Verordening (EEG) nr. 1823/87 van de Raad van 25 juni 1987 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor rum, arak en tafia van post 22.09 C I van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit de ACS-staten (1987-1988)
Publicatieblad Nr. L 173 van 30/06/1987 blz. 0001 - 0003
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1823/87 VAN DE RAAD van 25 juni 1987 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor rum, arak en tafia van post 22.09 C I van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit de ACS-Staten (1987-1988) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat in Protocol nr. 5, gehecht aan de op 8 december 1984 te Lomé ondertekende derde ACS-EEG-Overeenkomst (1), wordt bepaald dat tot de inwerkingtreding van een gemeenschappelijke marktordening voor alcohol de produkten van post 22.09 C I van het gemeenschappelijk douanetarief van oorsprong uit de ACS-Staten in de Gemeenschap vrij van invoerrechten worden toegelaten onder voorwaarden die de ontwikkeling van de traditionele handelsstromen tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap enerzijds en tussen de Lid-Staten anderzijds mogelijk maken; dat de Gemeenschap de hoeveelheden die vrij van invoerrechten mogen worden ingevoerd, jaarlijks vaststelt op basis van de grootste jaarlijkse hoeveelheden die uit de ACS-Staten in de Gemeenschap zijn ingevoerd in de laatste drie jaren waarover statistieken beschikbaar zijn, vermeerderd met een jaarlijks groeipercentage van 37 op de markt van het Verenigd Koninkrijk en van 27 op de andere markten van de Gemeenschap; dat echter overeenkomstig artikel 3, lid 1, van het Protocol bij de derde ACS-EEG-Overeenkomst in verband met de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen (2), dat door Verordening (EEG) nr. 1820/87 (3) vervroegd wordt toegepast, de minimumhoeveelheid die voorkomt in artikel 2, onder a), tweede alinea, van Protocol nr. 5 inzake rum, op 172 000 hectoliter is gebracht; dat, wegens bijzonderheden eigen aan de markt van rum, de contingentperiode loopt van 1 juli tot en met 30 juni; Overwegende dat, gezien de niveaus die de invoer van deze produkten in de Gemeenschap en in de Lid-Staten in de laatste drie jaren waarover statistieken beschikbaar zijn, heeft bereikt, het jaarlijkse tariefcontingent 159 444 hectoliter zuivere alcohol zou bedragen; dat, aangezien dit volume lager is dan de in Verordening (EEG) nr. 1820/87 vastgestelde drempel, het volume van het contingent voor de periode van 1 juli 1987 tot en met 30 juni 1988 dient te worden vastgesteld op 172 000 hectoliter zuivere alcohol; Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de betrokken produkten uit de ACS-Staten gedurende de laatste drie jaren waarover statistische gegevens beschikbaar zijn, de afzonderlijke Lid-Staten de hierna genoemde percentages voor hun rekening nemen: 1.2.3.4 // // // // // Lid-Staten // 1984 // 1985 // 1986 // // // // // Benelux // 5,7 // 5,2 // 5,4 // Denemarken // 1,8 // 1,9 // 1,7 // Duitsland // 28,0 // 34,0 // 30,5 // Griekenland // 0,0 // 0,0 // 0,0 // Spanje // 0,0 // niet bekend // 0,1 // Frankrijk // 1,0 // 2,1 // 1,4 // Ierland // 1,9 // 1,8 // 1,8 // Italië // 0,6 // 0,4 // 0,4 // Portugal // 0,0 // 0,0 // 0,0 // Verenigd Koninkrijk // 61,0 // 54,6 // 58,7 // // // // Overwegende dat, rekening houdende met deze gegevens, alsmede met de te verwachten ontwikkeling van de markt van de genoemde produkten en de ramingen van bepaalde Lid-Staten, de percentages voor de eerste verdeling van het contingent bij benadering als volgt kunnen worden vastgesteld: Benelux 5,43 Denemarken 1,79 Duitsland 30,90 Griekenland 0,03 Spanje 0,17 Frankrijk 1,51 Ierland 1,85 Italië 0,42 Portugal 0,02 Verenigd Koninkrijk 57,88; Overwegende dat met een systeem voor de benutting van het communautaire tariefcontingent, gebaseerd op een verdeling over het Verenigd Koninkrijk enerzijds en de overige Lid-Staten anderzijds, de toepassing van de in Protocol nr. 5 vastgestelde groeipercentages in overeenstemming lijkt te kunnen worden gebracht met de ononderbroken toepassing van de voor dit contingent vastgestelde vrijstelling van rechten op alle invoer van de betrokken produkten in de Lid-Staten, totdat het contingent volledig is benut; dat de verdeling van het communautaire tariefcontingent over de Lid-Staten, om zo goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de betrokken produkten weer te geven, moet plaatsvinden naar verhouding van de behoeften van de Lid-Staten; dat het tariefcontingent over de Lid-Staten verdeeld dient te worden op basis van de grootste jaarlijkse hoeveelheden die in de loop van de laatste drie jaren in elk van die Lid-Staten zijn ingevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met de bovengenoemde groeipercentages; Overwegende dat passende