31987R2096

Verordening (EEG) nr. 2096/87 van de Raad van 13 juli 1987 betreffende de regeling tijdelijke invoer van containers

Publicatieblad Nr. L 196 van 17/07/1987 blz. 0004 - 0006


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2096/87 VAN DE RAAD

van 13 juli 1987

betreffende de regeling tijdelijke invoer van containers

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 28 en 235,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3599/82 (4), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1620/85 (5), een algemene regeling tijdelijke invoer is ingesteld waarvan vervoermiddelen zijn uitgesloten;

Overwegende dat vervoermiddelen eveneens onder de communautaire wetgeving dienen te worden gebracht; dat de tijdelijke invoer die het mogelijk maakt dat containers die niet voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 9 en 10 van het Verdrag, wanneer zij bestemd zijn om te worden wederuitgevoerd, kunnen worden gebruikt zonder met invoerrechten te worden bezwaard en zonder dat daarop handelspolitieke maatregelen worden toegepast, afwijkingen van de bepalingen van het gemeenschappelijk douanetarief inhoudt;

Overwegende dat voorts gemeenschappelijke regels betreffende het gebruik van aldus met vrijstelling van rechten toegelaten containers dienen te worden vastgesteld, de duur van het verblijf van deze containers in de Gemeenschap dient te worden bepaald en de voorwaarden voor de toepassing van de regeling tijdelijke invoer dienen te worden geregeld; dat deze bepalingen nodig zijn om een van de doelstellingen van de Gemeenschap te verwezenlijken; dat het Verdrag, afgezien van artikel 235, niet in de hiertoe vereiste bevoegdheden voorziet;

Overwegende dat het noodzakelijk is de uniforme toepassing van de onderhavige verordening te waarborgen en hiertoe een communautaire procedure vast te stellen om de wijze van toepassing vast te leggen; dat het wenselijk is op dit gebied een nauwe en doeltreffende samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie te organiseren in het kader van het Comité Economische Douaneregelingen, dat is ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 1999/85 van de Raad van 16 juli 1985 betreffende de regeling actieve veredeling (6),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

De regeling tijdelijke invoer maakt het mogelijk om, onder de bij deze verordening vastgestelde voorwaarden, in het douanegebied van de Gemeenschap met volledige vrijstelling van invoerrechten, zonder invoerverbod of -beperking, gebruik te maken van al dan niet met goederen geladen containers die niet voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 9 en 10 van het Verdrag en die bestemd zijn om vervolgens uit dit grondgebied te worden wederuitgevoerd.

Artikel 2

In de zin van deze verordening wordt verstaan onder:

a) »container", een vervoermiddel (laadkist, losse tank, afneembare bovenbouw of soortgelijk bergingsmiddel) dat:

- een geheel of gedeeltelijk omsloten ruimte vormt en bestemd is om goederen te bevatten;

- een duurzaam karakter heeft en derhalve voldoende stevig is voor herhaald gebruik;

- speciaal is ontworpen om het vervoer van goederen met een of meer vervoermiddelen te vergemakkelijken zonder tussentijdse in- of uitlading van de goederen zelf;

- zodanig is ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gehanteerd, met name bij het overladen van het ene vervoermiddel op of in het andere;

- zodanig is ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gevuld en geledigd en een binneninhoud heeft van ten minste 1 m3.

Laadplatforms (»flats") worden gelijkgesteld met containers.

Er kunnen evenwel afwijkingen worden toegestaan overeenkomstig de procedure van artikel 15. Volgens dezelfde procedure kan de definitie van het begrip »container" worden aangevuld ten einde rekening te houden met de technische vooruitgang.

Het begrip »container" omvat ook toebehoren en uitrusting van de container naar gelang van de categorie, op voorwaarde dat zij met de container worden vervoerd. Voertuigen, toebehoren of onderdelen van voertuigen, alsmede verpakkingen zijn niet onder het begrip »container" begrepen;

b) »rechten bij invoer", de rechten omschreven in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3599/82;

c) »douaneautoriteit", elke autoriteit die bevoegd is om de douanevoorschriften toe te passen, zelfs al ressorteert die autoriteit niet onder de douaneadministratie;

d) »intern verkeer", het vervoer van goederen die geladen worden binnen het douanegebied van de Gemeenschap en daarna binnen datzelfde gebied worden gelost.

Artikel 3

1. De tijdelijke invoer van containers die zijn goedgekeurd voor vervoer onder douaneverzegeling of gewoon van merktekens zijn voorzien, is zonder formaliteiten toegestaan zodra zij het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen voor rekening van hun eigenaars, hun exploitanten of de vertegenwoordigers daarvan.

2. Voor andere dan in lid 1 bedoelde containers wordt het gebruik van de regeling tijdelijke invoer toegestaan mits de douaneautoriteit van de Lid-Staat waar om plaatsing van die containers onder deze regeling wordt verzocht, een vergunning afgeeft.

Artikel 4

De regels met betrekking tot de erkenning van de goedkeuring voor vervoer onder douaneverzegeling van containers die in aanmerking komen voor de regeling tijdelijke invoer, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 15.

