Verordening (EEG) nr. 2458/87 van de Commissie van 31 juli 1987 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2473/86 van de Raad betreffende de regeling passieve veredeling en het systeem uitwisselingsverkeer
Publicatieblad Nr. L 230 van 17/08/1987 blz. 0001 - 0028
VERORDENING (EEG) Nr. 2458/87 VAN DE COMMISSIE van 31 juli 1987 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2473/86 van de Raad betreffende de regeling passieve veredeling en het systeem uitwisselingsverkeer DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2473/86 van de Raad van 24 juli 1986 betreffende de regeling passieve veredeling en het systeem uitwisselingsverkeer (1), inzonderheid op artikel 27, Overwegende dat het dienstig is nader te bepalen dat het systeem uitwisselingsverkeer eveneens op revisie en afstelling van toepassing is; Overwegende dat met betrekking tot de afgifte van de vergunning voor passieve veredeling een aantal nadere regels dienen te worden gesteld en de bijzondere voorwaarden voor de verlening van de vergunning in geval van toepassing van artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2473/86 dienen te worden bepaald; Overwegende dat de plaatsing van de goederen onder de regeling, het gebruik van het systeem uitwisselingsverkeer en de toekenning van de voordelen van de regeling in geval van het in het vrije verkeer brengen van veredelingsprodukten of van vervangende produkten toepassingsmaatregelen behoeven; Overwegende dat nader dient te worden bepaald onder welke voorwaarden de voorziene procedures in het kader van de gemeenschappelijke handelspolitiek kunnen worden gebruikt; Overwegende dat de bepalingen dienen te worden vastgesteld met betrekking tot de toerekening van de tijdelijk uitgevoerde goederen aan de wederingevoerde veredelingsprodukten wanneer de vaststelling van het bedrag van de te heffen rechten bij invoer zulks met zich brengt; dat het, gezien de ingewikkeldheid van de berekeningen waartoe deze toerekening kan leiden, wenselijk is een aantal cijfervoorbeelden te geven; Overwegende dat het noodzakelijk is regels te stellen voor de administratieve samenwerking in verband met de uniforme toepassing van de economische voorwaarden en voor de werking van de regeling met name wanneer hierbij verscheidene Lid-Staten zijn betrokken; Overwegende dat de bij deze verordening voorziene maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité economische douaneregelingen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 1. In de zin van deze verordening wordt verstaan onder: 1. "basisverordening'': Verordening (EEG) nr. 2473/86 van de Raad van 24 juli 1986 betreffende de regeling passieve veredeling en het systeem uitwisselingsverkeer; 2. "bijkomende veredelingsprodukten'': veredelingsprodukten, andere dan die voor het verkrijgen waarvan de regeling werd toegekend en die noodzakelijk uit de passieve veredelingshandeling voortvloeien; 3. "verliezen'': het gedeelte van de tijdelijk uitgevoerde goederen dat tijdens de veredelingshandeling wordt vernietigd en teloorgaat, met name door verdamping, opdroging, ontsnapping in de vorm van gas, wegstroming in het spoelwater; 4. "methode van de hoeveelheidsleutel'': de toerekening van de tijdelijk uitgevoerde goederen aan de onderscheiden veredelingsprodukten naar gelang van de hoeveelheid van de genoemde goederen; 5. "methode van de waardesleutel'': de toerekening van de tijdelijk uitgevoerde goederen aan de onderscheiden veredelingsprodukten naar gelang van de waarde van de veredelingsprodukten; 6. "voorafgaande invoer'': de in artikel 16, lid 3, van de basisverordening bedoelde regeling; 7. "driehoeksverkeer'': de regeling waarbij veredelingsprodukten met volledige of gedeeltelijke vrijstelling van rechten bij invoer in een andere Lid-Staat dan in die waar de tijdelijke uitvoer van de goederen heeft plaatsgevonden, in het vrije verkeer worden gebracht; 8. "Lid-Staat van wederinvoer'': de Lid-Staat waar de veredelingsprodukten met volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer in het kader van de regeling in het vrije verkeer worden gebracht; 9. "Lid-Staat van uitvoer'': de Lid-Staat waar de tijdelijk uitgevoerde goederen onder de regeling worden geplaatst; 10. "specifieke handelspolitieke maatregelen'': niet-tarifaire maatregelen, die bij communautaire bepalingen met betrekking tot de regelingen die van toepassing zijn op de invoer en de uitvoer van goederen in het kader van het gemeenschappelijk handelsbeleid zijn vastgesteld, zoals toezicht- en vrijwaringsmaatregelen, kwantitatie- ve beperkingen of maxima en verboden tot in- of uitvoer; 11. "in mindering te brengen bedrag'': het bedrag van de rechten bij invoer die op de tijdelijk uitgevoerde goederen van toepassing zouden zijn indien zij uit landen waar zij de veredelingshandeling of de laatste veredelingshandeling hebben ondergaan, in het douanegebied van de Gemeenschap zouden worden ingevoerd; 12. "kosten van lading, vervoer en verzekering'': alle kosten in verband met lading, vervoer en verzekering van de goederen, met inbegrip van de volgende elementen: - de commissie- en de makelaarslonen, met uitzondering van inkoopcommissies; - de kosten van de verpakkingsmiddelen die geen geheel vormen met de tijdelijk uitgevoerde goederen; - de kosten inzake verpakking, zowel van het arbeidsloon als van het materiaal; - de kosten met betrekking tot goederenbehandeling in verband met het vervoer van de goederen; 13. "Internationale Douaneraad'': de organisatie opgericht bij het Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad, ondertekend te Brussel op 15 december 1950. 2. Voor de toepassing van artikel 16, lid 2, van de basisverordening, omvat de term "herstelling'' eveneens revisie en afstelling. TITEL II TOEKENNING VAN DE REGELING HOOFDSTUK I VERGUNNINGAANVRAAG Artikel 2 1. Onverminderd lid 4 en de vereenvoudigde procedures inzake de vergunningafgifte in de artikelen 14 en 20, geschiedt de vergunningaanvraag schriftelijk volgens het in bijlage I opgenomen model. De aanvraag bevat ten minste de in die bijlage opgenomen gegevens. De aanvraag wordt gedateerd en ondertekend. 2. Wanneer de douaneautoriteit oordeelt dat de in de aanvraag voorkomende gegevens niet volstaan, met name wat de toepassing van artikel 6 van de basisverordening betreft, kan zij van de aanvrager aanvullende inlichtingen eisen. 3. Bij de aanvraag dienen alle documenten of bewijsstukken te worden gevoegd waarvan de overlegging voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijk is. 4. Wanneer het een aanvraag tot verlenging of wijziging van een vergunning betreft, kan de douaneautoriteit toestaan dat de vergunninghouder een eenvoudige schriftelijke aanvraag indient waarin met name de refertes naar de vorige vergunning en, in voorkomend geval, de te wijzigen gegevens worden vermeld. 5. De aanvragen, alsmede de documenten en de bewijsstukken die daarop betrekking hebben, worden samen met een kopie van de afgegeven vergunning door de douaneautoriteit bewaard. Bij afwijzing van de aanvraag bewaart de douaneautoriteit gedurende ten minste één kalenderjaar te rekenen vanaf het einde van het jaar waarin de aanvraag werd afgewezen, de aanvraag, de documenten en de bewijsstukken die daarop betrekking hebben. 20. 8. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen HOOFDSTUK II ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR VERGUNNINGVERLENING Artikel 3 1. Alvorens de vergunning af te geven gaat de douaneautoriteit na of aan de vereiste voorwaarden voor de toekenning van de regeling is voldaan en met name of de economische voorwaarden zijn vervuld. 