31987R1940

Verordening (EEG) nr. 1940/87 van de Commissie van 3 juli 1987 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2409/86 betreffende de verkoop van interventieboter bestemd voor bijmenging in mengvoeder

Publicatieblad Nr. L 185 van 04/07/1987 blz. 0031 - 0032
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 24 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 24 blz. 0003


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1940/87 VAN DE COMMISSIE

van 3 juli 1987

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2409/86 betreffende de verkoop van interventieboter bestemd voor bijmenging in mengvoeder

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 985/68 van de Raad van 15 juli 1968 houdende vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3790/85 (2), en met name op artikel 7 bis,

Overwegende dat bij artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2409/86 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1165/87 (4), de datum is vastgesteld waarop de ten verkoop aangeboden boter door het interventiebureau moet zijn ingeslagen; dat ten einde de verkoop van boter met het oog op denaturering te kunnen voortzetten, de datum waarop de boter met een vetgehalte van minder dan 82 % wordt ingeslagen, moet worden vervroegd;

Overwegende dat krachtens voornoemde verordening en wanneer de toegewezen boter niet voor denaturering is bestemd, de controles worden verricht tot het mengvoeder is vervaardigd; dat de verwerkingszekerheid derhalve slechts na dit eindstadium wordt vrijgegeven; dat ingeval het botervetgehalte van het mengvoeder uit de samenstelling van het voormengsel kan worden afgeleid, in de voorschriften is bepaald dat het voeder niet meer door middel van bemonstering moet worden gecontroleerd; dat, wanneer de samenstelling van dergelijk voormengsel door de Lid-Staat waar de bereiding heeft plaatsgevonden, is erkend, het dienstig is de controleprocedures nog te versoepelen en de verwerkingszekerheid in het stadium van het voormengsel vrij te geven; dat in de praktijk overigens is gebleken dat het gebruik van verklikstoffen in het boterconcentraat of in het voormengsel een voldoende waarborg is om de verwerkingszekerheid in dit stadium gedeeltelijk vrij te geven;

Overwegende dat de ervaring heeft geleerd dat het, aangezien het mengvoeders betreft, de voorkeur verdient het aan het bedrijf over te laten de geproduceerde partij in het kader van zijn eigen produktieprogramma te definiëren, aangezien het voor deze veevoeders kenmerkend is dat zij niet homogeen zijn;

Overwegende dat in de voorschriften is bepaald dat tijdens de verwerking van de boter tot voormengsel of tot boterconcentraat verklikstoffen kunnen worden bijgemengd; dat het, gezien de markt, mogelijk is de definitie van de verklikstoffen die kunnen worden gebruikt, aan te passen;

Overwegende dat de boter krachtens artikel 15 bis van Verordening (EEG) nr. 2409/86 binnen 60 dagen moet worden gedenatureerd; dat deze termijn te kort blijkt, rekening houdende met de behandelingsmogelijkheden bij uitslag door bepaalde interventiebureaus; dat deze termijn derhalve moet worden verlengd;

Overwegende dat het duidelijkheidshalve de voorkeur verdient in het kader van het denatureringsproces van de toegewezen boter te bepalen dat de controles in het stadium van het produkt dat na de denaturering wordt verkregen, plaatsvinden en dat de zekerheden ook in datzelfde stadium worden vrijgegeven;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 2409/86 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 1, eerste alinea, wordt gelezen:

»Onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden wordt boter verkocht die overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 804/68 is aangekocht en vóór 1 juli 1984 is ingeslagen of, wat boter met een vetgehalte van minder dan 82 % betreft, vóór 1 januari 1985 is ingeslagen.".

2. In de artikelen 4 en 5 worden de woorden »als omschreven in artikel 2, sub b), van Richtlijn 79/373/EEG" geschrapt.

3. In artikel 6, lid 2, onder b), wordt in plaats van »1,1 kg" gelezen: »0,9 kg" en wordt in plaats van het getal »325" gelezen het getal »320".