Artikel 5

De onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste containers mogen ten hoogste twaalf maanden binnen het douanegebied van de Gemeenschap verblijven. Wanneer bijzondere omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan deze termijn evenwel worden verlengd ten einde het toegestane gebruik mogelijk te maken.

Artikel 6

De voorwaarden voor het plaatsen van de in artikel 3, lid 2, bedoelde containers en de in artikel 10 bedoelde goederen onder de regeling tijdelijke invoer worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 15.

Artikel 7

De gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de plaatsing van de in artikel 3, lid 2, bedoelde containers en van de in artikel 10 bedoelde goederen onder de regeling tijdelijke invoer afhankelijk is van het stellen van een zekerheid, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 15.

Artikel 8

De douaneautoriteit neemt alle toezicht- en controlemaatregelen die noodzakelijk zijn voor de juiste toepassing van deze verordening door degene aan wie gebruik van de regeling is toegestaan en door de gebruiker van de container.

Artikel 9

De onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste containers kunnen in het interne verkeer worden gebruikt alvorens ze uit het douanegebied van de Gemeenschap worden wederuitgevoerd. De containers mogen echter tijdens elk verblijf in een Lid-Staat slechts één keer worden gebruikt voor het vervoer van goederen die binnen het grondgebied van die Lid-Staat worden geladen en daarna binnen het grondgebied van diezelfde Lid-Staat worden gelost, wanneer de containers anders binnen deze Lid-Staat leeg zouden moeten worden vervoerd.

Artikel 10

De douaneautoriteit staat gebruik van de regeling tijdelijke invoer toe voor onderdelen, toebehoren en normale uitrusting van containers die los van de containers waarvoor ze bestemd zijn, worden ingevoerd.

Artikel 11

1. De regeling tijdelijke invoer wordt beëindigd wanneer de onder de regeling geplaatste container uit het douanegebied van de Gemeenschap wordt uitgevoerd of met het oog op latere uitvoer wordt geplaatst:

- in een vrije zone, of

- onder de entrepot-regeling, of

- onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem).

2. In uitzonderlijke gevallen kunnen de douaneautoriteiten toestaan dat de regeling tijdelijke invoer wordt beëindigd, indien de container:

- in het vrije verkeer wordt gebracht;

- onder de regeling behandeling onder douanetoezicht wordt geplaatst;

- wordt vernietigd onder toezicht van de douaneautoriteit, waarbij de resten en de afvallen die uit deze vernietiging voortkomen hetzij uit het douanegebied van de Gemeenschap kunnen worden wederuitgevoerd hetzij een van de overige in dit artikel bepaalde bestemmingen kunnen krijgen;

- ten gunste van de Schatkist wordt achtergelaten indien deze mogelijkheid in de nationale voorschriften bestaat.

De beëindiging van de regeling in de omstandigheden als vermeld in de eerste alinea kan hetzij rechtstreeks plaatsvinden, hetzij na plaatsing in een vrije zone of onder een van de in lid 1 bedoelde regelingen.

3. Beschadigde delen en onderdelen die na een reparatie of onderhoud uit containers worden verwijderd, dienen een van de in de leden 1 en 2 bedoelde bestemmingen te krijgen.

Artikel 12

De bepalingen van deze verordening vormen geen beletsel voor verboden of beperkingen van invoer, uitvoer of doorvoer, welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, het nationaal artistiek, historisch en archeologisch bezit of uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom.

Artikel 13

Zolang er geen communautaire bepalingen op het betrokken gebied zijn vastgesteld, vormt deze verordening geen beletsel voor de toepassing door de Lid-Staten van vrijstellingen die overeenkomstig artikel 136 van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstelling (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3822/85 (2), ten aanzien van op het douanegebied van een Lid-Staat gestationeerde strijdkrachten zijn vastgesteld.

Artikel 14

Het Comité Economische Douaneregelingen kan ieder vraagstuk in verband met de toepassing van deze verordening onderzoeken, dat door zijn Voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat aan de orde wordt gesteld.

Artikel 15

De voor de toepassing van deze verordening vereiste bepalingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 31 van Verordening (EEG) nr. 1999/85.

Artikel 16

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1987.

Zij is van toepassing zes maanden na de inwerkingtreding van de volgens de procedure van artikel 15 vast te stellen uitvoeringsbepalingen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 13 juli 1987.

Voor de Raad

De Voorzitter

P. SIMONSEN

(1) PB nr. C 4 van 7. 1. 1984, blz. 3.

(2) PB nr. C 104 van 16. 4. 1984, blz. 116.

(3) PB nr. C 248 van 17. 9. 1984, blz. 6.

(4) PB nr. L 376 van 31. 12. 1982, blz. 1.

(5) PB nr. L 155 van 14. 6. 1985, blz. 54.

(6) PB nr. L 188 van 20. 7. 1985, blz. 1.

(1) PB nr. L 105 van 23. 4. 1983, blz. 1.

(2) PB nr. L 370 van 31. 12. 1985, blz. 22.