VERORDENING (EEG) Nr. 272/88 VAN DE COMMISSIE van 28 januari 1988 betreffende het beëindigen van de visserij op kabeljauw, wijting, schol, tong en heek door vissersvaartuigen die de vlag voeren van Nederland -
Publicatieblad Nr. L 026 van 30/01/1988 blz. 0059 - 0059
***** VERORDENING (EEG) Nr. 272/88 VAN DE COMMISSIE van 28 januari 1988 betreffende het beëindigen van de visserij op kabeljauw, wijting, schol, tong en heek door vissersvaartuigen die de vlag voeren van Nederland DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2241/87 van de Raad van 23 juli 1987 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen voor controle op de activiteiten van vissersvaartuigen uit de Lid-Staten (1), inzonderheid op artikel 11, lid 3, Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 3977/87 van de Raad van 21 december 1987 inzake de vaststelling van de voor 1988 geldende totaal toegestane vangsten voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden en bepaalde bij de visserij in het kader van de totaal toegestane vangsten in acht te nemen voorschriften (2), quota vastlegt voor kabeljauw, wijting, schol, tong en heek voor 1988; Overwegende dat het, om de naleving te waarborgen van de bepalingen inzake de kwantitatieve beperking van de vangsten uit bepaalde bestanden, waarvoor een quotum is vastgesteld, noodzakelijk is dat de Commissie de datum vastlegt waarop het toegewezen quotum wordt geacht volledig te zijn gebruikt ten gevolge van de vangsten verricht door de vaartuigen die de vlag voeren van een Lid-Staat; Overwegende dat de quota toegewezen aan Nederland voor kabeljauw, wijting, schol en tong in de wateren van ICES-gebied VII a, voor schol en tong in de wateren van ICES-gebied VII h, j, k, voor tong in de wateren van ICES-gebied VIII a, b, voor heek in de wateren van ICES-gebieden V b (EG-zone), VI, VII, XII en XIV en voor kabeljauw in de wateren van ICES-gebieden VII b, c, d, e, f, g, h, j, k, VIII, IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-zone) geacht worden te zijn gebruikt op grond van uitwisselingen; dat Nederland de visserij op deze bestanden heeft verboden met ingang van 1 januari 1988; dat het daarom noodzakelijk is deze datum aan te houden, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De quota voor kabeljauw, wijting, schol en tong in de wateren van ICES-gebied VII a, voor schol en tong in de wateren van ICES-gebied VII h, j, k, voor tong in de wateren van ICES-gebied VIII a, b, voor heek in de wateren van ICES-gebieden V b (EG-zone), VI, VII, XII en XIV en voor kabeljauw in de wateren van ICES-gebieden VII b, c, d, e, f, g, h, j, k, VIII, IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-zone) die aan Nederland voor 1988 zijn toegewezen, worden geacht volledig te zijn gebruikt. De visserij op kabeljauw, wijting, schol en tong in de wateren van ICES-gebied VII a, op schol en tong in de wateren van ICES-gebied VII h, j, k, op tong in de wateren van ICES-gebied VIII a, b, op heek in de wateren van ICES-gebieden V b (EG-zone), VI, VII, XII en XIV en op kabeljauw in de wateren van ICES-gebieden VII c, d, e, f, g, h, j, k, VIII, IX en X; CECAF 34.1.1 (EG-zone) door vaartuigen die de vlag voeren van Nederland of die in Nederland zijn geregistreerd, is verboden alsmede het aan boord houden, de overlading en het lossen van deze bestanden welke door vermelde vaartuigen zijn gevangen in deze wateren na de datum van toepassing van deze verordening. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing vanaf 1 januari 1988. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 28 januari 1988. Voor de Commissie António CARDOSO E CUNHA Lid van de Commissie (1) PB nr. L 207 van 29. 7. 1987, blz. 1. (2) PB nr. L 375 van 31. 12. 1987, blz. 1.