31987R2372

Verordening (EEG) nr. 2372/87 van de Commissie van 31 juli 1987 houdende vaststelling, voor het wijnoogstjaar 1987/1988, van de uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor het gebruik van druiven, druivemost en geconcentreerde druivemost met het oog op de bereiding van druivesap, alsmede van de steunbedragen

Publicatieblad Nr. L 216 van 06/08/1987 blz. 0010 - 0014


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2372/87 VAN DE COMMISSIE

van 31 juli 1987

houdende vaststelling, voor het wijnoogstjaar 1987/1988, van de uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor het gebruik van druiven, druivemost en geconcentreerde druivemost met het oog op de bereiding van druivesap, alsmede van de steunbedragen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1972/87 (2), en met name op artikel 46, lid 5, artikel 67, lid 8, en artikel 81,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1676/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake de waarde van de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1636/87 (4),

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1678/85 van de Raad van 11 juni 1985 tot vaststelling van de in de landbouw toe te passen omrekeningskoersen (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1953/87 (6),

Overwegende dat bij artikel 46, lid 1, eerste alinea, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 822/87 een steunregeling is ingesteld voor het gebruik van most en geconcentreerde most die zijn vervaardigd van in de Gemeenschap geproduceerde druiven, met het oog op de bereiding van druivesap; dat in lid 2 van dat artikel is bepaald dat de steunregeling ook kan worden toegepast op het gebruik van druiven van communautaire oorsprong; dat, gezien de wijze waarop druivesap pleegt te worden bereid, tevens steun dient te worden verleend voor deze druiven;

Overwegende dat in artikel 47 van Verordening (EEG) nr. 822/87 is bepaald dat alleen de producenten die gedurende een nader te bepalen referentieperiode hebben voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 35 en, in voorkomend geval, in de artikelen 36 en 39 van die verordening, voor de interventiemaatregelen in aanmerking kunnen komen; dat deze periode derhalve moet worden vastgesteld;

Overwegende dat voor de toepassing van de steunregeling een administratief stelsel nodig is dat het mogelijk maakt zowel de oorsprong als de bestemming te controleren van het produkt waarvoor steun kan worden verleend;

Overwegende dat het economische doel van de steunregeling erin bestaat te bevorderen dat bij de druivesapbereiding wijnbouwprodukten van communautaire oorsprong worden gebruikt in plaats van ingevoerde produkten; dat de steun derhalve dient te worden verleend aan de gebruikers van de grondstof, dit zijn de verwerkers;

Overwegende dat, met het oog op de goede werking van de steun- en controleregeling, dient te worden bepaald dat belangstellende verwerkers een schriftelijke verklaring moeten indienen waarin de nodige gegevens zijn vermeld om controle op de werkzaamheden mogelijk te maken;

Overwegende dat, opdat de steunregeling een merkbare kwantitatieve invloed op het gebruik van de communautaire grondstoffen kan uitoefenen, een minimumhoeveelheid dient te worden vastgesteld voor elk produkt waarop een verklaring betrekking kan hebben;

Overwegende dat dient te worden gepreciseerd dat de steun slechts wordt verleend voor produkten die voldoen aan de bij verwerking tot druivesap gestelde kwaliteitseisen; dat derhalve met name dient te worden voorgeschreven dat de druiven en de druivemost waarop een verklaring betrekking heeft, bij 20 °C een soortelijke massa moeten hebben tussen 1,055 en 1,100 g/cm3;

Overwegende dat in artikel 46, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 822/87 de criteria voor de vaststelling van het steunbedrag zijn omschreven; dat lid 4 van hetzelfde artikel bepaalt dat een gedeelte van de steun wordt bestemd voor het voeren van reclamecampagnes ter stimulering van het verbruik van druivesap en dat met het oog hierop het steunbedrag kan worden verhoogd; dat, in het licht van de aangehouden criteria en de noodzaak deze campagnes te financieren, het steunbedrag moet worden vastgesteld op een niveau waardoor voldoende middelen beschikbaar komen om een doelmatige reclamecampagne voor dit produkt te voeren;

Overwegende dat de verwerking zowel gebeurt door verwerkers die dit incidenteel doen als door ondernemingen die continu draaien; dat in de uitvoeringsbepalingen van de steunregeling rekening moet worden gehouden met dit verschil in structuur;