2. Voor de toepassing van artikel 5, lid 1, onder c), van de basisverordening bepaalt de douaneautoriteit op welke wijze de tijdelijk uitgevoerde goederen in de veredelingsprodukten kunnen worden geïdentificeerd. Hiertoe gaat de douaneautoriteit, naar gelang van het geval, over tot: a) het vermelden of omschrijven van de bijzondere kenmerken of fabricagenummers; b) het aanbrengen van loodjes, zegels, stempels of andere individuele kenmerken; c) het nemen van monsters, het verstrekken van illustraties of technische omschrijvingen; d) analyses. De douaneautoriteit kan, ter vergemakkelijking van de tijdelijke uitvoer van goederen die van het ene land naar het andere worden gezonden om er een be- of verwerking of een herstelling te ondergaan, eveneens gebruik maken van het bij de aanbeveling van de Internationale Douaneraad van 3 december 1963 voorziene inlichtingenblad, dat in bijlage II is opgenomen. 3. Voor de toepassing van artikel 17 van de basisverordening maakt de douaneautoriteit met name gebruik van de in lid 2, onder a), c) of d), bedoelde identificatiemiddelen. 4. Indien aan de douaneautoriteit een verzoek wordt gedaan om een afwijking van artikel 5, lid 1, onder c), van de basisverordening, legt deze de aanvraag voor aan de Commissie die overeenkomstig de in artikel 31, leden 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 1999/85 van de Raad (1) bedoelde procedure besluit of een vergunning mag worden verleend en onder welke voorwaarden. HOOFDSTUK III VERGUNNINGAFGIFTE Afdeling 1 Algemene bepalingen Artikel 4 1. Onverminderd de vereenvoudigde procedures inzake de vergunningafgifte in de artikelen 14 en 20 wordt de vergunning schriftelijk volgens het in bijlage I opgenomen model opgesteld. Zij bevat ten minste de in die bijlage vervatte gegevens. De vergunning wordt gedateerd en ondertekend. 2. De vergunning wordt aan de aanvrager gericht. 3. De vergunning treedt in werking op de datum van haar afgifte. 4. In naar behoren met redenen omklede uitzonderingsgevallen kan de douaneautoriteit een vergunning met terugwerkende kracht afgeven. Deze terugwerkende kracht kan evenwel niet verder teruggaan dan het ogenblik van indiening van de overeenkomstig artikel 11, lid 2, gedane vergunningaanvraag. Deze bepalingen zijn niet van toepassing bij het systeem inzake uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer. 5. Een kopie van de verleende vergunning wordt door de douaneautoriteit gedurende ten minste drie jaar te rekenen vanaf het einde van het jaar waarin de vergunning vervalt, bewaard. 6. Een vergunning tot gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer kan eveneens, wanneer alle voorwaarden zijn vervuld, voor de wederinvoer van veredelingsprodukten in plaats van de vervangende produkten worden gebruikt. 7. Wanneer de omstandigheden het rechtvaardigen en alle voorwaarden voor de toekenning van het systeem uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer in acht zijn genomen, kan de bevoegde autoriteit toestaan dat de houder van een vergunning tot passieve veredeling die niet in dit systeem voorziet, de vervangingsprodukten invoert. Betrokkenen dienen daarom ten laatste op het tijdstip van de invoer van deze produkten te verzoeken. Artikel 5 De geldigheidsduur van de vergunning wordt door de douaneautoriteit naar gelang van de economische voorwaarden vastgesteld, rekening houdend met de bijzondere behoeften van de vergunningaanvrager. Wanneer deze termijn meer dan twee jaren bedraagt, worden de economische voorwaarden op grond waarvan de vergunning is afgegeven, periodiek op in de vergunning vastgestelde tijdstippen opnieuw onderzocht. Afdeling 2 Bijzondere bepalingen Artikel 6 1. Wanneer de veredelingsprodukten: a) op een voor andere produkten dan bedoeld onder c) geopend kwantitatief contingent dat betrekking heeft op de invoer in het kader van passief veredelingsverkeer, moeten worden afgeboekt, b) voor de bepalingen in verordeningen betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten in toepassing van de regeling tussen Zwitserland en de Europese Economische Gemeenschap inzake het veredelingsverkeer in de sector textiel (1) in aanmerking moeten komen, c) voor de bepalingen in Verordening (EEG) nr. 636/82 van de Raad van 16 maart 1982 houdende instelling van een regeling voor economische passieve veredeling die van toepassing is op bepaalde textielprodukten en kledingartikelen die moeten worden ingevoerd in de Gemeenschap na bewerking of verwerking in bepaalde derde landen (2) in aanmerking moeten komen, wordt de in artikel 4 bedoelde vergunning afgegeven door de douaneautoriteit van de Lid-Staat waar de veredelingsprodukten in het vrije verkeer moeten worden gebracht. Zij staat afboeking op genoemde contingenten en gebruikmaking van de regeling toe. 2. Lid 1 is niet van toepassing in het kader van het uitwisselingsverkeer. HOOFDSTUK IV BIJZONDERE VOORWAARDEN VOOR HET VERLENEN VAN DE IN ARTIKEL 3, LID 1, VAN DE BASISVERORDENING BEDOELDE VERGUNNING Artikel 7 1. Voor de toepassing van artikel 3, lid 1, van de basisverordening wordt de in artikel 4 bedoelde vergunning afgegeven op aanvraag van degene die de tijdelijk uitgevoerde goederen uitvoert zonder dat deze veredelingshandelingen laat verrichten. De afwijking wordt gevraagd in de aanvraag die wordt ingediend bij de douaneautoriteit van de Lid-Staat gevestigd. Dit geldt eveneens in het geval van driehoeksverkeer. De vergunning wordt aan de aanvrager afgegeven. Door deze afwijking kan een ander dan de vergunninghouder veredelingsprodukten voor het vrije verkeer aangeven en voor de voordelen van deze regeling in aanmerking komen. 2. Bij de aanvraag moeten alle documenten of bewijsstukken worden gevoegd waarvan voor de behandeling van deze aanvraag overlegging nodig is. Uit deze documenten of bewijsstukken moeten met name blijken: - de voordelen die uit de toepassing van artikel 3, lid 1, van de basisverordening zouden voortvloeien met betrekking tot de toename van de verkoop van uitgevoerde goederen in verhouding tot de onder normale omstandigheden verrichte verkoop; - de aanduidingen die de vaststelling toelaten dat de gevraagde afwijking geen afbreuk doet aan de wezenlijke belangen van de producenten in de Gemeenschap van produkten die identiek of soortgelijk zijn aan de veredelingsprodukten waarvan de wederinvoer wordt overwogen. 3. Wanneer zij over alle nodige gegevens beschikt, zendt de douaneautoriteit de aanvraag aan de Commissie door met vermelding van haar advies. Zodra zij deze aanvraag heeft ontvangen, deelt de Commissie de gegevens daarvan aan de Lid-Staten mede. De Commissie besluit overeenkomstig de in artikel 31, leden 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 1999/85 bedoelde procedure of vergunningafgifte kan geschieden en onder welke voorwaarden; zij geeft met name aan welke controlemaatregelen moeten worden toegepast om te waarborgen dat de in artikel 13 van de basisverordening bedoelde vrijstelling slechts wordt verleend voor de veredelingsprodukten waarin de tijdelijk uitgevoerde goederen zijn opgenomen. TITEL III WERKING VAN DE REGELING Artikel 8 De hoofdstukken I tot en met V van deze titel zijn van toepassing onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen van hoofdstuk VI inzake het systeem uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer. HOOFDSTUK I FORMALITEITEN VOOR DE PLAATSING ONDER DE REGELING Afdeling 1 Normale procedure Artikel 9 1. De plaatsing van goederen onder de regeling is afhankelijk van de indiening van de op een formulier EX, bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1900/85 van de Raad van 8 juli 1985 betreffende de invoering van de communautaire formulieren van aangifte ten uitvoer en ten invoer (3), gestelde uitvoeraangifte bij het bevoegde douanekantoor van de Lid-Staat van uitvoer. Deze uitvoeraangifte wordt hierna "aangifte tot plaatsing onder de regeling'' genoemd. 2. Vak 44 van de aangifte tot plaatsing onder de regeling dient eveneens de referte naar de vergunning en de gekozen identificatiemiddelen te behelzen. 3. De omschrijving van de goederen op de aangifte tot plaatsing onder de regeling dient met de in de vergunning vermelde specificaties overeen te stemmen. 