31986R3094

Verordening (EEG) nr. 3094/86 van de Raad van 7 oktober 1986 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden

Publicatieblad Nr. L 288 van 11/10/1986 blz. 0001 - 0020
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 4 Deel 2 blz. 0128
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 4 Deel 2 blz. 0128


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3094/86 VAN DE RAAD

van 7 oktober 1986

houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 170/83 van de Raad van 25 januari 1983 tot instelling van een communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden (1), inzonderheid op artikel 11,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat met het oog op de bescherming van de levende rijkdommen van de zee enerzijds en een evenwichtige exploitatie van de visbestanden anderzijds, wat in het belang is van vissers zowel als consumenten, technische maatregelen voor het behoud van de visbestanden moeten worden vastgesteld, onder meer met betrekking tot toegestane maaswijdten, bijvangstpercentages, minimummaten, het vissen in bepaalde gebieden of perioden, of met bepaalde soorten vistuig;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 171/83 van de Raad van 25 januari 1983 houdende bepaalde technische maatregelen voor het behoud van de visbestanden (2) achtereenvolgens is gewijzigd bij de Verordeningen (EEG) nr. 2931/83 (3), (EEG) nr. 1637/84 (4), (EEG) nr. 2178/84 (5), (EEG) nr. 2664/84 (6), (EEG) nr. 3625/84 (7) en (EEG) nr. 3782/85 (8) en dat daarom, voor een goed begrip en voor een doeltreffende toepassing, deze verordening vervangen dient te worden door een nieuwe waarin al die wijzigingen verwerkt zijn;

Overwegende dat het, gezien de uittreding van Groenland uit de Europese Economische Gemeenschap, niet langer dienstig is in deze verordening technische maatregelen op te nemen die gelden voor de wateren onder soevereiniteit of jurisdictie van Groenland;

Overwegende dat bij de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 171/83 tekortkomingen zijn gebleken die problemen geven bij de toepassing van die verordening; dat die tekortkomingen moeten worden gecorrigeerd, met name door de vaststelling van definities van de gerichte visserij voor bepaalde vissoorten en door de bijvangst en de beschermde soorten nauwkeuriger te definiëren;

Overwegende dat, gezien de meest recente wetenschappelijke adviezen, moet worden bepaald dat bij het vissen in de Noordzee en ten westen van Schotland en Rockall netten met een grotere maaswijdte moeten worden gebruikt;

Overwegende dat nauwkeuriger moet worden gedefinieerd op welke wijze de afmetingen van schaal-, schelp- en weekdieren moeten worden bepaald;

Overwegende dat voor het vissen binnen de 12-mijlszone nauwkeurigere en uitvoerbare voorschriften moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat, in dit verband, verhoogde bescherming van kinderkamers, in het bijzonder voor tong en schol, moet worden geboden in de kustzone van de Lid-Staten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke biologische omstandigheden in die gebieden;

Overwegende dat, om het wetenschappelijke onderzoek niet te belemmeren, deze verordening niet moet gelden voor activiteiten die, ook al is het incidenteel, nodig zijn voor dergelijk onderzoek;

Overwegende dat bepaalde minimummaten bij aanvoer dienen te worden vergroot en dat andere maten moeten worden ingevoerd met het oog op een betere instandhouding van de visbestanden;

Overwegende dat deze verordening geen afbreuk mag doen aan, noch een belemmering mag vormen voor aanvullende nationale maatregelen van strikt lokale werking;

Overwegende dat dergelijke maatregelen daarom mogen worden gehandhaafd of worden vastgesteld, onder voorbehoud van onderzoek ervan door de Commisie ten aanzien van de verenigbaarheid met het Gemeenschapsrecht en het gemeenschappelijk visserijbeleid;

Overwegende dat deze verordening geen afbreuk mag doen aan nationale maatregelen die verder gaan dan de minimumeisen die in deze verordening zijn vastgesteld;

Overwegende dat de procedure voor het onderzoek van dergelijke maatregelen moet worden vereenvoudigd;

Overwegende dat het dienstig is de door de delegaties van de Gemeenschap, Noorwegen en Zweden overeengekomen voorschriften voor de visserij in het Skagerrak en het Kattegat in deze verordening op te nemen;

Overwegende dat het nodig kan zijn op korte termijn nieuwe instandhoudingsmaatregelen en uitvoeringsbepalingen in het kader van deze verordening vast te stellen; dat dergelijke maatregelen en bepalingen moeten worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83;

Overwegende dat de Lid-Staten gemachtigd dienen te worden passende voorlopige maatregelen te nemen als de instandhouding van de visbestanden ernstig wordt bedreigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Gebiedsgrenzen

1. Deze verordening betreft, onverminderd artikel 6, onder b), de vangst en aanvoer van levende rijkdommen uit alle zeewateren die onder soevereiniteit of jurisdictie van de Lid-Staten vallen en die gelegen zijn in een van de volgende gebieden:

Gebied 1

alle wateren ten noorden en ten westen van een lijn die loopt van een punt op 48° noorderbreedte en 18° westerlengte, vandaar rechtwijzend noord tot 60° noorderbreedte, vandaar rechtwijzend oost tot 5° westerlengte, vandaar rechtwijzend noord tot 60°30' noorderbreedte, vandaar rechtwijzend oost tot 4° westerlengte, vandaar rechtwijzend noord tot 64° noorderbreedte, vandaar rechtwijzend oost tot de kust van Noorwegen.

Gebied 2

alle wateren benoorden 48° noorderbreedte, met uitzondering van de wateren van gebied 1 en de ICES-sectoren III b, III c en III d.

Gebied 3

alle wateren in de ICES-deelgebieden VIII en IX.

Gebied 4

alle wateren in ICES-deelgebied X.

Gebied 5

alle wateren in het centraal-oostelijke deel van de Atlantische Oceaan in de sectoren 34.1.1, 34.1.2 en 34.1.3 en in deelgebied 34.2.0 van visserijgebied 34 van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) - CECAF/COPACE-gebied, met uitzondering van de wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van Spanje, gelegen rond de Canarische eilanden.

Gebied 6

alle wateren voor de kust van het Franse departement Guyana.

Gebied 7

alle wateren voor de kust van de Franse departementen Martinique en Guadeloupe.

Gebied 8

alle wateren voor de kust van het Franse departement Réunion.

2. De in deze verordening met de afkortingen »NAFO", »ICES" en »FAO" gepreciseerde geografische zones komen overeen met de definities van respectievelijk de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO), de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). Zij zijn, onder voorbehoud van latere wijzigingen, beschreven in Verordening (EEG) nr. 3179/78 (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 654/81 (2), en in de mededelingen van de Commissie nr. 85/C 347/05 (3) en nr. 85/C 335/02 (4).

3. De in lid 1 bedoelde gebieden kunnen volgens de in artikel 15 bedoelde procedure worden onderverdeeld in geografische zones, met name aan de hand van de in lid 2 bedoelde definities.

4. Niettegenstaande het bepaalde in lid 2 wordt in de zin van deze verordening het Kattegat in het noorden begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de kust van Zweden, en in het zuiden door een lijn van kaap Hasenoere naar kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van kaap Gilbjerg naar Kullen.

Het Skagerrak wordt in het westen begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar de vuurtoren van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de kust van Zweden.

5. Niettegenstaande het bepaalde in lid 2 wordt in deze verordening onder de Noordzee verstaan ICES-deelgebied IV en het aangrenzende gedeelte van ICES-sector II a bezuiden 64° noorderbreedte alsmede het gedeelte van ICES-sector III a dat geen deel uitmaakt van het Skagerrak zoals dat in lid 4 is omschreven.

TITEL I

NETTEN EN BEPALINGEN INZAKE HET GEBRUIK ERVAN

Artikel 2

Minimum maaswijdten

1. Voor elk van de in bijlage I genoemde geografische gebieden of zones en, in voorkomend geval, voor het overeenkomstige tijdvak, motorvermogen en aantal voor de vervaardiging van de mazen gebruikte draden, is het verboden sleepnetten, Deense zegennetten (snurrevod) of soortgelijke netten te gebruiken, behalve als de

maaswijdte in het gedeelte van het net met de kleinste mazen gelijk is aan of groter is dan een van de in die bijlage genoemde maaaswijdten, hierna te noemen referentie-minimummaaswijdte, en behalve als de vangst met dat net die zich aan boord bevindt, omvat:

- een percentage toegestane doelsoorten gelijk aan of groter dan het percentage gespecificeerd in die bijlage voor de referentie-minimummaaswijdte,

- een percentage beschermde soorten dat het in die bijlage voor de referentie-minimummaaswijdte gespecificeerde percentage niet overschrijdt.

In afwijking van het bepaalde in de eerste alinea mag het minimumpercentage van de doelsoorten worden bereikt door de hoeveelheden van alle gevangen doelsoorten samen te voegen, mits:

- het doelsoorten zijn waarvoor het maximumpercentage van beschermde soorten 10 % bedraagt;

- het doelsoorten zijn waarvoor de referentie-minimummaaswijdte gelijk is aan of kleiner is dan de maaswijdte van het gebruikte net;

- het totale percentage voor alle beschermde soorten te zamen in verhouding tot het totale gewicht van alle doelsoorten te zamen niet meer dan 10 % bedraagt.

Voor de toepassing van deze verordening worden beschermde soorten omschreven als die soorten waarvoor in bijlage II een minimummaat is vastgesteld of waarvoor is aangegeven dat de minimummaat nog vastgesteld moet worden.

Het bepaalde in dit lid doet geen afbreuk aan de in de volgende leden neergelegde specifieke bepalingen.

2. Dreggen zijn uitgesloten van het bepaalde in lid 1. Het is evenwel verboden om meer dan 10 % vis van de beschermde soorten aan boord te hebben of aan te voeren wanneer met dreggen wordt gevist.

3. De in bijlage I bedoelde percentages worden berekend ten opzichte van het gewicht van de totale hoeveelheid vis, schaal-, schelp- en weekdieren die aan boord is na sortering, of bij aanvoer, met inachtneming van de hoeveelheden die zijn overgeladen op een ander vaartuig.