Overwegende dat het aanbeveling verdient om de bevoegde instanties van de Lid-Staten in staat te stellen de nodige controles te verrichten, ter aanvulling van het bepaalde in titel II van Verordening (EEG) nr. 1153/75 van de Commissie (7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 418/86 (8), en de verplichtingen van de verwerker ten aanzien van het bijhouden van zijn voorraadboekhouding nader te omschrijven;

Overwegende dat het, ten einde niet gerechtvaardigde uitgaven te voorkomen alsmede met het oog op de controle, dienstig is om een op de normale verwerkingstechnieken gebaseerde maximumverhouding tussen de verwerkte grondstoffen en het verkregen druivesap voor te schrijven;

Overwegende dat sommige verwerkers het verkregen druivesap om commerciële redenen lange tijd opslaan alvorens het te verpakken; dat het daarom dienstig is een voorschottenregeling in te stellen ten einde de steun vroeger aan de verwerkers te betalen en de bevoegde instanties door een pa ssende zekerheid te beschermen tegen het risico van onverschuldigde betalingen; dat derhalve de termijn voor de betaling van het voorschot en de regeling voor het vrijgeven van de zekerheid dienen te worden vastgesteld;

Overwegende dat de gegadigden, om steun te ontvangen, een aanvraag moeten indienen waarbij een aantal bewijsstukken moet worden gevoegd; dat, met het oog op een uniforme werking van de regeling in de Lid-Staten, termijnen voor de indiening van de aanvraag en voor de uitkering van de aan de verwerker verschuldigde steun dienen te worden vastgesteld;

Overwegende dat het krachtens artikel 67, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 822/87 verboden is uit druivesap wijn te bereiden en druivesap aan wijn toe te voegen; dat, om te waarborgen dat deze bepaling wordt nageleefd, de verplichtingen van en de bijzondere controles op de verwerkers en de bottelaars van het druivesap nader dienen te worden omschreven;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor wijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Voor het wijnoogstjaar 1987/1988 wordt, onder de bij deze verordening vastgestelde voorwaarden, steun verleend aan verwerkers

- die direct of indirect van producenten of producentengroeperingen grondstoffen als bedoeld in lid 3 kopen met het oog op de bereiding van druivesap, of

- die, aangezien zij zelf producenten of producentengroeperingen zijn, van hun eigen oogst afkomstige dergelijke grondstoffen gebruiken voor de bereiding van druivesap.

2. Overeenkomstig artikel 47, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 822/87 komen de verwerkers die gedurende het wijnoogstjaar 1986/1987 onderworpen waren aan de in artikel 35, 36 of 39 van Verordening (EEG) nr. 822/87 bedoelde verplichtingen, slechts voor de in deze verordening bedoelde maatregelen in aanmerking, indien zij het bewijs leveren dat zij aan hun verplichtingen hebben voldaan gedurende de referentieperioden die zijn vastgesteld in respectievelijk artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 2672/86 van de Commissie (1), artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 2705/86 van de Commissie (2) en artikel 22 van Verordening (EEG) nr. 854/86 van de Commissie (3).

3. In deze verordening wordt onder »grondstof" verstaan: in de Gemeenschap - met uitzondering van Portugal - geproduceerde druiven, alsmede druivemost en geconcentreerde druivemost, uitsluitend verkregen uit in de Gemeenschap - met uitzondering van Portugal - geproduceerde druiven.

4. De verwerking moet plaatsvinden tussen 1 september 1987 en 31 augustus 1988.

Artikel 2

1. Verwerkers die op bepaalde data tot verwerking overgaan en die de in artikel 1 bedoelde steun wensen te ontvangen, moeten bij de bevoegde instanties een schriftelijke verklaring indienen die ten minste de volgende gegevens bevat, zulks ten minste drie werkdagen vóór het begin van deze verwerking wanneer het druivemost of geconcentreerde druivemost betreft:

i) de naam of de firmanaam en het adres van de verwerker;

ii) de wijnbouwzone waaruit de grondstof afkomstig is, als omschreven in bijlage IV bij Verordening (EEG) nr. 822/87;

iii) de volgende technische gegevens:

- de aard van de grondstof (druiven, druivemost of geconcentreerde druivemost);

- de plaats van opslag van de voor verwerking bestemde grondstof;

- de plaats waar de verwerking zal plaatsvinden;

- de hoeveelheid (in deciton voor druiven en in hectoliter voor druivemost of geconcentreerde druivemost);

- de kleur;

- de soortelijke massa;

- de beoogde verwerkingsdatum.