4. De douaneautoriteit kan eisen dat de vergunning wordt overgelegd bij de indiening van de aangifte tot plaatsing onder de regeling. 5. Bij de aangifte moeten alle andere documenten worden gevoegd waarvan de overlegging voor plaatsing onder de regeling noodzakelijk is. 6. De douaneautoriteit kan toestaan dat genoemde documenten in plaats van bij de aangifte te worden gevoegd, te harer beschikking worden gehouden. Artikel 10 1. De specifieke handelspolitieke maatregelen bij uitvoer zijn van toepassing op het moment van de aanvaarding van de aangifte tot plaatsing onder de regeling. 2. Lid 1 doet geen afbreuk aan besluiten tot niet-afboeking op uitvoercontingenten van assen en residuen van koper en koperlegeringen vallende onder post 26.03 en de resten en afvallen van koper en koperlegeringen vallende onder post 74.01 van het gemeenschappelijk douanetarief. Artikel 11 1. De bepalingen die in acht moeten worden genomen voor de indiening van een aangifte tot plaatsing onder de regeling, de aanvaarding, de rectificatie en de nietigverklaring ervan, het onderzoek van de aangegeven tijdelijk uitgevoerde goederen, de eventuele monsterneming, de verificatie van genoemde aangifte en van de documenten die erop betrekking hebben, de uitkomsten van de verificatie, de vergunning om de goederen uit te voeren, alsmede de vervanging van alle of van een deel van de vermeldingen op de aangifte door gecodeerde gegevens, zijn die welke door de Lid-Staten ter uitvoering van Richtlijn 81/177/EEG van de Raad van 24 februari 1981 betreffende de harmonisatie van de procedures voor de uitvoer van communautaire goederen (1) en van haar Toepassingsrichtlijn 82/347/EEG (2) zijn vastgesteld, waarbij met de doelstellingen van deze verordening rekening wordt gehouden. 2. De aanvaarding van de aangifte tot plaatsing onder de regeling is afhankelijk van een vergunning tot passieve veredeling. In naar behoren met redenen omklede uitzonderingsgevallen kan de douaneautoriteit evenwel de aangifte aanvaarden zonder dat een dergelijke vergunning is afgegeven, voor zover de aanvraag hiertoe eerder dan de aanvaarding van genoemde aangifte is ingediend. 3. Bij toepassing van lid 2 dient in vak 44 van de aangifte tot plaatsing onder de regeling ook de referte naar de aanvraag van de vergunning te zijn opgenomen. Afdeling 2 Vereenvoudigde procedures Artikel 12 1. Voor zover zulks geen gevolgen heeft voor de regelmatigheid van de handelingen staat de douaneautoriteit, op verzoek van de betrokkene, onder de door haar vast te stellen voorwaarden toe dat: a) in plaats van de aangifte tot plaatsing onder de regeling een handels- of administratief document wordt ingediend, vergezeld van een door de aangever ondertekende aanvraag tot uitvoer, b) de tijdelijk uitgevoerde goederen onder de regeling worden geplaatst zonder dat deze goederen bij de voor de controle van de uitvoer bevoegde douaneautoriteit worden aangeboden en voordat een aangifte tot plaatsing onder de regeling is ingediend. 2. Wanneer toestemming is verleend tot de in lid 1, onder b), bedoelde vereenvoudigde procedure, is de vergunninghouder verplicht: a) de in lid 1, onder b), bedoelde douaneautoriteit die bevoegd is toezicht uit te oefenen op de uitvoer, in de vorm en op de wijze die door haar zijn vastgesteld, op de hoogte te brengen van de voorgenomen verzendingen ten einde haar in staat te stellen voor het vertrek daarvan eventueel een controle uit te voeren, b) de aangifte tot plaatsing onder de regeling of het in lid 1, onder a), bedoelde document op te stellen, c) de voor de uitvoer bestemde goederen in zijn administratie in te schrijven. Deze inschrijving geschiedt in de vorm en op de wijze die door de douaneautoriteit zijn vastgesteld en moet de datum waarop zij plaatsvindt vermelden; zij kan worden vervangen door een andere, door de douaneautoriteit vastgestelde formaliteit die soortgelijke waarborgen biedt, en met name door gebruikmaking van geautomatiseerde informatieverwerkingssystemen, d) ieder document met betrekking tot de uitvoer van de genoemde goederen ter beschikking van de douaneautoriteit te houden. 3. De douaneautoriteit weigert de vergunning tot het gebruik van de in lid 1 bedoelde vereenvoudigde procedures aan personen: a) die niet alle nodige waarborgen bieden voor een goed verloop van de regeling; b) wier administratie de douaneautoriteit niet in staat stelt de handelingen te controleren, wanneer gebruik wordt gemaakt van een in lid 1, onder b), bedoelde vereenvoudigde procedure. De douaneautoriteit kan de vergunning weigeren aan personen die niet regelmatig passieve veredelingshandelingen laten verrichten. Artikel 13 1. Het in artikel 12 bedoelde handels- of administratief document en de inschrijving in de administratie dienen ten minste de vermeldingen te bevatten die nodig zijn voor de identificatie van de goederen, alsmede de referte naar de vergunning. De aanvaarding van het handels- of administratief document door het douanekantoor of de inschrijving in de administratie heeft dezelfde rechtskracht als de aanvaarding van de aangifte tot plaatsing onder de regeling. Een eventueel onderzoek van de goederen vindt plaats aan de hand van de vermeldingen in het handels- of administratief document of in de administratie. In de in artikel 12, lid 1, onder b), bedoelde gevallen worden de goederen geacht te zijn vrijgegeven zodra zij in de administratie zijn ingeschreven. 2. De aangifte met betrekking tot de goederen die het voorwerp uitmaken van het in artikel 12, lid 1, onder a), bedoelde handels- of administratief document, dient binnen de door de douaneautoriteit vastgestelde termijnen bij het bevoegde douanekantoor te worden ingediend. De aanvaarding van deze aangifte heeft niet dezelfde rechtskracht als de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer. De douaneautoriteit kan toestaan dat deze aangifte een algemeen, periodiek of samenvattend karakter heeft. Artikel 14 1. Wanneer de artikelen 12 en 13 niet worden toegepast en de veredelingshandelingen betrekking hebben op handelingen in verband met herstellingen van goederen, revisie en afstelling daaronder begrepen, staat een door de douaneautoriteit aangewezen douanekantoor toe dat indiening van de aangifte tot plaatsing onder de regeling tevens vergunning- aanvraag is. In dat geval bestaat de vergunning uit de aanvaarding van deze aangifte en gelden voor deze aanvaarding de voorwaarden voor vergunningverlening. 2. Een door de douaneautoriteit aangewezen douanekantoor kan de in lid 1 bedoelde procedure toepassen voor goederen die zijn bestemd om andere dan de in genoemd lid bedoelde passieve veredelingshandelingen te ondergaan. Elke Lid-Staat deelt aan de Commissie de aangewezen kantoren mede waarbij voor elk kantoor wordt vermeld voor welke soorten goederen, alsmede voor welke veredelingshandelingen het bevoegd is. 3. In geval van toepassing van de leden 1 en 2 dient bij de aangifte tot plaatsing onder de regeling tevens een bescheid te worden gevoegd dat door de aangever is opgesteld en waarin de volgende gegevens zijn vermeld: - de naam of handelsbenaming en het adres van de aanvrager van de regeling indien deze een ander is dan de aangever; - de handels- en/of technische benaming van de veredelingsprodukten; - de aard van de veredelingshandelingen; - de voor de wederinvoer van de veredelingsprodukten nodig geachte termijn; - het opbrengstpercentage of, in voorkomend geval, de wijze waarop dit percentage wordt vastgesteld; - de identificatiemiddelen. Het bij de aangifte gevoegde bescheid vormt een integrerend deel van de aangifte. HOOFDSTUK II IN ARTIKEL 10, LID 2, VAN DE BASISVERORDENING BEDOELDE TERMIJNEN Artikel 15 1. De termijn waarbinnen de veredelingsprodukten in het douanegebied van de Gemeenschap moeten worden wederingevoerd, wordt vastgesteld rekening houdend met de tijd die nodig is voor de verwezenlijking van de veredelingshandelingen en voor het vervoer van de tijdelijk uitgevoerde goederen en de veredelingsprodukten. Deze termijn wordt berekend vanaf de datum van de aanvaarding van de aangifte tot plaatsing onder de regeling. 