Niettegenstaande het bepaalde in de vorige alinea kan het percentage bij de visserij op zandspiering met netten met een maaswijdte van minder dan 16 mm worden bepaald vóór sortering. Deze bepaling is niet van toepassing in het Skagerrak en het Kattegat.

De percentages mogen worden berekend aan de hand van een of meer representatieve monsters. Voorschriften voor de bemonstering kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 15 bedoelde procedure.

4. Sorteren geschiedt onmiddellijk na de vangst. Vangsten van beschermde soorten boven de in bijlage I vastgestelde percentages worden onmiddellijk in zee teruggezet.

5. Indien tijdens dezelfde reis vangsten worden verricht met gebruikmaking van verschillende netten met verschillende maaswijdten of in verschillende gebieden, geografische zones of onder verschillende bijkomende voorwaarden (zoals verschillende tijdvakken, verschillend aantal draden) en indien deze verschillende vangstvoorwaarden een verandering betekenen van de referentie-minimummaaswijdten (met overeenkomstige percentages) zoals vermeld in bijlage I, wordt het percentage berekend voor elk gedeelte van de vangst die onder elke verschillende voorwaarde is verricht.

Alle vangsten worden geacht te zijn verricht met het kleinmazigste net aan boord, tenzij het tegendeel blijkt uit het logboek dat wordt bijgehouden overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2057/82 (1) en de ter uitvoering van dat artikel vastgestelde bepalingen.

6. Vangsten worden geraamd als levend gewicht.

Voor de toepassing van dit artikel is het gewicht van hele langoestines equivalent met het gewicht van staarten van langoestines vermenigvuldigd met 3.

7. Netten met maaswijdten die kleiner zijn dan de maaswijdten van het net dat overeenkomstig lid 1 wordt gebruikt, mogen niet aan boord zijn, tenzij deze behoorlijk zijn vastgezet en zo zijn opgeborgen dat zij niet direct kunnen worden gebruikt. De specifieke regels voor het opbergen van vistuig kunnen worden opgesteld overeenkomstig de in artikel 15 bedoelde procedure.

8. Vóór 1 juli 1987 besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid, op voorstel van de Commissie en op grond van wetenschappelijke adviezen gebaseerd op aanvullend onderzoek, of de voor het Kanaal bepaalde minimummaaswijdte, ongeacht het gebruikte soort netten, met ingang van 1 januari 1989 van 75 tot 80 mm moet worden vergroot.

9. Vóór 31 december 1987 besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid, op voorstel van de Commissie en op grond van wetenschappelijke adviezen gebaseerd op aanvullend onderzoek, of de minimummaaswijdte die in gebied 3 geldt voor op langoestine en garnaal (Parapenaeus longirostris, Aristeus antennatus en Aristeomorpha foliaces) vissende vaartuigen met ingang van 1 januari 1989 moet worden vergroot van 50 tot 55 mm.

10. Onder motorvermogen wordt verstaan het totaal van het maximaal continu vermogen dat geleverd kan worden aan het vliegwiel van elke motor en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig. Wanneer een tandwielkast in de motor is ingebouwd, wordt het vermogen gemeten aan de uitgaande as van de tandwielkast.

Het vermogen geleverd aan door de motor aangedreven hulpmachines wordt niet afgetrokken.

Het motorvermogen wordt uitgedrukt in kilowatt (kW).

Het continu motorvermogen wordt bepaald overeenkomstig de door de Internationale Organisatie voor Normalisatie vastgestelde voorschriften, zoals opgenomen in haar aanbevolen Internationale Norm ISO 3046/1, tweede editie, oktober 1981.

De wijzigingen die nodig zijn om de in de vorige alinea bedoelde voorschriften aan te passen aan de vooruitgang van de techniek worden vastgesteld volgens de in artikel 15 bedoelde procedure.

Artikel 3

Meting van de maaswijdte

De technische voorschriften voor de meting van de maaswijdte worden vastgesteld volgens de in artikel 15 bedoelde procedure.

Artikel 4

Voorzieningen aan netten

Het is verboden voorzieningen aan netten aan te brengen die de mazen in enig deel van het net kunnen versperren of waardoor de feitelijke afmetingen daarvan kleiner kunnen worden.

Deze bepaling sluit echter niet uit dat voorzieningen worden gebruikt waarvan de lijst en de technische beschrijvingen worden vastgesteld volgens de in artikel 15 bedoelde procedure.

TITEL II

MINIMUMMAAT VAN VIS, SCHAAL-, SCHELP- EN WEEKDIEREN

Artikel 5

1. Vissen, schaal-, schelp- en weekdieren zijn ondermaats als zij kleiner zijn dan de minimummaat die in bijlage II of bijlage III is vastgesteld voor de betrokken soort, het betrokken gebied of de betrokken geografische zone, indien gespecificeerd. Wanneer meer dan één methode voor het bepalen van de minimummaat is toegestaan, zijn de vissen, schaal-, schelp- en weekdieren ondermaats wanneer zij kleiner zijn dan een van de gespecificeerde minimummaten.

2. a) De maat van de vis wordt gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin.

b) De maat van de langoestines en zeekreeften wordt, zoals de afbeelding in bijlage IV laat zien, gemeten

- hetzij in de lengte van het kopborststuk, die wordt gemeten, evenwijdig aan de middellijn, vanaf de achterkant van een oogkas tot aan de verste rand van het kopborststuk,

- hetzij in de totale lengte, die wordt gemeten vanaf de punt van het rostrum tot aan het achterste uiteinde van het telson, met uitsluiting van de setae (borstelharen).

Losse staarten van langoestines worden gemeten vanaf de voorkant van het eerste segment van de staart tot aan het achterste uiteinde van het telson, met uitsluiting van de setae (borstelharen). De staart wordt plat gemeten, zonder deze uit te rekken.

c) De maat van Noordzeekrabben wordt, zoals de afbeelding in bijlage IV laat zien

- hetzij uitgedrukt in de lengte van de schaal, gemeten over de middellijn gaande van de rand tussen de oogkassen tot de achterste rand van de schaal,

- hetzij uitgedrukt in de maximumbreedte van de schaal, loodrecht gemeten op de middellijn van de schaal,

- hetzij uitgedrukt in de maximumlengte van de laatste twee segmenten van een van de scharen.

d) De maat van de spinkrabben wordt, zoals de afbeelding in bijlage IV laat zien, gemeten over de middellijn beginnend aan de rand van de schaal tussen de punten van het rostrum tot de achterrand van de schaal.

e) De maat van een tweekleppig weekdier wordt, zoals de afbeelding in bijlage IV laat zien, gemeten over de grootste afmeting van de schelp.

f) De maat van een koppotig weekdier wordt gemeten over de rugmiddellijn van de achterste punt van de mantel tot de voorste rand van de mantel voor pijlinktvissen en inktvissen van de familie Sepiidae en tot de ogen voor achtarmige inktvissen.

3. Ondermaatse vissen, schaal-, schelp- en weekdieren mogen niet aan boord worden gehouden, noch worden overgeladen, aangevoerd, vervoerd, opgeslagen, verkocht, uitgestald of te koop aangeboden, maar moeten onmiddellijk in zee worden teruggezet.

Het bepaalde in de vorige alinea geldt echter niet voor

a) de binnen de in artikel 2, lid 1, vastgestelde grenzen gevangen beschermde soorten, die niet zijn gesorteerd,

b) de hierna vermelde soorten binnen een grens van 10 gewichtspercenten van de totale vangsten van deze soorten:

- haring, ongeacht in welke geografische zone deze gevangen is,

- makreel die gevangen is in de Noordzee,

- de in de bijlagen II en III vermelde soorten die zijn gevangen in het Skagerrak of het Kattegat,

- kabeljauw met een lengte van minder dan 45, maar niet minder dan 30 cm die in de Ierse Zee (ICES-sector VII a) gevangen is in de periode van 1 oktober tot en met 31 december.

Het percentage ondermaatse vissen, schaal-, schelp- en weekdieren wordt bepaald overeenkomstig artikel 2, leden 3 tot en met 6. 4. Het is verboden van het lichaaam losgemaakte staarten of scharen aan te voeren van zeekreeften die zijn gevangen in de gebieden of geografische zones genoemd in bijlage III, wanneeer voor deze soorten een minimummaat is opgenomen.

5. Minimummaten voor soorten die in de bijlagen II of III van een sterretje zijn voorzien, worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 15 bedoelde procedure.

TITEL III

VISVERBODEN

Artikel 6

Zalm en zeeforel

1. Zalm en zeeforel mogen niet aan boord worden gehouden, noch worden overgeladen, aangevoerd, vervoerd, opgeslagen, verkocht, uitgestald of te koop aangeboden, maar moeten onmiddelijk in zee worden teruggezet:

a) wanneer zij in de gebieden 1, 2, 3 en 4 zijn gevangen in wateren buiten de 12 mijl vanaf de basislijnen van de Lid-Staten;

b) in afwijking van artikel 1, lid 1, wanneer zij in de gebieden 1, 2, 3 en 4 gevangen zijn buiten de wateren onder soevereiniteit of jurisdictie van de Lid-Staten;

c) wanneeer zij gevangen zijn met sleepnetten, Deense zegennetten (snurrevod) of soortgelijke netten met maaswijdten kleiner dan 70 mm.

2. In het Skagerrak en het Kattegat is het vissen op zalm en zeeforel verboden buiten 4 mijl van de basislijnen.

Artikel 7

Haring

1. Van 15 augustus tot en met 30 september mag niet op haring worden gevist in de geografische zone die gelegen is binnen een lijn die gaat langs

- Butt of Lewis,

- Kaap Wrath,

- een punt op 58°55' noorderbreedte en 5°00' westerlengte,

- een punt op 58°55' noorderbreedte en 7°10' westerlengte,

- een punt op 58°20' noorderbreedte en 8°20' westerlengte,

- een punt op 57°40' noorderbreedte en 8°20' westerlengte,

- een punt op de westkust van het eiland North Uist op 57°40' noorderbreedte en vanaf dat punt langs de noordkust van dat eiland tot een punt op 57°40' 36" noorderbreedte en 7°20' 39" westerlengte,

- een punt op 57°50 03 noorderbreedte en 7°08 06 westerlengte,

- en vervolgens langs de westkust van het eiland Lewis in noordoostelijke richting tot het beginpunt (Butt of Lewis).

