Verordening (EEG) nr. 1655/87 van de Commissie van 12 juni 1987 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 583/86 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de compenserende bedragen ,,toetreding" in de sector olijfolie
Publicatieblad Nr. L 153 van 13/06/1987 blz. 0036 - 0036
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1655/87 VAN DE COMMISSIE van 12 juni 1987 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 583/86 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de compenserende bedragen »toetreding" in de sector olijfolie DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, Gelet op Verordening (EEG) nr. 473/86 van de Raad van 25 februari 1986 tot vaststelling van de algemene bepalingen van de regeling inzake de compenserende bedragen »toetreding" in de sector olijfolie (1), en met name op artikel 7, Overwegende dat overeenkomstig het bepaalde bij artikel 2, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 473/86 voor het vaststellen van de compenserende bedragen »toetreding" voor bepaalde kwaliteiten olijfolie kan worden besloten een coëfficiënt toe te passen waarbij rekening wordt gehouden met de hoeveelheid olijfolie die nodig is voor de produktie daarvan; dat deze coëfficiënten zijn vastgesteld bij artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 583/86 van de Commissie (2); Overwegende dat de compenserende bedragen »toetreding" verschillen naar gelang van het ogenblik waarop deze coëfficiënten worden toegepast bij de berekening daarvan; dat rekening moet worden gehouden met het feit dat, wegens de wijziging van de berekeningselementen, is geconstateerd dat er gevaar bestaat voor distorsie van de mededinging; dat derhalve, met het oog op een goed beheer, de gebruikte berekeningsmethode moet worden gewijzigd en moet worden aangegeven welke methode moet worden toegepast; Overwegende dat het dienstig lijkt de datum waarop de nieuwe methode van toepassing wordt naar een later tijdstip te verschuiven ten einde voor de handelaren moeilijkheden te voorkomen met betrekking tot lopende transacties; dat om dezelfde reden bovendien rekening moet worden gehouden met de op de datum waarop deze verordening van kracht wordt reeds ingediende aanvragen voor uitvoercertificaten; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 583/86 wordt gelezen: »Artikel 2 Voor olijfolie van de tariefposten 15.07 A II a) en 15.07 A II b) van het gemeenschappelijk douanetarief wordt op de compenserende bedragen »toetreding" de coëfficiënt 1,04 respectievelijk 1,20 toegepast. Bij de berekening van de compenserende bedragen »toetreding" overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 473/86 voor bovengenoemde oliën waarvan de verpakking voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld voor de toekenning van de consumptiesteun, worden de coëfficiënten toegepast voordat het verschil tussen de consumptiesteun in de Gemeenschap van de Tien en die in de nieuwe Lid-Staat wordt verrekend.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 17 augustus 1987. Voor de uitvoercertificaten die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn aangevraagd, moeten evenwel de compenserende bedragen »toetreding" worden toegepast die gelden op de dag waarop de aanvraag wordt ingediend. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 12 juni 1987. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 53 van 1. 3. 1986, blz. 43. (2) PB nr. L 57 van 1. 3. 1986, blz. 31.