BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 23 december 1988 houdende beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde cellulaire mobiele radiotelefoons van oorsprong uit Canada, Hong-Kong en Japan (88/651/EEG) (88/651/EEG) -
Publicatieblad Nr. L 362 van 30/12/1988 blz. 0059 - 0061
BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 23 december 1988 houdende beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde cellulaire mobiele radiotelefoons van oorsprong uit Canada, Hong-Kong en Japan ( 88/651/EEG ) ( 88/651/EEG ) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 2423/88 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap ( 1 ), inzonderheid op artikel 9, Na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité, Overwegende hetgeen volgt : A . PROCEDURE ( 1 ) In juni 1987 heeft de Commissie een klacht ontvangen die was ingediend door de enige producent van volledige TACS mobiele telefoons in de Gemeenschap . De klacht bevatte bewijsmateriaal van dumping van het betrokken produkt van oorsprong uit Japan en Canada en de daaruit voortvloeiende aanzienlijke schade, dat voldoende werd geacht voor het inleiden van een onderzoek . De Commissie heeft derhalve door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen ( 2 ) de inleiding van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van bepaalde cellulaire mobiele radiotelefoons van GN-code ex 8525 20 90, van oorsprong uit Japan en Canada, aangekondigd en is met een onderzoek begonnen . ( 2 ) In december 1987 ontving de Commissie een aanvullende klacht van dezelfde producent in de Gemeenschap waarin werd verzocht om uitbreiding van de procedure tot de invoer van het betrokken produkt van oorsprong uit Hong-Kong . De aanvullende klacht bevatte bewijsmateriaal dat de zendontvangers voor cellulaire mobiele radiotelefoons die in de Gemeenschap werden verkocht, in Hong-Kong werden vervaardigd . De Commissie kondigde dientengevolge in een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen ( 3 ) de uitbreiding aan van de anti-dumpingprocedure tot de invoer van bepaalde cellulaire mobiele telefoons van oorsprong uit Hong-Kong . ( 3 ) De Commissie heeft de haar bekende betrokken exporteurs en importeurs, de vertegenwoordigers van de landen van uitvoer en de indiener van de klacht hiervan officieel in kennis gesteld en de rechtstreeks betrokken partijen de gelegenheid gegeven hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en dit desgevraagd mondeling toe te lichten . ( 4 ) Het merendeel van de bekende producenten/exporteurs en importeurs heeft zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt . Een aantal van deze producenten/exporteurs kreeg desgevraagd gelegenheid dit standpunt mondeling toe te lichten . ( 5 ) De Commissie heeft alle gegevens die zij met het oog op een voorlopige vaststelling van schade nodig achtte, verzameld en geverifieerd . Onderzoeken werden ingesteld ten kantore van de volgende ondernemingen : a ) communautaire producent : - Motorola Limited UK, Basingstoke en Stotfold; b ) importeurs/distributeurs : - Mitsubishi Electric UK Ltd, Rickmansworth, - Panasonic Industrial UK Ltd, Slough, - NEC Business Systems ( Europe ), Ltd, Londen, - Novatel Communications Limited, Melksham, - Carphone Group, Frome, - Racal Vodac Ltd, Newbury . ( 6 ) De ingevolge artikel 7, lid 1, onder c ), van Verordening ( EEG ) nr . 2423/88 vastgestelde onderzoekperiode liep van 1 januari tot en met 30 juni 1987 . B . SCHADE ( 7 ) Ten einde vast te stellen of de beweerdelijk gedumpte invoer aanzienlijke schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap veroorzaakte, hield de Commissie rekening met de navolgende feiten : a ) Omvang, marktaandeel en prijzen van de invoer i ) Omvang ( 8 ) De invoer in de Gemeenschap van cellulaire mobiele radiotelefoons van oorsprong uit Canada, Hong-Kong en Japan steeg van 37 376 eenheden in 1985 tot 46 069 eenheden in 1986 . In de eerste helft van 1987 werden 36 377 eenheden ingevoerd . Geëxtrapoleerd over geheel 1987 zou laatstgenoemde ontwikkeling een aanzienlijke stijging hebben betekend . Toch dient deze tendens te worden gezien in het licht van de ontwikkeling van het verbruik van het betrokken produkt in deze periode . ii ) Verbruik en marktaandelen ( 9 ) Er werd geconstateerd dat het verbruik van het betrokken produkt, waarvan de verkoop om technische redenen tot de markt van het Verenigd Koninkrijk en Ierland beperkt