2. Deze zone kan worden gewijzigd volgens de in artikel 15 bedoelde procedure.

3. Het is verboden een hoeveelheid haring aan boord te hebben die groter is dan 5 % van het totale gewicht van de vis, schaal-, schelp- en weekdieren aan boord die in deze zone gevangen zijn in de in lid 1 genoemde periode. Het percentage wordt berekend overeenkomstig artikel 2, leden 3 tot en met 6.

Artikel 8

Makreel

1. Het is verboden makreel aan boord te houden die gevangen is in de geografische zone, hierna »zone" te noemen, met als cooerdinaten:

- het punt op de zuidkust van Engeland bij 3°00' westerlengte,

- 49°30' noorderbreedte, 3°00' westerlengte,

- 49°30' noorderbreedte, 7°00' westerlengte,

- 52°00' nooderbreedte, 7°00' westerlengte,

- het punt op de westkust van Wales bij 52°00' noorderbreedte,

tenzij de hoeveelheid makreel niet groter is dan 15 gewichtspercenten van de totale hoeveelheid makreel en andere soorten aan boord die in de zone gevangen zijn.

2. Lid 1 is niet van toepassing:

a) op vaartuigen die vissen met kieuwnetten of met de beug;

b) op vaartuigen die vissen met bodemtreils, Deense zegennetten (snurrevod) of soortgelijke netten, als de totale vangst aan boord van deze vaartuigen voor ten minste 75 gewichtspercenten bestaat uit

- langoestines, wanneer deze vaartuigen netten gebruiken waarvoor de maaswijdte voor de betrokken geografische gebieden of zones is vastgesteld in bijlage I;

- langoestines en in bijlage II genoemde soorten, wanneer deze vaartuigen netten gebruiken waarvoor de maaswijdte voor deze soorten en voor de betrokken geografische gebieden of zones is vastgesteld in bijlage I;

c) op vaartuigen die door de zone varen, voor zover al het vistuig is opgeborgen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 7;

d) op vaartuigen die niet zijn uitgerust voor de visserij en waarop makreel is overgeladen.

3. Alle makreel aan boord van een vaartuig wordt geacht in de zone te zijn gevangen, met uitzondering van die makreel waarvoor, voordat het vaartuig de zone is binnengevaren, overeenkomstig het bepaalde in de volgende alinea's is gemeld dat hij aan boord is. De kapitein van een vaartuig die voornemens is de zone binnen te varen om daar te vissen en die makreel aan boord heeft, moet de controleautoriteit van de Lid-Staat in de visserijzone waarvan hij voornemens is te gaan vissen, van het vermoedelijke tijdstip en de vermoedelijke plaats van aankomst in de zone in kennis stellen, ten vroegste 36 uur en ten laatste 24 uur vóór het binnenvaren van de zone.

Bij het binnenvaren van de zone dient hij de bevoegde controleautoriteit op de hoogte te brengen van de hoeveelheden makreel die hij aan boord heeft en in het logboek heeft genoteerd. De kapitein kan worden verzocht zijn logboek en de aan boord zijnde vangst te laten controleren op een door de bevoegde controleautoriteit vast te stellen tijdstip en positie. Dit tijdstip mag niet later liggen dan zes uur nadat de controleautoriteit de boodschap heeft ontvangen waarin de aan boord zijnde hoeveelheden makreel worden meegedeeld, en de positie dient zich zo dicht mogelijk te bevinden bij de plaats waar het vaartuig de zone binnenvaart.

De kapitein van een vaartuig die voornemens is de zone binnen te varen om makreel op zijn vaartuig te laten overladen, moet de controleautoriteit van de Lid-Staat in de visserijzone waarvan de overlading zal plaatsvinden, van het tijdstip en de plaats van de voorgenomen overlading in kennis stellen ten vroegste 36 uur en ten laatste 24 uur vóór de overlading begint. De kapitein dient de bevoegde controleautoriteit onmiddellijk na de overlading in kennis te stellen van de hoeveelheden makreel die op zijn vaartuig zijn overgeladen.

De bevoegde controleautoriteiten zijn:

- Frankrijk:

Mimer, telex: Paris 25 08 23,

- Ierland:

Department of Fisheries and Forestry, telex: Dublin 90253 FFWS,

- Verenigd Koninkrijk:

Ministry of Agriculture, Fisheries and Food, telex: London 21274.

Geen enkele bepaling in dit lid mag zo worden uitgelegd dat een vaartuig dat vaart onder de vlag van of dat is geregistreerd in een Lid-Staat die voor het bestand van de zone geen makreelquotum heeft of waarvan het quotum is opgebruikt, andere makreel aan boord mag hebben dan bijvangsten die zijn vermengd met gevangen horsmakreel of sardien en waarvan de hoeveelheid niet groter is dan 10 gewichtspercenten van de totale hoeveelheid makreel, horsmakreel en sardien aan boord, of dan makreel waarvan de kapitein kan aantonen dat deze uit een ander bestand gevangen is.

Het bepaalde in dit lid is niet meer van toepassing vanaf 1 januari 1989, tenzij de Raad, op voorstel van de Commissie, vóór 1 oktober 1988 op grond van de situatie van het westelijk makreelbestand met gekwalificeerde meerderheid anders besluit.

TITEL IV

BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN BEPAALDE VISSERIJMETHODEN

Artikel 9

Beperkingen op het gebruik van vaartuigen en vistuig bij het vissen op bepaalde soorten in bepaalde periodes en in bepaalde geografische zones

1. Er mogen geen ringzegens worden gebruikt:

- voor het vissen op haring in ICES-gebied VII, sectoren g t/m k, of in de geografische zone die wordt begrensd:

- in het noorden, door de breedtegraad op 52°30 noorderbreedte,

- in het zuiden, door de breedtegraad op 52° noorderbreedte,

- in het westen, door de Ierse kust,

- in het oosten, door de kust van het Verenigd Koninkrijk,

- voor het vissen op de in bijlage II vermelde soorten in het desbetreffende gebied of de desbetreffende geografische zone.

Bij het vissen met ringzegens is het verboden de volgende hoeveelheden aan boord te hebben:

- een hoeveelheid van de in bijlage II genoemde soorten die in gewicht 5 % van het totale gewicht van de vis, schaal-, schelp- en weekdieren aan boord overschrijdt, en

- bij het vissen in het in het eerste streepje van de eerste alinea omschreven gebied, een hoeveelheid haring die in gewicht 5 % van het totale gewicht aan vis, schaal-, schelp- en weekdieren aan boord overschrijdt.

De percentages worden berekend overeenkomstig artikel 2, leden 3 tot en met 6.

2. In het Kattegat mogen geen boomkorren worden gebruikt.

3. a) Door vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 8 m die vissen met boomkorren of bordennetten, mag niet worden gevist in de zone binnen 12 mijl van de kusten van Frankrijk, ten noorden van de breedtegraad op 51°00 noorderbreedte, van België, Nederland, de Bondsrepubliek Duitsland en van de westkust van Denemarken tot de vuurtoren van Hirtshals; deze zone wordt gemeten vanaf de basislijnen vanwaar de territoriale wateren worden bepaald.

b) In afwijking van het bepaalde onder a), mogen vaartuigen waarvan de naam en de technische kenmerken zijn opgenomen op een overeenkomstig de in artikel 15 bedoelde procedure opgestelde lijst in deze zone vissen met boomkorren. Vaartuigen die op de in de eerste alinea genoemde lijst voorkomen moeten aan de volgende criteria voldoen:

- in bedrijf zijn genomen vóór 1 januari 1987;

- een motorvermogen hebben van niet meer dan 221 kW, uitgezonderd voor vaartuigen die op schaal- en schelpdieren vissen en, in geval van een afgestelde motor, vóór de afstelling, een motorvermogen van niet meer dan 300 kW gehad hebben.

Een vaartuig op de lijst kan worden vervangen door een ander vaartuig waarvan de motor niet is afgesteld en het vermogen niet meer bedraagt dan 221 kW, en waarvan de totale lengte over alles als omschreven in lid 12 niet meer dan 24 m bedraagt.

Een motor van een vaartuig op de lijst kan worden vervangen, op voorwaarde dat de ruilmotor niet is afgesteld en het vermogen niet meer bedraagt dan 221 kW.

c) Het gebruik van boomkorren waarvan de totale boomlengte, dat wil zeggen de som van de lengte van elke boom tussen de binnenkanten van de aangebrachte sleden, groter is dan 8 m is echter verboden, behalve wanneer wordt gewerkt met vistuig dat is ontworpen en wordt gebruikt voor het vissen op garnaal (Crangon-soorten en Pandalus montagui).

In afwijking van de vorige alinea, mogen vaartuigen waarvan de voornaamste activiteit de garnalenvisserij is, bij het vissen op tong bomen gebruiken waarvan de totale lengte als omschreven in die alinea meer dan 8 m bedraagt, mits deze vaartuigen op een jaarlijks op te stellen lijst voorkomen.

d) In afwijking van letter a), mogen vaartuigen waarvan het motorvermogen niet meer dan 221 kW bedraagt en, in geval van een afgestelde motor, vóór de afstelling niet meer dan 300 kW bedroeg, in de in die letter genoemde zone vissen met bordennetten.

e) In afwijking van het bepaalde onder a), mogen vaartuigen met een motorvermogen van meer dan 221 kW in de aldaar genoemde zone vissen met bordennetten, op voorwaarde dat vangsten van schol en tong waarvan het gewicht meer dan 5 % bedraagt van het gewicht van de totale vangst aan boord onmiddellijk in zee worden teruggezet. Het percentage wordt berekend overeenkomstig artikel 2, leden 3 tot en met 6.

4. In de zone van 12 mijl van de kusten van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gemeten vanaf de basislijnen vanwaar de territoriale wateren worden gemeten, mogen geen vaartuigen met boomkorren vissen.