De Lid-Staten kunnen aanvullende gegevens voor de identificatie van het produkt verlangen.

De verklaring moet betrekking hebben op een hoeveelheid van ten minste:

- 13 deciton voor druiven;

- 10 hectoliter voor druivemost;

- 3 hectoliter voor geconcentreerde druivemost.

2. Verwerkers die gedurende het gehele wijnoogstjaar grondstoffen tot druivesap verwerken en die de in artikel 1 bedoelde steun wensen te ontvangen, moeten vóór het begin van het wijnoogstjaar of, wanneer zij voor het eerst druivesap bereiden, vóór het begin van deze activiteit een schriftelijke intentieverklaring indienen bij de bevoegde instanties van de Lid-Staat waar de verwerking plaatsvindt.

Voorts moeten zij bij de genoemde instanties, tien dagen vóór de laatste dag van elk kwartaal, voor het volgende kwartaal een programma betreffende deze verwerking indienen dat ten minste de volgende gegevens bevat:

i) de naam of de firmanaam en het adres van de verwerker;

ii) de volgende technische gegevens:

- de aard van de grondstof (druiven, druivemost of geconcentreerde druivemost);

- de kleur;

- de plaats van opslag van de voor verwerking bestemde grondstof;

- de plaats waar de verwerking zal plaatsvinden;

- het tijdschema voor de activiteiten van de onderneming.

De Lid-Staten kunnen aanvullende gegevens voor de controle verlangen.

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde verklaringen en programma's moeten worden ingediend in ten minste twee exemplaren, waarvan er ten minste één, naar behoren geviseerd door de bevoegde instanties, wordt teruggestuurd naar de verwerker.

Artikel 3

De grondstof moet van gezonde handelskwaliteit zijn en geschikt zijn voor verwerking tot druivesap. De druiven en de druivemost moeten bij 20 °C een soortelijke massa hebben tussen 1,055 en 1,100 g/cm3.

Artikel 4

1. Het steunbedrag wordt forfaitair vastgesteld op:

- 6,4 Ecu per deciton druiven;

- 8,0 Ecu per hectoliter druivemost;

- 28,0 Ecu per hectoliter geconcentreerde druivemost.

2. Het gedeelte van de steun dat bestemd is voor de financiering van de reclamecampagne bedraagt 35 % van de in lid 1 genoemde bedragen; het bedrag dat met dit gedeelte overeenkomt wordt bij de toekenning van de steun ingehouden. De bevoegde instantie betaalt de verwerker slechts 65 % van de in lid 1 genoemde steun.

Artikel 5

1. Overeenkomstig titel II van Verordening (EEG) nr. 1153/75 dient de verwerker een vooraadboekhouding bij te houden waarin met name moeten worden opgenomen:

- de hoeveelheden, de kleur en de soortelijke massa van de grondstoffen die dagelijks in zijn bedrijf worden binnengebracht en eventueel de naam en het adres van de verkoper(s);

- de hoeveelheden grondstoffen die dagelijks worden gebruikt en de wijnbouwzone van oorsprong ervan;

- de hoeveelheden druivesap die dagelijks worden bereid;

- de hoeveelheden druivesap die dagelijks zijn bedrijf verlaten, met vermelding van de naam en het adres van de geadresseerde(n).

Wanneer het druivesap, eventueel met andere produkten vermengd, door de verwerker zelf wordt gebotteld, wordt de in de vorige alinea, laatste streepje, bedoelde informatie niet verlangd. In dit geval moeten in de voorraadboekhouding bovendien de dagelijks verpakte hoeveelheden druivesap worden vermeld.

2. De bewijsstukken met betrekking tot de in lid 1 bedoelde voorraadboekhouding moeten bij elke verificatie ter beschikking van de controle-instanties worden gesteld.

Artikel 6

1. In het in artikel 7, eerste alinea, bedoelde geval dient de bottelaar overeenkomstig titel II van Verordening (EEG) nr. 1153/75 een vooraadboekhouding bij te houden waarin met name moeten worden vermeld:

- de partijen druivesap die dagelijks in zijn bedrijf worden binnengebracht, met vermelding van de naam en het adres van de verwerker;

- de hoeveelheden druivesap die dagelijks worden gebotteld.

2. De bewijsstukken met betrekking tot de in lid 1 bedoelde vooraadboekhouding moeten bij elke verificatie ter beschikking van de controle-instanties worden gesteld.

