31987R0476

Verordening (EEG) nr. 476/87 van de Raad van 16 februari 1987 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor ferrochroom, bevattende zes of meer gewichtspercenten koolstof, van post ex 73.02 E I van het gemeenschappelijk douanetarief

Publicatieblad Nr. L 049 van 18/02/1987 blz. 0001 - 0003


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 476/87 VAN DE RAAD

van 16 februari 1987

betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor ferrochroom, bevattende zes of meer gewichtspercenten koolstof, van post ex 73.02 E I van het gemeenschappelijk douanetarief

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 28,

Gezien de ontwerp-verordening ingediend door de Commissie,

Overwegende dat de produktie van ferrochroom, bevattende zes of meer gewichtspercenten koolstof, in wisselende mate ontoereikend is in de Gemeenschap en dat de producenten dus niet in de totale behoeften van de verwerkende industrieën kunnen voorzien; dat het derhalve in het belang van de Gemeenschap is om voor dit metaal voor een periode gaande tot en met 31 december 1987 de toepassing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volledig te schorsen in het kader van een tariefcontingent met een passende omvang; dat het dienstig is, ten einde het evenwicht op de markt voor de betrokken ferrolegering niet in gevaar te brengen en met het oog op een parallelle ontwikkeling van de afzet van de communautaire produktie en een toereikende voorziening van de verwerkende industrie, het volume van het contingent voorlopig vast te stellen op 120 000 ton, welke hoeveelheid overeenstemt met de onmiddellijke behoeften aan invoer uit derde landen; dat voorts in de mogelijkheid dient te worden voorzien dat de Lid-Staten de afboeking op hun quotum van het contingent mogen beperken tot produkten voor bepaalde bestemmingen;

Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs in gelijke mate en te allen tijde gebruik kunnen maken van genoemd contingent en dat het aan het contingent verbonden recht op alle invoer zonder onderbreking wordt toegepast totdat dit contingent geheel is benut; dat een systeem voor de benutting van het communautaire tariefcontingent, gebaseerd op een verdeling over de Lid-Staten, in overeenstemming lijkt te zijn met het communautaire karakter van genoemd contingent met het oog op bovengenoemde beginselen; dat deze verdeling, om zo goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van het betrokken produkt weer te geven, moet worden toegepast naar verhouding van de behoeften, berekend enerzijds op grond van de statistische gegevens betreffende de invoer uit derde landen gedurende een representatieve referentieperiode en anderzijds op grond van de economische vooruitzichten voor het betrokken contingentsjaar;

Overwegende dat, aangezien het hier een autonoom communautair tariefcontingent betreft ter voorziening in invoerbehoeften van de Gemeenschap, bij wijze van proef een verdeling van het contingent op basis van de voorlopige, door ieder van de Lid-Staten geraamde behoeften aan importen uit derde landen kan worden geaccepteerd; dat deze wijze van verdeling tevens de uniformiteit van de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief waarborgt;

Overwegende dat, ten einde rekening te houden met de eventuele ontwikkeling van de invoer van de betrokken produkten, het contingent in twee gedeelten moet worden gesplitst, waarbij het eerste gedeelte over de Lid-Staten wordt verdeeld, terwijl het tweede gedeelte een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften van deze Lid-Staten wanneer zij hun aanvankelijke quotum hebben verbruikt; dat het, ten einde aan de importeurs van de Lid-Staten enige zekerheid te verschaffen, dienstig is het eerste gedeelte van het communautair tariefcontingent op een hoog niveau vast te stellen, dat in het onderhavige geval ongeveer 90 % van het contingent zou kunnen bedragen;

Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten meer of minder spoedig kunnen zijn verbruikt; dat het, ten einde hiermede rekening te houden en elke onderbreking te voorkomen, van belang is dat iedere Lid-Staat die zijn aanvankelijke quotum vrijwel geheel heeft benut, een extra quotum uit de overeenkomstige reserve opneemt; dat dergelijke opnemingen door iedere Lid-Staat dienen te worden verricht wanneer elk van zijn extra quota nagenoeg geheel is benut, en wel zo vaak als de reserve dit toelaat; dat de aanvankelijke en de extra quota moeten gelden tot aan het einde van de contingentsperiode; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie, die met name de benuttingsgraad van het contingent moet kunnen volgen en de Lid-Staten daarover moet kunnen inlichten; Overwegende dat het, indien in een Lid-Staat op een bepaald tijdstip van de contingentsperiode een belangrijk overschot van het aanvankelijke quotum bestaat, noodzakelijk is dat de betrokken Lid-Staat daarvan een aanzienlijk percentage terugstort in de overeenkomstige reserve, ten einde te vermijden dat een gedeelte van het communautaire contingent in een Lid-Staat onbenut blijft, terwijl andere Lid-Staten er gebruik van zouden kunnen maken;

Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de aan genoemde Economische Unie toegewezen quota kan worden verricht door een van haar leden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening tot en met 31 december 1987 worden de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor het hierna omschreven produkt geschorst tot het niveau en binnen de grens van een bij dat produkt vermeld communautair tariefcontingent:

1.2.3.4.5 // // // // // // Volg- nummer // Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief // Omschrijving // Omvang van het contingent (in ton) // Invoerrecht (in %) // // // // // // 09.2711 // ex 73.02 E I // Ferrochroom bevattende zes of meer gewichtspercenten koolstof // 120 000 // 0 // // // // //

2. Binnen de grenzen van dit tariefcontingent wordt het recht van het douanetarief volledig geschorst. In het kader van dit contingent passen Spanje en Portugal invoerrechten toe die worden berekend overeenkomstig het bepaalde ter zake in de Toetredingsakte van 1985.

