31986R2888

Verordening (EEG) nr. 2888/86 van de Commissie van 18 september 1986 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1799/76 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere maatregelen voor lijnzaad

Publicatieblad Nr. L 267 van 19/09/1986 blz. 0012 - 0012
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 21 blz. 0272
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 21 blz. 0272


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2888/86 VAN DE COMMISSIE

van 18 september 1986

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1799/76 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere maatregelen voor lijnzaad

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 569/76 van de Raad van 15 maart 1976 tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor lijnzaad (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1071/77 (2), en met name op artikel 2, lid 4,

Overwegende dat in artikel 3, lid 1, onder b), tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 1799/76 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 534/81 (4), is bepaald dat de in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 569/76 bedoelde steun voor lijnzaad slechts wordt verleend voor de oppervlakten waarvoor een oogstaangifte is ingediend; dat die aangifte, krachtens de artikelen 9 en 11, voor olievlas uiterlijk op 15 december en voor vezelvlas vóór een uiterste, door de betrokken Lid-Staat vastgestelde datum, maar in ieder geval vóór 31 oktober moet worden ingediend; dat voor vezelvlas de steunaanvraag bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 771/74 van de Commissie van 29 maart 1974 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de steun voor vlas en hennep (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2426/86 (6), dezelfde waarde heeft als een oogstaangifte;

Overwegende dat het totale verlies van de steun ingeval de belanghebbenden de oogstaangifte niet tijdig indienen, een te zware sanctie is; dat die sanctie derhalve moet worden afgezwakt waarbij deze evenredig dient te worden gemaakt aan de opgelopen vertraging; dat, ten einde te zorgen voor een gelijke behandeling van de begunstigden van de steun ongeacht hun plaats van vestiging in de Gemeenschap, een uiterste datum moet worden vastgesteld die in alle Lid-Staten van toepassing is; dat, met het oog op de goede werking van de steunregeling, de uiterste datum voor de indiening van de oogstaangifte moet worden vastgesteld op 30 november voor vezelvlas en op 31 december voor olievlas;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1799/76 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 9, lid 1, wordt gelezen:

»Elke teler van olievlas dient jaarlijks uiterlijk op 31 december een oogstaangifte in.".

2. In artikel 11, lid 1, wordt voor »31 oktober" gelezen: »30 november" en wordt voor »15 oktober" gelezen: »15 november".

3. Aan artikel 9, lid 1, en artikel 11, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

»Ingeval de oogstaangifte, behalve in geval van overmacht, wordt ingediend:

- vóór het einde van de maand volgende op de in de voorafgaande alinea vermelde maand, wordt 66 % van de steun voor lijnzaad toegekend;

- vóór het einde van de tweede maand volgende op de in de eerste alinea vermelde maand, wordt 33 % van de steun verleend.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van het verkoopseizoen 1986/1987.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 18 september 1986.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 67 van 15. 3. 1976, blz. 29.

(2) PB nr. L 129 van 25. 5. 1977, blz. 7.

(3) PB nr. L 201 van 27. 7. 1976, blz. 14.

(4) PB nr. L 54 van 28. 2. 1981, blz. 60.

(5) PB nr. L 92 van 3. 4. 1974, blz. 13.

(6) PB nr. L 210 van 1. 8. 1986, blz. 35.