Artikel 7

Wanneer het druivesap, eventueel vermengd met andere produkten, in de Gemeenschap wordt gebotteld door een andere persoon dan de verwerker, moet de bottelaar binnen zeven dagen na de ontvangst van het produkt een kopie van het geleidedocument indienen bij de bevoegde instantie van de plaats van lossing. De bevoegde instantie zendt van de plaats van lossing deze kopie, naar behoren geviseerd, uiterlijk twee weken na de ontvangst ervan terug naar de verwerker/verzender van het betrokken druivesap.

Op verzoek van de bottelaar of de verwerker wordt de door de bevoegde instantie van de plaats van lossing naar behoren geviseerde kopie van het geleidedocument hem evenwel door deze instantie direct ter hand gesteld.

Artikel 8

1. Om de steun te ontvangen moet de in artikel 2, lid 1, bedoelde verwerker uiterlijk zes maanden na beëindiging van de verwerking een steunaanvraag indienen bij de bevoegde instantie; bij deze steunaanvraag moeten worden gevoegd:

- de in zijn bezit zijnde kopie van de verklaring;

- een kopie of samenvatting van de in artikel 5 bedoelde boekhoudbescheiden; de Lid-Staten kunnen verlangen dat deze kopie of samenvatting door een controle-instantie wordt geviseerd; - een kopie van het geleidedocument betreffende het transport van de grondstof van het bedrijf van de producent naar het bedrijf van de verwerker, of een samenvatting van die geleidedocumenten. De Lid-Staten kunnen verlangen dat deze kopie of samenvatting door een controle-instantie wordt geviseerd.

In de steunaanvraag dient de werkelijk verwerkte hoeveelheid grondstof te worden aangegeven en de dag waarop de verwerking is beëindigd.

2. Om de steun te ontvangen moet de in artikel 2, lid 2, bedoelde verwerker uiterlijk zes maanden na het einde van het wijnoogstjaar bij de bevoegde instantie een of meer steunaanvragen indienen, vergezeld van:

- de in zijn bezit zijnde kopie van de kwartaalprogramma's of een samenvatting van deze programma's;

- de kopie van de in artikel 5 bedoelde boekhoudbescheiden voor de hoeveelheid waarop elke aanvraag betrekking heeft, of een samenvatting van deze bescheiden. De Lid-Staten kunnen verlangen dat deze kopie of samenvatting door een controle-instantie wordt geviseerd.

3. Bovendien moeten alle verwerkers binnen zes maanden na de datum waarop het in artikel 7 bedoelde visum is aangebracht, of na de datum waarop het druivesap is uitgevoerd, naar gelang van het geval indienen:

- de kopie van het geleidedocument die is geviseerd door de in artikel 7 bedoelde bevoegde instantie;

- een kopie van het geleidedocument waarop in vak 23 het douanestempel als bevestiging van de uitvoer dient voor te komen.

Artikel 9

1. De bevoegde instantie betaalt de steun voor de werkelijk verwerkte hoeveelheid grondstof uiterlijk drie maanden na ontvangst van alle in artikel 8 bedoelde bewijsstukken.

2. De verwerker kan vragen dat hem een bedrag wordt voorgeschoten dat gelijk is aan de steun als berekend voor de grondstoffen waarvoor hij het bewijs levert dat deze in zijn bedrijf zijn binnengebracht, op voorwaarde dat hij ten gunste van het interventiebureau een zekerheid heeft gesteld. Deze zekerheid moet gelijk zijn aan 120 % van voornoemd bedrag. In dit geval behoeven de in artikel 8 bedoelde bewijsstukken niet in dit stadium te worden overgelegd.

Wanneer de verwerker verscheidene steunaanvragen opstelt in het kader van deze verordening, kan de bevoegde instantie hem toestaan een enkele zekerheid te stellen. In dit geval moet de zekerheid gelijk zijn aan 120 % van het totaal van de overeenkomstig de eerste alinea berekende bedragen.

3. Het in lid 2 bedoelde voorschot wordt binnen drie maanden na het stellen van de waarborg betaald. Het voorschot wordt evenwel niet vóór 1 januari 1988 betaald.

