Verordening (EEG) nr. 3806/87 van de Raad van 15 december 1987 houdende verdeling voor 1988 van de vangstquota over de Lid-Staten voor vaartuigen die in de wateren van Zweden vissen
Publicatieblad Nr. L 357 van 19/12/1987 blz. 0003 - 0004
***** VERORDENING (EEG) Nr. 3806/87 VAN DE RAAD van 15 december 1987 houdende verdeling voor 1988 van de vangstquota over de Lid-Staten voor vaartuigen die in de wateren van Zweden vissen DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 170/83 van de Raad van 25 januari 1983 tot instelling van een communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden (1), gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal (2), inzonderheid op artikel 11, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat de Gemeenschap en Zweden een overeenkomst hebben geparafeerd betreffende hun wederzijdse visserijrechten in 1988, waarin onder meer bepaalde vangstquota zijn vastgesteld voor vaartuigen van de Gemeenschap in de visserijzone van Zweden; Overwegende dat de Gemeenschap naar luid van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 170/83 de voorwaarden dient vast te stellen waaronder door de vissers van de Gemeenschap van deze vangstquota gebruik kan worden gemaakt; Overwegende dat voor een doeltreffend beheer van deze vangstmogelijkheden, de beschikbare hoeveelheden over de Lid-Staten dienen te worden verdeeld door de vaststelling van quota overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 170/83; Overwegende dat de in de onderhavige verordening bedoelde visserijactiviteiten zijn onderworpen aan de desbetreffende controlemaatregelen die zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2241/87 van de Raad van 23 juli 1987 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen voor controle op de visserijactiviteiten (3), HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Van 1 januari tot en met 31 december 1988 mogen vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren, in de wateren die vallen onder de jurisdictie van Zweden op visserijgebied, ten hoogste de in de bijlage vermelde hoeveelheden vangen. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1988. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 15 december 1987. Voor de Raad De Voorzitter L. GAMMELGAARD (1) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 1. (2) PB nr. L 302 van 15. 11. 1985, blz. 1. (3) PB nr. L 207 van 29. 7. 1987, blz. 1. BIJLAGE Verdeling van de vangstquota van de Gemeenschap in de Zweedse wateren, voor 1988 (in ton) 1.2.3.4 // // // // // Soort // ICES-sector // Vangstquota van de Gemeenschap // Aan de Lid-Staten toegewezen quota // // // // // Kabeljauw // III d // 2 500 (1) // Denemarken 1 830 Duitsland 670 // Haring // III d // 1 500 // Denemarken 860 Duitsland 640 // Zalm // III d // 40 // Denemarken 35 Duitsland 5 // // // // (1) Een extra hoeveelheid van 60 ton (Denemarken 45 ton; Duitsland 15 ton) kan gevangen worden hetzij als schol-bijvangst in de kabeljauwvisserij, hetzij als kabeljauw.