2. In het kader van het systeem uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer wordt de termijn waarbinnen de vervangende produkten in het douanegebied van de Gemeenschap moeten worden wederingevoerd, vastgesteld rekening houdend met de tijd die nodig is voor de vervanging van de tijdelijk uitgevoerde goederen en voor het verwezenlijken van het vervoer van de tijdelijk uitgevoerde goederen en de vervangende produkten. Deze termijn wordt berekend vanaf de datum van de aanvaarding van de aangifte tot plaatsing onder de regeling. 3. De wederinvoer van de in lid 1 bedoelde veredelingsprodukten en de invoer van de in lid 2 bedoelde vervangende produkten wordt geacht te zijn verricht wanneer deze produkten: - in het vrije verkeer zijn gebracht, of - in een vrije zone of onder de douaneregelingen entrepot of actieve veredeling zijn geplaatst, of - onder de regeling voor communautair douanevervoer (externe procedure) zijn geplaatst of onder één van de in artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 222/77 van de Raad van 13 december 1976 betreffende communautair douanevervoer (1) bedoelde regelingen inzake internationaal vervoer, voor zover het gebruik van laatstgenoemde regelingen door de communautaire wetgeving wordt toegestaan. 4. De datum die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van dit artikel, is die van aanvaarding van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer, die van het voor de inslag in de vrije zone gebruikte document, of die van de aangifte voor de plaatsing onder de regeling of onder één van de in lid 3 bedoelde douaneregelingen. Artikel 16 Wanneer de omstandigheden het rechtvaardigen, kan zelfs na het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende termijn verlenging ervan worden toegestaan. HOOFDSTUK III OPBRENGSTPERCENTAGE Artikel 17 Onverminderd artikel 19 wordt het in artikel 10, lid 3, van de basisverordening bedoelde opbrengstpercentage uiterlijk op het ogenblik van de plaatsing van de goederen onder de regeling vastgesteld, rekening houdende met de technische gegevens van de te verrichten handeling of handelingen, indien zij zijn vastgesteld, of, bij ontbreken daarvan, met de in de Gemeenschap beschikbare gegevens met betrekking tot handelingen van dezelfde aard. Artikel 18 Wanneer de omstandigheden het rechtvaardigen, kan de douaneautoriteit het opbrengstpercentage vaststellen na plaatsing van de goederen onder de regeling, uiterlijk op de datum van aanvaarding van de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten. HOOFDSTUK IV GEBRUIKMAKING VAN DE REGELING Afdeling 1 Normale procedure voor het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten Artikel 19 1. Onverminderd artikel 23 is de toekenning van de regeling passieve veredeling afhankelijk van de indiening van de op een formulier IM zoals bedoeld in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1900/85, gestelde aangifte tot het brengen in het vrije verkeer. Deze aangifte wordt hierna "aangifte tot het brengen in het vrije verkeer'' genoemd. 2. In vak 44 van de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer dient eveneens de referte naar de vergunning te zijn opgenomen. 3. De aangifte tot het brengen in het vrije verkeer is vergezeld van het exemplaar van de aangifte tot plaatsing onder de regeling. 4. Wanneer de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer wordt ingediend na het verstrijken van de uit hoofde van artikel 10, lid 2, van de basisverordening vastgestelde termijnen en wanneer artikel 15, lid 3, tweede streepje, wordt toegepast, wordt ieder bewijsstuk aan de hand waarvan kan worden nagegaan dat de veredelingsprodukten of de vervangende produkten binnen deze termijnen zijn ingevoerd, bij de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer gevoegd. Artikel 20 1. Wanneer de veredelingshandelingen herstellingen zonder enig handelskarakter betreffen die gratis of tegen betaling worden verricht, staat het door de douaneautoriteit aangewezen douanekantoor, op verzoek van de aangever, toe dat de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer tevens vergunningaanvraag is. In deze gevallen bestaat de vergunning uit de aanvaarding van deze aangifte en gelden voor deze aanvaarding de voorwaarden voor vergunningverlening. 2. In de zin van lid 1 wordt verstaan onder "herstellingen zonder enig handelskarakter'' de herstellingen van goederen, daaronder begrepen revisie en afstelling, die: - een incidenteel karakter hebben en - uitsluitend betrekking hebben op goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van de importeur of van zijn gezin, waarbij uit de aard of de hoeveelheid van deze goederen geen enkel commercieel voornemen mag blijken. 3. Het bewijs dat het een herstelling zonder enig handelskarakter betreft, dient door de aanvrager te worden geleverd. Het douanekantoor staat de in lid 1 bedoelde faciliteiten slechts toe wanneer aan alle voorwaarden is voldaan. Afdeling 2 Vereenvoudigde procedures voor het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten Artikel 21 1. Voor zover zulks geen gevolgen heeft voor de regelmatigheid van de handelingen staat de douaneautoriteit, op verzoek van de betrokkene, onder de door haar vast te stellen voorwaarden toe dat: a) bepaalde vereiste gegevens niet in de aangifte tot het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten worden vermeld; b) in plaats van de aangifte, een handels- of administratief document wordt ingediend vergezeld van een door de aangever ondertekende aanvraag voor het in het vrije verkeer brengen; c) het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten plaatsvindt zonder dat deze produkten aan haar worden aangeboden en voordat een aangifte voor het brengen in het vrije verkeer wordt ingediend. 2. Wanneer toestemming is verleend tot de in lid 1, onder c), bedoelde vereenvoudigde procedure, is de vergunninghouder verplicht: a) vóór de aankomst van de veredelingsprodukten de douaneautoriteit in te lichten en haar alle gegevens te verstrekken welke zij nodig acht om eventueel haar recht om de goederen te onderzoeken te kunnen uitoefenen; b) de veredelingsprodukten in zijn administratie in te schrijven. Deze inschrijving geschiedt in de vorm en op de wijze die door de douaneautoriteit zijn vastgesteld en moet de datum waarop zij plaatsvindt bevatten; zij kan worden vervangen door een andere door de douaneautoriteit vastgestelde formaliteit die soortgelijke waarborgen biedt, en met name door gebruikmaking van geautomatiseerde informatieverwerkingssystemen; c) ieder document met betrekking tot het in het vrije verkeer brengen van de wederingevoerde veredelingsprodukten ter beschikking van de douaneautoriteit te houden en met name het in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opgestelde invoercertificaat of de documenten die in dat beleid zijn voorzien. 3. De douaneautoriteit weigert de vergunning tot het gebruik van de vereenvoudigde procedure aan personen: a) die niet alle nodige waarborgen bieden voor het goede verloop van de regeling; b) wier administratie in het geval de in lid 1, onder c), bedoelde vereenvoudigde procedure wordt aangevraagd, de douaneautoriteit niet in staat stelt de veredelingshandelingen te controleren. De douaneautoriteit kan de vergunning weigeren aan personen die niet regelmatig veredelingshandelingen verrichten. Artikel 22 1. De onvolledige aangifte, het handels- of administratief document en de in artikel 21 bedoelde inschrijving in de administratie dienen ten minste de vermeldingen te bevatten die nodig zijn voor de identificatie van de veredelingsprodukten, alsmede de referte naar de vergunning. De aanvaarding van de onvolledige aangifte of van het handels- of administratief document door het douanekantoor, of de inschrijving in de administratie heeft dezelfde rechtskracht als de aanvaarding van de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer. Een eventueel onderzoek van de veredelingsprodukten vindt plaats aan de hand van de vermeldingen in de onvolledige aangifte, in het handels- of administratief document of in de administratie. In de in artikel 21, lid 1, onder c), bedoelde gevallen worden de veredelingsprodukten geacht te zijn vrijgegeven zodra zij in de administratie zijn ingeschreven. 