31987D0058

87/58/EEG: Beschikking van de Raad van 22 december 1986 tot instelling van een aanvullende gemeenschappelijke actie voor de uitroeiing van brucellose, tuberculose en leukose bij runderen

Publicatieblad Nr. L 024 van 27/01/1987 blz. 0051 - 0053


*****

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 22 december 1986

tot instelling van een aanvullende gemeenschappelijke actie voor de uitroeiing van brucellose, tuberculose en leukose bij runderen

(87/58/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat de Raad bij Richtlijn 77/391/EEG (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3768/85 (5), een gemeenschappelijke actie heeft ingesteld voor de uitroeiing van brucellose, tuberculose en leukose bij runderen; dat de Raad, gelet op de bereikte resultaten en het bevredigende verloop van de door de Lid-Staten ingediende programma's, bij Richtlijn 82/400/EEG (6) een aanvullende gemeenschappelijke actie voor de uitroeiing van brucellose, tuberculose en leukose bij runderen heeft ingesteld;

Overwegende dat de Raad bij Richtlijn 78/52/EEG (7) communautaire criteria heeft vastgesteld voor de nationale programma's voor de versnelde uitroeiing van brucellose, tuberculose en endemische leukose bij runderen;

Overwegende dat, gezien de resultaten die in het kader van die richtlijn zijn bereikt en gezien de vooruitgang die is geboekt in het kader van de vorige door de Lid-Staten ingediende programma's, voor de rundveebeslagen in Spanje en Portugal soortgelijke regelingen moeten worden getroffen, zodat die beslagen met betrekking tot brucellose en tuberculose aan dezelfde normen voldoen;

Overwegende dat in een aantal kleine gebieden in bepaalde Lid-Staten bij alle beslagen routinecontroles op brucellose en tuberculose moeten worden verricht;

Overwegende dat enkele Lid-Staten nog altijd programma's voor de versnelde uitroeiing van endemische leukose bij runderen moeten indienen;

Overwegende dat de definitieve uitroeiing van deze ziekten een essentiële voorwaarde is voor de totstandbrenging - voor de handel in runderen - van de interne markt en voor de produktiviteitsverbetering bij het fokken en dus ook voor de verbetering van de levensstandaard van hen die in deze sector werkzaam zijn;

Overwegende dat, om deze doelstellingen te bereiken, elke Lid-Staat die daarvoor in aanmerking komt, over een nieuwe periode van drie jaar moet kunnen beschikken;

Overwegende dat het verantwoord is dat de Gemeenschap voor deze actie financiële steun verleent;

Overwegende dat de door de Lid-Staten ingediende programma's moeten voldoen aan door de Gemeenschap vastgestelde criteria en doelstellingen; dat zij derhalve overeenkomstig een communautaire procedure moeten worden goedgekeurd en dat de tenuitvoerlegging van de programma's geregeld ter plaatse moet worden gecontroleerd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt een aanvullende gemeenschappelijke actie ingesteld met het oog op de volledige uitroeiing van brucellose, tuberculose en leukose bij runderen.

Artikel 2

1. Het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek stellen, overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 77/391/EEG, uitroeiingsprogramma's op die voldoen aan de criteria van Richtlijn 78/52/EEG.

2. Voor zover nodig stellen de overige Lid-Staten nieuwe programma's op voor de versnelde uitroeiing van tuberculose en brucellose bij runderen.

Deze programma's worden uiterlijk drie maanden na de kennisgeving van deze beschikking aan de Commissie meegedeeld.

3. Voor zover nodig stellen de Lid-Staten overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 77/391/EEG programma's voor de uitroeiing van endemische leukose bij runderen op.

Deze programma's worden uiterlijk negen maanden na de kennisgeving van deze beschikking aan de Commissie meegedeeld.

Artikel 3

1. Na onderzoek van de voorgestelde programma's en de eventuele wijzigingen daarvan, keurt de Commissie deze goed volgens de procedure van artikel 10.

2. Het Comité van het Fonds wordt over de financiële aspecten geraadpleegd.

3. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de nieuwe programma's voor versnelde uitroeiing in werking treden op de tijdstippen die de Commissie in haar goedkeuringsbeschikking heeft vastgesteld.

