende dat in de loop van de laatste drie jaren de betrokken produkten slechts door bepaalde Lid-Staten regelmatig zijn ingevoerd, terwijl in andere Lid-Staten in het geheel geen of slechts af en toe invoer heeft plaatsgevonden; dat het, onder deze omstandigheden, derhalve juist lijkt in een eerste stadium enerzijds de aanvankelijke quota toe te wijzen aan de werkelijk invoerende Lid-Staten en anderzijds de andere Lid-Staten te waarborgen dat zij van het tariefcontingent gebruik zullen kunnen maken zodra van invoer in deze Lid-Staten melding wordt gemaakt; dat deze wijze van verdeling tevens de uniformiteit van de inning van de rechten waarborgt; Overwegende dat, ten einde rekening te houden met de ontwikkeling van de invoer van genoemde produkten in de onderscheiden Lid-Staten, het contingent in twee gedeelten moet worden gesplitst, waarbij het eerste gedeelte wordt verdeeld over bepaalde Lid-Staten en het tweede gedeelte een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften van deze Lid-Staten, indien zij hun aanvankelijk quotum hebben uitgeput, alsmede in de behoeften die zich in de overige Lid-Staten zouden kunnen voordoen; dat, ten einde de importeurs van elke Lid-Staat een zekere waarborg te geven, het eerste gedeelte van het communautaire tariefcontingent zou moeten worden vastgesteld op een niveau dat in het onderhavige geval 60 % van het contingent zou kunnen bedragen, terwijl het tweede gedeelte van 40 % de reserve vormt, waarin tevens de eventuele overschotten van de bij de verdeling van het contingent voor het eerste en het tweede kwartaal van het lopende jaar toegewezen quota worden teruggestort; Overwegende dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie, welke laatste met name de uitputtingsgraad van het contingent moet kunnen volgen en de Lid-Staten daarover moet kunnen inlichten; Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Economische Unie toegewezen quota door een van haar leden kan worden verricht, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 Van 1 januari tot en met 31 december 1989 wordt het bij de invoer in de Gemeenschap geldende douanerecht voor de volgende produkten, van oorsprong uit Marokko, geschorst tot het niveau en binnen de grenzen van een communautair tariefcontingent aangegeven bij de produkten : Volg - nummer GN-code Omschrijving Omvang van het contingent ( in ton ) Contingent - recht ( in %) 09.1101 ex 1604 13 10 ex 1604 20 50 Bereidingen en conserven van sardines van de soort "Sardina pilchardus'' 17 500 ( nettogewicht ) 0 Binnen de grenzen van dit tariefcontingent passen Spanje en Portugal rechten toe die worden berekend overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 3189/88 . Artikel 2 1 . Het in artikel 1 bedoelde tariefcontingent wordt in twee gedeelten gesplitst . 2 . Een eerste gedeelte van het contingent, ter grootte van 10 500 ton, wordt over bepaalde Lid-Staten verdeeld; de quota voor het eerste kwartaal, het tweede kwartaal en het tweede halfjaar bedragen respectievelijk de onderstaand aangegeven hoeveelheden : Lid-Staat Eerste halfjaar ( 60 %) Eerste kwartaal ( 35 %) Tweede kwartaal ( 25 %) Tweede halfjaar ( 40 %) Benelux 294 210 335 Denemarken 75 54 86 Duitsland 805 574 920 Frankrijk 1 638 1 170 1 872 Griekenland 64 46 73 Ierland 99 71 113 Italië 52 37 60 Verenigd Koninkrijk 648 463 741 3 675 2 625 4 200 3 . Het tweede gedeelte van het contingent, ter grootte van 7 000 ton, dat verdeeld is in quota van 2 450, 1 750 en 2 800 ton voor, respectievelijk, het eerste kwartaal, het tweede kwartaal en het tweede halfjaar, vormt de communautaire reserve . 4 . Indien de betrokken produkten in de andere Lid-Staten worden aangeboden met een door de douanediensten aanvaarde aangifte voor het vrije verkeer, gaat de betrokken Lid-Staat door middel van een kennisgeving aan de Commis - sie over tot opneming van een overeenkomstige hoeveelheid op de wijze bepaald in artikel 3 . 