2. De aanvullende aangifte of de aangifte met betrekking tot de veredelingsprodukten waarvoor de in lid 1 bedoelde vergunning is verleend, moet binnen de door de douaneautoriteit vastgestelde termijnen bij het bevoegde douanekantoor worden ingediend. De aanvaarding van deze aangifte heeft niet dezelfde rechtskracht als de aanvaarding van de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer. 3. De douaneautoriteit kan toestaan dat de aanvullende aangifte of de in lid 2 bedoelde aangifte een algemeen, periodiek of samenvattend karakter heeft. Afdeling 3 Tenuitvoerlegging van de handelspolitieke maatregelen Artikel 23 1. Bij het in het vrije verkeer brengen van de in artikel 1, lid 2, van de basisverordening bedoelde veredelingsprodukten zijn de specifieke handelspolitieke maatregelen die voor deze produkten gelden op het ogenblik waarop de aangifte tot het brengen in het vrije verkeer wordt aanvaard, alleen van toepassing wanneer deze produkten niet van oorsprong zijn uit de Gemeenschap in de zin van Verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad van 27 juni 1968 betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip "oorsprong van goederen'' (1). 2. De specifieke handelspolitieke maatregelen bij invoer worden niet toegepast in geval van reparaties, bij gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer, of bij aanvullende veredelingshandelingen die worden verricht overeenkomstig de regeling in artikel 22 van Verordening (EEG) nr. 1999/85. 20. 8. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen HOOFDSTUK V BEPALINGEN BETREFFENDE DE GEDEELTELIJKE VRIJSTELLING Artikel 24 Voor de berekening van het in artikel 13, lid 2, eerste alinea, van de basisverordening bedoelde in mindering te brengen bedrag worden niet in aanmerking genomen: a) de monetaire compenserende bedragen, b) de heffingen zoals bedoeld in: - artikel 14, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), - artikel 13, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees (2), - artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren (3), - artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee (4), - de artikelen 25 en 25 bis van Verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (5) - artikel 53, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (6), c) de anti-dumpingrechten en compenserende rechten, die op de tijdelijk uitgevoerde goederen van toepassing zouden zijn geweest indien deze uit het land waar zij de veredelingshandeling of de laatste veredelingshandeling hebben ondergaan, in de betrokken Lid-Staat waren ingevoerd. Artikel 25 1. Bij toepassing van artikel 13, lid 2, tweede alinea, van de basisverordening worden de kosten voor lading, vervoer en verzekering van de tijdelijk uitgevoerde goederen tot aan de plaats waar de veredelingshandeling of de laatste veredelingshandeling heeft plaatsgevonden, niet begrepen in: - de waarde van de tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking wordt genomen bij de vaststelling van de douanewaarde van de veredelingsprodukten overeen- komstig artikel 8, lid 1, onder b), i), van Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen - de veredelingskosten wanneer de waarde van de tijdelijk uitgevoerde produkten niet kan worden bepaald door toepassing van het onder het eerste streepje bedoelde artikel 8, lid 1, onder b), i). 2. In de in lid 1 bedoelde veredelingskosten moeten worden begrepen de kosten voor lading, vervoer en verzekering van de veredelingsprodukten van de plaats waar de veredelingshandeling of de laatste veredelingshandeling heeft plaatsgevonden tot aan de plaats waar de goederen in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht. 3. De in artikel 15 van de basisverordening bedoelde herstellingskosten bestaan uit de totale betaling die voor de desbetreffende herstelling wordt gedaan of moet worden gedaan door de vergunninghouder aan degene die de herstelling verricht of ten behoeve van deze en omvat alle betalingen die, als voorwaarde voor het herstellen van de tijdelijk uitgevoerde goederen, door de vergunninghouder aan degene die de herstelling uitvoert werden gedaan of moeten worden gedaan of door de vergunninghouder aan een derde partij werden gedaan of moeten worden gedaan om aan een verplichting van degene die de herstelling verricht, te voldoen. Deze betaling hoeft niet noodzakelijk te bestaan uit de overdracht van geld. Betaling kan eveneens geschieden door middel van kredietbrieven of verhandelbare stukken en kan rechtstreeks of niet rechtstreeks geschieden. Artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1224/80 en artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1495/80 van de Commissie van 11 juni 1980 betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1224/80 (8) zijn van toepassing voor het bepalen van de betrekkingen tussen de vergunninghouder en de veredelaar. HOOFDSTUK VI BIJ TOEKENNING VAN HET SYSTEEM UITWISSELINGSVERKEER MET VOORAFGAANDE INVOER IN ACHT TE NEMEN FORMALITEITEN Afdeling 1 Invoer van vervangende produkten Artikel 26 1. De aangifte tot het brengen in het vrije verkeer van vervangende produkten die voor de uitvoer van de tijdelijk ingevoerde goederen zijn ingevoerd, dient in vak 44 eveneens de referte naar de vergunning te bevatten. 2. De artikelen 20, 21 en 22 zijn van toepassing. 20. 8. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Afdeling 2 Uitvoer van de goederen Artikel 27 1. De aangifte voor de uitvoer van de goederen die na de invoer van de vervangingsprodukten geschiedt, dient op een in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1900/85 bedoeld formulier EX te worden gedaan. 2. Met het oog op de toepassing van lid 1 wordt met uitvoer gelijk gesteld: het plaatsen van de goederen in een vrije zone of onder de douaneregeling entrepot met het oog op latere uitvoer ervan. 3. Artikel 10, artikel 11, lid 1, en de artikelen 12 en 13 zijn van overeenkomstige toepassing. Afdeling 3 In artikel 20 van de basisverordening bedoelde termijnen Artikel 28 Wanneer de omstandigheden het rechtvaardigen, kan zelfs na verstrijken van de oorspronkelijk vastgestelde termijn verlenging van de in artikel 20 van de basisverordening bedoelde termijn worden toegestaan. HOOFDSTUK VII TOEREKENING VAN DE TIJDELIJK UITGEVOERDE GOEDEREN AAN DE WEDERINGEVOERDE VEREDELINGSPRODUKTEN Artikel 29 1. Wanneer uit de passieve veredeling van een of meer soorten tijdelijk uitgevoerde goederen slechts één soort veredelingsprodukt wordt verkregen, wordt voor het bepalen van het bedrag dat in mindering moet worden gebracht bij het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten, de methode van de hoeveelheidsleutel (veredelingsprodukten) toegepast. 2. Bij toepassing van lid 1 wordt de hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die overeenstemt met de hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten en die in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van het in mindering te brengen bedrag, berekend door op de totale hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen een coëfficiënt toe te passen die overeenstemt met de verhouding tussen de hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte vere`olingsprodukten en de totale hoeveelheid veredelingsprodukten. Artikel 30 1. Wanneer uit de passieve veredeling van een of meer soorten tijdelijk uitgevoerde goederen verscheidene soorten veredelingsprodukten worden verkregen en deze goederen met alle bestanddelen ervan in elk van de onderscheiden soorten veredelingsprodukten zijn terug te vinden, wordt voor het bepalen van het bedrag dat in mindering moet worden gebracht bij het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten, de methode van de hoeveelheidsleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen) toegepast. 