4. Na de verificatie van alle in artikel 8 bedoelde bescheiden door de bevoegde instantie en met inachtneming van het op grond van artikel 11 te betalen steunbedrag, wordt de in lid 2 bedoelde zekerheid eventueel geheel of gedeeltelijk vrijgegeven volgens de procedure van artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie (1). Behoudens overmacht wordt de zekerheid verbeurd indien de verwerkte hoeveelheid kleiner is dan 95 % van de hoeveelheid waarvoor het voorschot is betaald.

Artikel 10

De in artikel 4 vermelde bedragen worden omgerekend in nationale valuta aan de hand van de landbouwomrekeningskoers die van toepassing is op 1 september 1987.

Artikel 11

1. Behalve in geval van overmacht is de steun slechts verschuldigd voor de werkelijk verwerkte hoeveelheden grondstof waarvoor de volgende verhouding tussen de betrokken produkten en het verkregen druivesap niet is overschreden:

- 1,3 voor druiven in deciton/hl;

- 1,05 voor most in hl/hl;

- 0,30 voor geconcentreerde druivemost in hl/hl.

2. Behoudens overmacht wordt, wanneer de verwerker een andere uit deze verordening voortvloeiende verplichting dan de verplichting om de grondstof waarop de steunaanvraag betrekking heeft, te ver werken tot druivesap, niet nakomt, de steun verminderd met een bedrag dat door de bevoegde instantie wordt vastgesteld naar gelang van de ernst van de inbreuk.

3. In geval van overmacht neemt de bevoegde instantie de maatregelen die zij in verband met de aangevoerde omstandigheden noodzakelijk acht.

4. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de gevallen waarin lid 3 is toegepast, alsmede van het gevolg dat is gegeven aan de verzoeken om toepassing van de overmachtsclausule.

Artikel 12

1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat deze verordening wordt toegepast. Deze maatregelen omvatten met name controlemaatregelen om de kenmerken te verifiëren van de grondstof waarvoor steun wordt aangevraagd en om te verhinderen dat deze grondstof aan haar bestemming wordt onttrokken.

2. Daartoe verricht de bevoegde instantie met name:

- een controle, ten minste steekproefsgewijs, in het bedrijf van de verwerker en, eventueel, in dat van de bottelaar;

- de verificatie, ten minste steekproefsgewijs, van de in artikel 5 bedoelde voorraadboekhouding van de in artikel 2, lid 1, bedoelde verwerker;

- de verificatie, telkens voordat de steun wordt betaald of de zekerheid vrijgegeven, van de in artikel 5 bedoelde voorraadboekhouding van elke verwerker als bedoeld in artikel 2, lid 2;

- de verificatie, ten minste steekproefsgewijs, van de overname van het druivesap door de bottelaar met het oog op het aanbrengen van het in artikel 7 bedoelde visum, wanneer de bottelaar een andere persoon is dan de verwerker;

- in voorkomend geval, de steekproefsgewijze verificatie van de in artikel 6 bedoelde voorraadboekhouding van de bottelaar.

Artikel 13

De Lid-Staten delen de Commissie vóór de twintigste van elke maand met betrekking tot de voorafgaande maand de volgende gegevens mede:

a) de hoeveelheden grondstoffen waarvoor steun is aangevraagd, gespecialiseerd naar aard en wijnbouwzone van oorsprong;

b) de hoeveelheden grondstoffen waarvoor steun is toegekend, gespecificeerd naar aard en wijnbouwzone van oorsprong.

Artikel 14

De Lid-Staten wijzen een of meer bevoegde instanties aan om deze verordening ten uitvoer te leggen en delen onverwijld de naam en het adres van deze instanties mede aan de Commissie, die deze gegevens bekendmaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 15

Deze verordening treedt in werking op 1 september 1987.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 1987.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 84 van 27. 3. 1987, blz. 1.

(2) PB nr. L 184 van 3. 7. 1987, blz. 26.

(3) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 1.

(4) PB nr. L 153 van 13. 6. 1987, blz. 1.

(5) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 11.

(6) PB nr. L 185 van 4. 7. 1987, blz. 68.

(7) PB nr. L 113 van 1. 5. 1975, blz. 1.

(8) PB nr. L 48 van 26. 2. 1986, blz. 8.

(1) PB nr. L 244 van 29. 8. 1986, blz. 8.

(2) PB nr. L 246 van 30. 8. 1986, blz. 61.

(3) PB nr. L 80 van 25. 3. 1986, blz. 14.

(1) PB nr. L 205 van 3. 8. 1985, blz. 5.