5 . De in lid 2 bedoelde Lid-Staten storten onmiddellijk de hoeveelheden van de hun bij de verdeling van het contingent voor het eerste en het tweede kwartaal toegekende quota, die op 31 maart en op 30 juni 1989 niet mochten zijn benut in de reserve terug . Artikel 3 Indien het aanvankelijke quotum van een Lid-Staat, zoals vastgesteld in artikel 2, lid 2, dan wel datzelfde quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 2, lid 5, of artikel 4 in de reserve teruggestorte gedeelte volledig is benut, gelden de hierna volgende bepalingen : Indien een importeur in een Lid-Staat, voor een produkt bedoeld in deze verordening, een aangifte tot het in het vrije verkeer brengen indient en deze aangifte door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming uit de reserve bedoeld in artikel 2, lid 3, van een gedeelte dat met zijn behoeften overeenstemt . De verzoeken tot opneming met opgave van de datum waarop de betrokken aangiften zijn aanvaard, worden onverwijld aan de Commissie meegedeeld . De opnemingen worden door de Commissie toegestaan met inachtneming van de datum waarop de aangiften tot het in het vrije verkeer brengen door de douaneautoriteiten van de betrokken Lid-Staat zijn aanvaard, voor zover het beschikbare saldo dit toelaat . Indien een Lid-Staat de opgenomen hoeveelheden niet benut, stort hij deze zo spoedig mogelijk in de reserve terug . Indien de gevraagde hoeveelheden hoger zijn dan het beschikbare saldo van de reserve, geschiedt de toedeling naar rata van de verzoeken . De Lid-Staten worden dienovereenkomstig door de Commissie ingelicht . Artikel 4 De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1989 het niet benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum dat op 15 september 1989 20 % van het aanvankelijk quotum te boven gaat, in de reserve terug . Zij kunnen een grotere hoeveelheid terugstorten, indien er gronden zijn om aan te nemen dat deze wellicht onbenut zal blijven . De Lid-Staten geven de Commissie uiterlijk op 1 oktober 1989 kennis van de totale invoer van de betrokken produkten, die tot en met 15 september 1989 heeft plaatsgevonden en op het communautaire contingent is afgeboekt, alsmede eventueel van het gedeelte van elk van hun aanvankelijke quota dat zij in de reserve terugstorten . Artikel 5 De Commissie houdt boek van de hoeveelheden van de door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3 geopende quota en brengt, zodra de opgaven haar bereiken, elke Lid-Staat van de uitputtingsgraad van de reserve op de hoogte . Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1989 in kennis van de stand van de reserve na de overeenkomstig artikel 4 verrichte terugstortingen . Zij ziet erop toe dat de opneming waardoor de reserve volledig wordt uitgeput, tot het nog beschikbare saldo beperkt blijft en deelt te dien einde aan de Lid-Staat die deze laatste opneming verricht, mede hoeveel dit saldo bedraagt . Artikel 6 1 . De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat door opening van de met toepassing van artikel 3 door hen opgenomen extra quota, de door hen ingevoerde hoeveelheden zonder onderbreking op hun gecumuleerde aandeel in het communautaire tariefcontingent kunnen worden afgeboekt . 2 . De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende quota . 3 . De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelheden van de betrokken produkten van oorsprong uit Marokko die bij de douane ten invoer in het vrije verkeer worden aangegeven . Artikel 7 De Lid-Staten stellen de Commissie op haar verzoek op de hoogte van de invoer die daadwerkelijk op hun quota is afgeboekt . Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1989 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel, 19 december 1988 . Voor de Raad De Voorzitter Th . PANGALOS EWG:L371UMBH10.95 FF : 3UHO; SETUP: 01; Hoehe : 1311 mm; 299 Zeilen; 11957 Zeichen; Bediener : JUTT Pr .: C; Kunde : 43376 Montan Holland 10 ( 1) PB nr . L 99 van 16 . 4 . 1988, blz . 49 . ( 2 ) PB nr . L 287 van 20. 10 . 1988, blz . 1 .