2. Om te bepalen of de in lid 1 bedoelde methode van toepassing is, wordt geen rekening gehouden met verliezen. 3. De bijkomende veredelingsprodukten die als resten en afvallen gelden, worden gelijkgesteld met verliezen bij de toerekening van de tijdelijk uitgevoerde goederen. 4. Bij toepassing van lid 1 wordt de hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die bij de vervaardiging van elke soort veredelingsprodukt is gebruikt, bepaald door achtereenvolgens op de totale hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen een coëfficiënt toe te passen die overeenstemt met de verhouding tussen de hoeveelheden tijdelijk uitgevoerde goederen die in elke soort veredelingsprodukt zijn terug te vinden en de totale hoeveelheden van deze goederen die in alle genoemde veredelingsprodukten terug te vinden zijn. 5. De hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die overeenstemt met de hoeveelheid van elke soort in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten en die in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van het in mindering te brengen bedrag, wordt bepaald door op de hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die bij de vervaardiging van elke soort van de genoemde produkten is gebruikt, berekend overeenkomstig lid 4, de onder de voorwaarden van artikel 29, lid 2, vastgestelde coëfficiënt toe te passen. Artikel 31 1. De methode van de waardesleutel wordt toegepast in alle gevallen waarin de artikelen 29 en 30 niet kunnen worden toegepast. Met toestemming van de vergunninghouder kan de douaneautoriteit echter in plaats van de methode van de waardesleutel ter vereenvoudiging de methode van de hoeveelheidsleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen) toepassen indien toepassing van deze beide methoden vergelijkbare uitkomsten oplevert. 2. Om de hoeveelheden van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die bij de vervaardiging van elke soort veredelingsprodukten zijn gebruikt, te bepalen, wordt achtereenvolgens op de totale hoeveelheden tijdelijk uitgevoerde goederen een coëfficiënt toegepast die overeenstemt met de verhouding tussen de douanewaarde van elk van de verede- lingsprodukten en de totale douanewaarde van deze produkten. 3. Wanneer een soort veredelingsprodukt niet wordt wederingevoerd, is de voor de toepassing van de waardesleutel aan te houden waarde van deze produkten de recente verkoopprijs in de Gemeenschap van identieke of soortgelijke produkten, op voorwaarde dat deze niet door verbondenheid tussen de koper en de verkoper wordt beïnvloed. Voor de beoordeling of er sprake is van verbondenheid tussen koper en verkoper zijn artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1224/80 en artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1495/80 van toepassing. Indien de waarde niet kan worden vastgesteld door toepassing van het bepaalde in de vorige alinea, wordt deze door de douaneautoriteit naar redelijkheid vastgesteld. 4. De hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die overeenstemt met de hoeveelheid van elke soort in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten en die in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van het in mindering te brengen bedrag, wordt bepaald door op de hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die bij de vervaardiging van deze produkten is gebruikt, berekend overeenkomstig lid 2, de onder de voorwaarden van artikel 29, lid 2, vastgestelde coëfficiënt toe te passen. Artikel 32 De in de artikelen 29 tot en met 31 bedoelde berekeningen worden verricht aan de hand van de berekeningsvoorbeelden die in bijlage III zijn opgenomen of met behulp van enig andere berekeningsmethode die dezelfde uitkomsten oplevert. Artikel 33 De toerekening van de tijdelijk uitgevoerde goederen aan de wederingevoerde veredelingsprodukten volgens een van de in de artikelen 29 tot en met 31 bedoelde methoden wordt verricht wanneer niet alle veredelingsprodukten, andere dan de in artikel 30, lid 3, bedoelde bijkomende veredelingsprodukten, die uit een bepaalde veredelingshandeling verkregen zijn, tegelijkertijd in het vrije verkeer worden gebracht. TITEL IV ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING EN SLOTBEPALINGEN Artikel 34 1. De Lid-Staten delen aan de Commissie de in bijlage IV vermelde inlichtingen mede voor elke aanvraag om een vergunning die is afgewezen omdat de economische voorwaarden niet als vervuld worden beschouwd. 2. De in lid 1 bedoelde mededelingen worden gedaan in de loop van de maand volgende op de kalendermaand waarin de aanvraag om een vergunning werd afgewezen. Zij worden door de Commissie aan de andere Lid-Staten medegedeeld en worden door het Comité economische douaneregelingen onderzocht wanneer zij aanleiding geven tot opmerkingen van een Lid-Staat of van de voorzitter van dit comité. Artikel 35 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1988. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 31 juli 1987. Voor de Commissie COCKFIELD Vice-Voorzitter EWG:L888UMBH00.98 FF: 8UHO; SETUP: 01; Hoehe: 5251 mm; 1005 Zeilen; 46443 Zeichen; Bediener: UTE0 Pr.: C; Kunde: 39541 Montan Holland (1) PB nr. L 212 van 2. 8. 1986, blz. 1. (1) PB nr. L 188 van 20. 7. 1985, blz. 1. (1) PB nr. L 240 van 24. 9. 1969, blz. 5. (2) PB nr. L 76 van 20. 3. 1982, blz. 1. (3) PB nr. L 179 van 11. 7. 1985, blz. 4. (1) PB nr. L 83 van 30. 3. 1981, blz. 40. (2) PB nr. L 156 van 7. 6. 1982, blz. 1. (1) PB nr. L 38 van 9. 2. 1977, blz. 1. (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 1. (1) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1. (2) PB nr. L 282 van 1. 11. 1975, blz. 1. (3) PB nr. L 282 van 1. 11. 1975, blz. 49. (4) PB nr. L 282 van 1. 11. 1975, blz. 77. (5) PB nr. L 118 van 20. 5. 1972, blz. 1. (6) PB nr. L 84 van 27. 3. 1987, blz. 1. (7), (7) PB nr. L 134 van 31. 5. 1980, blz. 1. (8) PB nr. L 154 van 21. 6. 1980, blz. 14. BIJLAGE I MODEL VAN EEN AANVRAAG VAN EEN VERGUNNING TOT PASSIEVE VEREDELING AANVRAAG VAN EEN VERGUNNING TOT PASSIEVE VEREDELING d.d. . Nota bene: De navolgende gegevens dienen, indien mogelijk, in deze volgorde te worden verstrekt. Gegevens met betrekking tot de goederen of produkten worden verstrekt per goederen- of produktsoort. De gegevens worden verstrekt voor zover deze de aanvrager van de vergunning redelijkerwijze bekend kunnen zijn. 1. Naam of handelsnaam en adres van de aanvrager: . . . . 2. Beoogd systeem of beoogde bijzondere modaliteiten (¹): a) uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer: . . b) uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer: . . c) driehoeksverkeer: . . 3. Goederen bestemd om de veredelingshandelingen te ondergaan of in het kader van het uitwisselingsverkeer te worden uitgevoerd en motivering van de aanvraag: a) technische en/of handelsbenaming (²): . . b) gegevens met betrekking tot de indeling in het gemeenschappelijk douanetarief (³): . . c) voorziene hoeveelheid: . . d) voorziene waarde: . . 4. Weder in te voeren veredelingsprodukten of in te voeren vervangende produkten (%): a) technische of handelsbenaming (²): . . . b) gegevens met betrekking tot de indeling in het gemeenschappelijk douanetarief (³): . . . 5. Opbrengstpercentage (¹): . . . 6. Aard van de veredelingshandelingen ((): . . . . 7. Land waar de veredelingshandeling zal plaatsvinden of, in het geval van uitwisselingsverkeer, land van waaruit de vervangende produkten zullen worden ingevoerd: . . . 8. Voor de wederinvoer van de veredelingsprodukten of van de vervangende produkten noodzakelijk geachte termijn ()): . . . 