Artikel 4

1. De Gemeenschap verleent financiële steun voor de in deze beschikking bedoelde maatregelen.

2. Uitgaven die door de Lid-Staten zijn gedaan in verband met de maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van de overeenkomstig artikel 3 goedgekeurde nieuwe programma's voor versnelde uitroeiing, komen binnen de in de artikelen 5 en 6 aangegeven grenzen voor steun van de Gemeenschap in aanmerking.

Artikel 5

1. De financiële steun van de Gemeenschap wordt verleend voor een periode van drie jaar, te rekenen vanaf het tijdstip dat daarvoor door de Commissie in haar in artikel 3, lid 1, bedoelde goedkeuringsbeschikking zal worden vastgesteld.

2. Het steunbedrag ten laste van de begroting van de Gemeenschap in het hoofdstuk betreffende de uitgaven op landbouwgebied wordt voor de in lid 1 bedoelde periode op 31,7 miljoen Ecu geraamd.

Artikel 6

1. De financiële steun van de Gemeenschap wordt op de volgende voorwaarden als schadeloosstelling voor het slachten van dieren verleend:

- bij brucellose: voor dieren uit beslagen die nooit de status van rundveebeslag van het type B3 en B4 in de zin van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 78/52/EEG hebben bereikt;

- bij tuberculose: voor dieren uit beslagen die nooit de status van rundveebeslag van het type T3 in de zin van artikel 2, lid 2, van Richtlijn 78/52/EEG hebben bereikt;

- bij endemische leukose: voor dieren uit beslagen die nooit de status van leukosevrij rundveebeslag, als gedefinieerd door de verschillende Lid-Staten, hebben bereikt.

2. De Gemeenschap vergoedt de Lid-Staten 72,5 Ecu voor elke koe en 36,25 Ecu voor elk ander rund, in geval van slachting in het kader van de in deze richtlijn bedoelde acties die voldoen aan de in hoofdstuk I van Richtlijn 77/391/EEG vastgestelde bijzondere technische voorschriften.

Artikel 7

1. Artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1) is van toepassing op de beschikkingen van de Commissie met betrekking tot de financiering van de onderhavige actie door de Gemeenschap.

2. De verzoeken om betaling moeten betrekking hebben op slachtingen die in de loop van het jaar in de Lid-Staten hebben plaatsgevonden en moeten vóór 1 juli van het daaropvolgende jaar worden ingediend.

3. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 729/70.

Artikel 8

Verordening (EEG) nr. 129/78 van de Raad van 24 januari 1978 betreffende de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwstructuurbeleid toe te passen wisselkoersen (2) en de artikelen 8 en 9 van Verordening (EEG) nr. 729/70 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9

1. De veterinaire controle op de toepassing van de nieuwe programma's voor versnelde uitroeiing wordt overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 77/391/EEG verricht.

2. Wanneer alle nieuwe programma's voor versnelde uitroeiing zijn uitgevoerd, dient de Commissie bij de Raad een algemeen verslag in over de resultaten, zo nodig vergezeld van een voorstel tot verdere harmonisatie van de preventieve maatregelen van de Lid-Staten.

Artikel 10

1. In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure, leidt de voorzitter deze procedure, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat, onverwijld in bij het Permanent Veterinair Comité, hierna »Comité" te noemen.

2. In het Comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het Verdrag. De voorzitter neemt geen deel aan de stemming.

3. De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het vraagstuk. Het spreekt zich uit met een meerderheid van 45 stemmen.

4. De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité. Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies, doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien na verloop van een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van indiening van het voorstel bij de Raad, deze geen maatregelen heeft vastgesteld, stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast en legt zij deze onmiddellijk ten uitvoer.

Artikel 11

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 22 december 1986.

Voor de Raad

De Voorzitter

G. SHAW

(1) PB nr. C 292 van 18. 11. 1986, blz. 2.

(2) Advies uitgebracht op 19 december 1986 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

(3) Advies uitgebracht op 16 december 1986 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

(4) PB nr. L 145 van 13. 6. 1977, blz. 44.

(5) PB nr. L 362 van 31. 12. 1985, blz. 8.

(6) PB nr. L 173 van 19. 6. 1982, blz. 18.

(7) PB nr. L 15 van 19. 1. 1978, blz. 34.

(1) PB nr. L 94 van 28. 4. 1970, blz. 13.

(2) PB nr. L 20 van 25. 1. 1978, blz. 16.