Verordening (EEG) nr. 3086/88 van de Commissie van 5 oktober 1988 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1546/88 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing
Publicatieblad Nr. L 275 van 07/10/1988 blz. 0014 - 0015
***** VERORDENING (EEG) Nr. 3086/88 VAN DE COMMISSIE van 5 oktober 1988 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1546/88 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1109/88 (2), en met name op artikel 5 quater, lid 7, Gelet op Verordening (EEG) nr. 857/84 van de Raad van 31 maart 1984 houdende algemene voorschriften voor de toepassing van de in artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1110/88 (4), en met name op artikel 11, onder c), Overwegende dat de toepassing van formule B in het kader van artikel 12, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1546/88 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2202/88 (6), leidt tot de verrekening van de vetgehalten van de door de producenten aan een zelfde zuivelfabriek geleverde melk; dat de producenten waarop formule A van toepassing is moet worden toegestaan om vanaf de vierde periode van toepassing van de extra heffing voor dezelfde verrekening in aanmerking te komen voor de aanvoergebieden; dat artikel 12, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1546/88 bijgevolg in die zin moet worden gewijzigd; Overwegende dat in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1546/88 is bepaald dat de Lid-Staten voor de toepassing van de artikelen 9 en 10 van Verordening (EEG) nr. 857/84 de periode van twaalf maanden kunnen vervangen door een periode van 52 weken en dat in dat geval de gegarandeerde totale hoeveelheden, wanneer zij voor een periode van twaalf maanden zijn vastgesteld, dienovereenkomstig worden verlaagd; dat deze verduidelijking aan het begin van de vierde periode van twaalf maanden in de tekst is aangebracht; dat het bijgevolg wenselijk lijkt voor de eerste drie periodes van toepassing van de regeling de moeilijkheden in aanmerking te nemen die de Lid-Staten mogelijk hebben ondervonden bij de tenuitvoerlegging van de regeling en te bepalen dat de verlaging van de gegarandeerde totale hoeveelheden pas vanaf de vierde periode geldt; Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 1546/88 wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel 12, lid 1, eerste alinea, wordt de tweede zin gelezen: »Het voor de koper als representatief beschouwde vetgehalte wordt aangepast om rekening te houden met bedrijfsbeëindigingen en nieuw gevestigde producenten.". 2. In artikel 12, lid 2, wordt de eerste alinea gelezen: »Bij de eindafrekening die overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 857/84 voor iedere producent of koper wordt opgesteld, wordt voor de koper het gemiddelde vetgehalte van de in de betrokken periode geleverde of aangekochte melk bepaald. Wanneer sprake is van een positief verschil ten opzichte van het over de in lid 1 bedoelde periode geconstateerde gemiddelde gehalte, wordt de geleverde of aangekochte hoeveelheid melk verhoogd met 0,18 % per 0,1 gram extra vet per kilogram melk. De verhoging wordt alleen toegepast op de leveringen van producenten van wier melk het vetgehalte het in lid 1 bedoelde gehalte heeft overschreden, naar rata van die overschrijding.". 3. In artikel 13, onder 1, wordt het tweede streepje gelezen: »- de in artikel 5 quater, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde gegarandeerde totale hoeveelheid en de in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 857/84 bedoelde gegarandeerde totale hoeveelheid vanaf de vierde periode van toepassing van de regeling inzake de extra heffing dienovereenkomstig worden verlaagd.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De punten 1 en 2 van artikel 1 gelden vanaf de vierde periode van toepassing van de extra heffing. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 5 oktober 1988. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 110 van 29. 4. 1988, blz. 27. (3) PB nr. L 90 van 1. 4. 1984, blz. 13. (4) PB nr. L 110 van 29. 4. 1988, blz. 28. (5) PB nr. L 139 van 4. 6. 1988, blz. 12. (6) PB nr. L 195 van 23. 7. 1988, blz. 54.