Richtlijn 88/35/EEG van de Commissie van 2 december 1987 tot aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 82/130/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende elektrisch materieel, bestemd voor gebruik in explosieve omgeving van mijngashoudende mijnen
Publicatieblad Nr. L 020 van 26/01/1988 blz. 0028 - 0032
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 16 blz. 0238
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 16 blz. 0238
***** RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE van 2 december 1987 tot aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 82/130/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende elektrisch materieel, bestemd voor gebruik in explosieve omgeving van mijngashoudende mijnen (88/35/EEG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 82/130/EEG van de Raad (1), inzonderheid op artikel 7, Overwegende dat het, gezien de huidige stand van de techniek, noodzakelijk is de inhoud van de in bijlage A van Richtlijn 82/130/EEG bedoelde geharmoniseerde normen aan te passen; Overwegende dat, ten einde rekening te houden met de huidige stand van de geharmoniseerde normen, in bijlage B van Richtlijn 82/130/EEG wijzigingen moeten worden aangebracht; Overwegende dat het, gezien de sedert de vaststelling van Richtlijn 82/130/EEG opgedane ervaring, wenselijk is in bijlage C wijzigingen aan te brengen; Overwegende dat de in onderhavige richtlijn vermelde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Beperkt Comité van het Permanent Orgaan voor de veiligheid en de gezondheidsvoorwaarden in de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën, dat met de aanpassing aan de stand van de techniek van de richtlijn tot opheffing van de technische handelsbelemmeringen in de sector elektrisch materieel, bestemd voor gebruik in explosieve omgeving van mijngashoudende mijnen, is belast, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 82/130/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. De bijlagen A en C worden vervangen door, onderscheidenlijk, de bijlagen A en C van de onderhavige richtlijn. 2. Bijlage B wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage B van de onderhavige richtlijn. Artikel 2 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1988 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. 2. Tot 1 januari 2005 blijven de Lid-Staten op het elektrisch materieel waarvan de overeenstemming met de geharmoniseerde normen blijkt uit de afgifte van het in artikel 8 van Richtlijn 82/130/EEG bedoelde certificaat van overeenstemming, mits de afgifte ervan vóór 31 december 1988 is geschied, artikel 4 van Richtlijn 82/130/EEG toepassen. Artikel 3 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 2 december 1987. Voor de Commissie Manuel MARÍN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 59 van 2. 3. 1982, blz. 10. BIJLAGE A EUROPESE NORMEN vastgesteld door CENELEC, Brederodestraat 2, bus 5, B-1000 Brussel De overeenkomstig de onderhavige richtlijn opgestelde certificaten zijn van de zogenaamde B-generatie. Het volgnummer op elk van de certificaten dient te worden voorafgegaan door de letter B. 1.2.3.4.5 // // // // // // Nummer // Titel // Uitgave // Datum // Opmerkingen // // // // // // EN 50 014 // Elektrisch materieel voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Algemene bepalingen // 1 // maart 1977 // // // Wijziging 1 // // juli 1979 // // // Wijziging 2 // // juni 1982 // (1) // // Wijzigingen 3 en 4 // // december 1982 // (1) // EN 50 015 // Elektrisch materieel voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Olievulling »o" // 1 // maart 1977 // // // Wijziging 1 // // juli 1979 // // EN 50 016 // Elektrisch materieel voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Inwendige overdruk »p" // 1 // maart 1977 // // // Wijziging 1 // // juli 1979 // // EN 50 017 // Elektrisch materieel voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Zandvulling »q" // 1 // maart 1977 // // // Wijziging 1 // // juli 1979 // // EN 50 018 // Elektrisch materieel voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Drukvast omhulsel »d" // 1 // maart 1977 // // // Wijziging 1 // // juli 1979 // // // Wijziging 2 // // december 1982 // // EN 50 019 // Elektrisch materieel voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Verhoogde veiligheid »e" // 1 // maart 1977 // // // Wijziging 1 // // juli 1979 // // // Wijziging 2 // // september 1983 // // EN 50 020 // Elektrisch materieel voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Intrinsieke veiligheid »i" // 1 // maart 1977 // (1) // // Wijziging 1 // // juli 1979 // // // // // // (1) Zie bijlage B. BIJLAGE B Wijzigingen en aanvullingen op de in bijlage A genoemde Europese normen Aanhangsel 1 ELEKTRISCH MATERIEEL VOOR PLAATSEN WAAR ONTPLOFFINGSGEVAAR KAN HEERSEN - MATERIEEL VAN GROEP I ALGEMENE BEPALINGEN (Europese norm EN 50 014) Punt 6.3.1 van wijziging nr. 3 (december 1982) op de Europese norm EN 50 014 wordt als volgt gewijzigd: »6.3.1. Elektrisch materieel van groep I De omhulsels van kunststof waarvan de geprojecteerde oppervlakte in enigerlei richting groter is dan 100 cm2 of die toegankelijke metalen delen bevatten waarvan de capaciteit ten opzichte van aarde onder de ongunstigste bedrijfsomstandigheden meer dan 3 pF bedraagt, moeten zodanig gebouwd zijn dat bij normaal gebruik, onderhoud en reiniging ontstekingsgevaar door statische oplading wordt vermeden. Aan deze eis moet worden voldaan: - hetzij door geschikte materiaalkeuze: de oppervlakteweerstand van het gekozen materiaal mag, gemeten volgens de in 22.4.7.8 van onderhavige Europese norm beschreven methode, niet hoger zijn dan: - 1 GO bij 23 ± 2 °C en 50 ± 5 % relatieve vochtigheid of - 100 GO bij de extreme bedrijfsomstandigheden ten aanzien van temperatuur en vochtigheid die voor het elektrisch materieel zijn voorgeschreven: het teken CH moet dan achter de referentie van het certificaat worden geplaatst, zoals aangegeven in 26.2.9; - of door afmetingen, vorm en opstelling of andere beschermende maatregelen. Door middel van in praktijkomstandigheden uitgevoerde ontstekingsproeven met een lucht-methaanmengsel met 8,5 ± 0,5 % methaan moet dan worden nagegaan of er geen gevaarlijke elektrostatische opladingen optreden. Indien het ontstekingsgevaar echter niet in het ontwerp kan worden vermeden, moet door middel van een waarschuwingsplaatje worden gewezen op de tijdens het bedrijf te nemen veiligheidsmaatregelen.". Aanhangsel 2 Aanhangsel 2 van bijlage B bij Richtlijn 82/130/EEG komt te vervallen. Aanhangsel 3 Aanhangsel 3 van bijlage B bij Richtlijn 82/130/EEG blijft ongewijzigd. BIJLAGE C ELEKTRISCH MATERIEEL VOOR PLAATSEN WAAR ONTPLOFFINGSGEVAAR KAN HEERSEN - MATERIEEL VAN GROEP I I. COMMUNAUTAIR MERKTEKEN II. MARKERING VAN HET ELEKTRISCH MATERIEEL WAARVOOR EEN CONTROLECERTIFICAAT IS AFGEGEVEN Wanneer voor een type van elektrisch materieel dat niet in overeenstemming is met de geharmoniseerde normen, een controlecertificaat is afgegeven als bedoeld in artikel 9, moet het communautaire merkteken worden gevolgd door op zijn minst de volgende gegevens: 1. het symbool S waaruit blijkt dat het gaat om elektrisch materieel dat bestemd is voor mijngashoudende mijnen en waarvoor een controlecertificaat is afgegeven. Dit symbool moet worden aangebracht onmiddellijk na het communautaire merkteken, zoals hieronder is aangegeven; 1 bis. symbool I van de materieelgroep; 2. de laatste twee cijfers van het jaar waarin het controlecertificaat is afgegeven; 3. het volgnummer in het jaar waarin het controlecertificaat is afgegeven; 4. de naam of afkorting van de naam van de erkende instantie die het certificaat heeft afgegeven; 5. de naam of het gedeponeerde handelsmerk van de fabrikant; 6. de door de fabrikant gegeven typeaanduiding; 7. het fabricagenummer; 8. indien het keuringsstation het noodzakelijk acht bijzondere voorwaarden voor een veilig gebruik te vermelden, dient na de referentie van het certificaat het teken X te worden aangebracht; 9. de markering welke gewoonlijk in de constructienormen voor elektrisch materieel is voorgeschreven; 10. elk ander aanvullend gegeven dat door de erkende instantie die het certificaat heeft afgegeven noodzakelijk wordt geacht.