3. De invoer van het betrokken produkt waarvoor reeds vrijstelling van het douanerecht geldt krachtens een andere preferentiële tariefregeling, kan niet van dit contingent worden afgeboekt.

Artikel 2

1. Het in artikel 1 genoemde communautaire tariefcontingent wordt in twee gedeelten gesplitst.

2. Een eerste gedeelte van 108 130 ton wordt over de Lid-Staten verdeeld; de quota die, behoudens artikel 5, tot en met 31 december 1987 gelden, bedragen de volgende hoeveelheden:

1.2 // // (in ton) // Benelux // 5 560 // Bondsrepubliek Duitsland // 35 000 // Spanje // 12 450 // Frankrijk // 24 000 // Italië // 18 670 // Verenigd Koninkrijk // 12 450

3. Het tweede gedeelte, ter grootte van 11 870 ton, vormt de reserve.

4. Indien een importeur melding maakt van op handen zijnde invoer van het betrokken produkt in een Lid-Staat die niet deelneemt in de aanvankelijke verdeling en indien hij verzoekt om voor het contingent in aanmerking te komen, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming van een hoeveelheid die overeenstemt met zijn behoeften, voor zover het beschikbare saldo van de reserve zulks toelaat.

Artikel 3

1. Indien het aanvankelijk aan een Lid-Staat toegekende quotum - zoals dit in artikel 2, lid 2, is vastgesteld - dan wel dat zelfde quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in de reserve teruggestorte gedeelte, voor 90 % of meer is benut, gaat deze Lid-Staat door middel van een kennisgeving aan de Commissie onverwijld over tot opneming, voor zover de reserve zulks toelaat, van een tweede quotum, gelijk aan 10 % van zijn aanvankelijk quotum, eventueel op de volgende eenheid naar boven afgerond.

2. Indien, na uitputting van zijn aanvankelijk quotum, ook het tweede door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 % of meer is benut, gaat deze Lid-Staat onder de in lid 1 genoemde voorwaarden onverwijld over tot opneming van een derde quotum, gelijk aan 5 % van zijn aanvankelijk quotum, eventueel op de volgende eenheid naar boven afgerond.

3. Indien, na uitputting van zijn tweede quotum, ook het derde door een Lid-Staat opgenomen quotum voor 90 % of meer is benut, gaat deze Lid-Staat onder de in lid 1 genoemde voorwaarden over tot opneming van een vierde quotum, dat gelijk is aan het derde.

Deze handelwijze wordt toegepast totdat de reserve is uitgeput.

4. In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kan elke Lid-Staat overgaan tot opneming van kleinere quota dan in die leden is bepaald, indien er redenen zijn om aan te nemen dat deze wellicht niet zullen worden uitgeput. Hij deelt aan de Commissie de redenen mede die tot toepassing van dit lid hebben geleid.

Artikel 4

De overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden tot en met 31 december 1987. Artikel 5

De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 oktober 1987 van het niet-benutte gedeelte van hun aanvankelijke quotum dat deel in de reserve terug dat op 15 september 1987 20 % van het aanvankelijk quotum te boven gaat. Zij kunnen een grotere hoeveelheid terugstorten, indien er redenen zijn om aan te nemen dat deze wellicht niet zal worden benut.

Elke Lid-Staat doet de Commissie uiterlijk op 1 oktober 1987 mededeling van de totale invoer van het betrokken produkt, die tot en met 15 september 1987 heeft plaatsgevonden en op het communautaire contingent is afgeboekt, alsmede eventueel van het gedeelte van zijn aanvankelijk quotum, dat hij in de reserve terugstort.

Artikel 6

De Lid-Staten kunnen bepalen dat van de betrokken produkten alleen die met bepaalde bestemmingen op hun quota kunnen worden afgeboekt. In dat geval wordt overeenkomstig de ter zake geldende communautaire bepalingen gecontroleerd of de betrokken produkten voor het speciale doel worden aangewend.

Artikel 7

De Commissie houdt boek van de door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3 geopende quota en zij geeft, zodra de opgaven haar bereiken, aan iedere Lid-Staat kennis van de in de reserves nog aanwezige hoeveelheid.

Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 oktober 1987 in kennis van de stand van de reserves na de overeenkomstig artikel 5 verrichte terugstortingen.

Zij draagt er zorg voor dat de opneming waardoor een van de reserves volledig wordt uitgeput tot de nog beschikbare hoeveelheid beperkt blijft, en deelt daartoe aan de Lid-Staat die de laatste opneming verricht mede hoeveel het saldo bedraagt.

Artikel 8

1. De Lid-Staten nemen alle dienstige maatregelen opdat, bij opening van de krachtens artikel 3 door hen opgenomen extra quota, zonder onderbreking afboekingen kunnen plaatsvinden op hun gecumuleerde aandelen in de tariefcontingenten.

2. De Lid-Staten waarborgen aan de importeurs van de betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegekende quota.

3. De benuttingsgraad van de quota van de Lid-Staten wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelheden van de betrokken produkten die bij de douane ten invoer in het vrije verkeer worden aangegeven.

4. De benuttingsgraad van de quota van de Lid-Staten wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelheden, die onder de in lid 3 bepaalde voorwaarden worden afgeboekt.

Artikel 9

De Lid-Staten stellen de Commissie op haar verzoek in kennis van de invoer die daadwerkelijk op hun quota is afgeboekt.

Artikel 10

De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nagekomen.

Artikel 11

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 16 februari 1987.

Voor de Raad

De Voorzitter

L. TINDEMANS