9. Aanbevolen identificatiemiddelen: . . . 10. Lid-Staat of douanekantoor voor het vervullen van de formaliteiten met betrekking tot: a) de tijdelijk uitgevoerde goederen: . . b) de wederinvoer van de veredelingsprodukten: . . c) de invoer van de vervangende produkten ( 7): . . 11. Voorziene geldigheidsduur van de vergunning (§): . . . Datum: . Handtekening: . (¹) Het beoogde systeem en/of de beoogde bijzondere modaliteiten opgeven. (²) Dit gegeven dient te worden verstrekt in voldoende duidelijke en nauwkeurige bewoordingen om het de douaneautoriteit mogelijk te maken over het verzoek te beslissen en in het bijzonder aan de hand van de ontvangen gegevens te bepalen of de economische voorwaarden als vervuld kunnen worden beschouwd en, ingeval gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer wordt overwogen, of de voorwaarden voor de toekenning van deze regeling vervuld zijn. (³) Dit gegeven dat slechts ter indicatie wordt verstrekt, kan beperkt blijven tot de tariefpost indien de vermelding van de postonderverdeling niet nodig is voor de afgifte van de vergunning en het goede verloop van de veredelingshandelingen. Indien gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer wordt overwogen dient de postonderverdeling te worden vermeld. (%) Alle produkten vermelden, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de produkten met handelswaarde en die welke geen handelswaarde hebben, ongeacht het feit of zij zullen worden wederingevoerd of niet. (¹) Het voorziene opbrengstpercentage vermelden of een voorstel doen voor het vaststellen van dit percentage. (() Preciseren welke de aard is van de veredelingshandelingen, waarbij men zich niet dient te beperken tot aanduidingen zoals herstelling, verwerking of bewerking. ()) Dit gegeven dient niet te worden verstrekt indien gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer wordt overwogen. ( 7) Dit gegeven wordt verstrekt indien gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer wordt overwogen. (§) De termijn aangeven gedurende welke de goederen bestemd om de veredelingshandelingen te ondergaan of het voorwerp uit te maken van het uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer zullen worden uitgevoerd. Indien gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer wordt overwogen, de termijn vermelden waarbinnen de vervangende produkten zullen worden ingevoerd. EWG:L888UMBH01.95 FF: 8UHO; SETUP: 01; Hoehe: 516 mm; 103 Zeilen; 4109 Zeichen; Bediener: UTE0 Pr.: C; Kunde: L 888 Umbr. HO 01 EWG:L888UMBH02.95 15. 8. 1987 . MODEL VAN EEN VERGUNNING TOT PASSIEVE VEREDELING VERGUNNING TOT PASSIEVE VEREDELING d.d. . Nota bene: De vergunning dient de vermeldingen van de aanvraag te bevatten. Wanneer de gegevens worden verstrekt door middel van een verwijzing naar de aanvraag, maakt deze een integrerend deel uit van de vergunning. Navolgende gegevens dienen, zo mogelijk in deze volgorde, te worden verstrekt: 1. Naam of handelsnaam en adres van de vergunninghouder: . . . . 2. Toegestaan systeem (¹): . . . 3. Modaliteiten (²): . . . 4. Goederen bestemd om de veredelingshandelingen te ondergaan (³): a) technische en/of handelsbenaming: . . b) gegevens met betrekking tot de indeling in het gemeenschappelijk douanetarief: . . c) voorziene hoevelheid: . . d) voorziene waarde: . . 5. Weder in te voeren veredelingsprodukten of in te voeren vervangende produkten (³): a) technische en/of handelsbenaming: . . b) gegevens met betrekking tot de indeling in het gemeenschappelijk douanetarief: . . 6. Opbrengstpercentage of wijze waarop dit percentage wordt vastgesteld (%): . . . 7. Aard van de veredelingshandelingen: . . . 8. Land waar de veredelingshandeling zal plaatsvinden: . . . 9. Termijn voor de wederinvoer van de veredelingsprodukten: . . . 10. Gebruikte identificatiemiddelen: . . . 11. Lid-Staat of douanekantoor voor het vervullen van de formaliteiten met betrekking tot: a) de tijdelijk uitgevoerde goederen: . . b) de wederinvoer van de veredelingsprodukten: . . c) de invoer van de vervangende produkten: . . 12. Geldigheidsduur: . . . 13. Datum voor het hernieuwd onderzoek van de economische voorwaarden (¹): . .Datum: . Handtekening: . (¹) Op te geven indien gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer wordt overwogen. (²) Vermelden of driehoeksverkeer zal worden toegepast of, in geval van uitwisselingsverkeer, of de voorafgaande invoer is toegestaan. (³) Deze gegevens worden verstrekt voor zover noodzakelijk om de douanekantoren in staat te stellen het gebruik van de vergunning te controleren. (%) Het opbrengstpercentage vermelden of de wijze waarop de voor de controle op het regelmatig verloop van de veredelingshandelingen bevoegde douaneautoriteit dit percentage moet vaststellen. (¹) Dit gegeven dient alleen te worden verstrekt in geval dat de geldigheidsduur van de vergunning twee jaar overschrijdt. EWG:L888UMBH02.95 FF: 8UHO; SETUP: 01; Hoehe: 513 mm; 83 Zeilen; 2410 Zeichen; Bediener: UTE0 Pr.: C; Kunde: L 888 Umbr. HO 02 ANEXO II - BILAG II - ANHANG II - ÐÁÑÁÑÔÇÌÁ II - ANNEX II - ANNEXE II - ALLEGATO II - BIJLAGE II - ANEXO II 1 2 3 1 2 3 EWG:L888FORM00.97 FF: 8LAL; SETUP: 01; Hoehe: 71 mm; 21 Zeilen; 142 Zeichen; Bediener: MARK Pr.: C; Kunde: L 888 Formulare FICHE DE RENSEIGNEMENTS POUR FACILITER L'EXPORTATION TEMPORAIRE DES MARCHANDISES ENVOYÉES D'UN PAYS DANS UN AUTRE POUR TRANSFORMATION, OUVRAISON OU RÉPARATION I RENSEIGNEMENTS À FOURNIR À L'EXPORTATION (*) >RUIMTE VOOR DE TABEL> II RENSEIGNEMENTS À FOURNIR À L'IMPORTATION (*) >RUIMTE VOOR DE TABEL> III RENSEIGNEMENTS À FOURNIR À LA RÉEXPORTATION (*) >RUIMTE VOOR DE TABEL> 17. 8. 87 Journal officiel des Communautés européennes Réservé à la douane NOTICE CONCERNANT L'UTILISATION DE LA FICHE DE RENSEIGNEMENTS 1. L'exportateur doit s'assurer que les autorités douanières du pays d'importation temporaire seront en mesure d'établir, sous réserve des conditions qu'elles fixent, l'identité des marchandises. 2. L'utilisateur doit présenter la fiche de renseignements (FR) dûment remplie aux autorités douanières lors du dédouanement des marchandises. 3. Dans le cas des réimportations effectuées par envois fractionnés, le déroulement des opérations est le suivant: a) Exportation temporaire: L'exportateur présente la FR en deux exemplaires (original et copie). La douane les vise (titre I) et les remet à l'exportateur qui transmet l'original à l'importateur qui le conserve jusqu'à la dernière réexportation. L'exportateur conserve la copie. b) Importation temporaire: L'importateur présente l'original à la douane qui le lui restitue après avoir visé le titre II. c) Réexportations fractionnées: Le réexportateur remplit un exemplaire supplémentaire du titre III, y compris le cas G, et le présente ainsi que l'original à la douane. Celle-ci confronte ces deux documents et vise l'exemplaire supplémentaire qui est transmis par le réexportateur au réimportateur. d) Réimportations fractionnées: Le réimportateur présente l'exemplaire supplémentaire ainsi que la copie à la douane qui confronte ces deux documents. e) Dernière réexportation fractionnée: Le réexportateur remplit le titre III de l'original, y compris la case G. La douane appose son attestation et remet l'original au réexportateur qui le fait parvenir au réimportateur. f) Dernière réimportation fractionnée: Le réimportateur présente à la douane l'original et la copie de la FR. 4 EWG:L888UMBA03.96 FF: 8UFR; SETUP: 01; Hoehe: 254 mm; 29 Zeilen; 1850 Zeichen; Bediener: UTE0 Pr.: C; Kunde: L 888 Umbr. deutsch 03 INFORMATION DOCUMENT TO FACILITATE THE TEMPORARY EXPORTATION OF GOODS SENT FROM ONE COUNTRY FOR MANUFACTURE, PROCESSING OR REPAIR IN ANOTHER I TO BE COMPLETED AT EXPORTATION (*) >RUIMTE VOOR DE TABEL> II TO BE COMPLETED AT IMPORTATION (*) >RUIMTE VOOR DE TABEL> III TO BE COMPLETED AT RE-EXPORTATION (*) >RUIMTE VOOR DE TABEL> 17. 8. 