In afwijking van de vorige alinea mogen vaartuigen in een van de volgende categorieën in bovengenoemde zone vissen met boomkorren:

- vaartuigen die vóór 1 januari 1987 in bedrijf zijn genomen en, met uitzondering van vaartuigen die op schaal- en schelpdieren vissen, waarvan het motorvermogen niet meer dan 221 kW bedraagt en die, in geval van een afgestelde motor, vóór de afstelling een vermogen van niet meer dan 300 kW hadden;

- vaartuigen die na 31 december 1986 in bedrijf zijn genomen, waarvan het motorvermogen niet is afgesteld en het vermogen niet meer bedraagt dan 221 kW, en waarvan de totale lengte over alles als omschreven in lid 12 niet meer dan 24 m bedraagt;

- vaartuigen waarvan na 31 december 1986 de motor is vervangen door een motor die niet is afgesteld en met een vermogen van niet meer dan 221 kW.

Het gebruik van boomkorren waarvan de totale boomlengte, dat wil zeggen de som van de lengte van elke boom tussen de binnenkanten van de aangebrachte sleden, groter is dan 8 m, is echter verboden, behalve wanneer wordt gewerkt met vistuig dat is ontworpen en wordt gebruikt voor het vissen op garnaal (Crangonsoorten en Pandalus montagui).

5. De uitvoeringsbepalingen van de leden 3 en 4, met inbegrip van de voorschriften voor de opstelling van de lijsten waarnaar in lid 3 wordt verwezen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15 bedoelde procedure.

6. Het motorvermogen wordt gedefinieerd als in artikel 2, lid 10.

7. De datum van inbedrijfstelling is de datum waarop voor het eerst een officieel veiligheidscertificaat is afgegeven.

Indien geen officieel veiligheidscertificaat wordt afgegeven, geldt als datum van inbedrijfstelling de datum waarop het vaartuig voor het eerst is opgenomen in een officieel visserijregister.

Voor vissersvaartuigen die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening in bedrijf zijn genomen, geldt als datum van inbedrijfstelling echter de datum waarop het vaartuig voor het eerst in een officieel visserijregister is opgenomen.

8. In de wateren binnen 3 mijl van de basislijnen van het Skagerrak en het Kattegat mogen van 1 juli tot en met 15 september geen sleepnetten worden gebruikt met een maaswijdte van minder dan 32 mm.

In deze periode mag echter in deze wateren met sleepnetten worden gevist:

- op Noorse garnaal (Pandalus borealis), met netten met een maaswijdte van ten minste 30 mm;

- op puitaal (Zoarces viviparus), grondels (Gobiidae) of schorpioenvissen (Cottus spp.) voor gebruik als aas, met netten van elke maaswijdte.

9. In ICES-sector VIII c mag niet met pelagische trawls op ansjovis worden gevist. 10. Daar waar in de in dit artikel bedoelde zones geen sleepnetten, boomkorren, Deense zegennetten (snurrevod) of soortgelijke netten mogen worden gebruikt, mogen dergelijke netten alleen aan boord zijn als zij behoorlijk zijn vastgezet en zijn opgeborgen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 7.

11. Bij het vissen mogen geen explosieve, giftige of verdovende stoffen, noch vuurwapens worden gebruikt. Bij het vissen op tonijn en reuzenhaai mogen echter harpoenkanonnen worden gebruikt.

Verder mag in het Skagerrak en het Kattegat, behalve voor tonijn en reuzenhaai, geen elektrische stroom worden gebruikt voor het vangen van vis.

12. De lengte van een vaartuig is de lengte over alles, waaronder wordt verstaan de over een rechte lijn gemeten afstand tussen het voorste punt van de boeg en het achterste punt van de achtersteven.

De boeg wordt geacht te bestaan uit de waterdichte rompconstructie, bak, voorsteven en verschansing voorschip, indien aanwezig, terwijl boegsprieten en relingen niet worden meegerekend.

De achtersteven wordt geacht te bestaan uit de waterdichte rompconstructie, vlakke spiegel, campagne, slipway voor de trawl, en verschansing, terwijl relingen, botteloef, voortstuwingsinrichting, roeren, stuurinrichting, duikersladders en platforms niet worden meegerekend.

De lengte over alles wordt uitgedrukt in meters tot op twee cijfers na de komma nauwkeurig.

Artikel 10

Bewerkingen

Aan boord van vissersvaartuigen mag geen fysische of chemische verwerking van vis tot vismeel, visolie of dergelijke produkten plaatsvinden. Dit verbod is niet van toepassing op de verwerking van afval.

Artikel 11

Wetenschappelijk onderzoek

Deze verordening is niet van toepassing op de visserij die uitsluitend wordt uitgeoefend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd met toestemming en onder gezag van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten en waarvan de Commissie en de Lid-Staat of Lid-Staten in de wateren waarvan het onderzoek plaatsvindt, tevoren op de hoogte zijn gesteld.

Vis, schaal-, schelp- en weekdieren die voor de in de eerste alinea genoemde doeleinden worden gevangen, mogen worden verkocht, opgeslagen, uitgestald of te koop aangeboden op voorwaarde dat:

- deze voldoen aan de normen vastgesteld in de bijlagen II en III en de handelsnormen die zijn vastgesteld uit hoofde van de artikelen 2 en 3 van Verordening (EEG) nr. 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten (1), of

- deze rechtstreeks worden verkocht voor andere doeleinden dan menselijke consumptie.

Artikel 12

Uitzetten en overbrengen

Deze verordening is niet van toepassing op visserijactiviteiten die worden uitgeoefend voor het kunstmatig uitzetten of overbrengen van vis, schaal-, schelp- en weekdieren.

Vis, schaal-, schelp- en weekdieren die voor de in de eerste alinea genoemde doeleinden worden gevangen, mogen niet rechtstreeks voor menselijke consumptie worden verkocht of in bezit worden gehouden, worden uitgestald of te koop aangeboden in strijd met de andere bepalingen van deze verordening.

TITEL VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

1. Indien de instandhouding van vis, schaal-, schelp- of weekdierenbestanden onmiddellijk optreden vergt, kan de Commissie volgens de in artikel 15 bedoelde procedure in aanvulling op of in afwijking van deze verordening alle nodige maatregelen nemen.

2. Wanneer de instandhouding van bepaalde soorten of bepaalde visgronden ernstig wordt bedreigd en elk uitstel moeilijk te herstellen schade zou meebrengen, kan de kuststaat voor de wateren onder zijn jurisdictie niet-discriminerende beschermende maatregelen nemen.

3. Zodra deze maatregelen zijn genomen, worden zij met een toelichting ter kennis gebracht van de Commissie en van de andere Lid-Staten.

4. Binnen tien kalenderdagen na de ontvangst van deze kennisgeving bevestigt de Commissie de maatregelen of eist zij de annulering of wijziging ervan. Het besluit van de Commissie wordt onmiddellijk ter kennis van de Lid-Staten gebracht.

5. Elke Lid-Staat kan binnen tien kalenderdagen na de ontvangst van de in lid 4 bedoelde kennisgeving het door de Commissie genomen besluit aan de Raad voorleggen.

6. De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid binnen een maand een ander besluit nemen.

Artikel 14

1. De Lid-Staten kunnen maatregelen vaststellen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden:

a) wanneer het gaat om strikt lokale visbestanden die slechts voor de vissers van de betrokken Lid-Staat van belang zijn, of

b) in de vorm van voorwaarden of voorschriften ter beperking van de vangsten door technische maatregelen:

i) die een aanvulling vormen op de communautaire visserijwetgeving, of

ii) die verder gaan dan de minimumeisen die in de genoemde wetgeving zijn vastgesteld,

een en ander op voorwaarde dat die maatregelen uitsluitend van toepassing zijn voor de vissers uit de betrokken Lid-Staat, verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en in overeenstemming zijn met het gemeenschappelijk visserijbeleid.

2. De Commissie wordt van ieder voornemen tot invoering of wijziging van nationale technische maatregelen tijdig genoeg in kennis gesteld om haar opmerkingen te kunnen maken.

Indien de Commissie binnen een maand na deze kennisgeving daarom verzoekt, wordt de inwerkingtreding van de voorgenomen maatregelen door de betrokken Lid-Staat opgeschort tot drie maanden na de datum van kennisgeving, ten einde de Commissie in staat te stellen te bepalen of deze maatregelen in overeenstemming zijn met het bepaalde in lid 1.

Wanneer de Commissie, in een besluit waarvan zij ook de andere Lid-Staten in kennis stelt, constateert dat een voorgenomen maatregel niet in overeenstemming is met het bepaalde in lid 1, kan de betrokken Lid-Staat die maatregel alleen in werking doen treden als hierin de nodige wijzigingen worden aangebracht.

De betrokken Lid-Staat stelt de andere Lid-Staten en de Commissie onverwijld in kennis van de vastgestelde maatregelen, in voorkomend geval nadat de nodige wijzigingen zijn aangebracht.

3. De Lid-Staten verstrekken de Commissie op haar verzoek alle gegevens die nodig zijn om te beoordelen of hun nationale technische maatregelen in overeenstemming zijn met het bepaalde in lid 1.

4. Op initiatief van de Commissie of op verzoek van een Lid-Staat kan over de vraag, of een door een Lid-Staat toegepaste nationale technische maatregel in overeenstemming is met het bepaalde in lid 1, volgens de in artikel 15 bedoelde procedure een besluit worden genomen. In geval van een dergelijk besluit is het bepaalde in lid 2, derde en vierde alinea, mutatis mutandis van toepassing.

5. Het bepaalde in de leden 2 en 4 zal echter tot en met 31 december 1992 niet van toepassing zijn op maatregelen van Lid-Staten die uitsluitend gelden voor de wateren binnen hun basislijnen. In dat geval deelt de betrokken Lid-Staat de genomen maatregelen onmiddellijk mee aan de Commissie die binnen drie maanden een besluit neemt als de maatregelen in strijd zijn met het gemeenschappelijk visserijbeleid.

6. Spanje en Portugal stellen de Commissie en de andere Lid-Staten uiterlijk één maand na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de geldende nationale technische maatregelen.

