31987R2691

Verordening (EEG) nr. 2691/87 van de Raad van 3 september 1987 houdende verlenging van de geldigheidsduur van het voorlopige anti-dumpingrecht, ingesteld op de invoer van ureum van oorsprong uit Tsjechoslowakije, de Duitse Democratische Republiek, Koeweit, Libië, Saoedi-Arabië, de Sowjetunie, Trinidad en Tobago en Joegoslavië

Publicatieblad Nr. L 254 van 05/09/1987 blz. 0020 - 0020


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2691/87 VAN DE RAAD

van 3 september 1987

houdende verlenging van de geldigheidsduur van het voorlopige anti-dumpingrecht, ingesteld op de invoer van ureum van oorsprong uit Tsjechoslowakije, de Duitse Democratische Republiek, Koeweit, Libië, Saoedi-Arabië, de Sowjetunie, Trinidad en Tobago en Joegoslavië

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2176/84 van de Raad van 23 juli 1984 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1761/87 (2), inzonderheid op artikel 11, lid 5,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat de Commissie, bij Verordening (EEG) nr. 1289/87 (3), een voorlopig anti-dumpingrecht heeft ingesteld op de invoer van ureum van oorsprong uit Tsjechoslowakije, de Duitse Democratische Republiek, Koeweit, Libië, Saoedi-Arabië, de Sowjetunie, Trinidad en Tobago en Joegoslavië;

Overwegende dat een exporteur verzocht heeft de geldigheidsduur van het voorlopige recht te verlengen op grond van het argument dat hij een bijkomende termijn nodig heeft voor de behartiging van zijn belangen; dat dit verzoek gerechtvaardigd lijkt;

Overwegende dat de overige exporteurs hiervan op de hoogte zijn gesteld en de mogelijkheid hebben gehad hun standpunt binnen de toegestane termijn te doen kennen;

Overwegende dat, aangezien de verificatie van de feiten en het horen van bepaalde betrokken partijen niet binnen de gestelde termijnen hebben kunnen plaatsvinden, er gunstig op dit verzoek dient te worden beschikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

De geldigheidsduur van het bij Verordening (EEG) nr. 1289/87 op de invoer van ureum van oorsprong uit Tsjechoslowakije, de Duitse Democratische Republiek, Koeweit, Libië, Saoedi-Arabië, de Sowjetunie, Trinidad en Tobago en Joegoslavië ingestelde voorlopige anti-dumpingrecht wordt verlengd voor een periode van niet meer dan twee maanden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Onverminderd artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 2176/84 en ieder ander besluit van de Raad, is deze verordening van toepassing totdat de Raad definitieve maatregelen neemt of uiterlijk tot het verstrijken van een periode van twee maanden, beginnende op 10 september 1987.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 3 september 1987.

Voor de Raad

De Voorzitter

K. E. TYGESEN

(1) PB nr. L 201 van 30. 7. 1984, blz. 1.

(2) PB nr. L 167 van 26. 6. 1987, blz. 9.

(3) PB nr. L 121 van 9. 5. 1987, blz. 11.