4. Artikel 9, lid 1, eerste alinea, wordt gelezen:

»1. Als mengvoeder in de zin van deze verordening worden beschouwd:

- volledige diervoeders als omschreven in artikel 2, sub d), van Richtlijn 79/373/EEG;

- aanvullende diervoeders als omschreven in artikel 2, sub e), van Richtlijn 79/373/EEG en voormengsels waarvan de samenstelling kenmerkend is voor diervoeding en door de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar deze worden geproduceerd, is erkend.".

5. Artikel 10 wordt gelezen:

»Artikel 10

Artikel 9, lid 2, is niet van toepassing op mengvoeder dat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, met tankwagens of containers wordt geleverd:

- hetzij aan een bedrijf dat het mengvoeder moet verwerken tot volledige diervoeders als bedoeld in artikel 9, lid 1, eerste streepje;

- hetzij aan een landbouwbedrijf of een veemesterij die dat mengvoeder gebruikt.".

6. Artikel 13, lid 3, laatste alinea, wordt gelezen:

»Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 14, punt 2, wordt onder vervaardigde partij verstaan een hoeveelheid mengvoeder van dezelfde samenstelling, welke in het kader van het produktieproces van het bedrijf is geïdentificeerd.".

7. In artikel 14, punt 1, laatste alinea, wordt in plaats van de woorden »dit artikel" gelezen: »dit punt".

8. Aan artikel 14, wordt een punt 4 toegevoegd, luidende:

»4. In het in artikel 9, lid 1, eerste alinea, tweede streepje, bedoelde geval wordt de in punt 2, sub a), bedoelde controle ook geacht te zijn verricht indien de inschrijver een verklaring van het in artikel 10, eerste streepje, bedoelde bedrijf overlegt die door stilzwijgende verlenging voor alle verkooptransacties geldt en waarin dit bedrijf het volgende bevestigt:

- zijn verplichtingen die in het in artikel 5 bedoelde verkoopcontract zijn vermeld;

- het feit dat het kennis heeft genomen van de nationale sancties waaraan het wordt onderworpen indien bij de in punt 2, sub b), bedoelde controle of bij enige andere controle die de overheid verricht, blijkt dat niet aan de aangegane verplichtingen is voldaan.".

9. Artikel 15 bis, lid 1, wordt gelezen:

»1. De in artikel 3 bedoelde inschrijver kan aan de inschrijving deelnemen zonder in te stemmen met de voorwaarden van artikel 4, van de titels II en III en van artikel 14 als hij zich schriftelijk ertoe verbindt de aangekochte boter in de Gemeenschap te denatureren, met het oog op bijmenging in mengvoeder, door bijmenging

a) hetzij in de vetcomponent van biologisch materiaal van dierlijke oorsprong; de aangekochte boter moet dan tevoren integraal met dit materiaal worden vermengd in een verhouding van 8 gewichtspercenten;

b) hetzij in teruggewonnen oliën of vetten uit de restauratiesector of de levensmiddelenindustrie die in totaal ten minste tweemaal zoveel wegen als de hoeveelheid bijgemengde boter;

binnen 90 dagen volgende op de uiterste dag voor het indienen van de offertes voor de in artikel 17 bedoelde bijzondere inschrijving.".

10. In artikel 15 bis, lid 4, en artikel 21, lid 2, tweede alinea, wordt in plaats van het woord »eindprodukt" gelezen de woorden: »verkregen produkt".

11. Aan artikel 21, lid 2, eerste alinea, wordt de volgende volzin toegevoegd:

»De verwerkingszekerheid kan evenwel voor een derde worden vrijgegeven wanneer aan het boterconcentraat of het voormengsel de in artikel 6, lid 2, bedoelde produkten zijn toegevoegd.".

12. In artikel 26, lid 1, tweede alinea, wordt in plaats van de woorden: »termijn van 60 dagen" gelezen: »termijn van 90 dagen".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 8 juli 1987.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 3 juli 1987.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 169 van 18. 7. 1968, blz. 1.

(2) PB nr. L 367 van 31. 12. 1985, blz. 5.

(3) PB nr. L 208 van 31. 7. 1986, blz. 29.

(4) PB nr. L 112 van 29. 4. 1987, blz. 29.