Wanneer de Commissie constateert dat een haar ter kennis gebrachte maatregel niet in overeenstemming is met het bepaalde in lid 1, beslist zij uiterlijk binnen één jaar na de datum van kennisgeving van de maatregel dat de betrokken Lid-Staat de maatregel binnen een door haar te bepalen termijn moet afschaffen of wijzigen. Het bepaalde in lid 2, vierde alinea, is mutatis mutandis van toepassing.

7. De maatregelen met betrekking tot de strandvisserij worden door de betrokken Lid-Staat louter ter informatie aan de Commissie meegedeeld.

Artikel 15

De uitvoeringsbepalingen van deze verordening worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

Artikel 16

1. Verordening (EEG) nr. 171/83 wordt ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, met uitzondering van de artikelen 2 tot en met 17 en 21, die worden ingetrokken op 1 januari 1987.

2. Verwijzingen naar de krachtens lid 1 ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening. De verwijzingen naar de artikelen en bijlagen van genoemde verordening moeten worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage V.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

De artikelen 2 tot en met 12 zijn van toepassing met ingang van 1 januari 1987.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 7 oktober 1986.

Voor de Raad

De Voorzitter

A. CLARK

(1) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 1.

(2) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 14.

(3) PB nr. L 288 van 21. 10. 1983, blz. 1.

(4) PB nr. L 156 van 13. 6. 1984, blz. 1.

(5) PB nr. L 199 van 28. 7. 1984, blz. 1.

(6) PB nr. L 253 van 21. 9. 1984, blz. 1.

(7) PB nr. L 335 van 22. 12. 1984, blz. 3.

(8) PB nr. L 363 van 31. 12. 1985, blz. 28.

(1) PB nr. L 378 van 30. 12. 1978, blz. 1.

(2) PB nr. L 69 van 14. 3. 1981, blz. 1.

(3) PB nr. C 347 van 31. 12. 1985, blz. 14.

(4) PB nr. C 335 van 24. 12. 1985, blz. 2.

(1) PB nr. L 220 van 29. 7. 1982, blz. 1.

(1) PB nr. L 379 van 31. 12. 1981, blz. 1.

BIJLAGE I

Minimummaaswijdten en vangstvoorwaarden

1.2.3.4.5.6.7 // // // // // // // // Gebied // Geografische zone // Bijkomende voorwaarden // Minimum- maas- wijdte (mm) // Toegestane doelsoorten // Minimum- percentage doelsoorten // Maximum- percentage beschermde soorten // // // // // // // // // // // // // // // 1 // Het gehele gebied behalve ICES-sector V b (EG-zone) // // 130 // Alle soorten // // 100 // // ICES-sector V b (EG-zone) // // 90 // Alle soorten // // 100 // // Het gehele gebied // // 16 // Garnaal (Pandalus spp.) Poolkabeljauw (Boreogadus saida) Lodde (Mallotus villosus) Blauwe wijting (Micromesistius poutassou) Zilvervis (Argentina spp.) Haring (Clupea harengus) Weekdieren Zilverkabeljauw (Gadiculus thorii) Langoestine (Nephrops norvegicus) Kever (Trisopterus esmarkii) Haringachtigen, exclusief haring Paling (Anguilla anguilla) Grote pieterman (Trachinus draco) Horsmakreel (Trachurus trachurus) Makreel (Scomber scombrus) Zandspiering (Ammodytidae) Makreelgeep (Scomberesox saurus) Garnaal (Crangon spp.) Spiering (Osmerus spp.) // 50 // 10 // // // // // // // // 2 // Het gehele gebied // // 90 // Alle soorten // // 100 // // Noordzee // t/m 31 december 1986 // 80 // Alle soorten // // 100 // // // van 1 januari 1987 t/m 31 december 1988 // 85 // Alle soorten // // 100 // // // vanaf 1 januari 1987 // 80 // Tong // 15 // 100 waarvan niet meer dan 20 % kabeljauw, schelvis, wijting, zwarte koolvis // // // t/m 31 december 1988 vaartuigen van 221 kW of minder, met enkeldraadse netten // 70 // Tong (Solea solea) // 5 // 100 // // // t/m 31 december 1988 vaartuigen van 221 kW of minder, met dubbeldraadse netten // 75 // Tong (Solea solea) // 5 // 100 // // // vanaf 1 januari 1989 vaartuigen van 221 kW of minder // 75 // Tong (Solea solea) // 5 // 100 // // // // // // // // Gebied // Geografische zone // Bijkomende voorwaarden // Minimum- maas- wijdte (mm) // Toegestane doelsoorten // Minimum- percentage doelsoorten // Maximum- percentage beschermde soorten // // // // // // // // // 2 (vervolg) // Ten westen van Schotland en Rockall (ICES-deelgebied VI) (1) // t/m 31 december 1988 // 80 // Alle soorten // // 100 // // Ten westen van Schotland en Rockall (ICES-deelgebied VI) (2) // // 80 // Alle soorten // // 100 // // Ten westen van Ierland (ICES-sectoren VII b en c) Kanaal van Bristol (ICES-sector VII f) Zuidkust van Ierland (ICES-sectoren VII g, h, j en k) // // 80 // Alle soorten // // 100 // // Ierse Zee (ICES-sector VII a) // // 70 // Alle soorten // // 100 // // Het Kanaal (ICES-sectoren VII d, e) // // 75 // Alle soorten // // 100 // // Het gehele gebied, behalve Skagerrak en Kattegat // // 70 // Langoestine (Nephrops norvegicus) // 30 // 60 // // Het gehele gebied // // 32 // Haring (Clupea harengus) // 50 // 10 // // Noordzee // // 32 // Makreel (Scomber scombrus) // 50 // 10 // // Het gehele gebied, behalve Skagerrak en Kattegat // // 30 // Garnaal (Pandalus spp.), (behalve Pandalus montagui) // 30 // 50 // // // // 20 // Garnaal (Pandalus montagui) Garnaal (Crangon spp.) // 30 // 50 // // Het gehele gebied // // 16 // Sprot (Clupea sprattus) Paling (volwassen) (Anguilla anguilla) Grote pieterman (Trachinus draco) Weekdieren (behalve inktvis) (Sepia officinalis) // 50 // 10 // // Het gehele gebied // // 16 // Lodde (Mallotus villosus) Makreelgeep (Scomberesox saurus) Spiering (Osmerus spp.) Sardien (Sardina pilchardus) Grauwe poon (Eutrigla gurnardus) Krielgarnaal (Euphausidae) Grondels (Gobiidae) // 50 // 10 // // Het gehele gebied, behalve ten zuiden van 52° 30 noorderbreedte en ten westen van 7° westerlengte // // 16 // Blauwe wijting (Micromesistius poutassou) // 50 // 10 1,7 // // // // (1) Ten noorden van een lijn westwaarts getrokken van de westkust van Mull of Kintyre op 55° 30 noorderbreedte. // (2) Ten zuiden van een lijn westwaarts getrokken van de westkust van Mull of Kintyre op 55° 30 noorderbreedte. // // // // // // 1.2.3.4.5.6.7 // // // // // // // // Gebied // Geografische zone // Bijkomende voorwaarden // Minimum- maas- wijdte (mm) // Toegestane doelsoorten // Minimum- percentage doelsoorten // Maximum- percentage beschermde soorten // // // // // // // // // 2 (vervolg) // Het gehele gebied, behalve Kever-vak (1) // // 16 // Kever (Trisopterus esmarkii) // 50 // 10 // // Het gehele gebied, behalve Noordzee // // 16 // Makreel (Scomber scombrus) // 50 // 10 // // Het gehele gebied, behalve Skagerrak en Kattegat // // 16 // Horsmakreel (Trachurus trachurus) Zilvervis (Argentina spp.) // 50 // 10 // // Noordzee // van 1 november t/m laatste dag van februari // 16 // Zandspiering (Ammodytidae) // 50 // 10 // // // van 1 maart t/m 31 oktober // - // Zandspiering (Ammodytidae) // 50 // 10 // // Het gehele gebied, behalve Noordzee, Skagerrak en Kattegat // // - // Zandspiering (Ammodytidae) // 50 // 10 // // Skagerrak en Kattegat // // 80 // Alle soorten // // 100 // // Skagerrak en Kattegat // // 70 // Wijting (Merlangius merlangius) // 50 // 30 uitgezonderd wijting // // Skagerrak en Kattegat // // 60 // Langoestine (Nephrops norvegicus) // 20 // 70 // // Skagerrak en Kattegat // // 32 // Horsmakreel (Trachurus trachurus) Makreel (Scomber scombrus) // 50 // 10 // // Skagerrak en Kattegat // // 30 // Garnaal (Pandalus borealis) // 20 // 50 // // Skagerrak en Kattegat // // 30 // Zilvervis (Argentinidae) // 50 // 10 // // Skagerrak en Kattegat binnen 4 mijl van de basislijnen // // 16 // Garnaal (Crangon spp. en Leander adspersus) // 20 // 50 // // Skagerrak en Kattegat buiten 4 mijl van de basislijnen // // 30 // Garnaal (Crangon spp. en Leander adspersus) // 20 // 50 // // Skagerrak en Kattegat // // 16 // Grauwe poon (Eutrigla gurnardus) Geep (Belone belone) Drievormige stekelbaars (Gasterosteus aculeatus) Puitaal (Zoarces viviparus) // 50 // 10 // // Skagerrak // 1 november t/m laatste dag van februari // 16 // Zandspiering (Ammodytes spp.) // 50 // 10 // // // 1 maart t/m 31 oktober // - // Zandspiering (Ammodytes spp.) // 50 // 10 1,7 // // // // (1) Kever-vak: het gedeelte van de Noordzee onder de soevereiniteit of jurisdictie van een Lid-Staat, ten zuiden afgebakend door een lijn naar het oosten vanaf een punt op de oostkust van Schotland (56°noorderbreedte, 2° oosterlengte), vandaar noordwaarts naar 58°noorderbreedte, vandaar westwaarts naar 0° 30 westerlengte, vandaar noordwaarts naar 59° 15 noorderbreedte, vandaar oostwaarts naar 1° oosterlengte, vandaar noordwaarts naar 60° noorderbreedte, vandaar westwaarts naar 0° 00, vandaar noordwaarts naar 60° 30 noorderbreedte, vandaar westwaarts naar de oostkust van de Shetland Islands, vandaar westwaarts vanaf de westkust van de Shetland Islands (60° noorderbreedte, 3° westerlengte), vandaar zuidwaarts naar 58° 30 noorderbreedte en vandaar westwaarts naar de Schotse kust. // // // // // // 1.2.3.4.5.6.7 // // // // // // // // Gebied // Geografische zone // Bijkomende voorwaarden // Minimum- maas- wijdte (mm) // Toegestane doelsoorten // Minimum- percentage doelsoorten // Maximum- percentage beschermde soorten // // // // // // // // // 2 (vervolg) // Kattegat // 1 augustus t/m laatste dag van februari // 16 // Zandspiering (Ammodytes spp.) // 50 // 10 // // // 1 maart t/m 31 juli // - // Zandspiering (Ammodytes spp.) // 50 // 10 // // // // // // // // 3 // Het gehele gebied // // 65 // Alle soorten // // 100 // // // // 50 // Garnaal (Parapenaeus longirostris, Aristeus antennatus en Aristeomorpha foliacea) // 30 // 50 // // // // 50 // Langoestine (Nephrops norvegicus) // 30 // 60, waarvan heek 30 % // // Golf van Cadiz (1) // // 40 // Alle soorten, behalve de in bijlage II voor gebied 3 genoemde // 50 // 10 // // Het gehele gebied, behalve ICES-sector IX a met uitsluiting van de Golf van Cadiz (1) // // 40 // Horsmakreel (Trachurus trachurus en Trachurus picturatus) Koppotige weekdieren // 50 // 10 // // Het gehele gebied // // 40 // Blauwe wijting (Micromesistius poutassou) Haring (Clupea harengus) Spaanse makreel (Scomber japonicus) Makreel (Scomber scombrus) // 50 // 10 // // Franse tong-vak (2) // Vaartuigen van niet meer dan 110 kW // 40 // Franse tong (Dicologlossa cuneata) // 50 // 10 // // Het gehele gebied // // 25 // Snipvissen (Macrorhamphosus spp.) // 85 // 5 // // // // 20 // Sardien (Sardina pilchardus) Paling (volwassen) (Anguilla anguilla) // 50 // 10 // // Binnen 12 mijl van de basislijnen van de Lid-Staten // // 20 // Garnaal (Crangon spp.) // 30 // 50 // // Het gehele gebied // // 16 // Sprot (Clupea sprattus) Ansjovis (Engraulis encrasicolus) Zandspiering (Ammodytidae) // 50 // 10 // // // // // // // // 4 // Het gehele gebied // // // // // // 1,7 // (1) De Golf van Cadiz: de zone in ICES-sector IX a ten oosten van een vanuit een punt gelegen op 7° 52 westerlengte aan de zuidkust van Portugal zuidwaarts getrokken lijn. (2) Franse tong-vak: de zone afgebakend door een lijn van het zuidelijke einde naar het noordelijke einde van de brug die het Franse vasteland verbindt met Île d'Oléron, vandaar noordwaarts lopend langs de westkust van Île d'Oléron naar de vuurtoren van Chassiron (46° 03 noorderbreedte, 1° 25 westerlengte), vandaar noordwaarts tot een punt op de zuidkust van Île de Ré, genaamd »Feu de Chanchardon" (46° 10 noorderbreedte, 1° 28 westerlengte), vandaar langs de zuidkust van Île de Ré naar Phare des Baleines (46° 15 noorderbreedte, 01° 34 westerlengte), vandaar naar 45° 40 noorderbreedte, 01° 34 westerlengte, en vandaar oostwaarts naar de Franse kust op de westkust van Cap Ferret. // // // // // // // 1.2.3.4.5.6.7 // // // // // // // // Gebied // Geografische zone // Bijkomende voorwaarden // Minimum- maas- wijdte (mm) // Toegestane doelsoorten // Minimum- percentage doelsoorten // Maximum- percentage beschermde soorten // // // // // // // // // 5 // Het gehele gebied // // 65 // Alle soorten // // 100 // // // // 20 // Spaanse makreel (Scomber japonicus) Horsmakreel (Trachurus picturatus) Bokvis (Boops boops) Sardien (Sardina pilchardus) // 50 // 10 // // // // // // // // 6 // Het gehele gebied // // 100 // Alle soorten // // 100 // // // // 45 // Garnaal (Penaeus subtilis, Penaeus brasiliensis, Xiphopeneus kroyeri) // 30 // 50 // // // // // // // // 7 // Het gehele gebied // // // // // // // // // // // // // 8 // Het gehele gebied // // // // // // // // // // // //