87 Official Journal of the European Communities For official use only NOTE FOR THE USE OF THE INFORMATION DOCUMENT 1. The exporter must ensure that, subject to any conditions they may lay down, the Customs authorities of the country of temporary importation are in a position to establish the identity of the goods. 2. The duly completed Information Document (I. D.) must be presented to the Customs authorities whenever the goods are cleared. 3. If the goods are to be re-imported in split consignments the following procedure applies. (a) Temporary exportation: The exporter produces the I. D. in duplicate. The Customs certify both copies (Part I) and return them to the exporter who sends the original I. D. to the importer who keeps it until the last split re-exportation. The exporter keeps the duplicate I. D. (b) Temporary importation: The importer produces the original I. D. to the Customs who certify Part II and return the I. D. to him. (c) Split re-exportation: The re-exporter completes an additional Part III (including Cage G) and produces it to the Customs together with the original I. D. The Customs certify the additional Part III after checking it against the I. D. The re-exporter sends the additional Part III to re-importer. (d) Split re-importation: The re-importer produces the additional Part III and his copy of the I. D. to the Customs for checking against each other. (e) Last split re-exportation: The re-exporter completes Part III of the original I. D. including Cage G. The Customs certify the original I. D. and return it to the re-exporter who sends it to the re-importer. (f) Last split re-imporatation: The re-importer producers both copies of the I. D. to the Customs. 4 EWG:L888UMBA04.95 FF: 8UEN; SETUP: 01; Hoehe: 254 mm; 30 Zeilen; 1733 Zeichen; Bediener: MARK Pr.: C; Kunde: L 888 Umbr. deutsch 04 BIJLAGE III BEREKENINGSWIJZEN TOEREKENING VAN DE TIJDELIJK UITGEVOERDE GOEDEREN AAN DE VEREDELINGSPRODUKTEN Aard van de in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten Artikel 29, eerste geval verkregen uit een enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen . I een enkele soort Artikel 29, tweede geval verkregen uit verscheidene soorten tijdelijk uitgevoerde goederen . II verkregen uit één enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen Artikel 30, eerste geval hoeveelheidsleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen) . III Artikel 31, eerste geval waardesleutel . IV verscheidene soorten verkregen uit verscheidene soorten tijdelijk uitgevoerde goederen Artikel 30, tweede geval hoeveelheidsleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen) . V Artikel 31, tweede geval waardesleutel . VI " Y Y Y Y Y y Y Y Y x " Y Y y Y Y x " Y Y Y y Y Y Y x " Y y Y x " Y y Y x VI. Artikel 29, eerste geval Een enkele soort veredelingsprodukt wordt verkregen uit een enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen Hoeveelheidsleutel (veredelingsprodukten): a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen: 100 kg A b) Opbrengst van 100 kg A: 200 kg X c) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten: 180 kg X d) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van het in mindering te brengen bedrag: 180/200 × 100 kg = 90 kg A III. Artikel 29, tweede geval Een enkele soort veredelingsprodukt wordt verkregen uit verscheidene soorten tijdelijk uitgevoerde goederen Hoeveelheidsleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen): a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen: 100 kg A en 50 kg B b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B: 300 kg X c) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten: 180 kg X d) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van het in mindering te brengen bedrag: 180/300 × 100 kg = 60 kg A 180/300 × 50 kg = 30 kg B III. Artikel 30, eerste geval Verscheidene soorten veredelingsprodukten worden verkregen uit één enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen Hoeveelheidsleutel: a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen: 100 kg A b) Opbrengst van 100 kg A: 200 kg X waarin is terug te vinden 10 kg A 200 kg X waarin is terug te vinden 85 kg A 30 kg Y waarin is terug te vinden 10 kg A 95 kg A c) Toerekeningsbasis: 200 kg X = 85/95 × 100 kg = 89,47 kg A 200 kg X = 85/95 × 100 kg = 89,47 kg A 30 kg Y = 10/95 × 100 kg = 10,53 kg A 100 kg A d) Hoeveelheden in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten: 180 kg X en 20 kg Y e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van het in mindering te brengen bedrag: 180 kg X = 180/200 × 89,47 = 80,52 kg A 180 kg X = 180/200 × 89,47 = 80,52 kg A 20 kg Y = 20/30 × 10,53 = 7,02 kg A 87,54 kg A IV. Artikel 31, eerste geval Verscheidene soorten veredelingsprodukten worden verkregen uit één enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen Waardesleutel: a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen: 100 kg A b) Opbrengst van 100 kg: 200 kg X a Ecu 12 = Ecu 2 400 200 kg X à 12 Ecu = 2 400 Ecu 30 kg Y à 5 Ecu = 150 Ecu 2 550 Ecu c) Toerekeningsbasis: 200 kg X = 2 400/2 550 × 100 kg = 94,12 kg A 200 kg X = 2 400/2 550 × 100 kg = 94,12 kg A 30 kg Y = 150/2 550 × 100 kg = 5,88 kg A 100 kg A d) Hoeveelheden in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten: 180 kg X en 20 kg Y e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van het in mindering te brengen bedrag: 180 kg X = 180/200 × 94,12 = 84,71 kg A 180 kg X = 180/200 × 94,12 = 84,71 kg A 20 kg Y = 20/30 × 5,88 = 3,92 kg A 88,63 kg A V. Artikel 30, tweede geval Verscheidene soorten veredelingsprodukten worden verkregen uit verscheidene soorten tijdelijk uitgevoerde goederen Hoeveelheidsleutel: a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen: 100 kg A en 50 kg B b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B: 200 kg X waarin zijn terug te vinden 85 kg A en 35 kg B 200 kg X waarin zijn terug te vinden 85 kg A en 35 kg B 30 kg Y waarin zijn terug te vinden 10 kg A en 12 kg B 95 kg A en 47 kg B c) Toerekeningsbasis: 200 kg X = 85/95 × 100 kg = 89,47 kg A en 37,23 kg B 200 kg X = 85/95 × 100 kg = 89,47 kg A 200 kg X = 35/47 × 50 kg = 37,23 kg B 30 kg Y = 10/95 × 100 kg = 10,53 kg A 30 kg Y = 12/47 × 50 kg = 12,76 kg B 100 kg A en 50 kg B d) Hoeveelheden in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten: 180 kg X en 20 kg Y e) Hoeveelheden tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van het in mindering te brengen bedrag: 180 kg X = 180/200 × 37,23 = 80,52 kg A en 33,51 kg B 180 kg X = 180/200 × 89,47 = 80,52 kg A 180 kg X = 180/200 × 37,23 = 33,51 kg B 20 kg Y = 20/30 × 10,53 = 7,02 kg A 20 kg Y = 20/30 × 12,76 = 8,51 kg B 87,54 kg A en 42,02 kg B VI. Artikel 30, tweede geval Verscheidene soorten veredelingsprodukten worden verkregen uit verscheidene soorten tijdelijk uitgevoerde goederen Waardesleutel: a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen: 100 kg A en 50 kg B b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B: 200 kg X a Ecu 12 = Ecu 2 400 200 kg X à 12 Ecu = 2 400 Ecu 30 kg Y à 5 Ecu = 150 Ecu 2 550 Ecu c) Toerekeningsbasis: 200 kg X = 2 400/2 550 × 50 kg = 94,12 kg A en 47,06 kg B 200 kg X = 2 400/2 550 × 100 kg = 94,12 kg A 200 kg X = 2 400/2 550 × 50 kg = 47,06 kg B 30 kg Y = 150/2 550 × 100 kg = 5,88 kg A 30 kg Y = 150/2 550 × 50 kg = 100 kg A en 2,94 kg B 100 kg A en 50 kg B d) Hoeveelheden in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten: 180 kg X en 20 kg Y e) Hoeveelheden tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van het in mindering te brengen bedrag: 180 kg X = 180/200 × 47,06 = 84,71 kg A en 42,35 kg B 180 kg X = 180/200 × 94,12 = 84,71 kg A 180 kg X = 180/200 × 47,06 = 42,35 kg B 20 kg Y = 20/30 × 5,88 = 3,92 kg A 20 kg Y = 20/30 × 2,94 = 1,96 kg B 88,63 kg A en 44,31 kg B EWG:L888UMBH05.96 FF: 8UHO; SETUP: 01; Hoehe: 983 mm; 255 Zeilen; 6195 Zeichen; Bediener: UTE0 Pr.: C; Kunde: L 888 Umbr. HO 05 BIJLAGE IV Lid-Staat: . REGELING "PASSIEVE VEREDELING'' >RUIMTE VOOR DE TABEL>