bleef, is gestegen van ongeveer 112 000 eenheden eind 1986 tot ongeveer 175 000 eenheden in juni 1987, hetgeen een stijging is van 56 %. Wat het marktaandeel betreft, werd geconstateerd dat in ditzelfde tijdvak het aandeel van de in deze procedure betrokken exporteurs met 0,5 % toenam . iii) Prijzen ( 10 ) Uit het de Commissie ter beschikking staande bewijsmateriaal blijkt dat de prijzen van de invoer gedurende het referentietijdvak niet lager waren dan de door de communautaire producent gerekende prijzen . b ) Gevolgen voor de bedrijfstak van de Gemeenschap ( 11 ) De Commissie onderzocht eveneens of de toeneming van de beweerdelijk gedumpte invoer aanzienlijke gevolgen had voor de bedrijfstak van de Gemeenschap . i ) Communautaire produktie ( 12 ) Met betrekking tot de produktie van de betrokken communautaire producent werd geconstateerd dat er tussen 1985 ( toen de produktie in de Gemeenschap een aanvang nam ) en 1986, en wederom in het eerste halfjaar in 1987, een scherpe stijging optrad . ii ) Verkopen ( 13 ) Voorts werd geconstateerd dat de verkopen van het in de Gemeenschap vervaardigde produkt tussen 1985 en 1986 sterk toenamen en in de eerste zes maanden van 1987 verder stegen . iii ) Verbruik en marktaandeel ( 14 ) De ontwikkeling van de produktie en de verkopen van de betrokken communautaire producent moeten worden gezien in het licht van de ontwikkeling van het verbruik en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap, als boven beschreven . Het marktaandeel van de communautaire producent steeg met 4 %. Uit een vergelijking van deze stijging van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap met die van de beweerdelijk gedumpte invoer blijkt dat in het tijdvak december 1986 - juni 1987 het aandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap meer is toegenomen dan dat van de bij dit onderzoek betrokken invoer . iv ) Capaciteit en capaciteitsbenutting ( 15 ) Met betrekking tot de produktiecapaciteit en de capaciteitsbenutting van de communautaire producenten werd geconstateerd dat, terwijl eerstgenoemde tussen 1986 en het onderzoektijdvak met 52 % steeg, laatstgenoemde in dit zelfde tijdvak meer dan verdubbelde . v ) Prijzen ( 16) Wat de verkoopprijzen van de communautaire producent betreft, werd geconstateerd dat deze gedurende het grootste deel van 1986 sterk daalden, doch dat zij tegen eind 1986 min of meer stabiel waren en dit gedurende het eerste halfjaar van 1987 zijn gebleven . vi ) Winsten ( 17 ) Met betrekking tot de winstgevendheid werd geconstateerd dat, na aanzienlijke verliezen in 1986, de toestand van de communautaire producent gedurende het onderzoektijdvak sterk verbeterde . Ofschoon de verkopen via een belangrijk distributiekanaal tegen verlies bleven geschieden, was de totale winst die op de verkopen van cellulaire mobiele radiotelefoons werd geboekt aanzienlijk . c ) Conclusie ( 18 ) Uit bovengenoemde gegevens blijkt dat, ondanks de sterke groei van de invoer in de Gemeenschap, de Europese producent in staat was zowel zijn produktie als zijn marktaandeel te vergroten en dat hij bovendien, gelet op de bovengenoemde prijsstabilisatie, de financiële resultaten van de onderneming heeft kunnen verbeteren. ( 19 ) In het licht van deze bevindingen wordt de communautaire producent geacht gedurende het onderzoektijdvak geen aanzienlijke schade te hebben geleden . C . DUMPING ( 20 ) Gezien bovenstaande bevindingen met betrekking tot de schade leek het de Commissie onnodig - ondanks het belang van de beweerde dumpingmarges - de kwestie van dumping met betrekking tot de betrokken invoer nader te onderzoeken . D . INTREKKING VAN DE KLACHT EN BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE ( 21 ) Na door de Commissie van bovenstaande bevindingen in kennis te zijn gesteld, besloot de indiener van de klacht, gezien de sedert eind 1986 gewijzigde omstandigheden, zijn klacht in te trekken . Onder deze omstandigheden zijn beschermende maatregelen onnodig en dient de procedure te worden beëindigd, BESLUIT : Enig artikel De anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde cellulaire mobiele radiotelefoons van oorsprong uit Canada, Hong-Kong en Japan wordt hierbij beëindigd . Gedaan te Brussel, 23 december 1988 . Voor de Commissie Willy DE CLERCQ Lid van de Commissie (1 ) PB nr . L 209 van 2 . 8 . 1988, blz . 1 . ( 2 ) PB nr . C 185 van 15 . 7 . 1987, blz . 2 . ( 3 ) PB nr . C 71 van 17 . 3 . 1988, blz . 12.