Verordening (EEG) nr. 1665/87 van de Commissie van 15 juni 1987 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2042/75 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst
Publicatieblad Nr. L 155 van 16/06/1987 blz. 0010 - 0011
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1665/87 VAN DE COMMISSIE van 15 juni 1987 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2042/75 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1579/86 (2), en met name op artikel 12, lid 2, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1418/76 van de Raad van 21 juni 1976 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1449/86 (4), en met name op artikel 10, lid 2, Overwegende dat in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 2042/75 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3818/86 (6), is bepaald dat in bijzondere gevallen de geldigheidsduur van het uitvoercertificaat voor bepaalde produkten langer kan zijn dan die bedoeld in artikel 9; dat de bijzondere geldigheidsduur slechts kan worden verkregen indien de uit te voeren hoeveelheid groter is dan 75 000 ton voor granen en meel en 15 000 ton voor gries en griesmeel van durumtarwe en voor rijst; Overwegende dat deze hoeveelheden voor een aantal landen, en met name de ACS-Staten die de Overeenkomst van Lomé hebben ondertekend, te groot kunnen blijken te zijn; dat een van de doelstellingen van deze Overeenkomst erin bestaat bij te dragen tot het in deze landen veiligstellen van de aanvoer van levensnoodzakelijke levensmiddelen door middel van contracten met een looptijd tot één jaar; dat de uit te voeren minimumhoeveelheid voor de ACS-Staten derhalve moet worden verlaagd om deze aan de behoeften van die Staten aan te passen; Overwegende dat een aantal van de in artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 2042/75 vastgestelde bedragen van de zekerheid die voor de afgifte van invoer- en uitvoercertificaten moet worden gesteld, aan de huidige prijsontwikkelingen op de wereldmarkt moeten worden aangepast en dat een einde moet kunnen worden gemaakt aan het voorlopige karakter van het vaststellen van bepaalde zekerheden bij invoer welke bij Verordening (EEG) nr. 2408/86 van de Commissie (7) zijn vastgesteld; dat de bedragen van de zekerheid eveneens moeten worden verlaagd voor de uitvoer naar de ACS-Staten om leveringen naar deze bestemmingen aan te moedigen; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor granen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 2042/75 wordt als volgt gewijzigd: 1. Aan artikel 11, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd: »Voor uitvoer naar een ACS-Staat of een groep van ACS-Staten die de Overeenkomst van Lomé hebben ondertekend, wordt de in voorgaande alinea vastgestelde minimumhoeveelheid verlaagd tot: - 20 000 ton voor zachte tarwe, rogge, gerst, maïs, meel van tarwe en van rogge en voor de produkten van post 23.07 B I van het gemeenschappelijk douanetarief met een gehalte aan zuivelprodukten van minder dan 50 gewichtspercenten en - 5 000 ton voor gries en griesmeel van durumtarwe en voor rijst. Op de aanvragen die op een groep van ACS-Staten betrekking hebben, moet de naam van elk land waarvoor de produkten zijn bestemd, worden vermeld."; 2. Artikel 12 wordt gelezen: »Artikel 12 1. De zekerheid met betrekking tot de certificaten voor de in artikel 1 van respectievelijk Verordening (EEG) nr. 2727/75 en Verordening (EEG) nr. 1418/76 bedoelde produkten bedraagt: a) 0,60 Ecu/ton indien het invoer- of uitvoercertificaten betreft waarbij de heffing bij invoer, de restitutie of de heffing bij uitvoer niet vooraf wordt vastgesteld; b) indien het invoercertificaten betreft voor produkten waarvoor de heffing bij invoer vooraf wordt vastgesteld: - 16 Ecu/ton voor de produkten van de posten 10.01 B I, 10.01 B II, 10.02, 10.03, 10.04, 10.05 B en 10.07 van het gemeenschappelijk douanetarief; - 4 Ecu/ton voor de overige produkten; c) 30 Ecu/ton voor de produkten van post 11.02 A I a) en voor de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1418/76 bedoelde produkten, indien het uitvoercertificaten betreft waarvoor de restitutie vooraf wordt vastgesteld. Voor uitvoer naar ACS-Staten wordt deze zekerheid vastgesteld op 15 Ecu/ton; d) 15 Ecu/ton voor de overige in artikel 1, onder a), b), c) en d), van Verordening (EEG) nr. 2727/75 bedoelde produkten, met uitzondering van post 11.07, indien het uitvoercertificaten betreft waarvoor de restitutie of de heffing bij uitvoer vooraf wordt vastgesteld. Voor uitvoer naar de ACS-Staten wordt deze zekerheid vastgesteld op 7 Ecu/ton; e) 12 Ecu/ton voor de produkten van post 11.07, indien het uitvoercertificaten betreft waarvoor de restitutie of de heffing bij uitvoer vooraf wordt vastgesteld. Voor de overeenkomstig artikel 9 bis afgegeven certificaten bedraagt de zekerheid evenwel: - 24 Ecu/ton voor de van 1 januari tot en met 30 april afgegeven certificaten; - 30 Ecu/ton voor de van 1 juli tot en met 31 december afgegeven certificaten. In dat geval - wordt de zekerheid verbeurd, indien niet binnen de vastgestelde termijn een van de in artikel 9 bis, lid 1, bedoelde bestemmingen is aangegeven overeenkomstig het bepaalde bij voornoemd artikel; - wordt de zekerheid, in afwijking van artikel 30, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3183/80 slechts vrijgegeven indien het bewijs wordt geleverd dat het produkt op zijn bestemming is aangekomen. Dit bewijs wordt geleverd overeenkomstig het bepaalde bij artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 2730/79. 2. De in artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 3183/80 voor de invoer- en uitvoercertificaten vermelde percentages 95 en 5 worden vervangen door, onderscheidenlijk, de percentages 93 en 7.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is niet van toepassing op invoer- en uitvoercertificaten waarvan de vaststelling vooraf van de restitutie of de heffing vóór deze datum is aangevraagd. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 15 juni 1987. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1. (2) PB nr. L 139 van 24. 5. 1986, blz. 29. (3) PB nr. L 166 van 25. 6. 1976, blz. 1. (4) PB nr. L 133 van 21. 5. 1986, blz. 1. (5) PB nr. L 213 van 11. 8. 1975, blz. 5. (6) PB nr. L 355 van 16. 12. 1986, blz. 24. (7) PB nr. L 208 van 31. 7. 1986, blz. 28.