maatregelen dienen te worden vastgesteld om te waarborgen dat Protocol nr. 5 wordt toegepast onder voorwaarden die de ontwikkeling van de traditionele handelsstromen tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap enerzijds en tussen de Lid-Staten anderzijds mogelijk maken; Overwegende dat het, in verband met het bijzondere karakter van de betrokken produkten en hun kwetsbaarheid op de markten van de Gemeenschap, dienstig is bij wijze van uitzondering een regeling voor het gebruik in te stellen die berust op een eenmalige verdeling over de Lid-Staten; Overwegende dat de mogelijkheid bestaat dat tijdens de geldigheidsduur van genoemd contingent de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief wordt vervangen door een nieuwe nomenclatuur ontleend aan het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen; Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogtom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de aan genoemde Economische Unie toegewezen quota kan worden verricht door één van haar leden, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Van 1 juli 1987 tot en met 30 juni 1988 mogen de volgende produkten, van oorsprong uit de ACS-Staten, vrij van douanerechten in de Gemeenschap worden ingevoerd binnen de grenzen van een erbij aangegeven communautair tariefcontingent (1): 1.2.3.4.5.6 // // // // // // // Volgnummer // Nr. van het gemeen- schappelijk douanetarief // Gecombineerde nomenclatuur // Omschrijving // Volume van het contingent (in hl zuivere alcohol) // Contingent- recht (in %) // // // // // // // 09.1605 // 22.09 C I // 2208.40-10 2208.40-90 2208.90-11 2208.90-19 // Rum, arak en tafia, van oorsprong uit de ACS-Staten // 172 000 // vrij // // // // // // 2. Binnen hun in artikel 2 aangegeven quotum passen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek douanerechten toe die berekend worden volgens de bepalingen ter zake in de Toetredingsakte en in Verordening (EEG) nr. 1820/87. Artikel 2 1. Het in artikel 1 bedoelde tariefcontingent wordt in tweeën verdeeld. Het eerste gedeelte, 99 550 hectoliter zuivere alcohol groot, is bestemd voor de consumptie in het Verenigd Koninkrijk. Het tweede gedeelte, 72 450 hectoliter zuivere alcohol groot, wordt over de overige Lid-Staten verdeeld. 2. De quota van elk van de Lid-Staten die in aanmerking komen voor het tweede gedeelte, belopen de onderstaande hoeveelheden: 1.2 // // (in hectoliter zuivere alcohol) // Benelux // 9 340, // Denemarken // 3 080, // Duitsland // 53 150, // Griekenland // 50, // Spanje // 290, // Frankrijk // 2 600, // Ierland // 3 180, // Italië // 725, // Portugal // 35. Artikel 3 1. De Lid-Staten beheren de hun toegekende quota volgens hun eigen regels ter zake. 2. De uitputtingsgraad van het quotum van de Lid-Staten wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelheden van de betrokken produkten, van oorsprong uit de ACS-Staten, die bij de douane ten invoer in het vrije verkeer zijn aangegeven. Artikel 4 1. De Lid-Staten stellen de Commissie maandelijks op de hoogte van de invoer die daadwerkelijk op het tariefcontingent in mindering is gebracht. 2. Het Verenigd Koninkrijk neemt de nodige maatregelen om te bewerkstelligen dat de hoeveelheden die onder de in de artikelen 1 en 2 vastgestelde voorwaarden uit de ACS-Staten worden ingevoerd, beperkt blijven tot de hoeveelheden die nodig zijn voor de binnenlandse consumptie. 3. De Commissie stelt de Lid-Staten regelmatig in kennis van de uitputtingsgraad van het contingent. 4. Voor zover nodig kan, hetzij op verzoek van een Lid-Staat, hetzij op initiatief van de Commissie, overleg worden gepleegd. Artikel 5 De Commissie treft, in nauwe samenwerking met de Lid-Staten, de nodige maatregelen om de toepassing van deze verordening te waarborgen. Artikel 6 Verordening (EEG) nr. 1316/87 van de Raad van 11 mei 1987 betreffende de in de derde ACS-EEG-Overeenkomst bedoelde vrijwaringsmaatregelen (1) is van toepassing op de in de onderhavige verordening genoemde produkten. Artikel 7 De Raad stelt tijdig de aanpassingen vast die nodig zijn voor de toepassing van het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen zowel voor de codering als voor de omschrijving van de goederen. Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1987. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Luxemburg, 25 juni 1987. Voor de Raad De Voorzitter H. DE CROO (1) PB nr. L 86 van 31. 3. 1986, blz. 3. (2) PB nr. L 172 van 30. 6. 1987. (3) PB nr. L 172 van 30. 6. 1987, blz. 1. (1) De nummers in de kolom »Gecombineerde nomenclatuur" komen in de plaats van de nummers in de kolom »Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief" vanaf de datum waarop het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen in werking treedt. (1) PB nr. L 125 van 14. 5. 1987, blz. 1.