BIJLAGE II

In artikel 2, lid 1, en artikel 5 bedoelde minimummaat van beschermde soorten

(in cm)

1.2.3,4.5.6.7 // // // // // // // Soort // Gebied 1 // Gebied 2 // Gebied 3 // Gebied 4 // Gebied 5 // 1.2.3.4.5.6.7 // // // Behalve Skagerrak en Kattegat // Skagerrak en Kattegat // // // // // // // // // // // Kabeljauw (Gadus morhua) // 35 // 35 (1) (2) // 30 // 35 (2) // - // - // Schelvis (Melanogrammus aeglefinus) // 30 // 30 (3) // 27 // 30 (3) // - // - // Heek (Merluccius merluccius) // 30 // 30 // 30 // 27 (4) // (*) // (*) // Schol (Pleuronectes platessa) // 25 // 25 (5) // 27 // 25 // (*) // (*) // Witje (Glyptocephalus cynoglossus) // 28 // 28 // 28 // 28 // - // - // Tongschar (Microstomus kitt) // 25 // 25 // 25 // 25 // (*) // - // Tong (Solea solea) // 24 // 24 // 24 // 24 // (*) // (*) // Tarbot (Psetta maxima) // 30 // 30 // 30 // 30 // (*) // (*) // Griet (Scophthalmus rhombus) // 30 // 30 // 30 // 30 // (*) // - // Schartong (Lepidorhombus spp.) // 25 // 25 // 25 // 25 // (*) // (*) // Wijting (Merlangius merlangus) // 27 // 27 // 23 // 27 // (*) // - // Schar (Limanda limanda) // 15 // 15 (6) // 23 // 23 // (*) // - // Zwarte koolvis (Pollachius virens) // 35 // 35 (2) // 30 // 35 // - // - // Zeebrasem (Pagellus bogaraveo) // - // 25 // - // 25 // (*) // (*) // Mul (Mullus surmuletus) // - // 15 // - // 15 // (*) // (*) // Zeebaars (Dicentrarchus labrax) // - // 32 // - // 32 // (*) // (*) // Zeepaling (Conger conger) // - // 58 // - // 58 // (*) // (*) // Witte koolvis (Pollachius pollachius) // - // 30 // - // 30 // - // - // Leng (Molva molva) // - // (*) // - // 63 // (*) // (*) // Meivis (Alosa spp.) // - // 30 // - // 30 // (*) // (*) // Steur (Acipenser sturio) // - // - // - // 145 // (*) // - // Harder (Mugil spp.) // - // 20 // - // 20 // (*) // (*) // Zalm (Salmo salar) // - // (*) // (*) // 50 // (*) // - // Zeeforel (Salmo trutta) // - // (*) // (*) // 25 // (*) // - // Bot (Platichthys flesus) // - // 25 // 20 // 25 // (*) // - // Zeeduivel (Lophius piscatorius, L. boudegassa) // - // (*) // - // (*) // (*) // (*) // Inktvis (Sepia spp.) // (*) // (*) // - // (*) // (*) // (*) // Paling (Anguilla anguilla) // - // (*) // (*) // (*) // - // - // Franse tong (Dicologlossa cuneata) // - // - // - // 18 // - // - // Blauwe leng (Molva dypterygia) // - // 70 // - // 70 // - // - // Goudbrasem (Sparus aurata) // - // - // - // 19 // - // - // Zeekarper (Spondyliosoma cantharus) // - // 23 // - // 23 // - // - // // // // // // //

(1) Behalve in ICES-sector VII a, waar de minimummaat 45 cm bedraagt voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december.

(2) Tot en met 31 december 1988 bedraagt de minimummaat 30 cm.

(3) Tot en met 31 december 1988 bedraagt de minimummaat 27 cm.

(4) Tot en met 31 december 1990 bedraagt de minimummaat 24 cm.

(5) Behalve in de Noordzee waar de minimummaat vanaf 1 januari 1989 27 cm bedraagt.

(6) Behalve in de Noordzee waar de minimummaat vanaf 1 januari 1989 23 cm bedraagt.

(*) Nog vast te stellen (zie artikel 2, lid 1).

BIJLAGE III

In artikel 5 bedoelde minimummaat

1.2.3.4 // // // // // Soort // Gebied // Geografische zone // Minimummaat // // // // // // // // // Haring (Clupea harengus) // 1 // ICES-sector V b (EG-zone) // 20 cm // // // // // // 2 // Behalve Skagerrak en Kattegat // 20 cm // // // Skagerrak en Kattegat // 18 cm // // // // // // 3 // // 20 cm // // // // // Makreel (Scomber scombrus) // 2 // Alleen de Noordzee // 30 cm // // // // // // 3 // // (*) // // // // // Makreel (voor industriële doeleinden) // 2 // Alleen Skagerrak en Kattegat // 30 cm // // // // // Spaanse makreel (Scomber japonicus) // 5 // // 15 cm // // // // // Steenbolk (Trisopterus luscus) // 3 // // (*) // // // // // Ansjovis (Engraulis encrasicolus) // 3 // // (*) // // // // // Sardines (Sardina pilchardus) // 3 // // (*) // // // // // Horsmakreel (Trachurus trachurus) // 3 // // 15 cm // // // // // Horsmakreel (Trachurus picturatus) // 5 // // 14 cm // // // // // Hele langoestine (Nephrops norvegicus) // 2 // Alleen Skagerrak en Kattegat // 40 mm lengte kopborststuk 130 mm totale lengte // // // // // // 2 // Behalve Skagerrak en Kattegat // 25 mm lengte kopborststuk 85 mm totale lengte // // // // // // 3 // // 20 mm lengte kopborststuk 70 mm totale lengte // // // // // Starten van langoestines // 2 // Alleen Skagerrak en Kattegat // 72 mm // // // // // // 2 // Behalve Skagerrak en Kattegat // 46 mm // // // // // // 3 // // 37 mm // // // // // Kreeft (Homarus gammarus) // 2 // Behalve Skagerrak en Kattegat // 85 mm lengte kopborststuk 24 cm totale lengte // // // // // // 2 // Alleen Skagerrak en Kattegat // 78 mm lengte kopborststuk 22 cm totale lengte // // // // // Spinkrab (Maia squinado) // 2 // // 120 mm // // // // // // 3 // // 120 mm // // // // // // // // // Soort // Gebied // Geografische zone // Minimummaat // // // // // // Noordzeekrab (Cancer pagurus) // 2 // // breedte (*) lengte (*) schaar (*) // // // // // // 3 // // breedte (*) lengte (*) schaar (*) // // // // // Sint-jacobsschelp (Pecten maximus) // 2 // // 100 mm // // // // // // 3 // // 100 mm // // // // // Venusschelp (Venus verrucosa) // 2 // Alleen ICES-sectoren VII d en VII e // 40 mm // // // // // Pijlinktvis (Loligo vulgaris) // 3 // // (*)

// // // // (*) Nog vast te stellen.

