Verordening (EEG) nr. 4193/88 van de Raad van 21 december 1988 tot zevende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3094/86 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden
Publicatieblad Nr. L 369 van 31/12/1988 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 4 Deel 3 blz. 0114
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 4 Deel 3 blz. 0114
VERORDENING ( EEG ) Nr . 4193/88 VAN DE RAAD van 21 december 1988 tot zevende wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 3094/86 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 170/83 van de Raad van 25 januari 1983 tot instelling van een communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, inzonderheid op artikel 11, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat in artikel 2 van Verordening ( EEG ) nr. 170/83 is bepaald dat de instandhoudingsmaatregelen om de in artikel 1 van de verordening genoemde doelstellingen te bereiken, worden uitgewerkt op grond van de beschikbare wetenschappelijke adviezen; Overwegende dat bij Verordening ( EEG ) nr . 3094/86 ( 2 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3287/88 ( 3 ), algemene voorschriften zijn vastgesteld voor de visserij op en de aanvoer van biologische rijkdommen in de wateren van de Gemeenschap; Overwegende dat de tongbestanden in de wateren van de Gemeenschap ernstig overbevist worden; dat tong en schol met dezelfde vismethoden worden gevangen; dat daarom extra maatregelen moeten worden getroffen om de tong - en scholvangst te reguleren; Overwegende dat, gezien de meest recente wetenschappelijke adviezen, seizoengebonden vangstbeperkingen voor bepaalde visserijactiviteiten in de Noordzee moeten worden vastgesteld om het vissen op jonge schol te beperken; Overwegende dat de wijzigingen van de voorschriften voor de visserij in het Skagerrak en het Kattegat die de delegaties van de Gemeenschap, Noorwegen en Zweden zijn overeengekomen, ten uitvoer dienen te worden gelegd; dat derhalve de datum van inwerkingtreding van de verhoging van de minimummaaswijdte bij het vissen op langoestine ( Nephrops norvegicus ) in het Skagerrak en het Kattegat moet worden vervroegd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 Verordening ( EEG ) nr . 3094/86 wordt als volgt gewijzigd : 1.artikel 9, lid 2, wordt vervangen door : "2.a ) Vaartuigen mogen geen boomkorren waarvan de totale lengte, dat wil zeggen de som van de lengte van elke boom, groter is dan 24 meter of kan worden verlengd tot een lengte van meer dan 24 meter, aan boord hebben of gebruiken . b ) In het Kattegat mogen geen boomkorren worden gebruikt ."; 2 . aan artikel 9, lid 3, onder a ), wordt de volgende alinea toegevoegd : "Van 1 april tot en met 30 september wordt bovengenoemde zone uitgebreid tot de geografische zone die wordt gevormd door een lijn tussen de volgende cooerdinaten : - een punt op de Deense westkust op 57°00m noorderbreedte, - 57°00m noorderbreedte, 7°15m oosterlengte, - 55°00m noorderbreedte, 7°15m oosterlengte, - 55°00m noorderbreedte, 7°00m oosterlengte, - 54°30m noorderbreedte, 7°00m oosterlengte, - 54°30m noorderbreedte, 7°30m oosterlengte, - 54°00m noorderbreedte, 7°30m oosterlengte, - 54°00m noorderbreedte, 6°00m oosterlengte, - 53°50m noorderbreedte, 6°00m oosterlengte, - 53°50m noorderbreedte, 5°00m oosterlengte, - 53°30m noorderbreedte, 5°00m oosterlengte, - 53°30m noorderbreedte, 4°15m oosterlengte, - 53°00m noorderbreedte, 4°15m oosterlengte, - een punt op de Nederlandse kust op 53°00m noorderbreedte ."; 3 . artikel 9, lid 3, onder b ), eerste alinea, wordt vervangen door : "b ) In afwijking van het bepaalde onder a ), mogen vaartuigen waarvan de naam en de technische kenmerken zijn opgenomen op een overeenkomstig de in artikel 15 bedoelde procedure opgestelde lijst in deze zone vissen met boomkorren gedurende de tijdvakken waarin het vissen met boomkorren anders zou zijn verboden ."; 4 . artikel 9, lid 3, onder c ), wordt vervangen door : "c ) Het gebruik van boomkorren waarvan de totale boomlengte, dat wil zeggen de som van de lengte van elke boom groter is dan 8 m, of kan worden verlengd tot een lengte van meer dan 8 m, is echter verboden, behalve wanneer wordt gewerkt met vistuig dat is ontworpen en wordt gebruikt voor het vissen op garnaal ( Crangon-soorten en Pandalus montagui ). In afwijking van de vorige alinea, mogen vaartuigen waarvan de voornaamste activiteit de garnalenvisserij ( Crangon-soorten ) is, bij het vissen op tong bomen gebruiken waarvan de totale lengte meer dan 8 m bedraagt, mits deze vaartuigen op een jaarlijks op te stellen lijst voorkomen ."; 5 . in de laatste alinea van artikel 9, lid 4, worden de volgende woorden geschrapt : "tussen de binnenkanten van de aangebrachte sleden"; 6 . aan artikel 9 wordt het volgende lid toegevoegd : "13 . De lengte van een boom of boomkor wordt gemeten tussen de uiterste punten met inbegrip van alle toebehoren ."; 7 . in bijlage I betreffende de geografische zone Skagerrak en Kattegat wordt voor langoestine ( Nephrops norvegicus ) ( Toegestane doelsoorten ) "tot en met 31 december 1988" vervangen door "tot en met 30 juni 1989" en "met ingang van 1 januari 1989" vervangen door "met ingang van 1 juli 1989 ". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Artikel 1, onder 2, 3 en 4 is van toepassing vanaf 1 april 1989 . Artikel 1, onder 1, 5 en 6 is van toepassing vanaf 1 juli 1989 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel, 21 december 1988 . Voor de Raad De Voorzitter V . PAPANDREOU ( 1 ) PB nr . L 24 van 27 . 1 . 1983, blz . 1 . ( 2 ) PB nr . L 288 van 11 . 10 . 1986, blz . 1 . ( 3 ) PB nr . L 371 van 30 . 12 . 1987, blz . 9 .