BIJLAGE IV

Bepaling van de afmetingen van schaal-, schelp- en weekdieren

(Homarus)

Zeekreeft

(Nephrops)

Langoestine

a) lengte kopborststuk

b) totale lengte

(Venus verrucosa)

Venusschelp

a) maximale afmeting schelp

(Cancer pagurus)

Noordzeekrab

(Maja squinado)

Spinkrab

a) maximale breedte schaal

b) lengte schaal

c) lengte schaar

BIJLAGE V

Concordantietabel

1.2 // // // Verordening (EEG) nr. 171/83 // Deze verordening // // // Artikel 1 // Artikel 1 // Artikelen 2, 3, 4, 5, 8, lid 2, 10, 14, lid 4 // Artikel 2 // Artikel 6 // Artikel 3 // Artikel 7 // Artikel 4 // Artikel 11 // Artikel 5 // Artikel 12 // Artikel 6 // Artikel 13, lid 2 // Artikel 7 // Artikel 15, lid 1 // Artikel 8 // Artikel 14 // Artikel 9 // Artikel 16 // Artikel 10 // Artikel 17 // Artikelen 11, 12 // Artikel 18 // Artikel 13 // Artikelen 19, 20 // Artikel 14 // Artikel 21 // Artikel 15 // Bijlagen I, II, III, IV // Bijlage I // Bijlage V // Bijlage II // Bijlage VI // Bijlage III // //

1 NOVEMBER T/M LAATSTE DAG VAN FEBRUARI

16

ZANDSPIERING ( AMMODYTES SPP .)

50

10 // //

1 MAART T/M 31 OKTOBER

_

ZANDSPIERING ( AMMODYTES SPP .)

50

10

1,7 // // //

( 1 ) KEVER-VAK : HET GEDEELTE VAN DE NOORDZEE ONDER DE SOEVEREINITEIT OF JURISDICTIE VAN EEN LID-STAAT, TEN ZUIDEN AFGEBAKEND DOOR EEN LIJN NAAR HET OOSTEN VANAF EEN PUNT OP DE OOSTKUST VAN SCHOTLAND ( 56*NOORDERBREEDTE, 2* OOSTERLENGTE ), VANDAAR NOORDWAARTS NAAR 58*NOORDERBREEDTE, VANDAAR WESTWAARTS NAAR 0* 30 WESTERLENGTE, VANDAAR NOORDWAARTS NAAR 59* 15 NOORDERBREEDTE, VANDAAR OOSTWAARTS NAAR 1* OOSTERLENGTE, VANDAAR NOORDWAARTS NAAR 60* NOORDERBREEDTE, VANDAAR WESTWAARTS NAAR 0* 00, VANDAAR NOORDWAARTS NAAR 60* 30 NOORDERBREEDTE, VANDAAR WESTWAARTS NAAR DE OOSTKUST VAN DE SHETLAND ISLANDS, VANDAAR WESTWAARTS VANAF DE WESTKUST VAN DE SHETLAND ISLANDS ( 60* NOORDERBREEDTE, 3* WESTERLENGTE ), VANDAAR ZUIDWAARTS NAAR 58* 30 NOORDERBREEDTE EN VANDAAR WESTWAARTS NAAR DE SCHOTSE KUST .

1.2.3.4.5.6.7GEBIED

GEOGRAFISCHE ZONE

BIJKOMENDE VOORWAARDEN

MINIMUM - MAAS - WIJDTE ( MM )

TOEGESTANE DOELSOORTEN

MINIMUM - PERCENTAGE DOELSOORTEN

MAXIMUM - PERCENTAGE BESCHERMDE SOORTEN // // // // // // // //

2 ( VERVOLG )

KATTEGAT

1 AUGUSTUS T/M LAATSTE DAG VAN FEBRUARI

16

ZANDSPIERING ( AMMODYTES SPP .)

50

10 // //

1 MAART T/M 31 JULI

_

ZANDSPIERING ( AMMODYTES SPP .)

50

10 // // // // // // //

3

HET GEHELE GEBIED //

65

ALLE SOORTEN //

100 // // //

50

GARNAAL ( PARAPENAEUS LONGIROSTRIS, ARISTEUS ANTENNATUS EN ARISTEOMORPHA FOLIACEA )

30

50 // // //

50

LANGOESTINE ( NEPHROPS NORVEGICUS )

30

60, WAARVAN HEEK 30 % //

GOLF VAN CADIZ ( 1 ) //

40

ALLE SOORTEN, BEHALVE DE IN BIJLAGE II VOOR GEBIED 3 GENOEMDE

50

10 //

HET GEHELE GEBIED, BEHALVE ICES-SECTOR IX A MET UITSLUITING VAN DE GOLF VAN CADIZ ( 1 ) //

40

HORSMAKREEL ( TRACHURUS TRACHURUS EN TRACHURUS PICTURATUS ) KOPPOTIGE WEEKDIEREN

50

10 //

HET GEHELE GEBIED //

40

BLAUWE WIJTING ( MICROMESISTIUS POUTASSOU ) HARING ( CLUPEA HARENGUS ) SPAANSE MAKREEL ( SCOMBER JAPONICUS ) MAKREEL ( SCOMBER SCOMBRUS )

50

10 //

FRANSE TONG-VAK ( 2 )

VAARTUIGEN VAN NIET MEER DAN 110 KW

40

FRANSE TONG ( DICOLOGLOSSA CUNEATA )

50

10 //

HET GEHELE GEBIED //

25

SNIPVISSEN ( MACRORHAMPHOSUS SPP .)

85

5 // // //

20

SARDIEN ( SARDINA PILCHARDUS ) PALING ( VOLWASSEN ) ( ANGUILLA ANGUILLA )

50

10 //

BINNEN 12 MIJL VAN DE BASISLIJNEN VAN DE LID-STATEN //

20

GARNAAL ( CRANGON SPP .)

30

50 //

HET GEHELE GEBIED //

16

SPROT ( CLUPEA SPRATTUS ) ANSJOVIS ( ENGRAULIS ENCRASICOLUS ) ZANDSPIERING ( AMMODYTIDAE )

50

10 // // // // // // //

4

HET GEHELE GEBIED // // // // // //

1,7(1 ) DE GOLF VAN CADIZ : DE ZONE IN ICES-SECTOR IX A TEN OOSTEN VAN EEN VANUIT EEN PUNT GELEGEN OP 7* 52 WESTERLENGTE AAN DE ZUIDKUST VAN PORTUGAL ZUIDWAARTS GETROKKEN LIJN . ( 2 ) FRANSE TONG-VAK : DE ZONE AFGEBAKEND DOOR EEN LIJN VAN HET ZUIDELIJKE EINDE NAAR HET NOORDELIJKE EINDE VAN DE BRUG DIE HET FRANSE VASTELAND VERBINDT MET ILE D'OLERON, VANDAAR NOORDWAARTS LOPEND LANGS DE WESTKUST VAN ILE D'OLERON NAAR DE VUURTOREN VAN CHASSIRON ( 46* 03 NOORDERBREEDTE, 1* 25 WESTERLENGTE ), VANDAAR NOORDWAARTS TOT EEN PUNT OP DE ZUIDKUST VAN ILE DE RE, GENAAMD "FEU DE CHANCHARDON" ( 46* 10 NOORDERBREEDTE, 1* 28 WESTERLENGTE ), VANDAAR LANGS DE ZUIDKUST VAN ILE DE RE NAAR PHARE DES BALEINES ( 46* 15 NOORDERBREEDTE, 01* 34 WESTERLENGTE ), VANDAAR NAAR 45* 40 NOORDERBREEDTE, 01* 34 WESTERLENGTE, EN VANDAAR OOSTWAARTS NAAR DE FRANSE KUST OP DE WESTKUST VAN CAP FERRET .

1.2.3.4.5.6.7GEBIED

GEOGRAFISCHE ZONE

BIJKOMENDE VOORWAARDEN

MINIMUM - MAAS - WIJDTE ( MM )

TOEGESTANE DOELSOORTEN

MINIMUM - PERCENTAGE DOELSOORTEN

MAXIMUM - PERCENTAGE BESCHERMDE SOORTEN // // // // // // // //

5

HET GEHELE GEBIED //

65

ALLE SOORTEN //

100 // // //

20

SPAANSE MAKREEL ( SCOMBER JAPONICUS ) HORSMAKREEL ( TRACHURUS PICTURATUS ) BOKVIS ( BOOPS BOOPS ) SARDIEN ( SARDINA PILCHARDUS )

50

10 // // // // // // //

6

HET GEHELE GEBIED //

100

ALLE SOORTEN //

100 // // //

45

GARNAAL ( PENAEUS SUBTILIS, PENAEUS BRASILIENSIS, XIPHOPENEUS KROYERI )

30

50 // // // // // // //

7

HET GEHELE GEBIED // // // // // // // // // // // //

8

HET GEHELE GEBIED // // // // // // // // // // // //

BIJLAGE II

IN ARTIKEL 2, LID 1, EN ARTIKEL 5 BEDOELDE MINIMUMMAAT VAN BESCHERMDE SOORTEN

( IN CM )

1.2.3,4.5.6.7SOORT

GEBIED 1

GEBIED 2

GEBIED 3

GEBIED 4

GEBIED 5

1.2.3.4.5.6.7BEHALVE SKAGERRAK EN KATTEGAT

SKAGERRAK EN KATTEGAT // // // // // // // // // //

KABELJAUW ( GADUS MORHUA )

35

35 ( 1 ) ( 2 )

30

35 ( 2 )

_

_

SCHELVIS ( MELANOGRAMMUS AEGLEFINUS )

30

30 ( 3 )

27

30 ( 3 )

_

_

HEEK ( MERLUCCIUS MERLUCCIUS )

30

30

30

27 ( 4 )

(*)

(*)

SCHOL ( PLEURONECTES PLATESSA )

25

25 ( 5 )

27

25

(*)

(*)

WITJE ( GLYPTOCEPHALUS CYNOGLOSSUS )

28

28

28

28

_

_

TONGSCHAR ( MICROSTOMUS KITT )

25

25

25

25

(*)

_

TONG ( SOLEA SOLEA )

24

24

24

24

(*)

(*)

TARBOT ( PSETTA MAXIMA )

30

30

30

30

(*)

(*)

GRIET ( SCOPHTHALMUS RHOMBUS )

30

30

30

30

(*)

_

SCHARTONG ( LEPIDORHOMBUS SPP .)

25

25

25

25

(*)

(*)

WIJTING ( MERLANGIUS MERLANGUS )

27

27

23

27

(*)

_

SCHAR ( LIMANDA LIMANDA )

15

15 ( 6 )

23

23

(*)

_

ZWARTE KOOLVIS ( POLLACHIUS VIRENS )

35

35 ( 2 )

30

35

_

_

ZEEBRASEM ( PAGELLUS BOGARAVEO )

_

25

_

25

(*)

(*)

MUL ( MULLUS SURMULETUS )

_

15

_

15

(*)

(*)

ZEEBAARS ( DICENTRARCHUS LABRAX )

_

32

_

32

(*)

(*)

ZEEPALING ( CONGER CONGER )

_

58

_

58

(*)

(*)

WITTE KOOLVIS ( POLLACHIUS POLLACHIUS )

_

30

_

30

_

_

LENG ( MOLVA MOLVA )

_

(*)

_

63

(*)

(*)

MEIVIS ( ALOSA SPP .)

_

30

_

30

(*)

(*)

STEUR ( ACIPENSER STURIO )

_

_

_

145

(*)

_

HARDER ( MUGIL SPP .)

_

20

_

20

(*)

(*)

ZALM ( SALMO SALAR )

_

(*)

(*)

50

(*)

_

ZEEFOREL ( SALMO TRUTTA )

_

(*)

(*)

25

(*)

_

BOT ( PLATICHTHYS FLESUS )

_

25

20

25

(*)

_

ZEEDUIVEL ( LOPHIUS PISCATORIUS, L . BOUDEGASSA )

_

(*)

_

(*)

(*)

(*)

INKTVIS ( SEPIA SPP .)

(*)

(*)

_

(*)

(*)

(*)

PALING ( ANGUILLA ANGUILLA )

_

(*)

(*)

(*)

_

_

FRANSE TONG ( DICOLOGLOSSA CUNEATA )

_

_

_

18

_

_

BLAUWE LENG ( MOLVA DYPTERYGIA )

_

70

_

70

_

_

GOUDBRASEM ( SPARUS AURATA )

_

_

_

19

_

_

ZEEKARPER ( SPONDYLIOSOMA CANTHARUS )

_

23

_

23

_

_ // // // // // // //

( 1 ) BEHALVE IN ICES-SECTOR VII A, WAAR DE MINIMUMMAAT 45 CM BEDRAAGT VOOR DE PERIODE VAN 1 OKTOBER TOT EN MET 31 DECEMBER .

( 2 ) TOT EN MET 31 DECEMBER 1988 BEDRAAGT DE MINIMUMMAAT 30 CM .

( 3 ) TOT EN MET 31 DECEMBER 1988 BEDRAAGT DE MINIMUMMAAT 27 CM .

( 4 ) TOT EN MET 31 DECEMBER 1990 BEDRAAGT DE MINIMUMMAAT 24 CM .

( 5 ) BEHALVE IN DE NOORDZEE WAAR DE MINIMUMMAAT VANAF 1 JANUARI 1989 27 CM BEDRAAGT .

( 6 ) BEHALVE IN DE NOORDZEE WAAR DE MINIMUMMAAT VANAF 1 JANUARI 1989 23 CM BEDRAAGT .

(*) NOG VAST TE STELLEN ( ZIE ARTIKEL 2, LID 1 ).

BIJLAGE III

IN ARTIKEL 5 BEDOELDE MINIMUMMAAT

1.2.3.4SOORT

GEBIED

GEOGRAFISCHE ZONE

MINIMUMMAAT

HARING ( CLUPEA HARENGUS )

1

ICES-SECTOR V B ( EG-ZONE )

20 CM // // // // //

2

BEHALVE SKAGERRAK EN KATTEGAT

20 CM // //

SKAGERRAK EN KATTEGAT

18 CM // // // // //

3 //

20 CM // // // //

MAKREEL ( SCOMBER SCOMBRUS )

2

ALLEEN DE NOORDZEE

30 CM // // // // //

3 //

(*) // // // //

MAKREEL ( VOOR INDUSTRIELE DOELEINDEN )

2

ALLEEN SKAGERRAK EN KATTEGAT

30 CM // // // //

SPAANSE MAKREEL ( SCOMBER JAPONICUS )

5 //

15 CM // // // //

STEENBOLK ( TRISOPTERUS LUSCUS )

3 //

(*) // // // //

ANSJOVIS ( ENGRAULIS ENCRASICOLUS )

3 //

(*) // // // //

SARDINES ( SARDINA PILCHARDUS )

3 //

(*) // // // //

HORSMAKREEL ( TRACHURUS TRACHURUS )

3 //

15 CM // // // //

HORSMAKREEL ( TRACHURUS PICTURATUS )

5 //

14 CM // // // //

HELE LANGOESTINE ( NEPHROPS NORVEGICUS )

2

ALLEEN SKAGERRAK EN KATTEGAT

40 MM LENGTE KOPBORSTSTUK 130 MM TOTALE LENGTE

2

BEHALVE SKAGERRAK EN KATTEGAT

25 MM LENGTE KOPBORSTSTUK 85 MM TOTALE LENGTE

3 //

20 MM LENGTE KOPBORSTSTUK 70 MM TOTALE LENGTE

STARTEN VAN LANGOESTINES

2

ALLEEN SKAGERRAK EN KATTEGAT

72 MM

2

BEHALVE SKAGERRAK EN KATTEGAT

46 MM // // // // //

3 //

37 MM // // // //

KREEFT ( HOMARUS GAMMARUS )

2

BEHALVE SKAGERRAK EN KATTEGAT

85 MM LENGTE KOPBORSTSTUK 24 CM TOTALE LENGTE

2

ALLEEN SKAGERRAK EN KATTEGAT

78 MM LENGTE KOPBORSTSTUK 22 CM TOTALE LENGTE

SPINKRAB ( MAIA SQUINADO )

2 //

120 MM // // // // //

3 //

120 MM // // // //

SOORT

GEBIED

GEOGRAFISCHE ZONE

MINIMUMMAAT

NOORDZEEKRAB ( CANCER PAGURUS )

2 //

BREEDTE (*) LENGTE (*) SCHAAR (*)

3 //

BREEDTE (*) LENGTE (*) SCHAAR (*)

SINT-JACOBSSCHELP ( PECTEN MAXIMUS )

2 //

100 MM // // // // //

3 //

100 MM // // // //

VENUSSCHELP ( VENUS VERRUCOSA )

2

ALLEEN ICES-SECTOREN VII D EN VII E

40 MM // // // //

PIJLINKTVIS ( LOLIGO VULGARIS )

3 //

(*)

(*) NOG VAST TE STELLEN .

BIJLAGE IV

BEPALING VAN DE AFMETINGEN VAN SCHAAL -, SCHELP - EN WEEKDIEREN

( HOMARUS )

ZEEKREEFT

( NEPHROPS )

LANGOESTINE

A ) LENGTE KOPBORSTSTUK

B ) TOTALE LENGTE

( VENUS VERRUCOSA )

VENUSSCHELP

A ) MAXIMALE AFMETING SCHELP

( CANCER PAGURUS )

NOORDZEEKRAB

( MAJA SQUINADO )

SPINKRAB

A ) MAXIMALE BREEDTE SCHAAL

B ) LENGTE SCHAAL

C ) LENGTE SCHAAR

BIJLAGE V

CONCORDANTIETABEL

1.2VERORDENING ( EEG ) NR . 171/83

DEZE VERORDENING // //

ARTIKEL 1

ARTIKEL 1

ARTIKELEN 2, 3, 4, 5, 8, LID 2, 10, 14, LID 4

ARTIKEL 2

ARTIKEL 6

ARTIKEL 3

ARTIKEL 7

ARTIKEL 4

ARTIKEL 11

ARTIKEL 5

ARTIKEL 12

ARTIKEL 6

ARTIKEL 13, LID 2

ARTIKEL 7

ARTIKEL 15, LID 1

ARTIKEL 8

ARTIKEL 14

ARTIKEL 9

ARTIKEL 16

ARTIKEL 10

ARTIKEL 17

ARTIKELEN 11, 12

ARTIKEL 18

ARTIKEL 13

ARTIKELEN 19, 20

ARTIKEL 14

ARTIKEL 21

ARTIKEL 15

BIJLAGEN I, II, III, IV

BIJLAGE I

BIJLAGE V

BIJLAGE II

BIJLAGE VI

BIJLAGE III // //